Afscheid van Paraguay... |
Paraguay - Encarnación, 29-09-2006 |
|
Ik ben aangekomen in het meest zuidelijke punt van Paraguay, Encarnación. Deze stad heeft weinig te bieden, maar is de kortste weg om via Argentinië opnieuw Brazilië binnen te fietsen. Na de ‘sacrale’ rust ten huize pater Juan Dormal is het opnieuw wennen aan de typische stadsgeluiden. De gastvrijheid was geweldig en bij het vertrek gaf hij me nog een overlevingspakket mee. Als 82-jarige duwde hij me zelfs op gang en dit tot groot jolijt van de buren. De weg leidde me wederom langsheen uitgestrekte akkers en diverse kleine dorpjes. De zanderige piste herleidde mijn snelheid tot een gemiddelde snelheid van 10km/uur. Na een 40-tal km bereikte ik net op tijd de geasfalteerde baan. Een wolkbreuk barstte los en zou het fietsen op de piste wellicht onmogelijk hebben gemaakt. De rest van de dag reed ik tussen de regenvlagen door. Ja, ook dit maakt deel uit van een fietsvakantie… Morgen verlaat ik wellicht definitief Paraguay, het eerste land op mijn lange fietstocht. Paraguay is en zal altijd een weinig bezocht land blijven. De geografische ligging tussen Bolivië en de mastodonten Argentinië en Brazilië, nodigt niet echt uit tot een bezoek. Toch heb ik er evenwel van genoten. Het is een land waar je verweg van het asfalt van de doorgaande wegen nog in dorpjes kan terechtkomen waar geen Spaans wordt gesproken, maar een vreemde mengeling van allerlei locale dialecten. Als niet echt getrainde fietser kon ik me evenmin geen beter land als startpunt bedenken. Een glooiend landschap met af en toe een pittige klim. Via Posadas fiets ik morgen Argenitinë binnen om vervolgens via het noorden van Argentinië de grens over te steken met Brazilië. Vervolgens zal ik het land in de breedte volledig dwarsen om uiteindelijk de kust te bereiken. Vanuit Paranaguá zal ik via het strand afzakken tot in Rio Grande, om dan uiteindelijk Uruguay binnen te fietsen. Hoeveel tijd ik er zal overdoen om de Braziliaanse kust te bereiken is één groot vraagteken. De kaart toont opvallend veel hooteverschillen en toeristische informatie over de regio Santa Catarina is totaal onvindbaar. Ik vrees dat wild kamperen meer regelmaat dan uitzondering zal zijn en dat ik twee zware fietsweken tegemoet ga. De kans dat er enige internetconnectie zal te vinden zijn in dit onherbergzaam gebied, lijkt me uitermate klein. Dus, geen paniek als ik heel even van de aardbol lijk verdwenen te zijn. En voor ik het vergeet : Stem op de juiste man of vrouw ! Wie weet zal hun politieke invloed me nog van pas kunnen komen…
|
|
Op bezoek bij pater Juan Dormal... |
Paraguay - Artigas, 26-09-2006 |
|
Met de kippen op stok gaan sommige mensen hier doorgaans slapen, althans in de dorpjes. Of ze ook wakker worden bij het eerste hanengekraai is me nog niet zo duidelijk. In ieder geval ben ik klaarwakker. Jesus, ik lijk wel te ontwaken in één of ander dierenpark. Ook al probeer ik de verschillende geluiden van elkaar te onderscheiden, ik kom nier verder dan een balkende ezel en een tot vervelends toe kraaiende haan. Nu ja, ook dat hoort erbij… Bijkomend voordeel: ik kan voor de school opengaat mijn biezen pakken, want de school begint hier om 7 uur ´s morgens. Ik prijs me gelukkig dat ik niet ondanks alles ben verder gereden, want de weg naar Artigas is al in een even slechte staat als de vorige. Ik probeer de vele putten, ontstaan door de zware regenval van enkele dagen terug, te ontwijken. Ik lijk wel een dronken fietser, zigzagend over de hobbelige baan. Pater Juan Dormal blijkt geen onbekende te zijn. Of toevallig vroeg ik zijn adres aan één van zijn volgelingen. Wanneer ik vijf minuten later aanbel, sta ik oog in oog met een kale, bejaarde man waarvan enkel het kruisje rond zijn nek me doet vermoeden dat ik aan het juiste adres ben. Als ik hem de foto van zijn 81ste verjaardag overhandig die Jean Cornette in 2004 genomen had naar aanleiding van zijn driejaarlijks bezoek aan België, is het ijs dadelijk gebroken. “Espagnol, Français of Vlaams?”, vraagt hij me wanneer ik mijn zwaar beladen fiets op zijn domein binnenduw. “Neem dan maar Vlaams…”, zeg ik lachend. Ik fris me wat op en samen gaan we iets eten in een