Afscheid nemen... |
Chili - Santiago, 05-05-2007 - (dagboek 21) |
 |
 |
Voor het eerst sinds mijn nu toch al bijna acht maanden durende zwerftocht valt het me zwaar om te vertrekken. Het afscheid wordt keer op keer met een dag uitgesteld en ook mijn fiets kijkt me met een alsmaar grotere en twijfelende onzekerheid aan dan ooit voorheen. Misschien is dat wel één van de moeilijkste dingen als je langdurig onderweg bent: het afscheid nemen. Op je weg kom je zoveel mensen tegen, sommige schuiven heel vluchtig je leven binnen en verdwijnen nog voor de de avond valt. Anderen stappen je wereld schoorvoetend binnen, reizen als het ware een eindje met je mee en je ontdekt herkenningspunten, raakvlakken. Je geplande stopplaats wordt een halte met slagbomen waar je niet zomaar langsheen fietst. Zo´n halte had ik gevonden bij Angeles Nuño en Mari Lopez, twee gescheiden vrouwen en hartsvriendinnen. Bij hen heb ik opnieuw de huiselijke warmte kunnen opsnuiven, een stukje geborgenheid en veiligheid. Ja, ook een zwerver heeft daar af en toe nood aan...
Gisteravond hebben we onze vriendschap en afscheid bezegeld met een avondje Japanse Sushi. Een mooie avond, met fijne mensen. Het vertrek was gepland voor vandaag, maar opstapelende, onvoorziene fietsproblemen hebben mijn planning behoorlijk overhoop gegooid. Gisteren heb ik de hele dag zitten sleutelen aan de fiets. Na bijna 10.000 km drong een grondige face-lift zich op. Zowat alles wat enigszins aan vervanging toe was werd vervangen: remblokken, kettingplateaus, tandwiel, derailleurwieltjes, voorste spatbord, achterste pikkel. Bij de gebruikelijke testrit werd ik opnieuw geconfronteerd met een ketting die af en toe over de tandwielen ging. Ten einde raad en bij gebrek aan de vakkennis van Luc Ostyn, zocht ik een plaatselijke fietsenhersteller op. Hij beweerde dat het probleem te wijten was aan het niet vervangen van de ketting. Ik twijfelde aan zijn uitleg, want de ketting was, op 20 km na, gloednieuw. Zijn nieuwe ketting kon evenwel het probleem niet verhelpen. Tot overmaat van ramp liet de klungelige fietsenhersteller mijn fiets onhandig vallen, waardoor de sleutel van het fietsslot brak. Ook dat nog... Uiteindelijk is alles nog in orde gekomen. Het slot is inmiddels hersteld door een sleutelmaker en de ketting loopt terug gesmeerd nadat ik er zelf een nieuwe Shimano-ketting heb opgelegd. Voor de tweede keer op een rij heb ik evenwel mijn kettingpons gebroken en dus zit er niks anders op om mijn vertrek met een dag uit te stellen en op zoek te gaan naar een nieuwe.
Mijn lang verblijf in Santiago heb ik donderdag nog afgesloten met een bezoek aan ‘El Cementerio General’. De tip om het kerkhof te bezoeken kwam van Allan De Wispelaere. Een jonge West-Vlaming die ook al behoorlijk wat heeft afgereisd en steeds op zoek is naar nog niet platgetreden reispaden. ‘El Cementerio General’ is tevens de plaats waar Salvador Allende begraven ligt en waar men een monument heeft neergezet voor de verdwenen (vermoorde) mensen onder het Pinochet-regime. Het kerkhof was inderdaad een bezoek meer dan waard en deed me een beetje terugdenken aan het even grootse Recoletakerkhof in Buenos Aires. Allan, in ieder geval, bedankt voor de tip!
Morgen vertrek ik definitief voor dag en dauw en vermoedelijk bereik ik het Argentijnse Mendoza binnen een dag of vier. Het zal opnieuw wennen worden: het opslaan van mijn tentje, het rudimentair koken, de klamme slaapzak bij het ontwaken, ...
Opnieuw op de trappers... |
Chili - Santiago, 03-05-2007 - (dagboek 20) |
Mijn stalen ros staat opnieuw vertrekkensklaar en ook de fietstassen kreunen terug onder het te torsen gewicht. Na een rustperiode van twee maand (Antarctica – Puerto Williams – Santiago – Valparaíso – Puerto Montt en Natales – Torres del Paine – Paaseiland) kriebelt het meer dan ooit om mijn zwervend bestaan opnieuw verder te zetten. Het zal andermaal een aanpassing zijn, zeker na de verwennerij van de voorbije weken. Ik zal vaak met heimwee terugdenken aan de gezellige, huiselijke warmte die ik ten huize Angeles Nuño en Mari Lopez heb mogen ervaren. Hun generositeit heeft me in staat gesteld om voldoende uit te kunnen rusten en te herstellen van een aanslepende verkoudheid.
Het belooft alvast een zware tocht te worden, want voor het eerst moet ik de Andes over. De afstand Santiago – Mendoza schat ik op een goeie 450 km. Vrijdagavond hoop ik de voet van de Andes te bereiken, zodat ik tijdens het weekend de klim kan aanvangen. Daar al het verkeer over dezelfde weg moet, is het er overwegend hondsdruk. Hopelijk valt de verkeersdrukte tijdens het weekend wat mee. Naast 29 af te haspelen haarspelbochten zal ik wellicht op zoek moeten gaan naar een bereidwillige chauffeur met pick-up. Over een afstand van ongeveer zes kilometer loopt er immers een tunnel onder de bergen die niet toegankelijk is voor fietsers en voetgangers. Vanuit Mendoza gaat het vervolgens verder, richting Salta en Jujuy. Tot slot zal ik nog eens de grens met Chili oversteken om er doorheen de droogste woestijn van de wereld, Atacama, te fietsen.
Ondertussen gaan we hier stilaan de winter tegemoet. En ook al blijven de temperaturen in de hoofdstad rond de twintig graden zweven, toch hebben de meeste winkeliers hun etalagepoppen reeds warm ingeduffeld. Vooral op grote hoogte vrees ik voor bitterkoude nachten. Gelukkig heb ik een slaapzak die temperaturen tot –20 graden kan trotseren. Desnoods slaap ik met muts en handschoenen....
De meid komt voor een voorlaatste maal aandraven met een heerlijke, gezonde maaltijd. Tijd om me nog eens lekker te laten verwennen. De voorlaatste keer...
Op wijnontdekking met 'Universal Wine'... |
Chili - Santiago, 30-04-2007 - (dagboek 19) |
 |
 |
Ik ontwaak in de roes van een te korte nacht en trek de naar kamille geurende donsdekens een paar centimeter hoger. Nestelend in mijn luxueuze concon, val ik opnieuw in slaap, wegdromend van een hemelbed met gouden spijlen en een baldakijn van wijnrood fluweel. Echt ontwaken doe ik pas wanneer ik het ontbijtbuffet aanschouw. Ik kom ogen en vooral magen tekort om de grote verscheidenheid aan ovenverse broodjes, koninklijk toespijs en exotisch fruit te proeven. Het ontbijt straalt klasse uit, net als de 21ste verdieping waar we slurpend uit porseleinen koffiekopjes een magistraal uitzicht hebben op de Cerro San Cristobal. Aan de westkant van de heuvel ontwaakt de stad twijfelend, niet goed wetend of het nu een verlengd weekend is of niet. De smog walst reeds over de stad en omhult de torenhoge gebouwen in een flinterdunne mistlaag. Wanneer Albert voor een tweede maal zijn ochtenlijke honger wil stillen, wordt hij aangesproken door de dienstdoende camarero. De ober had al bedenkelijk in mijn richting gekeken en opnieuw voel ik dat ik geviseerd word. Vanuit mijn ooghoeken zie ik hoe Albert schouderophalend en niet-begrijpend de ober beantwoordt. “We zullen het spel best maar eerlijk spelen en extra betalen voor het ontbijt.” Albert is er duideijk niet gerust in. Uiteindelijk betalen we, want het ontbijt is blijkbaar sowieso niet inbegrepen in de overnachting.
Acht uur stipt worden we opgehaald door de chauffeur van het wijnbedrijf ‘De Martino’. Net zoals zovele bodega´s is ook dit wijnhuis een familiebedrijf. Zijn ontstaansgeschiedenis gaat terug tot in 1934. In de voorbije decennia is ‘De Martino’ een gevestigde waarde geworden in het wijnwereldje. Het vervaardigen van wijn is tegenwoordig een miljoenenbusiness geworden waar aan de top managers, directeurs en kaderleden het hoge woord voeren. Ook wij worden er opgewacht door de salesmanager. Waar is de tijd gebleven dat het vervaardigen van wijn een kleinschalige aangelegenheid was, waar de druiven geplet werden door zachte, kleine meisjesvoetjes en de wijn op ambachtelijke wijze werd gebotteld. Zelfs toen ik als jonge twintiger naar de Bordeaux-streek afzakte om er mee te helpen aan de jaarlijkse druivenpluk, was er van romantiek nog weinig sprake. Ook toen al was alles er gericht op produktie en consumptie. De romantiek vond ik er wel af en toe terug tijdens de avonden na de noeste arbeid. Ik speelde er met de andere druivenplukkers petanque, dronk er pastis ‘Chez Bebère’ of spoelde het zweet van het zware werk weg met tafelwijn. Tafelwijn wordt er evenwel niet verbouwd ten huize ‘De Martino’. Hun produktie van één miljoen driehonderdduizend flessen per jaar draagt een kwaliteitslabel om u tegen te zeggen. Een kwaliteit die zich weerspiegelt in de uiterst verzorgde en onderhouden wijngaarden.
Marcello, ‘the winemaker’ van het bedrijf, laat ons kennis maken met het prille stadium van het wijnproces. Elke wijnrank heeft er zijn eigen nummer en krijgt in de loop der jaren via een bolletjessysteem een bepaalde waarde toegemeten. Alle wijngaarden zijn hier te kaart gesteld en Marcello weet haast intuïtief wanneer welke druif klaar is om geplukt te worden. De kleur van de bladeren van de druivelaar is hierbij een goeie graadmeter. Wanneer ze roder worden, verdwijnt de wat groene smaak van de wijn en is de druif stilaan klaar om geplukt te worden. Zover het oog reikt, zie ik wijnranken met zware, neerhangende druiventrossen. Aan beide kanten van de stoffige landweg staan honderden druivenranken, keurig in het gelid. Rozenstruiken omzomen er de wijnranken en geven de wijnvlakte een idyllisch karakter. De rozen hebben evenwel een soort ‘early warning signal’. Wanneer er namelijk ziektes of schimmels uitbreken, dan is de rozenstruik vaak de plant die het eerst wordt aangetast. Op die manier kan de wijnbouwer de nodige maatregelen treffen en verhinderen dat de ziekte de hele druivenoogst aantast. De wijngaard wordt er geflankeerd door groene heuveltoppen die deel uitmaken van de schilderachtige Maipo-vallei. Een adembenemende prentkaart...
