Vervreemden van mijn oude ik...

Anatartica - Drake Passage, 12-03-2007 - (dagboek 11)


Onze laatste lange dag samen. Ik volg een laatste lezing over de ozonlaag en de klimaatsveranderingen. In de bar heerst een relaxe sfeer. De Drake Passage ligt achter ons en we genieten van onze laatste dag, ons laatste gevoel van een soort Antarctisch samenhorigheidsgevoel. Als ik terugblik moet ik eerlijk bekennen dat ik zelden zo´n ongenaakbare schoonheid heb gezien. Een continent waarvoor superlatieven tekort schieten. Het prijskaartje neem ik er graag bij, zeker weten. De reis was als een huwelijksreis, iets wat je maar één keer in je leven doet, of toch even intens beleefd. Mijn geliefde was dit keer het onbekende, het schilderachtig decor van een landschap dat ik met geen ander kan vergelijken. De overweldiging was verbluffend, allesoverheersend. Te meer omdat je weet dat pioniers dezelfde route hebben gevaren, dezelfde gevoelens van ongeloof en verbazing hebben gevoeld. De elfdaagse tocht heeft een stempel achtergelaten, niet alleen letterlijk op mijn internationaal ! paspoort, maar innerlijk. Een stempel van zuiver geluk, van een kunstwerk dat ik persoonlijk heb mogen ontmantelen, dag na dag. Het kunstwerk overtrof mijn voorstellingsvermogen en bracht me meermaals in vervoering. In mijn fietstas steekt vanaf morgen een certificaat waarop vermeld staat dat ik op 7 maart voet aan wal zette op het Antarctisch Schiereiland. Certificaten en diploma´s zijn niet belangrijk, wel het gevoel, het geluk bij de confrontatie met een stukje natuurschoon dat verdoken ligt op de 62ste breedtegraad. Antarcitca was een kleine afslag op mijn grote tocht doorheen een paradijselijk mooie reis. Een halte die diepe sporen heeft nagelaten van diep menselijk geluk...
Op de lange terugweg heb ik vaak teruggedacht aan die ene vraag nav een artikel over mijn lange fietstocht, dat recentelijk verscheen in het Wekelijks Nieuws: Heeft het reizen je tot dusver een ander mens gemaakt? Ik denk het niet, maar toch ben ik ook niet meer dezelfde persoon. Er zijn bijzondere stukjes bijgekomen in de voortdurend groeiende puzzel die van mij maakt tot wat ik inmiddels ben geworden. Ik denk dat een mens überhaupt verandert, of je ´on the road´ bent of niet. Is dat niet de reden waarom er zovele huwelijken op de klippen lopen? Mensen klampen zich te vaak vast aan wat ze als essentieel, als wezenskenmerk bij de partner ooit vonden en vinden dat dit na tien jaar huwelijk ook zo moet blijven. We veranderen, groeien en passen ons voortdurend aan aan de context waarin we als persoon nu eenmaal leven. Reizen is voor mij een stukje weg afleggen waarbij ik mijn oude ik laat vervreemden om er een nieuwe ik voor in de plaats te krijgen. België mag dan wel mijn thui! sland zijn, maar nu reeds besef ik dat er ook nog andere ‘thuislanden’ bestaan. Van de tot dusver ontdekte ‘thuisplekken’ heb ik wel iets meegenomen, maar ook wel wat achtergelaten, tranen van geluk ondermeer. In Antarctica heb ik er enkele stiekem laten vallen, tussen de ijsschotsen en het oeverloze niets, tussen de zeeleeuwen en de ezelspinguïns, tussen mijn oude ik en mijn nieuwe ik. Tranen als een kunstwerk van geluk. Tranen als ijsspiegels op een dienblad van pure eenvoud. Tranen op de eindmeet van een overwonnen grens, een landgrens, een psychologische grens, een diep menselijke grens. Ook na Antarctica gaat de tocht verder, wordt het kunstwerk verder gekneed. De contouren van het kunstwerk liggen vast, mede gegroefd door het eeuwenoude ijs van wat net achter me ligt. De verkenning naar het andere, de nieuwsgierigheid naar wat er achter de bocht ligt, blijft me boeien en dat wil ik zo houden. Zelfs na Antarctica wil ik nieuwe indrukken opdoen en verwerken, maar vooral! wil ik de tranen van geluk verder laten vloeien...

Balancerend als een koorddanser...

Anatartica - Drake Passage, 11-03-2007 - (dagboek 10)


De hele nacht heeft de boot heen en weer gezwiept. Balancerend op aanzwellende golven, werd ik van links naar rechts geslingerd. De deur van mijn cabine zwiepte meermaals open om enkele seconden later met een geweldige smak opnieuw dicht te knallen. In de verte hoorde ik hoe stoelen en tafels de wet van de zwaartekracht moesten ondergaan en ook mijn halfvolle fles vodka rolde zijn laatste rustplaats tegemoet. De Drake Passage is een begrip in de scheepsvaartwereld. Balancerend als een koorddanser breng ik een bezoekje aan ´de brug´, de stuurcabine. De kapitein zit er rustig bij alsof er geen vuiltje aan de lucht is. Ik vraag hem of hij nooit zeeziek is. “Niet veel, alleen als ik een lange tijd niet gevaren heb. Na een vakantieperiode heb ik er wel eens last van.” De boordcomputer tekent windsnelheden op van 30 nots en ik zie hoe de balans van het schip de piek van 35 graden haalt. Aan de voorstevenen wappert de vlag van het schip als een ontrafeld tapijt. Aan de ontbijttafel zijn er opvallend veel lege stoelen. De opdiensters zetten zich andermaal schrap, letterlijk, en schenken 'zuinige' koffie, om te verhinderen dat de koffie overboord kiepert. Telkens de boot gevaarlijk overhelt naar links of rechts ontstaat er commotie in de eetruimte. Tientallen ogen speuren in het rond en kijken enigszins geamuseerd toe hoe de overburen als dominoblokjes tegen elkaar worden gedrukt. Ook dit behoort tot Antarctica...
In de namiddag wordt in de conferentieruimte van het schip de film vertoond van Shackelton. Kan je je een betere plaats inbeelden om zo´n film te bekijken? Aan boord wordt er ook opvallend veel gelezen. Darwin en zijn ‘Voyage of the Beagle’ of ‘The worst journey in the world’ van Apsley Cherry-Garrad. Passende lectuur op een passende plaats... Elf dagen lang leven we in een wereld zonder televisie, gsm en kranten opdat we ons één zouden voelen met de groten van het Antarctica-rijk...