restaurantje even verderop. Juan Dormal kwam hier 54 jaar geleden voor het eerst aan. Gedurende 40 jaar was hij als missionaris werkzaam in het noorden van Paraguay, in de streek van Chaco. Daar werkte hij tussen de Guarani-indianen. Een boeiende tijd, zo blijkt. De laatste tien jaar doet hij het wat rustiger aan en is hij dichter van de bewoonde wereld gaan leven. Als ik hem vraag hoe het zit met de opleiding van missionarissen in Paraguay is hij gematigd positief. “We kunnen niet klagen. Al moet je je wel de vraag stellen of iedereen het als een pure roeping beschouwt. Het missionarisschap is voor vele jonge knapen een manier om de armoede op het platteland te ontvluchten. De lonen liggen hier uitermate laag. Mensen verdienen hier gemiddeld 3 euro/dag. De verleiding tot corrupt wangedrag is in dit opzicht niet ver te zoeken. Toch leven mensen hier gelukkig, meent pater Juan. “Paraguayanen zijn met weinig tevreden. De meesten slagen erin om in hun eigen levensonderhoud te voorzien…” Gisteravond hoorde ik evenwel een totaal ander verhaal. Heel wat Paraguayanen verlaten het platteland omdat het leven er te hard is en er te weinig te verdienen valt. Sommigen zoeken hun heil in de grootstad, maar de meesten gaan het heel wat verder zoeken. Zo vertrok de broer van de leerkracht die ik gisteravond ontmoette een drietal jaar geleden naar Spanje om er te werken in de metaalindustrie. Binnen onafzienbare tijd hoopt hij terug te keren en hier in Paraguay zijn leven opieuw op te nemen. Een leven met iets meer luxe en comfort… Na de middag rijden we samen naar San Juan Bautista, 150 km verderop. Een confrater heeft voor een prikje een aantal loten bijbels op de kop kunnen tikken en wil er een deel van ophalen. Hij vraagt me of ik kan meerijden en met mijn internationaal rijbewijs op zak zetten we koers naar bijbelland. De eerste dertig kilometer is ongeasfalteerd en ook nu laveer ik tussen de mini-kraters. Liefhebbers van 4x4 wagens kunnen hier alvast hun hartje ophalen. Pater Juan leest ondertussen de krant voor en zo verneem ik dat nu ook Bulgarije en Roemenië zijn toegetreden tot de Europese Unie en er naar aanleiding van de verkeizingen in Brazilië rellen zijn uitgebroken. Het zal nog spannend worden, volgende week. Op de terugweg is de zon reeds ver achter de horizon verdwenen. Straatverlichting is er hier nauwelijks en in het pikdonker rijden we huiswaarts. Bussen flitsen ons voorbij en tientonners verblinden me meermaals met hun felle koplampen. Ook al zeulen we honderd bijbels met ons mee, toch vrees ik dat we elk ogenblik frontaal zullen botsen of het te smalle wegdek zullen afdonderen. Wellicht zag God ons werk van barmhartigheid, want we komen heelhuids thuis. De avond sluiten we af met rijstpap volgens het recept van zijn grootmoeder zaliger. Alleen de gouden lepels ontbreken…
|
|
Tussen de Jezuïeten-ruïnes... |
Paraguay - Trinidad, 25-09-2006 |
|
Gisteravond aangekomen in Trinidad, een onbeduidend dorpje met één opvallende toeristische troef, de Jezuïeten ruïnes. De 110 km lange fietstocht was zalig. Over een glooiend landschap en onder een stralende hemel was de regenachtige dag van gisteren in een oogwenk vergeten. De ruïnes liggen geheel in het zuiden van Paraguay en werden in 1993 door de UNESCO tot werelderfgoed uitgeroepen, Hier was ooit een missiepost gevestigd, de grootte van een heel dorp. De Jezuïeten waren door de Spanjaarden meegenomen om de indiaanse bevolking voor hun geloof te winnen. Een opdracht waarin ze probleemloos slaagden. Het levensritme wordt hier voor een deel bepaald door de opkomende zon. Rond vijf uur dertig ´s morgens breekt hier de dageraad aan en een half uur later priemt de zon reeds doorheen de wolken. Voor een reiziger per fiets heeft dit zo zijn consequenties. Om de te warme middagzon wat te vermijden is vroeg opstaan hier meer dan ooit de boodschap. Alvorens de fiets op te springen, ga ik eerst langs bij het openluchtmuseum van Trinidad. Om 7 uur gaan de deuren normaal open, maar wanneer ik aankom zijn alle hekkens nog potdicht. Na een vijftal minuten wachten, klim ik maar over de omheining. Een betere ochtendwandeling had ik me niet kunnen voorstellen. De ruïnes strekken zich