Na de rondleiding krijgen we een powerpointpresentatie te zien waarin Marcello ons het belang aantoont van het klimaat en de plaats waar de wijn wordt verbouwd. Anderhalf uur staan we perplex van zijn kennis en zijn gedrevenheid. Marcello is een erudiet in zijn vakgebied. Al jaren reist hij de wereld rond om op de hoogte te blijven van de nieuwe tendensen binnen de wijnindustrie. Als geen ander weet hij verbanden te leggen met andere wijnsoorten en is hij in staat om de wijnproductie wereldwijd in kaart te brengen. In Chili kent hij elke wijnvallei, weet precies hoe de bodemstructuur in elkaar zit en welke wijn in welke vallei verbouwd kan worden. Van de 4300 km lange landengte is 1200 km geschikt voor de wijnindustrie. Het wijnhuis ‘De Martino’ beschikt over diverse wijngaarden waarvan de verst gelegen een goeie 400 km verwijderd is van het moederbedrijf. Op de verschillende terrassen worden meestal meerdere soorten wijn verbouwd. De grond is dan ook eigen aan de karakter van de wijn. Marcello heeft jaren studie gevoerd om uit te zoeken welke bodemelementen opportuun zijn voor een bepaalde druivensoort. We krijgen een haast universitaire uiteenzetting over de belangrijkste factoren in het prille wijnproces: zon, wind, water, bodem en plant. De invloed van de oceaan en de Andes beïnvloed het klimaat in grote mate en dat weet Marcello als geen ander. Ook het licht is van doorslaggevend belang inzake de kwaliteit van de te rijpen druif. Het uitzoeken van de verschillende invloeden is voor hem een soort levenswerk geworden. Voor Marcello schuilt er achter de wijn een hele filosofie. Goeie wijn is het resultaat van een onophoudelijke passie, een hartstocht waaraan je ziel blootlegt. Terzelfdertijd moet je als wijnmaker de wijn ook ‘willen leren kennen’. Hij verwijt dan ook de Fransen dat ze teveel met oogkleppen rondlopen. Ze voelen zich superieur, maar kennen niet eens hun wijnbuurlanden. Frankrijk is dan ook samen met Spanje en Italië zowat het enige land waar ze geen voet aan de grond krijgen. Maar Marcello laat het niet aan zijn hart komen. Hij staat volledig achter zijn filosofie en is ervan overtuigd dat ook hun kwaliteitsvolle wijnen binnen onafzienbare tijd de Franse tafels zullen sieren. Dat de wijn van hoge kwaliteit is, ondervinden we aan den lijve, wanneer maar liefst 10 verschillende soorten wijn (Cabarnet Sauvignon, Carmenère, Syrah, Chardonnay, Malbec, ...) aan een grondige analyse worden onderworpen. Ik heb me veiligheidshalve naast Albert gezet, zodat ik kan toezien hoe hij het rijke vocht tot zich neemt, de wijn in zijn mond laat rollen en in aanraking laat komen met al zijn smaakpapillen: zoet op het puntje van zijn tong, zuur en zout aan de zijkanten en bitter achterop. Vakkundig spuwt hij even later de wijnslok in de daartoe behorende beker. Ik laat de wijn als een draaikolk in mijn glas rondwalsen, snuif de aroma als een drugsverslaafde op en neem de eerste maal een te grote slok zodat ik met moeite de wijn kan laten rollen. Bij het uitspuwen gaat het bijna helemaal de verkeerde kant uit, want een deel van de wijn vloeit langs de buitenkant van de beker naar beneden. Mijn papieren servet doet gelukkig wonderen... Naarmate er meer en meer flessen worden aangerukt, lukt het me alsmaar beter. En tegen het einde van de sessie heb ik al een hele wijnwoordenboek aangelegd om de diverse smaken te benoemen. Het valt me trouwens op hoe inventief Kurt en Albert zijn in het beschrijven van de smaak. Mocht je niet weten dat ze het over wijn hebben, zou je zowaar denken dat ze een beschrijving geven van één of andere Zuid-Amerikaans schone: wulps, complex, elegant, ferm, rond, zwaar, sappig, scherp, vettig, vol, vlezig, knisperend, soepel, groen, fluwelig, aards, agressief,...
Iedereen is het volmondig eens dat het één voor één wijnpareltjes zijn en dat het een uitzonderlijke wijndegustatie was. Het wijnfeest gaat nog heel even verder in de vorm van een aangeboden lunch. Ook nu weer vloeit de wijn rijkelijk en geniet ik mateloos van al het lekkers. Miljard, wat zal ik vaak met heimwee terugdenken aan dit uitzonderlijk feestmaal, eenmaal terug op de fiets. In gedachten zie ik me al roeren in mijn pruttelend kookpotje met witte bonen in tomatensaus...
We moeten helaas afscheid nemen, want in de namiddag worden we verwacht bij een andere belangrijk wijnhuis, Casa Rivas. Dezelfde chauffeur brengt ons er naartoe of bijna net niet. Op anderhalve kilometer voor onze aankomst valt de chauffeur achter zijn stuur in slaap. Albert weet door zijn alertheid ons nog net te behoeden van een frontale botsing. Had de chauffeur stiekem onze uitgespuwde wijn opgedronken? Het bezoek aan de tweede bodega loopt echter op een sisser uit. De verantwoordelijke blijkt immers niet aanwezig en de verwachte wijnsessie beperkt zich tot een kleinschalig bedrijfsbezoek. Enigszins ontstemt verlaten we het prachtig domein. De stemming keert al gauw terug wanneer we per taxi naar Santiago worden teruggebracht. Op ons verzoek legt de vrouwelijke taxichauffeur Bob Marley op en luidkeels brullen we mee met zijn ‘no woman no love...’ of was het dan toch ‘no woman no cry?’...
We sluiten onze tweedaagse trip af met een laaste glas wijn op de hotelkamer. Er wordt getoost op een behouden voortzetting van de reis. Met enige spijt neem ik afscheid van de vier toffe gasten. Het was een onvergetelijk avontuur, waar ik nog vaak met de glimlach naar zal terugblikken. Kurt, Albert, Kurt en Stijn vanharte bedankt!
Incognito in San Cristobal Tower Hotel te Santiago... |
Chili - Santiago, 29-04-2007 - (dagboek 18) |
 |
 |
Iets voor tien uur ´s morgens ontmoet ik Albert Vanacker en Kurt Dewaele van ‘Universal Wine’ in het poepchique San Cristóbal Hotel. Ze zijn in het gezelschap van twee collega’s, Kurt Decat en Stijn van ‘Winetime’. Allen zijn ze voor een tiental dagen op zakenreis doorheen Argentinië en Chili. Albert heb ik een tweetal jaar terug leren kennen als cursist informatica. Het contact van toen is uitgegroeid tot een vriendschapsrelatie. Toen Albert vernam dat een goeie vriend van hem, Kurt Dewaele -zaakvoerder van het wijnbedrijf 'Universal Wine' te Beernem- naar Chili moest, werden plannen gesmeed om elkaar te ontmoeten in Santiago.En zo geschiedde…
Het weerzien is hartverwarmend. Wat doet dat deugd om weer eens dat sappige West-Vlaams boven te kunnen halen. Het geplande wijnbezoek naar de vallei van Casablanca is ter elfder ure afgelast. De wijnsessie voor morgen gaat wel door en zo besluiten we om van de onverwachte vrije dag gebruik te maken om Santiago te verkennen. De zon staat reeds hoog aan de hemel en al wandelend begeven we ons naar het centrum. De sfeer is gemoedelijk en al gauw voel ik aan dat we een fantastische tweedaagse tegemoet gaan.Van het centrale plein, Plaza de Armas, gaat het naar het presidentieel paleis, La Moneda, om uiteindelijk aan te komen in ‘El Mercado Central’. Op onze weg komen we terecht in een uitbundige feestparade. Het lijkt wel Rio de Janeiro... ‘El Mercado Central’ is zowat de vismijn van Nieuwpoort, maar dan net ietsje minder hygiënisch. Desalnietmin smaakt de vis er voortreffelijk. Rond drie uur keren we terug naar het hotel om er te genieten van de luxe: zwembad, sauna, stoombad, ... Incognito glip ik mee naar binnen en even later begeef ik mij in badjas naar het zwembad. Het lijkt haast onwerkelijk: de verdwaalde zwerver badend in de luxe en genietend van de relax-ruimtes. Misschien moest ik maar eens de naam van mijn website aanpassen, ‘de verwende zwerver’... De droom wordt nog completer wanneer Kurt en Albert me voorstellen om er te blijven slapen. De kamer is ruim genoeg en de vele donsdekens kunnen perfect dienen als slaapmatje. Ik twijfel geen minuut, te meer we de volgende morgen reeds om acht uur aan het hotel worden opgehaald door de chauffeur van het wijnbedrijf ‘De Martino’.
Na de verkwikkende herbronning gaan we op stap in de wijk Bellavista, één van de gezellige uitgaansbuurten van Santiago. In een knus Italiaans restaurant laven we onze dorst en stillen we onze honger. De wijn is voortreffelijk en het eten overheerlijk. Naarmate de wijn steeds rijkelijker vloeit, wordt het idee opgevat om enkele paaldanseressen op te gaan zoeken. Onze zoektocht brengt ons echter in de bar ‘Maestra Vida’, een Chileense salsatent. Bij het aanschouwen van de tientallen dansende koppels, vergeten we onze paaldanseressen en geven onze ogen de kost. Wat we te zien krijgen is een dansuitdrukking in haar puurste vorm. De wijze waarop de dansparen hun lichamen bewegen is haast onbeschrijfelijk. De lijven lijken wel moleculen die elkaar voortdurend aantrekken en afstoten in één gestroomlijnde beweging. Om geen mal figuur te slaan, wagen we ons niet op de dansvloer, maar eenmaal de danstent verlaten, proberen we toch enkele pasjes uit op straat. We sluiten de avond af in de bruine kroeg ‘Cuatro & Diez’. Op een minipodiumpje zingt een hippie liedjes uit vervlogen tijden van Cat Stevens en Bob Dylan. Rond één uur ´s nachts begeven we ons naar het hotel. Zelfverzekerd knik ik de nietsvermoedende nachtportier een goeie nacht en neem andermaal incognito de lift naar het tweede verdiep, kamer 227. Als in een droom val ik uitgeput in slaap...