Onze laatste landing...

Anatartica - Greenwich Island, 10-03-2007 - (dagboek 9)


Opspattende golven beuken met een snelheid van 35 knopen tegen de scheepsromp aan. Vanuit mijn stapelbed voel ik hoe de woelige zee ´schippertje mag ik overvaren speelt´. Onze 80 meter lange boot waggelt op een tapijt van onrustige schuimkopjes. Het cirkelvormig raam condenseert door een te groot temperatuurverschil. Met mijn vingers teken ik een scheepje in gevaar. De lijndruppels lopen in elkaar over en een paar tellen later zinkt mijn schip tot op de bodem van het vensterraam. Ons schip walst doorheen de baren van de onstuimige zee en blijft onverbiddelijk koers varen doorheen de Drake Passage, een relatief smalle strook tussen het Zuid-Amerikaanse vasteland en het Antarctisch Schiereiland. De expeditie zit er op en we gaan zo te zien een slapeloze nacht tegemoet. Wanneer ik me terug naar de bovenruimte begeef, zie ik hoe mijn medepassagiers verwoede pogingen ondernemen om een documentaire over zeeolifanten te bekijken. De deining van de zee is evenwel zo groot dat zelfs ! de dvd keer na keer hapert en de natuurdocumentaire strandt op een zoveelste stilstaand beeld. Stoelen en kopjes schuiven heen en weer en als dronken passagiers begeven we ons naar het restaurant. En nu maar hopen dat er geen soep op het menu staat. Koks moeten hier geboren jongleurs zijn... Tijdens de maaltijd gaat de zee zo wild tekeer dat zelfs de opdiensters zich moeten beperken tot het dragen van twee borden. Wanneer ik na de maaltijd in de leesbibliotheek nog wat snuffel in één van de vele boeken over Antarctica, vlieg ik met zetel en al tot aan de andere kant van de boot. Boeken vliegen in het rond en stoelen verliezen hun evenwicht. Niel die ingedommeld is in één van de zeeblauwe lederen zetels vliegt als een komeet door de ruimte. Versuft wordt hij wakker, niet goed wetende wat er gaande is. Slaapwandelend zoekt hij de veiligheid van zijn cabine op. Vannacht zal de Drake Passage zich van zijn beste kant laten zien...
Vandaag hebben we afscheid genomen van het magisch mooie Antarctica. Onze voorlaatste landing bracht ons naar Yankee Harbour, Greenwich Island. Wanneer ik voet aan wal zette sneed de wind als een vlijmscherp mes in mijn gezicht. De kustlijn van het eiland lag bezaait met grote ijsblokken, als vormden ze een stuwdam tegen het gure weer. De omgeving bleef me bekoren. Rotsformaties die als puntige hoedjes uitstaken en versierd werden met een sneeuwvacht die wit-grijs kleurde. Op sommige plaatsen cirkelden mistgordels rond de bergtoppen, als dreigende condors. Enkele zeeleeuwen lagen lui voor zich uit te staren, terwijl kinband- en ezelspinguïns er als mini-obers in zwart-wit ongeordend bij liepen. Kinbandpinguïns onderscheiden zich door een zwarte lijn onder hun kin, terwijl de ezelspinguïns een oranje snavel hebben en een opvallende witte vlek achter de ogen. Ze liepen drukdoende rond, de borst vooruit en de vinnen krampachtig naar achteren. Ze huppelden met hun twee platpoten! de rotsen op en af, gleden liggend op hun buik van een drijvende ijsklomp af of probeerden al rechtstaand de rand te bereiken om vervolgens met een sierlijke duik het natte sop te kiezen. Volgens de regels van de natuurbescherming moet je vijf meter afstand houden, maar de nieuwsgierigheid van de zwart-witte rakkers zorgde ervoor dat je ze haast onder de voet liep. Ze bleven me fascineren... Het schouwspel kon me evenwel niet opwarmen, want de temperaturen bleven schommelen rond het vriespunt. Ik vroeg me af hoe expeditieleden en walvisvaarders zich beschermden tegen de grillen van moeder aarde. Maandenlang brachten ze door op één van de meest ontoegankelijke gebieden op onze planeet en dit in haast prehistorische omstandigheden. Vele bemanningsleden keerden uitgemergeld terug, leden aan scheurbuik en depressie, speelden schepen, sledehonden en bevroren tenen kwijt, maar nooit hun wilskracht en flegma. Het blijft me verbazen.
In de namiddag maakten we nog een korte wandeling op Aitcho Island. De wind kwam echter zo fel opzetten dat we na een klein uur terug de veilige warmte opzochten van het ruime schip. Ik wierp nog een laatste blik op dit verlaten continent dat voor 98% met ijs is bedekt. Symbolisch verlegde ik een steen, als eerbetoon voor alle Zuidpoolpioniers die het pad hebben geëffend naar een natuurwonder dat dankzij het verdrag van Antarctica (1959) ervoor zorgt dat geen enkel land aanspraak kan maken op wellicht één van de laatste, ongeschonden stukjes op onze aardbodem...

Vereeuwigd door de liefde...