uit over enkele hectares en ik sta verbaasd over de intactheid van sommige delen. Ornamenten en wandsculpturen geven het verleden een statisch elan en doen me heel even wegdromen naar de geschiedenislessen van weleer. De doopvont en de uit steen gebeitelde preekstoel schitteren in de vroege ochtendzon. De restanten hebben, op dit uur van de dag, zelfs iets filmisch. Had Hitchcock deze locatie ooit gevonden, dan had hier wellicht één van zijn vele moordscènes hebben plaatsgevonden. Mijn volgende etappe is Jesús, een goeie 12 km hiervandaan en enkel te bereiken via een zijweg. Reeds van bij de splitsing van de weg verandert het geasfalteerd wegdek in een haast onfietsbare route. Over de volledige 12km is de weg aangelegd met miljoenen keien die ongelijkmatig over de volledige breedte van de baan liggen. Ik hobbel van de ene kei naar de andere. Zwalp van de ene kant naar de andere, zoekend naar mijn evenwicht op die iets beter berijbare gedeeltes… Bergaf is nog erger, want dan moet ik uit alle macht op de remmen gaan staan. Uitgeschud kom ik ruimschoots twee uur later aan. Ook in Jesús liggen restanten van een Jezuïeten-missiepost. Het geheel oogt iets minder indrukwekkend, maar is daarom niet minder beklijvend. Ook hier valt niemand te bespeuren. De stilte en de sereenheid van deze plek nodigt uit om langer te talmen en languit te genieten van de middagzon. Ik moet evenwel voortmaken, want voor zonsondergang wil ik nog Artigas bereiken. Daar woont namelijk de Gentse missionaris Juan Dormal en goeie vriend van theater- en filmminnende Ieperling, Jean Cornette. De stenen aardeweg gaat over in een verharde zandweg en maakt het fietsen iets comfortabeler. Ik geniet van de stilte en de weidse vlaktes. Nauwelijks kom ik er gemotoriseerde voertuigen tegen. Een ware verademing na de drukke verkeerswegen van de voorbije week. Het is hier voornamelijk agrarisch gebied en dat merk je ook. Eindeloze korenvelden wisselen elkaar af met weilanden waar koeien en paarden rustig staan te grazen. Plots, opduikend uit het niets, verscholen tussen sparrenbomen en graanvelden zo hoog het oog reiken kan, merk ik een klein kerkhofje op. Ik rij ernaar toe en zie hoe een dame met een twijgje een grafplaats schoonmaakt. Ruim 10 jaar geleden verloor ze haar enige zoon; 13 jaar oud en verongelukt met de fiets. “La cabeza, la cabeza…” en wijst in de richting van mijn hoofd. Ik voel me hulpeloos. De vrouw slaat haar ogen op en knielt vervolgens onzacht neer op de stoffige aarde.
Gehurkt verdriet
Gehurkt verdriet
Amper één vierkante meter groot
Dertien jaar oud
Stuwdam van niet te stelpen verdriet
Ik rij zwijgend verder…
|
|
Ook dit is vakantie... |
Paraguay - Tomás Romero Perelia, 23-09-2006 |
|
Ik word wakker met het gekletter van de regen. Vanuit mijn hotelraam probeer ik de situatie in te schatten. De hemel ziet er asgrauw uit en regenwolken pakken dicht tegen elkaar aan. Tot overmaat van ramp begint het nog te bliksemen. Gek, gisteren moest ik me nog beschermen tegen de verschroeiende zon… Teleurgesteld kruip ik opnieuw onder de lakens. Twee uur later ziet de situatie er nog hopelozer uit. Het water gutst met bakken uit de hemel. Bij het ontbijt informeer ik naar de weersvoorspellingen. Negatief! De eigenaar raadt me aan om nog tot na het weekend hier te blijven. Ik twijfel. Twee dagen zitten niksen op een periode van twee jaar is natuurlijk verwaarloosbaar, maar zal ik niet gaandeweg de grillen van de natuur moeten leren aanvaarden? Ik besluit om het erop te wagen. Volledig ingepakt vertrek ik, de regen tegemoet. Nauwelijks vertrokken of de weergoden laten zich opnieuw van hun slechtste kant zien. De regensluizen worden wagenwijd opengedraaid. Meermaals moet ik de strijd opgeven en in allerijl zoek ik een schuilplaats. Een scenario dat zich eindeloos herhaalt. Zelfs mijn regenkledij is niet opgewassen tegen dit natuurgeweld. De straten worden hier en daar herschapen tot een modderpoel. En zeggen dat ik nog van geluk mag spreken: de weg is hier geasfalteerd! Ik kom opnieuw de chauffeur van de jeep tegen en weer biedt hij me een lift aan. Ik aarzel, maar geef niet toe. Hij vraagt of hij een foto mag maken van deze toch wel eigenzinnige