Het verleggen van grenzen...

Argentinië - Ushuaia, 02-03-2007 - (dagboek 58)


In de gietende regen breek ik mijn tent af. De voorbije nacht heeft het hier haast onafgebroken geregend. Het kampeerterrein ligt er sompig bij en grijsgrauwe wolken weerspiegelen zich in alsmaar groter wordende plassen. Vuurland is nat en koud, maar gelukkig wondermooi.
De eerste tocht leidde ons langs het Beagle-kanaal en dit doorheen een afwisselend landschap van bos, lagunes met afstervende vegetaties en veenmossen. Voor het eerst in mijn leven zag ik ook een tweetal woodpeckers die duchtig hun naam alle eer aandeden. Een adembenemend schouwspel voor oog en oor! ´s Avonds hoopten we nog enkele bevers te kunnen spotten, maar moesten ons tevreden stellen met een blik op de beverdammen. Hun constructies zijn haast architectonische kunstwerkjes. De in de jaren vijftig geïmporteerde bevers uit Noord-Amerika vormen hier inmiddels een plaag. Ze hebben het landschap op sommige plaatsen kaalgevreten en volgebouwd met beverdammen. Wellicht het zoveelste bewijs dat het importeren van dieren geen goeie zaak is. Laat de natuur zijn gang gaan en laat de dieren leven in hun eigen biotoop. Maar ach, de mens... mens´dom´... Het voornemen om de avond opnieuw af te sluiten met een gezellig kampvuur viel letterlijk in het water. Rond etenstijd kwamen grote regenwolken opzetten en noodgedwongen zochten we beschutting in de regenvrije tent.
Bij het ontwaken had de regen plaats gemaakt voor een frisse, strakke wind en een schrale zon deed verwoede pogingen om het luchtruim wat op te vrolijken. We besloten de tocht aan te vatten naar de ´Cerro Guanaco´, een vijf kilometer lange beklimming dat ons een fantastisch uitzicht moest bieden op het nationaal park en de baai van Lapataia. De Nederlander, Ale, voelde zich duidelijk niet opperbest en besloot na 1 kilometer om terug te keren. Jammer, want hij was best leuk gezelschap. Een halve kilometer verder begon het plots hevig te sneeuwen. Grote sneeuwwitte vlokken dwarrelden als papiersnippers naar beneden en toverden het landschap om in een spierwit tapijt. Het leek wel kerstmis en dit haast op het eind van de zomer. Mijn gedachten dwaalden af naar het lied van Jan De Wilde, ´... de eerste sneeuw´. Zijn lied vertelt over hoe we als kind dol waren op de sneeuw, maar eenmaal oud en volwassen het kind zijn volledig achter ons hebben gelaten en de sneeuw bijlange niet meer zo fascinerend vinden. De tijd dat moeder je kwam wekken om in de eerste sneeuw te spelen is al twintig jaar voorbij... Het kind zijn heb ik gelukkig niet volledig achter me gelaten en enkele tellen later vliegen de sneeuwballen het luchtruim in. Het doet me terugdenken aan mijn collegetijd. Op een ochtend lag de speelplaats er maagdelijk wit bij. Met enkele kameraden hadden we er niks beter op gevonden om sneeuwballen te gooien door de openstaande ramen van de klaslokalen. Ik zie nog altijd hoe de subregent, Freddy van de Cappelle, furieus op ons kwam toegesneld en wij nog een laatste goal maakten. Hoe ouder ik word, hoe zaliger ik terugblik op die periode...
Eenmaal boven de boomgrens baande ik me een weg doorheen een drassig, sneeuwwit weiland. Anderhalve kilometer voor de top stak een zware sneeuwstorm op en werd de zichtbaarheid alsmaar geringer. Op een bepaald ogenblik zag ik zelfs de wegindicaties niet meer. Uit vrees een tweede keer totaal verdwaald te lopen, besloot ik om terug te keren, maar vlak achter mij was er nog een moedige klimmer, Jimmy uit Virginia (USA). Hij had zich laten registreren voor het vertrek en wou ondanks het slechte weer de tocht toch verder zetten. Ik twijfelde, maar stemde uiteindelijk toch in om hem te vergezellen. Indien we verloren liepen, gingen ze ons wel komen zoeken... Op 1 kilometer voor de de top kruisten we een Frans koppel. Ze raadden ons af om verder te gaan: teveel wind, teveel sneeuw, te koud en een te dichte mist. De jonge Amerikaan leek er zich niet door af te schrikken. Uiteindelijk besloten we om tocht verder te gaan. De sneeuw striemde als ijskoude regen in een mijn gezicht en de wind stak nog een tandje bij. Ijzig koud... en dan als een geschenk uit de hemel... In een tijdspanne van drie minuten trok de mist op, nam de wind in kracht af en hield het op met sneeuwen. Het wolkendek brak open als een piepklein kuiken uit zijn broze eierdop en een flauwe zon kleurde de vallei in een vaag goudgeel lichtschijnsel. Een zoveelste natuurwonder... Tien minuten later was het wonder voorbij. Mistslierten omsluierden wederom de bergtoppen in een asgrauw decor en andermaal voelde ik hoe de wind de sneeuwvlokken in zijn greep hield en als natte, venijnige, kleffe regendruppels in mijn gezicht blies. Nog heel even... en dan de top. We hadden het gehaald. Eén foto als een ijskoude,versteende sneeuwman. Een momentopname, een snelle blik, 360 graden in het rond en alleen maar mist en sneeuw. De afdaling kon beginnen. De terugtocht verliep moeizaam en even nat. Na zeven uur stappen bereikten we opnieuw ons startpunt. Moe en doorweekt, maar met een klein overwinningsgevoel zochten we de warmte op van de cafetaria. Het verleggen van grenzen... het lijkt een terugkerend gegeven.