Anatartica - Cuverville Island, 09-03-2007 - (dagboek 8)


Vanuit de veilige cocon van mijn kajuit zie ik doorheen mijn patrijspoort hoe het besneeuwde landschap met zijn bijzondere rotspieken voorbijschuift op het ritme van de ´Ushuaia Antarctic Expedition´. Fascinerend om te zien hoe de schuimkopjes over het wateroppervlak rollen als dansende theekopjes van wit porselein. Ze schrijden gracieus voorbij en verdwijnen even plots als ze opduiken. Figuranten tegen een overweldigend achtergronddecor... Deze morgen zijn we noordwaarts aan het varen, doorheen het kanaal van Neumayer. Het druilerige weer van gisteren lijkt al een paar zeeengtes achter ons te liggen, want vanuit de verte zie ik onze eerste landingsplaats reeds liggen in een zonovergoten landschap: Cuverville Island. Ook dit eiland werd ondekt door Charcot en wordt omgeven door betoverendmooie besneeuwde bergketens. Ongenaakbare eenvoud in een overweldigend niets...
Op de tocht ernaartoe zien we hoe een zeeluipaard een pinguïn probeert te verschalken. Wat aanvankelijk lijkt op een soort kat en muis-spel, ontaard in een spel op leven en dood. De pinguïn zwemt voor zijn leven, maar ontsnapt niet aan de snelheid en de kracht van de zeeluipaard. Het slachtoffer is een vogel voor de kat en na een verscheurend tafereel verdwijnt de zeeluipaard met het roerloze lichaam van de pinguïn in zijn bek. De wet van de sterksten... het bestaat overal.
Op het eiland treffen we, naast de traditionele pinguïns, ook zeeleeuwen en zelfs een zeeolifant aan. Zeeolifanten stralen weinig elegantie uit. Met hun dikke speklijf lijken ze meer op een gigantische vleesklomp. Het verbaast me dat ze met hun twee flippers hun kolossaal gewicht over de keien kunnen sleuren.
Charcot moet zich ongetwijfeld verheugd hebben toen hij in 1908 kon inschepen om een tweede expeditie te verrichten naar dit magisch plekje op de aardbol. De boot waarmee hij vaarde, had hij omgedoopt tot de ´Pourquoi pas?´ Of deze naam verband hield met het feit dat hij zijn tweede echtgenote had meegenomen, is me wat onduidelijk. Nadat zijn eerste vrouw het hazepad had gekozen tijdens zijn eerste expeditie, nam hij deze keer het zekere voor het onzeker en troonde hij zijn nieuwe geliefde mee tot in Punta Arenas. Charcot noemde een baai die hij ontdekte tussen Adelaide Island en Alexander Island naar zijn vrouw Meg, meerbepaald Marguerite Bay. Zo zie je maar dat ook de liefde je een plek kan bezorgen in de geschiedenisboeken... Tijdens deze tweede expeditie slaagde hij erin om hele gedeelten van het Antarctisch gebied in kaart te brengen. De kaarten die hij maakte, werden 25 jaar later nog gebruikt door robben- en walvisjagers.
In de namiddag doen we een zodiac-cruise en gaan we op zoek naar achtergelaten sporen van walvisgemeenschappen die hier tot in 1930 actief waren. Zo varen we langs het wrak van een gezonken schip dat in 1910 werd ingezet voor de walvisjacht. Het toenmalig paradepaardje van Argentinië vatte echter twee jaar na het te water laten vuur en zonk voor de eeuwigheid. Het verroeste staal te midden van dit verlaten, ijzig landschap geeft de omgeving een surrealistisch tintje. De zonnestralen filteren doorheen de donkerbruine verroeste patrijspoorten en leveren een zoveelste prentkaart op. Stormvogels vliegen in het rond en gebruiken de scheepsromp als een veilige haven. Ik voel intuïtief aan dat het wrak, ondanks zijn kort beschoren leven, een levensverhaal vol anekdotes is. Geheimen gezonken tot op de bodem van de eeuwigheid...
Sommige passagiers zijn een levensverhaal op zich waard, een boek waar je verder in wilt bladeren, ook nadat je de laatste bladzijde hebt omgeslagen. David Price Williams is zo´n boek... Hij behoort samen met zijn vrouw Susan tot de kleine schare oudere passagiers. Reeds van bij de eerste dag had ik aangevoeld dat de man een levensverhaal met zich meedroeg. Met zijn grote gestalte, grijze haren en baard straalde hij een zekere autoriteit uit. Iemand waarvoor je ontzag hebt, ook al is het een nobele onbekende. Wanneer we het restaurant inwandelen voor het avondmaal, blijf ik verdacht dicht in zijn buurt en slaag ik erin om een plaatsje te bemachtigen naast zijn echtgenote. Ze zijn van Engelse origine, maar vertoeven het grootste deel van hun tijd in Bodrum, aan de Turkse kust. Daar runnen ze al meer dan twintig jaar een scheepsbedrijf. Van opleiding is David archeoloog. Tijdens zijn studies en ook daarna deed hij veel opgravingswerk in Turkije. Hij leerde het land beter kenne! n en werd erop verliefd. Zijn leven kreeg een nieuwe impuls doen hij besloot om het graafwerk naar de oudheid in te ruilen voor een scheepsbedrijf. Het bedrijf werd de start van een tweede leven. Inmiddels hebben ze een prominente plaats ingenomen in de scheepswereld en is de firma 'Temple World' een gevestigde waarde. De firma bouwt luxe-schepen, zowel voor rederijen, als voor privé personen. Na het avondeten trakteert hij me op een fles witte Chileense wijn en ontvouwt hij zijn laatste scheepsplannen. De 'Marine Voyager' ziet er peperduur uit en straalt één en al klasse uit, zoals de scheepsbouwer zelf. Een man met een scheepsverhaal, in het kielzog van Scott, Shackelton en Amundsen...

In de voetsporen van Charcot...