fietser. Even later verdwijnt hij uit mijn gezichtsveld. Na vijf uren fietsen breekt het wolkendek eensklaps open. De regenwolken drijven af en de lucht kleurt blauwer dan ooit. Aan de kant van de weg zie ik hoe het water nog steeds zijn weg zoekt. In de dorpjes langs de hoofdweg herneemt het leven opnieuw zijn gewone gang. De dorpjes zijn hier eerder schaars en worden verbonden door kilometreslange akkerlanden. Hier en daar zie ik kleine huizenkolonies. Ze doemen op uit het niets en doen me terugdenken aan de verpauperde buurten van Asunción. Schrijnend! Ik zie hoe kinderen blootvoets in de rode, zompe aarde hun spel staken wanneer ik voorbij fiets. Ze lachen en zwaaien… Kinderen zonder toekomst, zonder bestaan… Ook heel wat volwassenen staren me eindeloos aan. Toeristen en zeker fietsende toeristen zijn hier eerder een rariteit. Na 96km bereik ik toch mijn eindbestemming. Doornat en moe, maar toch tevreden.
|
|
Soms zijn er van die dagen... |
Paraguay - Santa Rita, 22-09-2006 |
|
Na drie dagen Foz do Iguaçu ben ik wel toe aan andere horizonten. Na alweer een slapeloze nacht door het eindeloos gesnurk van één van mijn kamergenoten en na het doorsturen van mijn eerste verslag voor het maandmagazine Intro, vertrek ik vol goeie moed richting Paraguay. Dit is echter buiten de waard van mijn fiets gerekend. Reeds enkele dagen laat de fiets bij het schakelen naar de kleinste versnelling het afweten. Nauwelijks drie straten verwijderd van de jeugdherberg heb ik al prijs. Bij nader toezien ontdek ik dat een gedeelte van de tandwielen heen en weer schuift over zijn wielas. Er zit niks anders op dan de grote middelen boven te halen en op een professionele manier te sleutelen aan de fiets. De knepen van het vak indachtig en denkend aan de theoretische know-how die Luc Ostyn, de fietsenhersteller uit Boezinge, me heeft bijgeleerd, klaar ik de klus. Aan de grensovergang met Paraguay is het wederom een drukte van jewelste. Honderden, duizenden mensen staan in lange, wachtende rijen aan te schuiven om de grens over te steken. Het lijkt wel of sommigen de helft van hun huisvoorraad hebben meegenomen. Onvoorstelbaar! Reuzegrote zakken vol legale en illegale goederen die ze, eenmaal de grens over, aan de man proberen te brengen. Het zijn de ongekende zelfstandigen voor de fiscus die leven van de handel en de belastingsvrije handelszone. Het lijkt wel op de vlucht van Egypte. Nog nooit gezien en onvergetelijk! Ik wil zo snel mogelijk de drukke hoofdweg verlaten en via een toch wat rustigere zijweg afzakken naar het zuiden van Paraguay. Mijn landkaart toont een onbeduidende weg aan, maar zelfs na herhaaldelijk vragen, blijft het me onduidelijk of ik al dan niet de juiste richting uitfiets. De brandende zon schijnt verschroeiend op mijn lichaam en de stroom aan voorbijrijdende wagens lijkt eindeloos. Na twee uren fietsen stel ik vast dat ik op precies dezelfde plaats van mijn vertrekpunt aankom. Ik kan mijn ogen niet geloven. Zelfs de verkeersagent die me twee uur geleden de weg toonde, kijkt uitermate verbaasd op wanneer hij me dezelfde kant ziet opfietsen. De moed is zowat tot onder het vriespunt gezakt en dus besluit ik maar een eettent op te zoeken. Van fietsen zal vandaag niet veel meer in huis komen. Aangekomen in één van de honderden wegrestaurantjes die je hier bij bosjes langs de kant van de weg aantreft, laat ik me verwennen met een sopa Paraguay, bestaande uit ´cornbread ´met eieren en uien. Een specialiteit van het land. De uitbater is duidelijk opgezet met mijn aanwezigheid, want in een mum van tijd komt hij naast me zitten. Ook hier wederom dezelfde vragen: ´De dónde es usted?´ Á dónde va?´ ´Cuánto vale la bicicleta?´ … Ik vind het allemaal best gezellig. Met de nodige voedzame energie, vertrek ik tenslotte om een tweede poging te ondernemen. Na twee uur fietsen en herhaaldelijk de juiste weg te vragen, kom ik eindelijk op de bewuste zijsprong. Het landschap verandert in vlak agrarisch landbouwgebied en ik geniet mateloos van de eindeloze graanvelden. Een chauffeur met jeep vraagt of ik geen lift wil, maar ik kan de verleiding weerstaan. Net wanneer de zon achter de horizon verdwijnt, kom ik aan in het dorpje Santa Rita.