Een vijf sterren hotel... |
Chili - Santiago, 28-04-2007 - (dagboek 17) |
Ik heb mijn zwervend bestaan terug aangevat, of toch niet helemaal. Na het vertrek van Lies, ben ik teruggekeerd naar de vrienden in Santiago, Angeles en Thomas. Ondertussen ben ik ondergebracht bij een vriendin van haar. Enerzijds omdat zij beschikt over een groter huis -zodat ik een eigen kamer heb- en anderzijds omdat ik daar wellicht vlugger zal herstellen van een aanslepende verkoudheid die de voorbije twee dagen gevaarlijke tekenen begon te vertonen van een longontsteking. Maar geen paniek, ten huize Mari Lopez word ik perfect opgevangen en in de watten gelegd. Het huis van Mari is zowat het beste hotel dat ik de voorbije zeven maand ben tegengekomen. Alle maaltijden worden er geserveerd -´s avonds heb ik keuze uit drie verschillende gerechten-, tussendoor krijg ik versgeperst sinaasappelsap of citroensap, mijn kleren worden gewassen, het bed opgemaakt, de kamer elke dag gedweild, ... Teveel om op te noemen! Het label ‘gezond’ en ‘heerlijk’ leven walst hier door de gangen van deze residentiële woonst. Misschien eerlijkheidshalve wel eventjes vermelden dat er hier een inwonende dienstmeid rondloopt... Ze is vol van adoratie over mijn zwervend bestaan. Gisteravond kwam ze met een atlas aandraven en vroeg ze me de route uit te stippelen. Voor haar is mijn fietstocht iets irreëels, iets bovenmenselijk. Nu met haar corpulent lichaampje, zie ik haar ook niet meteen de Andes oversteken. Al moet ik eerlijk bekennen dat ik de voorbije maanden ook een paar kilootjes (5) ben bijgekomen. Lies heeft me bij haar vertrek een hele valies gezonde eettips achtergelaten en tegen de tijd dat ik de Andes oversteek zal ik wel terug mijn normaal gewicht benaderen. Ik vermoed de derde mei mijn fietstocht opnieuw aan te vatten.
Ondertussen raakt mijn programma voor de komende dagen stilaan ingevuld. Het hoogtepunt is wellicht voor morgen. Om tien uur heb ik afgesproken met een goeie vriend uit Ieper, Albert Vanacker. Hij is samen met Kurt Dewaele van de firma ‘Universal Wine’ op doorreis doorheen Argentinië en Chili. Morgen bezoeken ze het wereldvermaarde wijnhuis ‘Casa del Bosque’ in de vallei van Casablanca. Mede door de bemiddeling van Albert mag ik hen vergezellen op deze culinaire wijntrip. Een absolute must voor een verdwaalde zwerver!
Tussendoor ben ik volop de volgende weken aan het voorbereiden. Met de twee landkaarten uitgespreid over de eettafel -ik zal nog eerst het noorden van Argenitinië wat gaan verkennen, alvorens nog een glimp op te vangen van Noord-Chili - probeer ik in te schatten hoeveel dagen ik nodig heb om op bepaalde bestemmingen te geraken. Een hele klus, mede omdat ik vanaf volgende week de Andes over moet. Gisteren kwam het bericht dat het is beginnen sneeuwen in Mendoza. Terwijl jullie genieten van een vroege zomer, ga ik stilletjes de winter tegemoet. Het zullen harde weken worden, vooral omwille van de extreem koude nachten. Zo las ik gisteren nog dat het er ´s nachts op sommige plaatsen tot –20 graden kan vriezen. Maar goed, gelukkig zijn we daar nog niet en kan ik nog genieten van heerlijk lenteweer in Santiago. Ik hoor de dienstmeid een zoveelste sinaasappelsap uitpersen. Tijd om me opnieuw eens te laten verwennen...
'Rapa Nui', een eiland met een hoge culturele eigenheid... |
Chili - Paaseiland, 23-04-2007 - (dagboek 16) |
 |
 |
 |
 |
De schrale zon breekt moeizaam doorheen het wolkendek wanneer we de hostal verlaten. Vandaag staat het andere deel van het eiland op het programma. De gids houdt een eerste maal halt op de site Vaihú, een plaats die omgeven is door enorme beelden, allen omgevallen of omgegooid met het gezicht naar de grond. Even verderop zien we een pukoa of topknot liggen, het bekende rode hoedje gemaakt uit rode vulkaansteen. In feite is zo´n topknot de voorstelling van een haardot. Op dezelfde site bemerken we enkele ronde door stenen gevormde cirkels met in het epicentrum een verweerde steen. De gids weet ons te vertellen deze cirkels deel uit maakten van de rituele begrafenissen. Ze liggen allen vlakbij de moai´s die allen op een soort platform staan, de zogenaamde ahu´s. Belangrijke persoonlijkheden werden er aan de achterzijde gecremeerd. Hun beenderen werden later in nissen ondergebracht die zich onder de moai´s bevinden. In de cirkel kwamen de familieleden na het overlijden één keer in de zoveel tijd samen om over de overledenen te praten en de kinderen zich hun voorouders te laten herinneren.
Via de moai's van Vaihu en Akahanga gaat het verder richting de Rano Raraku-vulkaan waar de moai's uit de bergwand werden gehakt en van daaruit over het eiland getransporteerd werden. Zo ver het oog reikt staan kris kras in het savannelandschap tientallen moai's, alsof ze gisteren pas half uitgehakt in de steek werden gelaten. De confrontatie met de beeldengroep is impressionant en geeft ons ook een beeld van het engelengeduld dat de eilandbewoners hadden om de stenen reuzen uit de lavarotsen te kappen. De moai´s getuigen van een beschaving met hoge artistieke en technische vaardigheden, zoveel is duidelijk. Op onze vraag hoe de eilandbewoners erin slaagden om de beelden intact naar de lager gelegen gedeelten van het eiland te brengen, vertelt de gids ons dat de bewoners gebruik maakten van vier essentiële elementen om de beelden te maken en te transporteren. De vier onontbeerlijke elementen, die ervoor hebben gezorgd dat de oorspronkelijke bewoners hun eiland konden opsmukken met de gekende moai´s, waren : vulkanisch steen, water, palmbomen en rietstengels. Uit de vulkanische rots kapte men de moai´s. Het water van de krater uit de vulkaan gebruikten ze om de rots te bevochtigen zodat ze de levensgrote beelden konden sculpteren met een toki, een rudimentair werktuig gemaakt uit een stuk basalt-steen. Palmbomen dienden dan weer om de beelden te vervoeren, richting kust. De rietstengels tenslotte waren ideale touwen om de metershoge beelden te verslepen en omhoog te hijsen op de ahu´s of platforms. Zonder deze natuurlijke elementen zou Paaseiland nooit een toeristische topper geweest zijn in de reisbestemmingen.
Vanop de top van de vulkaan kunnen we reeds een blik werpen op onze volgende stopplaats, Ahu Tongariki. Vanuit de verte doemen 15 gebeeldhouwde gedaantes op. Ze staan er net als alle andere moai´s op één rechte lijn. Hun aantal maakt de site bijzonder indrukwekkend. We worden er heel even stil van. Ook de ligging, allen met hun rug naar de vlakbij gelegen zee gericht, maakt de verzameling beelden tot een fotogeniek geheel. Ook onze gids geeft toe dat hij telkens weer gecharmeerd wordt door deze unieke plek. Van oorsprong is hij afkomstig uit West Virginia, in Amerika. Zijn eerste kennismaking met dit magisch eiland dateert van 1999. Hij werd er verliefd op het tropisch eiland en één van zijn bewoners. Zijn twee jonge kinderen spreken er de taal van het eiland, het Rapa Nui´s. Ondanks het feit dat hij er goed is ingeburgerd, denkt hij eraan om met zijn familie terug te keren naar Amerika. Hij vreest vooral dat zijn kinderen hier weinig toekomst-mogelijkheden zullen hebben. Op mijn vraag of hij het subtropisch klimaat niet zal missen, knikt hij instemmend. Niet alleen het overwegend goeie klimaat ligt hem nauw aan het hart, ook de culturele eigenheid van de bevolking weet hem best te bekoren. Vooral begin februari komt hun unieke, hoogstaande cultuur ten volle tot uiting tijdens het jaarlijks folklorefestival ´Tapati Rapa Nui´. Tijdens dit festival wordt de ´koningin´ van het eiland verkozen. De verkiezing heeft niets met een missverkiezing van doen, want de deelneemsters beconcurreren elkaar in allerlei traditionele activiteiten, zoals dansen, zingen, vissen, kransen vlechten en beeldhouwen. Ook de mannen meten hun krachten door op de stam van een bananenboom een vulkaanhelling af te glijden of met twee bananentrossen op de schouders langsheen de krater van de vulkaan te lopen. Het gebeuren trekt elk jaar enkele duizenden bezoekers van over de hele wereld. In gedachten overloop ik mijn verdere reisplannen en zie alsnog een waterkansje om er tijdens deze uitzonderlijke perioda van het jaar terug te keren. We zien wel...
We zetten onze leerrijke tocht verder en houden halt bij ´Ahu te Pito Kura´ aan de Noordkust van het eiland. Daar vinden we niet alleen de grootste moai (ongeveer 10 m hoog) van het eiland, maar tevens de bolvormige steen, de navel van de wereld. Eilandbewoners legden er hun handen op omdat ze geloofden dat het uitzonderlijke krachten bezat. We scharen ons rond de mooi gepolijste steen en stappen heel even in de voetsporen van de oorspronkelijke bewoners door onze handen te laten rusten op de ´navel van de wereld´. Wie weet brengt het ons wel voorspoed... We eindigen onze trip op dezelfde plek als gisteren, het exotisch strand van Anakena. Hier bevinden zich de bijna intact bewaarde moai´s met hoedje. De dreigende onweerswolken pakken evenwel opnieuw samen en enkele ogenblikken later openen de hemelsluizen wederom in alle hevigheid. Paaseiland is verrassend en onvoorspelbaar. Eenmaal terug in het stadje Hanga Roa kopen we nog enkele souvenirs. Morgen keren we terug naar Santiago. Daar eindigt ook onze gezamenlijke rondreis doorheen Chili. Ik zal met enige heimwee terugblikken naar de voorbije drie weken. Lies was uitstekend reisgezelschap en intuïtief voel ik aan dat ik met spijt in het hart mijn tocht eenzaam zal verder zetten. Nu ja, ook het zwervend eenzaam bestaan heeft zijn voordelen...