Anatartica - Puerto Charcot, 08-03-2007 - (dagboek 7)


Daar waar gisteren onze expeditie in het teken stond van de Belg Adrien van Garlache, komt vandaag Frankrijk aan de beurt. In de voormiddag staat er een landing op Booth Island op het programma. Het eiland werd ontdekt in 1904 door de Fransman Jean-Baptiste Charcot. Charcot was een beetje het type van de avonturier, maar dan wel eentje met behoorlijk wat centen. De centen had hij geërfd van zijn vader die eind 19de eeuw een wereldvermaarde neuroloog was. Charcots´ eerste expeditie kwam er als antwoord op het vermist cruiseschip van Otto Nordenskjöls. Maar tegen de tijd dat Charcot Argentinië bereikte, was de Noorse expeditie al gered. Charcot besloot dan maar om de westkust van het Antarctisch Schiereiland te onderzoeken. Zo ontdekte hij ondermeer Port Lockroy op Wiencke Island.
Onze landing op Booth Island met de zodiacs gaat evenwel niet door, wegens teveel pakijs. Als alternatief wordt het nabijgelegen eiland Pléneau aangedaan. Het stralend zomerweer heeft plaats gemaakt voor een druilerige dag en bij het aanmeren zie ik hoe het eiland omsloten wordt door asgrauwe mistslierten. De snijdende wind en de vrieskou hebben het eiland op sommige plaatsen omgetoverd tot een spiegelpaleis. Ook hier tref ik als op zovele andere eilanden een kolonie pinguïns. Ze lijken ons gezelschap best te waarderen en doen geen enkele moeite om zich te verschuilen achter de zware rotsblokken die als een onsamenhangend kunstwerk een toren vormen vol uitwerpselen. Niet echt de meest idyllische plek, maar de fotografische omgeving maakt veel goed. Rondom rond het eiland dobberen tientallen ijsschotsen. Met de zodiac varen we langs de grillige ijsformaties heen en andermaal kom ik ogen tekort om alle tinten van blauw te capteren. De drijvende ijstaarten stralen een dimensie ! uit die met geen woorden te beschrijven valt en in wezen evenmin in foto´s. Zelden zo´n schoonheid gezien, eenvoud en oorspronkelijkheid in de allergrootste betekenis van het woord! Ook nu weer dringt het tot me door dat de echte omvang van het fenomeen Antarctica overweldigend is...
Terwijl het dessert wordt opgediend, horen we via de intercom dat er walvissen zijn opgemerkt aan de voorkant van het schip. In een tijdspanne van 10 seconden loopt het restaurant leeg. Het lijkt wel of er brand is uitgebroken. Zelf ik kan voor één keer mijn chocoladeverslaving (chocoladepudding) verdringen en rep me met mijn digitaal toestel naar de voorste stevenen. We worden getrakteerd op een prachtig schouwspel. Drie kolossale walvissen zwemmen rondjes rond de boot en komen gevaarlijk dichtbij. Ik hou evenveel van het spektakel in het water, als van het fotografisch geklik op het dek. Zelden zoveel paparazzi aan het werk gezien... Met zijn allen hangen we aan bakboord over de reling. In ons fotografisch handelen overtreffen we alle Japaners. Mocht ´Nikon´ er ooit aan denken een promotiefilmpje te maken van zijn gamma aan spiegelreflexcamera´s dan lijkt me dit hier wel the place to be. Zelfs het keukenpersoneel en de opdiensters zijn het restaurant ontvlucht en staan met! hun foto- en videocamera´s in de aanslag. Best een grappig zicht...
Na ons extra dessert worden we in twee groepen opgedeeld. Terwijl de ene groep wordt afgezet aan Petermann Island, doet de andere groep een zodiac-cruise langsheen diverse ijsbergen. Sommige ijsschotsen zijn tientallen meter groot, zowel in de breedte als in de lengte. Ijsbergen van 7 km zijn geen uitzonderingen. De grootste ooit gezien was 333 km. Het lijken wel slagroomtaarten die als losgeslagen planeten op en neer dobberen. Schepen zonder masten die het wateroppervlak doorklieven op het ritme van de golven. Hun aanwezigheid maakt de omgeving tot een idyllische plek. Petermann Island mag dan wel de meest zuidelijke aanlegplaats zijn op onze cruise, het kan inzake schoonheid de feeërieke uitstraling van Neko Harbour of Half Moon Island evenwel niet evenaren. De nog aanwezige Argentijnse basis is jaren verwaarloosd geweest, maar wordt momenteel opnieuw opgekalfaterd. Het schroot op sommige plaatsen steekt fel af tegen het natuurschoon van het Antarctisch continent. Misschien maar best dat deze plek op aarde nooit overspoeld zal worden door het massatoerisme...

A land like a fairytale...

Anatartica - Neko Harbour / Paradise Bay, 07-03-2007 - (dagboek 6)