|
|
De watervallen aan Argentijnse kant. |
Argentinië - Puerto Iguazú, 21-09-2006 |
|
Gisteren geprofiteerd van de regenachtige dag om mijn website wat bij te werken en mijn artikel voor het maandmagazine Intro op punt te stellen. Vandaag staat de Argentijnse kant van de watervallen op het programma. Na de gebruikelijke grensformaliteiten, moet ik bij aankomst in het natuurpark mijn fiets achterlaten. De rest van de weg gaat via een toeristisch treintje dat ook hier twee haltes aandoet. Het heeft allemaal een beetje weg van een pretpark en bijna niets wordt hier aan het toeval overgelaten. Er zijn ruime eetfaciliteiten, goed begaanbare wandelpaden, georganiseerde boottochtjes tot vlakbij het opspattende water van de watervallen, … Toch maakt het ruime aanbod aan wandelmogelijkheden de teleurstelling van twee dagen terug ruimschoots goed. Langsheen schitterende, tropische plantengroei krijg ik de kans om via diverse uitkijkpunten een glimp van de watervallen op te vangen. Helemaal bovenaan kom ik via een labyrint van loopbruggen tot vlakbij de waterval. Het gedonder van de waterval is indrukwekkend, net als de Japanse fotografen die gewapend met fototoestel en ladder de bezoekers –op deze toch wel unieke plek- op de gevoelige plaat vereeuwigen. Ik kijk geamuseerd toe en neem stiekem een paar foto´s van de fotografen in volle actie. Ik verlaat de Japanse drukte en laat me per boot afzetten aan het eiland San Martin, aan de voet van de waterval. Via een net van wandelpaden zie ik schitterende panorama´s. Het blijft me fascineren: de miljoenenen kubieke meters water die in een haast apocalyptisch geraas naar beneden storten… Ik neem tientallen foto´s, goed wetende dat de fotografische weergave slechts een fractie van het natuurschoon kan vatten. Wie ooit de watervallen komt bezoeken en niet beschikt over een zee van tijd, moet beslist deze kant van de watervallen op zijn reisprogramma plaatsen. Een abslolute aanrader!
|
|
De watervallen aan Braziliaanse kant. |
Brazilië - Foz do Iguaçu, 19-09-2006 |
|
De grens tussen Paraguay en Brazilië wordt in het meest westelijk gedeelte van Paraguay geschieden door één enkele brug, waaronder de Rió Paraná stroomt. Wanneer ik er met de fiets aankom, kan ik mijn ogen nauwelijks geloven. Alles wat niet te zwaar of te licht uitvalt, wordt hier te voet, per bromfiets, auto, minibus of vrachtwagen de grens overgevoerd. Miljoenen mensen steken hier dagelijks de grens over en profiteren van het geharrewar en de wanordelijke, lakse controle om legale en vooral illegale spullen de grens over te smokkelen. Nog nooit gezien! In Foz do Iguaçu blijkt een goeie jeugdherberg te zijn en dus besluit ik daar een dag of drie te logeren. Het is nog vroeg in de middag als ik aankom en dus profiteer ik ervan om de watervallen aan de Braziliaanse kant nog te bezichtigen. Aan de ingang van het natuurpark dring ik aan om de resterende 10km ook per fiets af te leggen en niet met één van de speciaal ingelegde toeristenbussen. Uiteindelijk zwicht de dame aan de kassa, maar moet evenwel de volle pot betalen. Geen nood, want daar was het me tenslotte niet om te doen. De rit doorheen het natuurgebied is enig! Aan de Braziliaanse zijde zijn er twee mogelijke stopplaatsen. Ik kies eerst voor de verste en naar het schijnt de meest spectaculaire. Bij aankomst is de teleurstelling groot. Het indrukwekkend totaalbeeld van de meer dan 200 watervallen die over een afstand van 2,5 km naar beneden donderen, kan me niet echt bekoren. Het schouwspel had ik veel indrukwekkender voorgesteld. En terecht! Door de geringe neerslag van de voorbije maanden en de stijgende opwarming van de aardbol, zijn heel wat watervallen niet meer dan kleine straaltjes water. Ook de andere uitkijkpost verschaft me niet het verwachte spektakel. Als de opwarming van de aarde onverminderd zijn gang gaat, dan zou wel eens één van de grootste toeristische attracties van Brazilië niet langer letterlijk in het water kunnen vallen...