De mysteries van Paaseiland... |
Chili - Paaseiland, 22-04-2007 - (dagboek 15) |
 |
 |
 |
 |
Het heeft de hele nacht water gegoten. Wanneer we ons naar de gezellige kleine eetruimte begeven, roffelt de regen op de golfplaten beschutting. Zoals verwacht wordt, blaast onze gids de geplande rondleiding af en maakt hij een nieuwe afspraak voor de volgende dag. Een hele dag niksen zien we evenwel niet zitten en dus besluiten we zelf een wagen te huren en erop uit te trekken. We opteren om die sites aan te doen die we morgen -hopelijk bij goed weer- niet zullen bezoeken met onze gids. We rijden zuidwaarts om er op zoek te gaan naar de Rano Kau vulkaan met de bijhorende ruïnes van het Orongo village. De weg is op vele plaatsen door de hevige regenval herschapen tot een modderpoel, maar onze kleine jeep walst er moeiteloos doorheen. De uitgedoofde vulkaan van Rano Kau meet in diameter van 1,6 km en heeft bij dit druilerige weer iets tragisch. Het lijkt wel of de tragische geschiedenis van de Paaseilanders erin vervat ligt. Een geschiedenis die teruggaat tot in 1862. In dat jaar kidnapte een groep Peruaanse zeerovers ongeveer 1400 eilandbewoners om als slaven te gaan werken op de suikerrietplantages van het vasteland. Onder druk van missionarissen en diplomaten konden er slechts een vijftiental overlevenden terugkeren. Bij aankomst veroorzaakten ze een pokkenepidemie die tachtig procent van de achtergebleven vierduizend eilanders het leven kostte. In 1865 vestigden zich Franse missionarissen en zakenlieden op het eiland. De schapenteelt werd er geïntroduceerd, maar het verschepen van de eilandbewoners naar andere plekken om er te werken op de plantages of om beter opgeleid te worden in het geloof, bleef aanhouden. Al deze contacten brachten nieuwe ziekteplagen mee en in 1870 bleven er nog maar slechts 110 Paaseilanders over. Van het dorp Orongo zijn alleen nog romantische ruïnes terug te vinden die getuigen van een uiterst creatief volk. Zo zijn er her en der petrogliefen te zien, symbolische tekeningen in de rotsblokken gekerfd die vroeger met natuurlijke verfkleuren werden opgesmukt. De meeste zijn vaag, maar vlakbij de vulkaan ontcijferen we toch een afbeelding van een soort vogelmens. De tekening zou verwijzen naar de zogenaamde vogelmancultus die vanaf de zeventiende tot de negentiende eeuw op het eiland in zwang was. Afgevaardigden van iedere clan zwommen elk najaar naar het twee kilometer verder liggende eiland Moto Nui om daar het eerste ei van de zeezwaluw te bemachtigen. De winnende familie mocht dan de vogelman leveren, die voor een periode van een jaar de politiek-religieuze leider van het eiland was. Het slechte weer blijft ons parten spelen Wanneer we ons naar Ahu Akivi begeven, gutst de regen met bakken uit de hemel. We profiteren ervan om te lunchen in de auto in afwachting dat de regenvlaag overgaat. Ahu Akivi is één van de meest bekende sites. Het bestaat uit zeven beelden die ver landinwaarts staan en die anders dan de meeste beelden zeewaarts kijken. Volgens de verhalen zijn de zeven Moai´s, die ongeveer 4,8 meter hoog zijn, zeven jonge ontdekkingsreizigers die door de Polynesische koning Hotu Matu'a werden uitgezonden om een nieuwe thuis voor hem en zijn volk te zoeken. Of het verhaal klopt is een groot vraagteken. De mysterie rond de beelden is typerend voor heel Paaseiland. Als je de beelden bekijkt, vraag je je af hoe de eilandbewoners dit allemaal hebben klaargespeeld. Tenslotte beschikten ze allesbehalve over gesofistikeerd materiaal om de beelden te maken, laat staan te transporteren. Bij het verlaten van de site is de weg op sommige plaatsen één grote vijver. Lies kijkt wat bevreesd en maant me aan om rechtsomkeer te maken. Helaas te laat... De ondeugende jongen in mij ziet zijn kans schoon om een vleugje Paris-Dakar op te snuiven en enkele tellen later spat het slijk als een vieze modderbrij langs ons heen. Eén maal de eerste plas voorbij, herhaalt het spektakel zich eindeloos. Ook Lies voelt zich al in een mum van tijd op haar gemak en heel even vergeten we zelfs dat we er rondtoeren om er de bekende moai´s te zien. We sluiten onze dolle rit langs de modderige wegen af bij het met palmbomen omzoomde strand van Anakena. De donkere, dreigende onweerswoken bezorgen het strand een troosteloos aanblik. Onder een afdakje staat een man te tokkelen op zijn gitaar. Drie uit het raam leunende meisjes zingen er in hun eigen taal, het Rapa Nui. De zuiderse klanken doen ons heel even geloven dat we op een paradijselijk eiland beland zijn. De zoveelste regendruppel ontwaakt ons evenwel uit onze tropische droom...
Een archeologische snoepwinkel... |
Chili - Paaseiland, 21-04-2007 - (dagboek 14) |
 |
 |
 |
 |
Gitaarklanken verwelkomen ons wanneer we het kleine luchthavengebouwtje verlaten. Bij de ingang staan tientallen hospedaje-houders de toeristen op te wachten. Een twintigtal namen prijken in de lucht en ik zie hoe toeristen worden getooid met zelfgemaakte bloemenkransen. Ook wij krijgen ter verwelkoming een bloemenkrans om. De muziek, het gezang, de vriendschappelijke verwelkoming, ... Het hoort nu eenmaal bij Paaseiland, het kleine subtropische eiland in de Stille Zuidzee. De eigenaar van de hostal trakteert ons op een city-trip doorheen de stad, geeft ons tips inzake inkopen doen en laat ons al een eerste blik werpen op enkele moai´s, de wereldberoemde, kolossale stenen beelden die Paaseiland zo typeren.
Het is half drie in de namiddag. De temperatuur zweeft rond de dertig graden. Het is drukkend warm en bewolkt. We beschikken in wezen over relatief weinig tijd om het eiland te bezoeken (slechts twee volle dagen) en besluiten daarom meteen op verkenning te gaan. Paaseiland is amper 162 vierkante kilometer groot en telt slechts 1 stad, Hanga Roa. Het centrum is niet meer dan een hoofdstraat waar zowat alles gelokaliseerd is: de bank, de post, enkele kruidenierszaken, een handvol restaurants en evenveel souvenirwinkels. We flaneren er langs en snuiven er de zuiderse sfeer op. De geur van papaya en mango waait ons tegemoet en enkele tellen later nippen we reeds aan overheerlijke, uitgeperste vruchtensappen.
Onze tocht langsheen de moai´s starten we vlakbij het centrum. Tegen de vloedlijn van de zee staan enkele in steen uitgehakte beelden. Ze zouden het werk zijn van Polynesiërs die het eiland omstreeks de zesde of zevende eeuw na Christus hebben gekoloniseerd. In volstrekte afzondering van de rest van de wereld brachten ze er een hoogst originele cultuur tot stand, die door monumentale architectuur en beeldhouwkunst wordt gekenmerkt. De moai´s zijn wellicht afbeeldingen van hun voorouders. De eerste westerling die voet zette op Paaseiland was evenwel een Nederlander, met name Jacob Roggeveen. Hij ontdekte het eiland op paaszondag in 1722. De Paaseilanders zelf noemen hun eiland ´Rapa Nui´, de Grote Steen, of ´Te Pito o te Henua`, Navel van de Wereld. Die laatste naam beklemtoont vooral de geïsoleerde ligging.
Sommige beelden hebben de tand des tijds met moeite doorstaan en zijn aan restauratie toe. In de voorbije jaren heeft men grote inspanningen geleverd om de honderden moai´s recht te zetten en te restaureren. In 1840 werd namelijk vastgesteld dat alle moai´s van hun voetstuk waren gestoten en vele waren zwaar beschadigd. Wellicht lag een bloedige oorlog rond eind 17de eeuw hiervan aan de basis. In die periode was de bevolkingsdruk op het eiland zo groot (geschat wordt dat er 20.000 inwoners waren), dat er regelmatige hevige vijandelijkheden uitbraken. We lopen een heel eind langs de kuststrook en vergapen ons aan een groots openluchtmuseum. Volgens een recente telling zou dit kleine eiland meer dan zestienduizend archeologische vindplaatsen herbergen. Daarmee is Paaseiland wellicht de grootste snoepwinkel voor archeologen. Tegen valavond keren we terug naar onze hostal. We hebben er een afspraak met een lokale gids die ons morgen een daglang zal begeleiden langs de meest interessante sites. We sluiten de avond af in één van de talrijke restaurantjes. Paaseiland leeft hier voor 99 % van het toerisme. De menukaart is opgesteld in vier talen en de ober spreekt er maar liefst vijf. In het lichtschijnsel van de maan zie ik hoe de stenen reuzen als raadselachtige bodyguards het eiland bewaken. Ook zovele duizenden jaren later lijken ze nog steeds op magische wijze het dorp te beschermen...
Het trekkersgevoel haalt de bovenhand... |
Chili - Puerta Natales, 18-04-2007 - (dagboek 13) |
 |
 |
Onze gebeden werden aanhoord, want tijdens onze laatste dag schoven de wolkengordijnen meer dan eens open en konden we genieten van een verbluffend panoramisch zicht. Het ijskoude water van de meren kleurde opnieuw smaragdgroen en meermaals vingen we een glimp op van de uitzonderlijke fauna en flora die er welig tierde. Met een arendsblik speurden we het luchtruim af op zoek naar een kolonie condors. Vlak voor het verlaten van het park werd ons geduld beloond. Tientallen condors zweefden cirkels in de lucht en kleurden de hemel als een circustent. Pure acrobatie in vrije vlucht...
Vijf dagen lang hadden we kennis gemaakt met een diversiteit van landschappen en het wispelturig spel der natuurelementen. Vier seizoenen hadden we getrotseerd en met de dag was de hoop geslonken dat we het vooropgestelde parcours volledig konden afleggen. Ach, als je een dergelijke tocht onderneemt gaat het in de eerste plaats om het trekkersgevoel. Het gevoel de vrije natuur in te stappen, alles achter je te laten en je gedachten te laten dwalen in je voetstappen. Wegmijmeren in een oase van rust en mateloos genieten van de woeste schoonheid van een wonderbaarlijk mooi Nationaal Park.
Nog niet helemaal de vele indrukken verwerkt van onze vijfdaagse tocht, zijn we alweer op weg naar een ander natuurfenomeen: de gletsjer Perito Moreno. Twee maand terug was ik ooggetuige van dit wereldwonder, vandaag wil ik Lies hetzelfde gevoel laten ervaren. De busrit van Puerto Natales naar de gletsjer duurt exact zes uur, maar is het andermaal meer dan waard. Ook Lies wordt heel even stil wanneer ze oog in oog staat met de gletsjer, een panoramische foto groot. De blauw-witte ijsrivier vol scheuren en spleten ziet er tegen de achtergrond van de grijze wolken haast nog indrukwekkender uit. Het ijs kraakt en sporadisch breken er brokken af van het ijsfront. Met een oorverdovend gerommel vallen ze in het water, dobberen heupwiegend om hun as en drijven enkele tellen later als verdwaalde ijsschotsen over het meer. Het schouwspel duurt hooguit enkele seconden, maar blijft ons fascineren. De grillige ijsformatie heeft iets weg van een verzameling blauwwitte kleurpotloden, soms eens dicht aanleunend, dan weer eens ver uiteen, een gapende kloof achterlatend. Bij het verlaten van de gletsjer werp ik nog heel even een blik in de richting van de walsende ijsschotsen. Ze lijken haast gesculpteerde kunstwerken...