Ik ontwaak met het gevoel een Belgische ritzege tegemoet te varen. Vandaag stappen we een beetje in de voetsporen van Adrien de Gerlache, de man die België een plaats gaf in de Antarctische geschiedenis. Met zijn driemaster, ´de Belgica´, bereikte hij in februari 1898 het Antarctisch Schiereiland. Hij ontdekte een zee-engte tussen het schiereiland en enkele kleinere eilandjes, waaronder het Anvers-eiland en het Brabant-eiland, ten westen ervan. Hun ontdekking stelde hen ertoe in staat de hele streek in kaart te brengen.
Wanneer ik de kilte van de morgen opzoek op het voorste dek, trek ik de ritsluiting van mijn winterjas een paar graden hoger. De wind giert 360 graden in het rond en in gedachten denk ik aan de bemanning van 'de Belgica' die hier noodgedwongen een winter moesten overwinteren nadat hun boot vast kwam te zitten door het ijs. Temperatuurverschillen wennen nooit denk ik, zeker niet als die maandenlang tot ver onder het vriespunt zweven. Als je daarbij nog bedenkt dat bij het intreden van de poolnacht de zon zich voor een aantal maanden niet meer laat zien, dan vraag je je toch af hoe die mannen een ononderbroken nacht van 1600 uur hebben overleefd. De pioniers van nu verdwijnen in het niets bij datgene wat die mannen ooit hebben gepresteerd...
De vage contouren van de ijsbergen kleuren blauw-rood in de schoorvoetende gloed van de nieuwe dag. Onvoorstelbaar hoe het kleurspectrum hier al zijn troeven uitspeelt, hoe het penseel de tango danst te midden van een oeverloos kleurenpalet en hoe een onzichtbare hand kleurvegen samenbundelt tot een kleurrijk kunstwerk vol licht en diversiteit. De verzameling aan natuurlijke elementen doen je naar lucht happen, omdat je adem stokt bij dit enig schouwspel. Een half uur later krijg ik het gezelschap van nog enkele vroege vogels. Ook zij trotseren de kille wind om het binnenvaren van het Errera Kanaal met eigen ogen te kunnen aanschouwen. De ijsschotsen drijven er als blauwe zandtaartjes, stuurloos alsof ze nooit deel hebben uitgemaakt van een groter geheel. Een filmisch spektakel waar je nooit op uitgekeken geraakt, net als de pinguïns.
Wanneer we na het ontbijt met de zodiacs het vasteland bereiken, staan er alweer een paar honderden te drummen om ons te verwelkomen. Het lijkt wel een koninklijke ontvangst of is dit euforisch gevoel te danken aan het besef dat we voor het eerst echt voet aan wal zetten op het Antarctisch continent? Puerto Niko dankt zijn naam aan walvisjagers, maar het lijkt me niet onwaarschijnlijk dat ook Adrien de Gerlache en zijn manschappen hier hebben aangemeerd. Tenslotte behoort ook dit stukje van het Antarctisch continent tot de Straat van Garlache, de strook die Adrien de Garlache ontdekte en bijgevolg naar hem werd genoemd.
Ik laat me andermaal verleiden en digitaliseer een zoveelste pinguïn. Hoeveel pinguïnfoto´s kunnen in één reisreportage? Ik kan er niet aan weerstaan, want ik zie er altijd wel eentje die ik net grappiger of fotogenieker vind dan de 265 vorige... Ik sus mijn digitaal geweten door mezelf wijs te maken dat ik ze voor het eerst aantref in hun eigen biotoop, te midden van sneeuw en ijsblokken. Waarom blijven ze me ook zo schattig aankijken? De expeditieleden hebben deze plek in hoofdzaak uitgekozen omwille van de bijzondere ligging. Puerto Niko ligt aan de voet van een gletsjer dat een schilderachtig uitzicht biedt op de ruime omgeving. Ik klim de gletsjer op om de ijzige vlakte vanuit de hoogte te kunnen overschouwen. Het panoramisch uitzicht is er één om nooit te vergeten. Een ijzigblauwe gletsjermuur weerspiegelt zich in het helderblauwe water, net als de rotspieken en de wit-rood-blauw gekleurde boot die als een soort aantrekkingspunt met vakmanschap werd toevertrouwd aan he! t schilderij. Mijn God, wat ben ik dankbaar dat deze plek zo veraf ligt en zo ontoegankelijk is... Een koppel uit Nederland vraagt me of ik hen wil inblikken. Terwijl ik hen vereeuwig met de wonderen van moeder aarde, betrap ik mezelf erop dat ik hen benijd. Dit enig mooi moment te kunnen delen met je geliefde moet een nimmer te wissen indruk achterlaten, al was het gebeiteld in het eeuwige ijs van dit zevende continent. Ik troost me met de gedachte dat ik genoeg woorden zal vinden om het tafereel na te schilderen opdat mijn geliefde ooit hetzelfde gevoel van verstrengelde verbondenheid met de natuur zou aanvoelen...
Ook in de namiddag kom ik zintuigen tekort om de sprakeloosheid bij het zien van de gigantische ijsgletsjers in Paradise Bay in woorden uit te drukken. Sommige ijsbergen lijken wel op bruidstaarten, majestueus en ietwat dreigend, overgoten met een scheutje Bleu Curaçao. De gletsjer van Perito Moreno was overweldigend, maar de confrontatie met het ijs is hier nog verbluffender. Een gevoel dat nog versterkt wordt doordat we een uur lang met een zodiac doorheen de ijsschotsen varen. Ik begin stilaan te begrijpen waarom Adrien de Gerlache hier een winter wou doorbrengen. Het verhaal doet immers de ronde dat Adrien de Gerlache zich bewust heeft laten invriezen op het Antarctische pakijs opdat hij op die manier de geschiedenis ging ingaan als allereerste expeditie die een winterlang op Antarctica vertoefde. Wie hier naartoe komt kan niet anders dan te bezwijken voor de schoonheid, al was het maar om de oneindige facetten aan kleuren. Hoeveel tinten van blauw bestaan er trouwens? A! ls ik naar de onregelmatig afgevlakte ijsbergen kijk die als romige ijstaartjes op het wateroppervlak dobberen, dan ontwaar ik zoveel verschillende blauwtinten dat ik niet eens een gok durf wagen. Het blauwe lichtschijnsel zou te verklaren zijn doordat het ijs alle kleuren van het kleurspectrum absorbeert, behalve het blauw. Een zoveelste natuurwonder... We sluiten de namiddag af met een kort bezoek aan de verlaten basis die eveneens gevestigd is op Paradise Bay. Terwijl ik vanuit de basis een zoveelste glimp werp op de overweldigende natuur kan ik alleen maar bevestigen wat Roald Amundsen, een expeditielid van de Belgica, ooit eens heeft neergeschreven in één van zijn dagboeken: “The land looks like a fairytale...”

Voet aan wal...