|
|
Tot meerdere glorie van het mensdom... |
Paraguay - Ciudad del Este, 18-09-2006 |
|
Iets over negen uur ´s morgens ontmoet ik Garwig die ik de avond voordien had ontmoet. We hebben afgesproken om samen de grootste dam en waterkrachtcentrale van de wereld, de dam Itaipu, te gaan bezichtigen. De prestige van het project is reeds aan de ingang meer dan merkbaar. Een modern complex met een gigantische marmeren inkomhal verwelkomt de bezoekers. Kosten noch moeite worden hier gespaard. In één van de zalen krijgen we een onderhoudende videofilm te zien over de bouw en de werking van dit meesterwerk, in het Engels notabene! Twintig minuten later voert een luxe touringcar ons naar het hart van de stuwdam. We hebben pech. Het water staat er namelijk vrij laag en het spektakel beperkt zich dan ook tot het bezichtigen van de monumentale constructie. De dam heeft een omvang van 1350 vierkante meter. Een bouwproject dat werd gestart in 1975 en diverse jaren in beslag nam. Bij de aanvang hadden Paraguay en Brazilië een overeenkomst gesloten die vooral voor Paraguay erg gunstig uitvalt. Beide landen hebben namelijk recht op de helft van de opgewekte energie, maar Paraguay heeft veel minder stroom nodig en verkoopt bijgevolg een groot deel van zijn energie aan Brazilië. De deal werd afgesloten in de jaren 70, op een moment dat de energieprijzen ontzettend hoog waren. Een prijs die Brazilië nog steeds betaalt, ondanks het feit dat de energieprijzen ondertussen fel gezakt zijn. Het project lijkt heel milieuvriendelijk, maar kent zoals zo vaak ook hier een schaduwzijde. Voor de constructie van de dam werd een heel gebied onder water gezet met alle gevolgen vandien voor de natuur. Het gebied was ooit tropisch regenwoud en herbergde duizenden diersoorten. Ze zijn allemaal verjaagd door de bouwactiviteiten of verdronken door het vollopen van het meer. In het enorme stuwmeer liggen ook nog eens de grootste watervallen ter wereld begraven. Dat is iedereen voor het gemak maar snel vergeten. Alle aandacht wordt nu gericht op de één na grootste watervalen bij Foz do Iguaçu, een goeie twintig kilometer verderop. Of hoe het ecologisch systeem ingrijpend verkwanseld kan worden tot meerdere glorie van het mensdom… De rest van de dag slenter ik nog wat langsheen de ontelbare kraampjes die de straten van Ciudad del Este omtoveren tot één groots openlucht-winkelcentrum. Wie Paraguay ooit eens aandoet, moet hier zeker eens halt houden. Al was het maar om de sfeer, de geluiden en de geuren van het gebeuren in het fotografisch geheugen van je ´eigen-ik´ op te slaan…
|
|
Een kleine oorlog... |
Paraguay - Ciudad del Este, 17-09-2006 |
|
Na een goeie 347 km aangekomen in Ciudad del Este, op een boogscheut van Foz de Iguazu, Brazilië. Drie fietsdagen met een gemiddelde temperatuur van 32 graden celcius is al bij al geen slecht begin. Paraguay is niet bepaald een fietsminnend land. De Ruta 2 van Asuncion naar Coronel Ovieda en de Ruta 7 naar Ciudad del Este mogen dan wel geasfalteerd zijn, van een fietspad ontbreekt echter elk spoor. Het razend auto- en vrachtverkeer dwingt me meermaals de pechstrook te kiezen of in het slechtste geval, de onverharde berm. Wie hier geen achteruitkijkspiegels heeft, kan beter te voet verder. Neen, lekker tuffen van dorp tot dorp is het geenszins. Alternatief? Niet echt, want wie vanuit de hoofdstad van Paraguay de wereldberoemde watervallen van Brazilië wil verkennen, moet deze weg op. Het geluk is evenwel aan mijn kant, want tijdens het weekend is het verkeer zowat gehalveerd. Het landschap heeft iets weg van onze West-Vlaamse beboste heuvels. Toch blijft het vaak zwoegen om de vele kilo´s over de hellingen te trappen. En zeggen dat ik in extremis nog 2,5 kilo terug huiswaarts heb gestuurd. Aan de conditie is er duidelijk nog werk aan de winkel! Gelukkig is bevoorrading en slaping geen enkel probleem. In haast elk dorp kan ik ruimschoots mijn dorst lessen. Water en cola vloeien hier