Morgen gaan we nog heel even naar Punta Arenas, de meest zuidelijke stad van het Chileense vasteland. Vandaar vliegen we terug naar Santiago om er een dag later het vliegtuig te nemen naar Paaseiland, onze laatste gezamenlijke etappe. Het relaas van Paaseiland mag je verwachten rond de 26ste. Daarna zet ik mijn zwervend bestaan per fiets verder, met als grootste uitdaging het doorkruisen van de droogste woestijn van de wereld, Atacama. Ongetwijfeld een nieuw facet om aan het kunstwerk toe te voegen...
De wispelturigheid van de natuurelementen... |
Chili - Torres del Paine, 16-04-2007 - (dagboek 12) |
 |
 |
De voorbije nacht hebben we bijna geen oog dicht gedaan. De slaapzakken voelen klam aan en dikke sneeuwpakken vallen met een oorverdovend geluid op het tentzeil. De ganse nacht heeft het fel gesneeuwd waardoor de takken boven ons tentje gevaarlijk neerbuigen. Wanneer ik aanstalten maak om water te halen voor onze dagelijkse portie havermoutpap, stel ik vast dat we nachtelijk bezoek hebben gehad. Onze ene rugzak met eten is op twee plaatsen stukgebeten en zowel het brood als de chocolade vertonen duidelijke sporen van een uitgehongerd knaagdiertje. Kampeerders zijn hier ongetwijfeld graag geziene gasten...
Gisteren waren we bij valavond aangekomen in Campemento Italiano. Acht uur lang hebben we gestapt doorheen een landschap dat nu eens Alpijns oogde, dan weer eens Noors. De azuurblauwe berglagunes lagen er als vormloze geboetseerde cirkels in een glooiende omgeving. Donkergrijze wolken snelden voorbij als dreigende aasgieren en werden geflankeerd door een gure wind. Het onvoorspelbare weer in dit gebied bezorgt de trekking een bepaald aanzien. Zo barstte rond vier uur in de namiddag het dreigende onweer in alle hevigheid los, waardoor we druipnat aankwamen op onze overnachtingsplaats. In de gietende regen stelden we ons huisje op, lieten voor één keer de ceremonie van het koken -kookset bovenhalen, waterzak vullen, windvrije plaats zoeken, kookvuurtje aansteken- achterwege en kropen met het geluid van druipende regendruppels op het tentzeil in onze slaapzak. Het slechte weer had er andermaal voor gezorgd dat we onze vooropgestelde eindbestemming niet hebben gehaald. De ‘Torres’ leken verder weg dan ooit...
Het sneeuwlandschap geeft ons een kerstgevoel en verleidt ons om een zoveelste prentkaart te digitaliseren. De sneeuw ligt er op sommige plaatsen wel 20 cm dik en maakt het stappen extra lastig. Rond de middag maakt de dwarrelende sneeuw plaats voor fijne stuifregen. De hemel ziet potloodgrijs en hult de besneeuwde bergpieken in een ondoorzichtbare mistsliert. We geven de hoop op om de drie granieten pilaren, hét symbool van ‘Torres del Paine’, in al zijn schoonheid te zien. De sneeuwval heeft het kamperen haast onmogelijk gemaakt en dus besluiten we te overnachten in de refugio Cuernos. We leggen, net als zovele uitgeregende trotters, onze stapschoenen te drogen bij de houtkachel die de gezellig ingerichte herberg verwarmt. Morgen onze laatste dag, deze keer hopelijk met een vleugje zon...
De filosofie van het reizen... |
Chili - Torres del Paine, 14-04-2007 - (dagboek 11) |
 |
 |
We worden wakker met drijvende ijsschotsen die tikken als vroege ijsklontjes tegen een ontwakende vloedlijn. Dit idyllisch beeld alleen al is de verre tocht naar Torres del Paine meer dan waard. Zeg nu zelf, bestaat er een mooiere plek om te ontwaken, het ontbijt te nuttigen en nog wat te keuvelen? Misschien zal ik dat wel het meest missen: de mooie vergezichten, de schilderachtige ogenblikken waarop de nacht de dag raakt, de verrassende ontmoetingen, de blikken van ongeloof en jaloersheid.
Reizen is een levenswijze die één ieder op een andere manier beleeft. Voor de meesten staat reizen synoniem voor een twee- of driewekelijkse, al dan niet buitenlandse, vakantie. Drie ingrediënten zijn hierbij bepalend: zon, lekker eten en comfort. Voor iemand die langdurig onderweg is, zijn bovenvermelde ingrediënten evenzo belangrijk, maar minder doorslaggevend voor het welslagen van de vakantie. Je reist doorheen de siezoenen, je slaapt bij de lokale bevolking en eet er wat de pot schaft. Je trotseert koude en regen, brengt de nacht door op flinterdunne, muffe matrassen en slikt de veel te taaie brokken vlees uit beleefdheid onopvallend in. Blijf je lang genoeg op eenzelfde plaats rondhangen, dan slaag je er soms in het label van toerist heel even achter je te laten en één van hen te worden. Dat maakt het reizen net iets anders, net iets boeiender. Een vijfdaagse trekking is eenzelfde soort ervaring, maar daar word je er één met de natuur. De natuurelementen bepalen voor een stuk je route. In Torres del Paine is dat niet anders.
Wanneer we onze tweede dagtocht aanvangen om tot vlakbij de ‘Glaciar Grey’ te komen, gutst het water met bakken uit de hemel. Na anderhalf uur stappen, breken de wolken open en staan we oog in oog met een kolossale ijswand die alle blauwtinten in zich verenigt. De metersdiepe inkepingen vormen gapende kloven die het ijsoppervlak het ruwe karakter geven dat zo eigen is aan een gletsjer. ‘Glaciar Grey’ lijkt wel op een verkleinde versie van de Argentijnse gletsjer Perito Moreno. Alleen is de confrontatie met de ijsmassa iets minder imposant en zijn de intervallen groter tussen de tijdstippen waarop grootse ijsbrokken met luid gedonder afbreken en daarna als drijvende ijsschotsen in het koude water op en neer dobberen. Op onze terugtocht langs het meer zien we er een paar drijven, kilometers verder, op weg naar nergens.
De dreigende regenwolken blijven laag in het luchtruim hangen waardoor we besluiten de rest van de dagtocht af te lasten. We brengen de late namiddag door in de refugio. Rond etenstijd druppelen de trekkers doornat binnen en scharen zich rond de houtkachel. Kookpotten en bestek worden bovengehaald en in een mum van tijd vult de gezellige ruimte zich met de geur van specerijen uit een hele wereldkeuken. Het leven zoals het is op doortocht doorheen Torres del Paine...
De 'W' van Torres del Paine... |
Chili - Torres del Paine, 13-04-2007 - (dagboek 10) |
 |
 |
De bus die ons naar het 240.000 ha grote park Torres del Paine brengt, zit afgeladen vol. Het Nationaal Park dat reeds geruime tijd is opgenomen op de Unesco-biosfeerkaart is wellicht de grootste toeristische troefkaart van Chili. We besluiten de ‘W’ van Torres del Paine in de omgekeerde richting te doen. De wandeling is genoemd naar de karakteristische ‘W’-vorm van de route. De drie benen van de ‘W’ zijn de vergezichten op de Torres, Frances en Grey. Via een catamaran bereiken we eerst Lago Pehoé. We gooien onze loodzware rugzakken over onze schouders en vatten de tocht aan. Het is 1 uur in de namiddag. De eerst volgende refugio ligt 11 km verderop.
Het pad voert ons hoog boven het meer Grey en geeft ons reeds van ver een blik op de gelijknamige gletsjer. Het ijsfront strekt zicht uit over honderden meters en kleurt ijzig blauw. Ook de bergpieken rondom geven de omgeving een haast magistrale uitstraling. Naarmate we het meer naderen, tekent de gletsjer zich alsmaar duidelijker af. De ijsmassa weerspiegelt zich in het turquoise gekleurde meer, onze eindbestemming voor vandaag. Aan de oever slaan we er onze tent op. De duisternis omhult de sobere, kleine camping in een donkergrijze kleur. Mijn kookvuurtje licht er op als een stille vuurtoren. We hebben voor vijf dagen proviand mee, kant en klare gerechten zoals noedels, spaghetti á la Napolitana, macaroni met kaassaus, gedroogd rendiervlees en risotto, kortom klassiek trekkers-food.
De kilte van de avond doet ons de gezellige warmte opzoeken van de refugio. We nestelen ons bij de vlammenzee van de houtkachel en stippelen onze route uit voor de volgende dag. De nacht kleurt wijnrood en doet de vermoeidheid van de voorbije dag vergeten. We verbroederen met half Europa en andermaal stel ik vast dat er een mentaliteitswijziging bestaat bij sommige jongeren. Een stukje van de wereld willen zien op jonge leeftijd is voor hen toch net nog iets belangrijker dan enig carrière-drang. Verdwaalde zwervers, ze worden steeds talrijker en jonger...
Schippertje mag ik over varen? |
Chili - Puerto Natales, 12-04-2007 - (dagboek 9) |
 |
 |
We zijn aangekomen in Puerto Natales, na een boottocht van drie dagen. Een miezerige regen heet ons welkom. Ik zet de kraag van m’n regenjas een paar centimeter hoger in de hoop de gure wind enigszins af te blokken. De voorbije drie dagen was het weer niet geheel aan onze kant. De donkergrijze mistslierten ontsierden meermaals ons panoramisch gezichtsveld en het druilerige weer zorgde ervoor dat we meer de warme binnenruimte van het schip opzochten dan het dek. De crew had gelukkig een alternatief programma opgesteld onder de vorm van documentaires en speelfilms, waaronder de beklijvende film ‘Machuca’, die het verhaal vertelt van twee opgroeiende tieners tijdens de woelige Chileense politieke onstabiele periode van 1973.
Ik moet andermaal bekennen dat ik niet echt zeebenen heb. Op het stuk open zee speelde de deining van de golven me wederom parten. Ook Lies bleef niet geheel buiten schot. We prijsden ons evenwel gelukkig dat we gespaard bleven van de ermee gepaard gaande braakneigingen. In de cabine naast ons leek de dame wel een braakconcert te geven. Zelden iemand zo horen kokhalzen als die ene nacht... Nu ja, voor wat hoort wat.