Anatartica - Half Moon Island & Deception Island, 06-03-2007 - (dagboek 5)


De ontdekking van Antarctica is er één van heroïsche verhalen, van zware overlevingstochten in barre weersomstandigheden en van spannende avonturenverhalen. Het continent werd pas in 1820 ontdekt en het duurde tot in 1911 voor de Noor, Roald Amundsen, als eerste de Zuidpool bereikte. Vele expedities hadden reeds hele delen van het zevende continent in kaart gebracht, maar waren er niet in geslaagd om ook effectief de geografische Zuidpool te bereiken.
Wanneer we ons klaarmaken voor de eerste landing per zodiac, probeer ik me een voorstelling te maken hoe de eerste ontdekkingsreizigers met hun zeilboten laveerden tussen de levensgevaarlijke ijsschotsen. Hoe ze ingesloten werden door meters dikke pakijs en zich genoodzaakt zagen de winter door te brengen op het koudste en droogste continent op aarde. Het moeten heldhaftige mannen geweest zijn, stoutmoedig en vastberaden...
Antarctica is het enige continent dat de mens nog niet naar de verdoemenis heeft geholpen en dat wil men zo houden. Strikt volgens het Protocol van de Antarctische Milieubescherming ondergaan we, voor we aan land gaan, een soort voetwassing. Op het dek staan metalen wasbakken met een chemisch reinigingsmiddel. Men wil hier kost wat kost het ecologisch systeem zo min mogelijk aantasten. Zo mogen ook nooit meer dan honderd mensen tegelijk aan land. Maatregelen die door de expeditieleden strikt worden nageleefd. Terwijl we met de zodiac’s aan wal worden gebracht op Half Moon Island ter hoogte van de South Shetland Islands, zie ik hoe een albatros een nieuwe dag induikt. Albatrossen lijken op grote meeuwen en halen moeiteloos de leeftijd van 80 jaar. Met hun lange, smalle vleugels maken ze handig gebruik van de opstijgende warme lucht waardoor ze soms dagen aan een stuk in de lucht kunnen zweven. Het is fascinerend om te zien hoe ze soms tot een paar centimeter boven het waterop! pervlak scheren om vervolgens weer pijlsnel de hoogte in te vliegen. Wanneer ik voet aan wal zet, voel ik me als een astronaut op de maan: nietig en klein te midden van een overweldigend, sneeuwwit landschap. Ik ben een beetje overdonderd. Niet alleen door het grote aantal pinguïns, adèlie- en kinbanpinguïns, maar evenzo door de prachtig gekleurde mossen.
Op het eiland is een Argentijnse onderzoeksbasis gevestigd. De basis was de voorbije jaren in onbruik geraakt en mede door het gure winterweer drong een grondige opknapbeurt zich op. Een taak die verricht wordt door een veertiental militairen. Na vier maanden afgesloten van de buitenwereld gaan ze hun laatste week tegemoet. Voor de gelegenheid hebben ze er ook een postkantoortje opgericht. Ik laat een viertal postkaarten afstempelen, in de hoop dat ze ooit het verre België bereiken.
In de namiddag doen we Deception Island aan, een vulkanisch onderdeel van de Zuid Shetlandeilanden. Op het eiland vormen de verroeste sillo´s de stille getuigen van een walvisstation dat in 1911 werd opgericht en er leefde van de walvisvangst. Twintig jaar later werd de basis mede door de oliecrisis van 1930 gesloten. Tijdens de tweede wereldoorlog werd het opnieuw in gebruik genomen, maar ditmaal door de Engelse luchtmacht die er hun basis (Base B) installeerden. Na de oorlog werd het een onderzoeksbasis. De vulkaanuitbarsting op 23 februari 1969 betekende meteen ook het definitieve einde van het eiland. Een tiental jaar terug werd het eiland toegevoegd aan de lijst van Historisch Beschermde Sites. Het is een confronterende ontmoeting: de pregnante tekenen van menselijke activiteit te midden van een desolaat eruptisch landschap. Het staal heeft het eiland een architectonisch karakter en oogt bijzonder fotogeniek. De ijsberen onder ons nemen na de klim tot aan Neptune´s Window een duik in het ijskoude sop om vervolgens al bibberend terug op temperatuur te komen in een ! door de expeditieleden gegraven kuil met daarin heet thermaal water. Ook ik laat me verleiden en huppel als een koude pinguïn uit het koude water om een paar tellen later de warmwaterbron op te zoeken.
Onze eerste dag zit erop. Terwijl de boot koers vaart naar onze volgende bestemming krijgen we van de expeditieleden te horen dat we een Belgische dag tegemoet gaan. Morgen staat namelijk volledig in het teken van de Belg, Adrien de Gerlache en als alles naar wens verloopt zouden we ´s avonds het Lemaire kanaal voorbijvaren. Een beetje thuisgevoel te midden van een ongerepte, witte wereld...

Geen geboren zeeman...

Anatartica - Drake-passage, 05-03-2007 - (dagboek 4)