rijkelijk en ook voor mijn broodnodige nachtrust vind ik steevast een bescheiden hotelletje. Tijdens de 2de nacht werd ik rond 4 u in de ochtend evenwel opgeschrikt door geweersalvo´s. In de buurt van het hotel waren rivaliserende bendes slaags geraakt en gedurende driekwartier werd het luchtruim overheerst door het geluid van machinegeweer. Wanneer ik rond 7u de ontbijruimte opzocht, informeerde ik de kelner van dienst naar het incident van de voorbije nacht. Hij haalde ongeïnteresseerd zijn schouders op en zei: “Una guerra pequeña entre bandas de droga. No importante...” Bij het verlaten van het hotel was de rust volledig teruggekeerd, alsof er niks was gebeurd. Een zoveelste kleine oorlog, een zoveelste vergeten oorlog... Toch is het evenwel de stad Ciudad del Este die de weinig aantrekkelijke reputatie van meest onveilige stad op zijn palmares mag schrijven. In deze grensstad krioelt het van verschillende nationaliteiten en draait alles rond het verhandelen van legale en illegale goederen. Naast Miami en Hong Kong, is hier het derde grootste winkelcentrum van de wereld gevestigd. Vooral electronische waren, zoals mobiele telefoons, cd- en dvd-spelers en digitale fototoestellen gaan hier vlotjes over de toonbank. Wanneer ik de stad intrek, tref ik een mengelmoes van Chinezen, Jaspaners, Indiërs, Koreanen en Libanezen aan. Tevergeefs zoek ik ook hier naar de nieuwste Nikonlens met beeldstabilisator. Zelfs in dit koopjesparadijs waar belastingsvrije goederen je net iets minder diep in je beurs doen tasten, blijf ik op mijn honger zitten. Rond vijf uur in de namiddag (22 uur in België) valt alle bedrijvigheid eensklaps stil. Winkeliers laten de metalen rolluiken zakken en de zwaarbewapende portiers druipen een na een af. In een half uur tijd ligt het winkelcomplex er desolaat en onvoorstelbaar vuil bij. De afvalberg van onze consumptiemaatschappij kent ook in het land van de koopjesjager zijn prijs. Ondanks alle negatieve berichtgevingen inzake onveiligheid wil ik toch nog een glimp opvangen van de stad bij valavond. Ik neem hooguit 26.000 Guarani´s mee (omgerekend 4 euro) en gewapend met peperspray en zakmes ga ik op verkenning.Mijn aandacht wordt gertrokken door het nachtlawaai van zuiderse klanken. Naast het shoppingscentrum hebben jongeren masssaal postgevat, op zoek naar nachtelijk vertier.Van enige onveiligheid is hier niks te bespeuren. Op een van de bartafeltjes zie ik de bijbel van alle backpackers liggen, de Lonely Planet. Ik ontmoet er Garwig, een Australiër op doorreis. We brengen samen de rest van de avond door en spreken af om de volgende morgen de grootste electriciteitscentrale van de wereld te bezoeken.
|
|
De realiteit van een grootstad... |
Paraguay, 16-09-2006 |
|
Ik heb inmiddels Asunción, de hoofdstad van Paraguay, verlaten en ben begonnen aan de grote fietstocht doorheen Zuid-Amerika. Asunción telt 1,9 miljoen inwoners op een totale bevolking van 5,6 miljoen. Naast een opvallende aanwezigheid van Nederlandse multinationals, ziet deze grootstad er wellicht niet anders uit dan vele Latijns-Amerikaanse steden: verpauperde buurten, schreeuwige neons, een niet aflatende stroom aan bussen en straatventers die vruchteloos wachten op een klant. Paraguay ligt, als kleinste Zuid-Amerikaans land, wat verscholen op de kaart. Het draagt een wat dubieuze reputatie met zich mee. Zo bekleedt Paraguay een toppositie in de lijst van de meest corrupte landen ter wereld en is het in het verleden een toevluchtsoord geweest voor heel wat criminelen en nazi´s. Van dit alles, niks te bespeuren. Ik slenter langsheen de vele kraampjes en vraag me af hoe velen hier de eindjes aan elkaar kunnen knopen. Armoede is hier alom aanwezig. Achter het witte, suikertaartachtige presidentieel paleis, Palacio de Gobierno, zie ik hoe mensen samenhokken in krotterige hutjes. Hout, karton, plastic en golfplaten zijn de bestandsdelen waarmee we hun koninkrijk hebben opgebouwd. Een dame maakt me attent op