Over een afstand van 1500 km voerden we langsheen honderden eilandjes die ons uitzicht boden op grillige rotsformaties. Het grootste bewoonde eiland is Puerto Edén. Een eiland dat slechts bevolkt wordt door 180 bewoners. Ooit leefden hier 8000 indianen, de oorspronkelijke bewoners van het eiland. Hun aantal is inmiddels geslonken tot zeven. Hun ras is gedoemd tot uitsterven, omdat ze allemaal behoren tot dezelfde familie. Een zoveelste stukje authenticiteit zal binnenkort enkel nog terug te vinden zijn in de geschiedenisboeken. De eilandbewoners halen hun inkomsten uit de kingcrab-vangst. Ze leven er op het ritme van de Navimag-boot, die er twee keer per week langsvaart. Het dichtsbijzijnde hospitaal ligt er op 24 uur varen, meer bepaald in Puerto Natales. Ik vraag me af hoeveel zwangere vrouwen reeds hun zonnekind op zee hebben gebaard?
Ook nu weer valt het me op dat Puerto Natales niet veel meer is dan een verzameling primitieve en veelkleurige barakken, die scheefgetrokken zijn door de westenwinden. Puerto Natales is -net als voor zovele trotters- de springplank om het wondermooie nationaal park ‘Torres del Paine’ te bezoeken. Naast het inwinnen van de nodige informatie om er morgen per bus heen te rijden, zullen we ook wat inkopen doen voor de komende dagen. We voorzien dat de trekttocht vijf dagen in beslag zal nemen. Stilletjes hopen we dat het weer ons gunstig gezind zal zijn, alhoewel... Waar had ik weer gelezen: “if there was no wind and if the rain and snow storms didn't exist, it wouldn't be Patagonia…”
Hier wil ik rots en stilte zijn... |
Chili - Isla Negra, 08-04-2007 - (dagboek 8) |
 |
 |
Het strandhuis aan de baai van Isla Negra overtreft onze verwachtingen. Hier heeft Pablo Neruda lange tijd achtereen verbleven. Zijn geliefde huis vol herinneringen was tevens ook zijn werkplaats. Hier schreef de dichter zijn ‘Canto General’, de ontstaansgeschiedenis van zijn continent in verzen, die meteen ook een lofzang werd voor de natuur en Chili. Neruda was niet alleen een volksheld en een diplomaat die in alle uithoeken van de wereld heeft gewoond, hij was in de eerste plaats een kind. Een jongen die speelde met alles wat de zee aan land gooide. Hij bouwde ermee zijn eigen werelden. Het huis is dan ook een pakhuis vol verzamelingen. Kasten vol opgespelde vlinders en kevers, uit alle windstreken. Gekleurde stenen uit heel Chili maken een wand. Op iedere plank en richel staan weer andere collecties: schelpen, geschilderde eieren, boten in flessen, stenen kruiken, glazen bollen, maskers, globes, scheepsinstrumenten,... De dichter verzamelde alles in zijn speeltuin. Het huis spreekt tot de verbeelding en je voelt dat hij er als het ware de liefde heeft heruitgevonden. Hij heeft er een gezicht aan gegeven door er woorden om heen te spinnen die tot op vandaag iets veroorzaken bij zijn lezers. Ook Lies heeft de dichter een tijd geleden ontdekt. Een ontdekking die ontroering en inspiratie veroorzaakte. Ontroering in de wijze waarop hij met de woorden jongleert en inspiratie door zelf af en toe zich te wagen aan een liederlijke versvorm.
Als er één plaats is, waar het Neruda-toerisme bloeit, dan is het wel in Isla Negra. Neruda op cd, op video, op bekers en verzen op vilt. En ieder half uur een rondleiding. Groepsgewijs schuifelen we door het huis. Bij ieder vertrek groeit onze verbazing. Een huis dat wederom is opgebouwd als een schip en dat een groot aantal boegbeelden herbergt, allen kijkend in de richting van de oceaan. We slenteren van de woonkamer naar de eetruimte, door de slaapkamer. Ook hier weer een fantastisch zicht op het water. Pablo wist zijn plekjes wel uit te kiezen... In alle vertrekken word je geconfronteerd met zijn verzamelwoede. Alles past bij alles..., leek wel zijn stelregel. Maar bovenal leek hij wel verzot op glas: mooie flessen, lelijke flessen, glazen pianopootonderzetters, kompassen onder een stolp, patrijspoorten, boten in flessen,... Het verhaal doet de ronde dat Neruda ooit in Zuid-Chili, waar veel Duitse inwijkelingen wonen, een oude man vond die miniatuurboten bouwde in flessen. De dichter stond perplex en kocht terplekke de hele voorraad en smeekte de Duitser ooit nog een fles aan iemand anders te verkopen. Zijn verzameling gebottelde boten is dan ook uniek. Ik vraag me af wat iemand zo hebberig maakt. In een gedicht beschrijft Neruda hoe hij geroerd kan worden door ‘cosas’, dingen. Het ene ding emotioneert hem omdat het zo zacht is, het andere omdat het prikt, of vanwege de kleur. Hij heeft het gevoel dat de dingen bij hem horen. Ze leven met hem en door hem. Is het de angst voor de dood? Het willen voorbestaan in de dingen? Ik heb er geen idee van, maar in ieder geval besef ik hier pas ten volle tot wat een vezamelwoede leiden kan. Zijn verzameldrang had wel iets weg van een obsessie van een geliefde die past rust kent als zijn geliefde de zijne is.
Niet alleen zijn verzameling ‘cosas’ lijkt eindeloos, ook aan zijn huis komt geen einde. Isla Negra is als een trein, waar hij telkens nieuwe wagons aan vasthaakte, iedere keer een wagon uit zijn voegen begon te barsten. Ook in zijn bureau hangen artefacten meegebracht uit zijn vele reizen. Ze vullen de ruimte, naast afbeeldingen van zijn lievelingsschrijvers: Rimbaud, Baudelair, Lorca, Walt Whitman,... Bij voorkeur schreef hij in zijn blokhutkamer. Boomstammetjes als wand en een dak van zink, zodat het geurde en klonk wanneer het regende, zoals in Zuid-Chili waar hij geboren werd. Al schrijvend kijkt hij op naar een schilderij van zijn grootste geliefde, Matilde. Dat Neruda iets had met de zee, blijkt nogmaals uit het verhaal over de oorsprong van zijn schrijftafel. Op een ochtend tuurde de schrijver boven vanop zijn bed met zijn verrekijker de zee af. “Daar komt mijn schrijftafel aan!”, zei hij tegen Mathilde. Hij kleedde zich aan, ging naar beneden en ving een stuk wrakhout op uit de golven. Dat is nu de tafel in de blokhut van heimwee...
Zijn huis was zijn schip. De deuren zijn er laag en smal en de plafonds halfrond als de romp van een schip. In Isla Negra scheep je je in... Na de interessante rondleiding in zijn geliefde speeltuin, wandelen we nog even door zijn echte tuin. Ook hier onmiskenbare verwijzingen naar de zee: een verroest anker, scheepsklokken aan een staketsel en een heuze visserssloep. Daar klommen de gasten in onder Neruda´s aanvoering en ze nuttigden op de smalle bankjes de zwaar alchoholische ‘sputniks’ die de dichter-barkeeper hen aanbood. Gekleurde roemers voor zijn beste vrienden, ongekleurde glazen voor de mensen die niet echt welkom waren... In het bootje zaten schrijvers, schilders, politici en intellectuelen. Ook de schrijver van een verhaal dat zich afspeelt in Isla Negra, maar die in de film is overgezet naar Capri, was wel eens van de partij. Schrijver en titel hou ik bewust achterwege, zoniet zou de prijsvraag van deze maand wel eens heel gemakkelijk kunnen zijn. Eén van de mooiste scènes in de film is die waarin de hoofdfiguur met een bandrecorder de geluiden opneemt van zijn eiland, omdat de dichter verweg in Chili heimwee heeft. Zo stuurt hij krassende meeuwen en het beuken van de zee in een enveloppe de wereld over. Neruda verlangde naar `de artillerie van de oceaan die beukt op de kusten`.
Neruda stierf in Chili in 1973, twaalf dagen na de bloedige coup en de dood van zijn vriend Allende. Op een stuk uitstekende rots in de tuin, groeten we nog Neruda en Mathilde, die er samen begraven liggen. Vlakbij de vloedlijn liggen ze er ‘zonder stem, zonder mond, puur’, in de tuin met uitzicht op de zee. Als afscheid haalt Lies een gedichtenbundel boven en leest er één van zijn werken uit voor. Een ontroerend moment ter afsluiting van onze ‘gedichtentocht’ en het leven een bijzonder intrigerend man: Pablo Neruda.
“Is de zee er?
Prachtig, laat maar komen.
Geef me de grote klok, die van groen geslacht,
neen, die niet, die andere,
met een breuk in haar bronzen mond
en nu, verder niets, ik wil alleen zijn
met de fundamentele zee en de klok.
Ik wil een lange tijd niet praten,
stilte, ik wil nog leren,
ik wil weten of ik besta.
(uit ‘Is de zee er? – 1973)
Op zee... |
Chili - Puerto Montt, 09-04-2007 |
Met de nachtbus aangekomen in Puerto Montt. De boot die ons naar Puerto Natales brengt, staat vertrekkensklaar. De vierdaagse boottocht is -naar het schijnt- één van de mooiste van Chili.
Te weinig tijd om onze laatste ontdekkingstocht over Pablo Neruda op het net te gooien. Het verslag mogen jullie vrijdag aanstaande verwachten. En nu, vlug de boot op. Tot dan!
Neruda en zijn kleurrijk Valparaíso... |
Chili - Valparaíso, 07-04-2007 - (dagboek 7) |
 |
 |
Neruda had iets met de zee en de kust. Niet geheel toevallig liet hij er twee huizen bouwen, één in Valparaíso en één in Isla Negra. Valparaíso is een intrigerende stad, heel anders dan het sombere door smog omgeven Santiago. Het is luister in verval. We wandelen doorheen boulevards met hoge palmbomen die de statige herenhuizen met smeedijzeren balkonnetjes voorzien van de nodige schaduw, maar evenzo flaneren we door lege straten met verlaten havenloodsen en afgeschilferde voorgevels. Valparaíso ziet eruit als een gigantische stad, maar eenmaal je hogerop wandelt, waan je je in een dorpje. Met liften ga je naar de bovenstad. Een labyrint van steegjes en trappen verschaft je toegang tot de huizen die er tegen de flanken van de helling zijn geplakt en geschilderd zijn in opzichtige kleuren. Het lijkt wel of een groothandel in verf een uitverkoop heeft gehouden en zijn meest felle kleurtubes voor een prikje van de hand heeft gedaan. De verf heeft de stad omgetoverd tot een kleurrijk en spetterend lappendeken. In één van die huizen woonde Pablo en Mathilde, dat ze samen met vrienden deelden. Het geurt er naar gedichten en flarden verdwaalde tekst. Op hun bed ligt een album met foto´s uit vervlogen tijden. Pablo was een levensgenieter. Hij hield van feesten en verkleedpartijen. Zijn verjaardag bijvoorbeeld smeerde hij bij voorkeur uit over een maand. Pablo was een graag geziene gastheer. In een apart videozaaltje in de benedenverdieping krijgen we een beter zicht op zijn biografie aan de hand van enkele sleutelmomenten uit zijn leven. Een kleine fototentoonstelling in zwart-wit geeft ons een indruk over zijn jeugd, zijn studies, zijn ballingschap, zijn periode in Capri, zijn Nobelprijs en zijn dood en begrafenis. Niettegenstaande alle inspanningen om ‘La Sebatina’ -het huis werd genaamd naar zijn architect- zijn ziel terug te schenken, maakt het kleine museum eerder een doodse indruk. In ‘La Sebastiana’ treffen we er allesbehalve dezelfde vreemde collectie aan die we hebben aangetroffen in zijn huis in Santiago. De suppoosten bewaken er vooral de stilte...