De beruchte deining op de Drake Passage mag dan wel uitblijven, de zee blijft me parten spelen. De misselijkheid heeft plaats gemaakt voor buik- en rugpijn. De vele uren horizontaal liggen heeft duidelijk geen positieve uitwerking op mijn rugspieren. Andermaal loop ik langs bij de arts. De ziekenboeg heeft iets weg van een armtierig operatiekamertje waar toestellen staan die wellicht al in eeuwen geen dienst meer doen. Medicamenten lijken me zowat het enige dat hier niet de houdbaarheidsdatum overschrijdt... Tot vervelends toe zoek ik de besloten ruimte van mijn cabine. Ik vervloek mezelf, want mijn belabberde toestand verhindert me om echt kennis te maken met mijn medepassagiers.
Toch ben ik er al in geslaagd om enkele gelijkgestemden op te sporen. In de eerste plaats de Vlamingen natuurlijk. Hoe ver we ons ook begeven van onze thuishaven, we blijven er toch nog steeds door aangetrokken, al was het maar door contact met landgenoten. In totaal zijn we met zeven Belgen aan boord. Een absoluut record! Naast Carl uit Mechelen, is er ook nog Odette Kiekens uit de streek van Dendermonde. Deze 74-jarige dame is net als Carl speciaal naar Ushuaia gevlogen om de reis van haar leven te maken. De vier andere plaatsen worden ingenomen door één en dezelfde familie, familie Van Hemelrijck uit Antwerpen. Zij zijn al acht maanden onderweg. Hun trip naar Antarctica maakt deel uit van een dertien maanden durende rondreis doorheen de wereld. Met hun twee kinderen van acht en twaalf jaar, Vicky en Jonathan, hebben ze reeds vijf continenten aangedaan, goed voor 14 landen. Voor het hele gezin moet het een fantastische ervaring zijn. Ze reizen rond met vliegtuig, boot, tr! ein, bus en auto. Overnachten meestal in kleine hotelletjes of jeugdherbergen of soms in hun tent. Een wereldreis in dertien maanden, het lijkt me haast ondenkbaar...
Op de boot ontmoet ik ook een lotgenoot, Niel. Hij fietst een jaar lang in Paraguay, Uruguay, Chili en Argentinië. Hij is afkomstig uit Amerika, maar woont al jaren in Taiwan. Nu ja, wonen is voor hem een relatief begrip. In wezen is hij al 25 jaar 'on the road', nu eens met de fiets, dan weer met het openbaar vervoer. Van beroep is hij leraar Engels. Als het reisgeld op is, dan zoekt hij opnieuw een baantje voor een paar maanden. Net voldoende om opnieuw een paar maanden te gaan zwerven. Zijn tent is zijn hotel, zijn ogen zijn fototoestel. Hij is volgens mij de enige die hier geen fototoestel op zak heeft. Wat hij ziet slaat hij op in zijn fotografisch geheugen. "Ik reis voor mezelf, nier voor anderen..." Een -op zijn zachtst uitgedrukt- bijzondere man...
Het is trouwens opvallend dat voor het leeuwenaandeel van de 82 passagiers deze trip naar het meest zuidelijke continent een onderdeel is van een langere reis die schommelt van 3 , 6 tot 12 maanden. Degene die doelbewust hier naartoe zijn gekomen, hebben hun ticket vaak al maanden of zelfs al een jaar vooraf aangeschaft, zoals Bart Bakker en zijn vriendin. Dit Nederlands koppel is voor een jaar op rondreis, eveneens met een ‘rond-de-wereld ticket’. Wat me ook opvalt is dat de langdurige reizigers vaak aan landenschopping doen. Met hun ticket vliegen ze van het ene land naar het andere, net voldoende om er de hoogtepunten te bezoeken en vervolgens weer naar een andere bestemming vliegen. Hun koers is in hoofdzaak bepaald door een kompas dat ‘South American Handbook of Lonely Planet’ heet. Een reisformule waar ik mijn vraagtekens bij heb. Mijn route wil ik liever laten bepalen door een echt kompas, één die niet voorgedicteerd is en waar ik de kans nog heb om het etiket van rei! ziger achter me te laten. Een kompas dat niet altijd met de stroom in meegaat, maar soms eens tilt slaat en me rondjes laat fietsen op plekken die nog niet platgetreden zijn door de landenshoppers. Een kompas zoals de Zuidpoolvaarders die gebruikten: onvoorspelbaar en avontuurlijk....
Rond etenstijd varen we het Antarctisch Schiereiland binnen. De open zee verandert in een elfjesachtig landschap met besneeuwde bergtoppen. De eerste brokken ijs dobberen voorbij als ijsblokjes in een long drink. Ik zie hoe de eerste lading avonturiers in hun dikke winterjassen naar het bovenste dek rennen om er de eerste foto´s te schieten van een psychologisch niemandsland. De verkleumde kou trotserend speuren ze het landschap af en klikken een zoveelste keer af. Wat prijs ik me gelukkig dat we in het digitaal fototijdperk zijn aanbeland. Helaas is er ook een keerzijde aan deze evolutie. We fotograferen niet meer, maar schieten enkel nog plaatjes. We kijken niet meer met een fotografisch oog naar de dingen, vergeten stil te staan bij de essentie van het beeld, de beeldkadrage, het verhaal achter het beeld. Veel staat tegenwoordig voor goed... Een fout waar ik mezelf al meerdere keren op heb betrapt, maar gelukkig slaag ik er af en toe in om ook op zoek te gaan naar het waa! rom een bepaalde foto een ander verhaal vertelt wanneer ik een andere kadrage kies. Foto´s moeten beelden oproepen, zonder woorden. Moeten een verhaal vertellen zonder zinnen. Foto´s illustreren hoe we de wereld bekijken: scherpzinnig, achterdochtig, afstandelijk.... al was het een kunstwerk op zich...

In de greep van Drake-passage...

Anatartica - Drake-passage, 04-03-2007 - (dagboek 3)


In het holst van de nacht word ik wakker. De boot schommelt op en neer en ik voel hoe de deining van de zee me in zijn greep heeft. Ik voel me duizelig en allesbehalve kiplekker. In het halfduister zoek ik het toilet op. Ik lijk wel leeg te lopen, onwaarschijnlijk! Dit voorspelt niet veel goeds. Aan de ontbijttafel werk ik nauwelijks twee happen naar binnen. Het past niet bij mijn zelfbeeld, maar ik moet toegeven: ik ben hondsziek of beter gezegd zeeziek. In de ziekenboeg krijg ik van de dienstdoende dokter pillen tegen zeeziekte. Op het bijwonen van enkele lezingen na, lig ik de hele dag in mijn bed. Mijn eerste dag op open zee, door de Drake-passage, is er eentje om snel te vergeten. Hou zouden de Zuidpoolvaarders zich hebben ingedekt tegen zeeziekte? Het moet een onvoorstelbare overtocht geweest zijn... Bij het avondmaal zie ik hoe mijn vanillepudding als een losgeslagen ijsberg walst doorheen de strooperige caramelsaus. Het beeld maakt me nog zieker en een weinig later k! ots ik mijn avondmaal uit. Ik verdubbel mijn dosis pillen in de hoop mijn weerstand te verhogen. De dokter geeft me evenwel weinig hoop. Morgen varen we namelijk door het epicentrum van de Drake-passage, daar waar de Pacific en de Atlantic samensmelten en botsen tegen de koude poolwateren. Een confrontatie die meestal gepaard gaat met beruchte deiningen. Ik ga een tweede, slapeloze nacht tegemoet...