de onveiligheid in deze buurt en maant me aan om mijn fototoestel veilig op te bergen. Het is een vreemd zicht: armoede en rijkdom zijn hier nauwelijks 15 meter van elkaar verwijderd. Ik besluit het drukke centrum te verlaten en een bezoek te brengen aan ´el jardin botánico´, een botanische tuin dat naast een museum ook een zoo herbergt. Ook hier ben ik, net zoals in de hoofdstad, vrijwel de enige toerist. Paraguay ziet met lede ogen aan hoe menig toerist haar land links laat liggen en de zo gewilde dollar in haar buurlanden grif van de hand gaat. Een realiteit die de komende jaren niet vlug zal veranderen. Voor het eerst maak ik kennis met vreemdsoortige dieren waarvan ik het bestaan nauwelijks kende: manenwolf, tapir, pekarizwijn, jabirú,... Benieuwd welke ik tijdens mijn tocht ook in alle vrijheid tegen het lijf zal lopen? De serene rust in het park is een aangename afwisseling voor de hectische drukte in de grootstad. Op de terugweg naar het centrum neem ik de bus en laat ik me droppen in de achterbuurten. Ook hier is armoede troef. De wegen zijn in een abominabele toestand en overal zie ik restjes vuilnis tegen de stoep aangedrukt. Wellicht niet zozeer te wijten aan sluikstort, maar aan de wat bizarre vuilnisbakken die her en der neergepoot zijn. Het zijn korven die niet meer voorstellen dan een metalen geraamte. De rest laat zich wel raden...
|
|
El loco pequeño... |
Paraguay, 14-09-2006 |
|
Ik ontwaak door typische stadsgeluiden in een vroege morgen. Het is even wennen… Alleen al aan het begrip “tijd” dat sinds vandaag een totaal andere dimensie heeft gekregen. Niks moet vandaag, niks hoeft... De vermoeidheid van de voorbije hectische weken en de onvermijdelijke jet lag zijn nog duidelijk voelbaar. De eerste dagen neem ik alvast ‘vakantie’! Na een vlucht van +/- 18 uur met een tussenstop van 3 uur in Sao Paulo, land ik op mijn plaats van bestemming, Asunción, de hoofdstad van Paraguay. Paraguay ligt in het hart van Zuid-Amerika en dankt zijn naam aan de Rio Paraguay, een rivier die dwars door het land stroomt. De oorspronkelijke bewoners van Paraguay waren de Guarani-indianen. In de 16de eeuw, ten tijde van de Spaanse overheersing namen de Spanjaarden en de Guarani’s elkaars taal en gebruiken over. Veel Guarani-vrouwen trouwden met Spanjaarden en aldus ontstond een mix van indianen en Europeanen, de zogenaamde mestizo. Ook de vrouw aan de balie die mijn internationaal paspoort controleert, vertoont onmiskenbare ‘guarani-invloeden’. Mijn aandacht wordt echter afgeleid door het rumoer van het vlieghavenpersoneel, even verderop nabij de bagagetransportband. Eén van mijn fietsdozen blokeert de transportband en ik zie hoe een paar mannen als shimu-worstelaars tekeer gaan. ´´Tranquilo ! Tranquilo, por favor ! Esta caja es frágila !´´ Mijn eerste woorden Spaans maken duidelijk indruk, want bij de tweede fietsdoos leggen ze meer voorzichtigheid aan de dag. De fietsdozen zien er zwaargehavend uit, maar de inhoud is goddank intact! Tijdens het rijklaar maken van de fiets, kan ik rekenen op heel wat belangstelling. Het vlieghavenpersoneel heeft zich inmiddels ontpopt tot toeschouwers en kijken geamuseerd toe. Al snel worden de eerste vragen en opmerkingen afgevuurd. ´´De dónde est usted?´´ (Waar kom je vandaan?) en ´´Bicicleta, muy linda! Mucho dinero!´´ (Mooie fiets! Kost veel!) Ik word meteen op de realiteit gewezen: ´ik ben een gringo met veel geld!´ Een gewaarschuwd man... Bepakt en bezakt, wuift het vlieghavenpersoneel me uit. Ai, de douane ben ik glad vergeten. Wanneer ik doodleuk kom aanfietsen, bemerk ik hoe een aantal mannen me smalend aankijken. Geen van hen heeft veel zin om mijn bagage aan een grondige controle te onderwerpen en nog geen minuut later fiets ik de luchthaven uit. Wie er ooit aan denkt om ongestoord een paar kilo’s cocaïne Paraguay binnen te smokkelen, weet alvast wat hem te doen staat...
En daar sta ik dan. Mijn lang verwachte droom ligt aan mijn voeten…
|
|