Net voor het verlaten van de havenstad Valparaíso, struinen we nog wat rond op de rommelmarkt. We laten ons meedrijven door de mensenzee en slenteren er tussen prullaria van geenerlei waarde. Op een bepaald moment voel ik hoe grijpgrage vingers, die voorzichtig de inhoud van mijn rechterbroekzak probeert te ontfutselen. Ik draai me om en zie hoe een onschuldig kijkende jongeman rechtsomkeer maakt en het hazenpad kiest. Ik voel me niet langer op mijn gemak en we verlaten het drukke gewoel. Net op tijd zo blijkt, want Lies bemerkt dat de ritssluitingen van mijn rugzak zijn opengemaakt. De buit blijkt gering. Op de zonnecrème van Lies na, is er niets verdwenen. De poëzie van Valparaíso is op slag een stukje minder lyrisch geworden. Een gewaarschuwd man is er twee waard. Morgen stappen we nog een laatste maal in Neruda´s voetsporen en gaan we zijn derde en laatste huis bezoeken in Isla Negra. Naar het schijnt zijn mooiste...
Het liefdesnestje van Neruda... |
Chili - Santiago, 05-04-2007 - (dagboek 6) |
 |
 |
Neruda had niet alleen een passie voor het woord, de liefde en de vrouwen. Hij had ook iets met huizen. In Chili heeft hij er drie achtergelaten. Eén ervan staat in de schaduw van de Cerro San Cristobal, de heuveltop waarop een metershoog en sneeuwwit mariabeeld prijkt. Het huis werd omgedoopt tot ‘La Chascona’ en verwijst naar het warrige haar van zijn maîtresse en latere vrouw, Mathilde. De gids troont ons mee doorheen het liefdesnestje en wijst ons op talrijke subtiele aanwijzingen waarin Pablo zijn liefde voor Mathilde bezong. Op sommige plaatsen is in het traliewerk voor het raam de letter P en M verwerkt. De P verwijst naar Pablo en de maan, de M naar Mathilde en de bergen. In de woonkamer trekt het portret dat de Mexicaanse schilder, Diego Rivera, schilderde van Mathilde de volle aandacht. Mathilde staat er afgebeeld als Medusa met Pablo verstopt in haar krullen. Het huis is omgeven met hoge muren waarachter een terrassentuin je toegang verschaft tot ruimtes die elk hun eigen accent uitstralen. Het huis had een maximum aan privacy: romantisch en strategisch. De vloer van de kleine bibliotheek helt lichtjes naar beneden en moest Neruda het gevoel geven van een schip. Neruda en de zee, het was een twee-eenheid waar hij nooit is van losgeraakt. Talrijke voorwerpen in het huis verwijzen ook naar zijn geliefde zee: scheepsklokken -en lantaarns, schelpen, boten in flessen. Zijn huis was zijn schip en Mathilde zijn geliefde matroos. Morgen verlaten we Santiago en zetten we onze zoektocht naar Neruda en zijn passie voor de zee verder. Een tocht die ons ondermeer zal leiden naar het kleurrijke havenstadje Valparaíso en de idyllishe baai van Isla Negra...
De wereld is een vloertegel groot... |
Chili - Santiago, 04-04-2007 - (dagboek 5) |
 |
 |
Mijn gezelschap is goed en wel aangekomen. De toon is meteen goed gezet. Lies heeft als welkomstgeschenk een gedichtenbundel mee: “De mooiste gedichten van Pablo Neruda”. Neruda wordt de komende dagen een beetje onze reisgids. We starten onze verkenning aan ‘la Moneda’, het presidentieel paleis waar zijn goeie vriend Allende het leven liet op de dag waarop Pinochet en zijn generaals een staatgreep pleegden. We schrijven 11 september 1973.
Neruda, ooit zelf eens presidentskandidaat voor de communistische partij, trok zich in 1969 terug ten gunste van Salvador Allende. Allende won de verkiezingen en Neruda werd tot ambassadeur in Frankrijk benoemd. Van ´La Mondea´ gaat het richting La Plaza de Armas en omgeving. Voor Lies is het haar eerste kennismaking met Latijns-Amerika. Ze vergaapt zich aan de levendigheid in de verkeersvrije winkelstraat: versteende mimespelers, straatmuzikanten die zuiderse klanken laten schallen over de geplaveide straten, eenakters die erin slagen om honderden toehoorders te boeien,... Santiago is een levendige stad die met zijn 5,5 miljoen inwoners zowat één derde van de totale bevolking herbergt. Een wriemelende smeltkroes van persoonlijkheden... In de Mercado Central en de nabijgelegen stalletjes verrast Lies me met haar culinaire kennis. De torentjes van exotische vruchten en groenten lijken haar allesbehalve vreemd en ook bij de vreemdsoortige vissoorten lijkt ze in gedachten te weten hoe die moeten worden opgediend. Vrouwen en keukengeheimen, het vormt nog steeds een ideale symbiose.
Vanop de heuveltop Cerro Santa Lucia hebben we een prachtig uitzicht op de stad, al wordt ons panoramisch veld voor een groot stuk beperkt door de smog die als een waas van mist laag boven de torenhoge gebouwen hangt. De Cerro Santa Lucia doet me wat denken aan de Trevi Fontein in Rome, maar dan met een park errond in terrassen gebouwd tegen de flanken van een heuvel. Hier staat trouwens een tweede beeldhouwwerk ter nagedachtenis van de Mapuche-indianen. De bronzen Mapuche-leider, Caupolicán, staat er met zijn rug naar de hoogbouw die de hoofdstad domineert . Zijn heldhaftige kop is getooid met veren alsof hij een Noord-Amerikaanse Apache was. Een zoveelste bewijs van het geringe respect dat Chili had voor de indianen...
Lies is afkomstig uit het West-Vlaamse Klerken en heeft een oom die in Santiago woont. Antoon Ghyselen is er al 41 jaar werkzaam als pater, missionaris oblaat. We zoeken hem in de late namiddag op en worden er hartelijk ontvangen. Zijn confrater is eveneens een West-Vlaming, Geert Vandewalle uit Wingene. Tijdens het gesprek ontdekken we nog maar eens hoe klein de wereld is. Antoon Ghyselen heeft eveneens college gelopen in Ieper en zat in dezelfde klas van mijn vader. Samen hebben ze de retorica beëindigd in 1958. Volgend jaar een half eeuw geleden... De wereld is een vloertegel groot. We begeven ons allen tussen de voegen van het cement en trekken lijnen die ons samenbrengen, vaak op de meest onverwachte momenten. Levenslijnen die sporen van gelijkenissen tonen. De ontdekking ervan zorgt vaak voor ontroerende momenten. Antoon, bedankt voor de ontvangst en het mooie ‘kleine-wereld-gevoel’...
Santiago versus Buenos Aires |
Chili - Santiago, 02-04-2007 - (dagboek 4) |
 |
 |
Als je lang onderweg bent, ga je automatisch verbanden leggen, zeker als het grootsteden betreft. Santiago probeer ik te toetsen aan Buenos Aires, maar al gauw kom ik tot de vaststelling dat Santiago niet dezelfde toeristische aantrekkingskracht bezit als Buenos Aires. De hoofdstad van Chili bruist niet op dezelfde manier en je wordt niet in de verleiding gebracht om je tangoschoenen aan te trekken naar een zoveelste interessante wijk. Santiago speelt zijn toeristische troeven kleinschalig uit. Een vreemde vaststelling voor een land dat er in slaagt om zijn meest gegeerde exportprodukt, wijn, te verspreiden tot in elke uithoek van de wereld. Chileense druiven sieren tafels in alle continenten. Zijn toeristische uitstraling blijft sluimeren onder de palmbomen van la Plaza de Armas, het meest centrale plein van Santiago. Het plein nodigt uit tot een siësta op één van de vele gietijzeren banken of brengt je in de verleiding om je tegenstander schaakmat te zetten. Onder een felgekleurd muziekpaviljoen staan immers kleine, vierkanten tafels opgesteld waar je voor een prikje een schaakbord kan huren. De Russische schaakkampioen, Garri Kasparov, lijkt wel over je schouders mee te kijken…
Op dit plein is ook zowat de hele geschiedenis van Chili bijeengebracht. Naast een ruiterstandbeeld van de Spaanse stichter van de stad, Pedro de Valdivia, bevindt er zich tevens een beeldhouwwerk dat paus Johannes Paulus II voorstelt en een monument ter ere van de indiaanse bevolking. De Mapuche-indianen hielden het langst stand tegen de Spaanse veroveraars, maar moesten uiteindelijk ook het onderspit delven. Patricio Aylwin, de eerst verkozen democratische president na de dictatuur van Pinochet, liet dit monument speciaal op dit centraal punt oprichten. Het lijkt wel of de overheid plots deze verdrukte bevolkingsgroep alsnog in ere wou herstellen. Nog steeds op datzelfde plein is ook zowat de hele nationale geschiedenis bijeengebracht in het Museo Histórico Nacional. Niet alleen de uitgebreide tenstoonstelling is de moeite waard, ook het gebouw zelf straalt een zekere koloniale stijl uit. Wat Santiago wel gemeen heeft met Buenos Aires, is zijn Mercado Central. Naast een kleurenpracht van fruit- en groentenpiramides, is deze plek zowat de eettempel bij uitstek. Hier weliswaar geen karrenvracht aan bradend vlees boven een smeulend houtskoolvuurtje. Integendeel, de Mercado Central is een paradijs voor visliefhebbers. Zelden heb ik zoveel exotische schaaldieren bijeen gezien als daar.