Een beetje pioniersgevoel...

Argentinië - Ushuaia/Antarctica, 03-03-2007 - (dagboek 2)


Terwijl ik me naar de kade begeef, vraag ik me af wat de expeditie-pioniers in hun plunjezakje mee hadden. De inhoud van mijn veel te zware rugzak zal wel bitter weinig gelijkenissen vertonen. Of toch, misschien één iets, mijn fles vodka...
Vanuit de verte merk ik dat de Ushuaia-boot er geduldig bij ligt, alsof hij zich pshychologisch voorbereidt op zijn zware tocht. Dat is hij dus, el rompedehielo, de ijsbreker. De voorstevenen tonen onmiskenbare sporen van pijnlijke aanrakingen met harde ijsschotsen. Diep, ingekerfde snijwonden vormen de stille getuigen van de confrontatie met een ander continent, het meest ontoegankelijke...
Ik word opgewacht door een zestal hostesses, een erehaag vormend in de barruimte. Hun tweeledig pak verraadt dat dit een luxe-reis is. Amundsen en zijn kompanen zouden best opgezet zijn met zo´n ontvangst... Ik word meegetroond naar mijn cabine, nummer 413. De cabine oogt sober en stijlvol. Een stapelbed, een lavabo, een schrijftafeltje en een kleerkast. Het sanitair gedeelte geeft uit op de kamer ernaast en wordt dus gedeeld met vier man. Terwijl ik mijn spullen wat opberg, komt mijn kamergenoot binnen. Carl komt uit Mechelen en is veiligheidsingenieur. Al twintig jaar droomde hij ervan om ooit eens Antarctica op te zoeken. Hij is speciaal vanuit Beglië naar Ushuaia gevlogen in de hoop een last minute ticket op de kop te tikken. Iets wat hem op de valreep is gelukt. In zijn valies zie ik een fles rhum steken. Twee gelijkgestemden met een beetje pioniersgevoel...
Terwijl we het Beagle-kanaal uitvaren heffen we het glas. In gedachten toost ik op Scott, Shackelton en Amundsen, ontdekkingsreizigers die het pad hebben geëffend naar een continent dat 3 keer zo groot is als Europa. Het lijkt nog steeds als een sprookje. Het idee een kunstwerk te mogen ontmantelen waar slechts 30.000 personen per jaar toegang toe hebben, is op zich al een uitzonderlijke gedachte. Na de receptie volgt een korte briefing, een voorstelling van de expeditieleden, alsook een soort ´lifeboard drill´. De sfeer is gemoedelijk, haast feestelijk. Iedereen heeft hier blijkbaar al jaren van gedroomd en eindelijk is het zover. Na de maaltijd volgt een documentaire: “Antarctica: an Adventure of a different Nature”. De beelden doen me wegdromen en anderhalf uur later laat ik me op de deining van de golven in slaap wiegen...

Antarctica: een kunstwerk op zich...

Argentinië - Ushuaia/Antarctica, 03-03-2007 - (dagboek 1)


Schrijven maakt reizen intenser. Je kijkt en luistert beter en je proeft meer. De beelden die je waarneemt worden letters, woorden, zinnen, een verhaal. Het blijft me boeien. Terzelfder tijd zijn beelden ook selectief. Je gezichtsveld is beperkt en je slaagt er zelden in de achterkant te ontdekken. Beelden zetten je op een verkeerd spoor, zijn een schets van je eigen suggestieve gewaarwording. Beelden zijn als kunstvoorwerpen. Ze laten zich moeilijk vatten in gestroomlijnde zinnen. Maar dit maakt de confrontatie des te groter, des te leerrijker. Het beeld dat ik van mijn Antarcticareis heb, is zo´n kunstwerk. Elke vierkante meter van de boot vertelt een ander verhaal dat wordt aangedikt door geschiedenisboeken vol heroïsche verhalen van poolreizigers: Amundsen, Scott en Shackelton. Een expeditiecruise naar Antarctica in het kielzog van Magellaan en Adrien de Gerlache is op zich al een uitdaging, een avontuurlijk verhaal.
Is deze verre reis naar de Antarctische ijsvelden een ontdekkingsreis? Als kleine, fietsende, verdwaalde zwerver voelt het toch wel een beetje zo aan. De ontdekking van een nieuw verhaal, een ander facet van het kunstwerk dat bijna zes maand geleden gestalte kreeg. Waarom nog Antarctica eraan toevoegen? Ach, misschien omdat ik, net als wij allemaal, een soort bevestiging zoek van ons beeld naar ver. Zien wij het leven niet altijd groter dan het in werkelijkheid is? We streven naar meer en we streven naar ver. Ik streef vooral naar ver en verder te gaan, omdat ik weet dat dit pas het reizen boeiender maakt. Het levert andere aspecten op van het kunstwerk, het leert me de accenten te verleggen. Antarctica is een kunstwerk op zich. Nu nog onzichtbaar en goed ingepakt al had Christo ook daar voet aan wal gezet. Vanaf de 14de maart verwijder ik de verpakking, behoedzaam als een spannende thriller. Elf dagen lang zal ik kijken, luisteren en proeven opdat beelden woorden worden, woorden zinnen, zinnen een verhaal...