Het politieke hart van Santiago ligt op een tiental cuadras (Chilenen spreken niet over straten, maar over huizenblokken) hier vandaan. La Moneda is er de zetel van de regering en zal voor eeuwig verbonden blijven met de zwartste bladzijde uit de geschiedenis van Chili. Het was namelijk uitgerekend dit gebouw dat op 11 september 1973, tijdens de staatsgreep van Pinochet, onder een bommenzee kwam te liggen. Diezelfde dag vond men er het levenloze lichaam terug van Allende, de verkozen president van de Unidad Popular. Men zou het zelfmoord noemen…
Ook al zal Chili achtervolgd blijven door zijn politiek verleden, toch straalt Chili een zeker poëzie uit. De lofzang van het land hebben we te danken aan één van de grootste dichters die het land ooit heeft gekend, Pablo Neruda. Brazilië heeft de Amazone, Peru heeft Machu Pichu en Chili Neruda… Mijn dichterlijke ontdekkingstocht heb ik bewust nog uitgesteld tot mijn bezoek in Santiago aankomt. Samen met Lies ga ik de drie huizen opzoeken die hij na zijn dood achterliet en opengesteld zijn voor het publiek. Een zoektocht die ons ondermeer zal brengen naar zijn lievelingsoord, Isla Negra, aan de kust van Chili. De plaats waar hij tevens begraven ligt, tussen rots en stilte…
Een blij weerzien... |
Chili - Santiago, 31-03-2007 - (dagboek 3) |
 |
 |
Reizen verlegt niet alleen je grenzen, het stelt je in staat om mensen te
ontmoeten met een boeiend levensverhaal of mensen met een klare kijk op
hun samenleving. Angeles is zo iemand. Ik ontmoette haar anderhalve maand
terug in Puerto Natales. Het was een vluchtig contact, ´s morgensvroeg aan
de ontbijttafel. Ze was, samen met haar collega-vriendin Marie, ijverig
bezig met het plannen van het verder verloop van hun reisroute. Ze waren
op doorreis in Chili om een educatieve reisdocumentaire samen te stellen
voor jongeren. Niet een zoveelste klassieke reis, maar één die als doel
had de jongeren te confronteren met het verleden van de plaatsen die ze
aandeden. Niet door hen als toeschouwer plaatsen aan te tonen die legendes
vertellen, maar door hen deel ervan te laten uitmaken. Door ze
bijvoorbeeld in de huid te laten kruipen van de laatste bewoners van het
Isla Navarino eiland. Die bewuste morgen ontdekten we beiden dat we
eenzelfde passie koesterden: reizen en documentaires. Het vluchtig contact
in Puerto Natales en het besef een gelijkaardige droom te koesteren,
resulteerde in een uitnodiging wanneer ik Santiago aandeed.
Het kost me wat moeite om doorheen het labyrint van straten en wijken het
huis te vinden, maar na een uur doorheen het centrum en de buitenwijken te
fietsen, vind ik uiteindelijk de plaats van bestemming, Vanezuela Puelma
7521. Het weerzien is hartelijk en bij de lunch word ik reeds overstelpt
met goeie reistips ivm het noorden van Chili. Ook het voorval van
gisteren, ‘de dag van de strijder’ komt uitvoerig aanbod. Angeles is
sceptisch gestemd over de laatste ontwikkeling. “De uiting van geweld is
een slecht voorteken voor de toekomst van het land. De jongeren vinden
elke aanleiding goed om op straat te komen en massaal vernielingen aan te
richten. Jongeren die geweld als algemeen goed aanvaarden, het wordt
stilaan een gewoonte in Chili. Het ergste is dat die woedeuitbarstingen worden
aangewakkerd door een generatie die een totale afkeer heeft van alles wat
met gezag te maken heeft. Hun ouders waren immers de jongeren onder het
Pinochet-regime. Hun doorleefde haat geven ze blindelings door aan hun
kinderen. Geweld wordt hier haast als een opvoedende waarde meegegeven...”
Angeles ziet in de geweldspiraal ook een sluimerende opgang van extreem
rechts en vreest dat haar land opnieuw zal afglijden naar een totalitair
regime. De huidige bewindslieden hebben af te rekenen met het politiek
verleden en slagen er met moeite in om de verschillende bevolkingsgroepen
op eenzelfde spoor te brengen. “Bepaalde beslissingen zijn niet altijd
even doordacht. Het terugschroeven van het openbaar vervoer is daar een
typisch voorbeeld van. Tijdens het Pinochet-tijdperk werden de armen
alsmaar meer naar de buitenwijken van de stad verdrongen. Precies deze
bevolkingsgroep die het meest aangewezen is op het openbaar vervoer wordt nu
het diepst getroffen met de nieuwste regeringsmaatregel. Het probleem van
de pollutie zouden ze beter op een andere manier aanpakken, door
bijvoorbeeld het aantal wagens bij de midden- en hogere klasse te
beperken. Gezinnen met drie, vier wagens is in Santiago geen uitzondering.
De regering heeft best wel goeie bedoelingen, maar is vaak te kortzichtig
en vaardigt maatregelen uit die in wezen de kern van het probleem niet
aanpakken.”
Ik hou ervan om te discussiëren met mensen die een open mening hebben en
een standpunt durven in te nemen. Ze verbreden je eigen kijk op een
samenleving die je vreemd is, maar die je toch tracht te begrijpen door
puzzelstukken van het verleden te koppelen aan het heden. De komende dagen
wordt het huis van Angeles en Thomas een beetje mijn uitvalsbasis. Van
hieruit zal ik Santiago proberen te verkennen. Zal ik pogen de uischillen
één voor één af te halen, om een grootstad te ontdekken die meer vertelt
dan wat de façade toont. Het traangas heeft al gezorgd voor de nodige
tranen, nu nog de geur opsnuiven van een stad vol verhalen, vol
geschiedenis...
De spiegel van Santiago... |
Chili - Santiago, 30-03-2007 - (dagboek 2) |
 |
 |
 |
 |
Grootsteden hebben iets dubbelzinnigs. Ze stralen elegantie en verpaupering uit. Ze ademen toekomst, maar nog meer verleden uit. Ze verzwijgen de waarheid en jongleren met de realiteit. Een grootstad is van nature een brok historie, een boek vol levensverhalen. De geschiedenis van een grootstad is er vaak één met weinig vrolijke momenten. Het politieke leven ligt erin vervat en vertoont een spiegel met diepe krassen. Santiago is zo´n spiegel, ondoorzichtig en op sommige plaatsen afgeschilferd door een teveel aan politieke omwentelingen. Een spiegel waar de bewoners van Santiago nog steeds geen verzoening mee hebben genomen. Mijn eerste kennismakingsdag met Santiago viel uitgerekend op 29 maart, een memorabele, droevige dag voor studenten en jong anarchisten. Precies twintig jaar geleden, in de laatste jaren van het Pinochet-regime werden twee broers (studenten) vermoord. Hun motief? Nihil. Tijdens het Pinochet-tijdperk van 1973 tot begin 1989, werd het land overspoeld door een nooit geziene golf van geweld. Tegenstanders van het regime werden opgepakt, overgebracht naar concentratiekampen, gefolterd en op beestachtige wijze afgemaakt. De geheime dienst van Pinochet, de DINA, schrok voor niks terug. Zelfs in het buitenland werden leden van de UP-regering, de Unidad Popular van Allende, vermoord. De militaire junta dompelde Chili 16 jaar lang in een kerkhofsfeer. Pinochet maakte van zijn staat een marionet en wist ook na zijn ambtstermijn als president zijn hachje te redden door zich aan te stellen als opperbevelhebber van het leger en dit tot in 1997. Zijn overlijden op 10 december 2006 was voor velen een opluchting. De sporen van de dictatuur zijn evenwel nog niet uitgewist. Negentwintig maart is een herdenkingsdag, ‘de dag van de jonge strijder’, voor de studenten die twintig jaar geleden van hun leven en vrijheid werden beroofd. Een herdenking die verloopt in dezelfde grimmige sfeer als toen. Al twintig jaar leveren studenten op die dag een ware veldslag met de ordetroepen. De studenten kregen gisteren de steun van enkele tientallen ontevreden gebruikers van het openbaar vervoer. Zij protesteerden tegen het nieuwe systeem van openbaar vervoer dat in februari in de hoofdstad werd ingevoerd. Het plan 'Transantiago' wijzigde alle busroutes en verminderde het aantal bussen van 8.000 naar 5.000 om de milieuverontreiniging en de geluidshinder in de hoofdstad te verminderen. Op 29 maart blijven de meeste Chilenen thuis. Ze kennen reeds het verhaal nog voor het in de krant verschijnt. Ze kennen de spiegel van hun stad. Een spiegel die wordt opgepoetst met het waterkanon en bewierookt met traangas... Mijn eerste kennismakingsdag zal ik niet gauw vergeten.
Beeldende kinderdromen... |
Chili - Santiago, 29-03-2007 - (dagboek 1) |
 |
 |
Neruda was niet alleen dichter -dichter van de liefde-, maar was ook ambassadeur, Nobelprijswinnaar, communist, levensgenieter en reiziger. Als dichter zag hij de wereld net iets anders dan wij, gewone stervelingen. De voorwerpen die hij op zijn weg tegenkwam kregen menselijke handelingen toegemeten of hij gaf er een extra dimensie aan waardoor hij een wereld creëerde die leek op een speeltuin. “Want een mens die niet speelt, leeft niet...” Het is een uitspraak die altijd is blijven hangen. Dichters zijn spelers, in hart en nieren. Ze jongleren met letters en woorden, bouwen er luchtkastelen mee en slagen erin om met een handvol woorden je mee te voeren naar een andere wereld, hun wereld.
Niet alleen dichters hebben veel fantasie, ook kinderen leven in een fantasievolle wereld. Een droomwereld die soms gestuurd wordt door verhalen van een reizende zwerver per fiets. Enkele dagen terug vond ik een virtuele uitnodiging in mijn mailbox met als niet mis te verstane titel “Verdwaald in Zuid-Amerika”. Op de voorkant staat een zwaar beladen fietser, klaar om het grote continent Zuid-Amerika te verkennen. Op de achterzijde las ik dat een vijftigtal leerlingen van de Academie voor Schone Kunsten van Kortrijk en Avelgem zes maand lang een rondreis hebben gemaakt doorheen dit zuiders en wervelend continent. Samen met hun leerkracht plastische kunsten, mevrouw Leeuwerck, hebben ze rond de diverse plaatsen die ik heb aangedaan een tentoonstelling opgezet. Zo werkten ze rond: de watervallen van Iguaçu, tropische vogels en vlinders in het amazonewoud, de kleurrijke straatgevels van Brazilië, het huis van Carlos Paez Vilaro in Uruguay, de zonnen van Vilaro met hun afro-invloed, de tango in het Futurisme, portret van de gaucho, tegenlicht in het Andesgebergte, ijslandschap op Antarctica, ritme in de pinguïnkolonie, keizerspinguïn op ware grootte en pinguïn in klei en papier-maché. Daarbij werden zoveel mogelijk verschillende technieken en materialen gebruikt. De tentoonstelling loopt van 20 t.e.m. 28 april in de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten op de Houtmarkt 5 te Kortrijk. Zes maanden lang hebben ze hun droomwereld gestalte gegeven, hebben ze inspiratie gevonden in de grote Zuid-Amerikaanse speeltuin en hebben ze hun fantasie de vrije loop gelaten. Het is een leuke gedachte te weten dat er veel dromers rondlopen, ook aan de andere kant van de wereld...