Handelsmerk: "El fin del mundo"...

Argentinië - Ushuaia, 28-02-2007 - (dagboek 57)


Ik verlaat Ushuaia in de late vooravond, richting het Nationaal Park. Bij het uitfietsen van de stad vraag ik me af waarom Ushuaia door de eeuwen heen zoveel reizigers heeft gefascineerd. "Het eind van de wereld"-gevoel... is majestueuzer dan Ushuaia zelf. Ushuaia zelf is een teleurstellend niets. De meest zuidelijke stad op de aardbol telde vroeger een paar duizend inwoners. Ze leefden van de marinebasis en de gevangenis. De gevangenen liepen hier vrij rond, want niemand kon weg van het eiland. Ze legden rioleringen aan en bouwden huisjes. In 1947 ging de gevangenis dicht. Meer dan een halve eeuw later is Ushuaia uitgegroeid tot een stad van 70.000 inwoners. De belastingvrije zone, de zuidpoolexpedities en het ecotoerisme hebben Ushuaia gered van de ondergang. Want behalve dat, is er niks. Of toch, Ushuaia vormt het grootste eiland te midden van een paar losse eilandjes en bengelt als een te snel opgegroeide baby aan de navelstreng van een groots continent. Het ligt aan een baai dat overloopt in het Beaglekanaal dat op zijn beurt de natuurlijke scheidingslijn vormt tussen Argenitinië en Chili. Ushuaia wordt omringd door besneeuwde bergtoppen, een half wiel groot. Ushuaia werd gered door zijn entourage. Verder is er niets. Nu ja, niets in een betoverend mooi landschap is toch iets...
El fin del mundo..., het is een leuze die hier op elke straathoek te lezen valt, alsof ik me daar nog niet bewust van was. "Het eind van de wereld"-gevoel als handelsmerk... Het is een privilege dat alleen Ushuaia toebehoort of toch net niet. Het echte, echte einde bevindt zich hier op een half uurtje varen vandaan. Isla Navarino met het stadje Puerto Williams is in wezen het echte einde, maar helaas Chileens grondgebied. De verdeling van Vuurland tussen Argentinië en Chili is een twistappel die nog niet verteerd lijkt te zijn en dus moffelen de Argentijnen deze waarheid keurig weg tussen hun kleurrijke etalages en valse neonreclame. De in winterkledij uitgedoste pinguïns dingen naar de geldbeugel van de avonturiers die vrezen dat ze de oversteek naar het sprookjesachtige zuidpoolgebied niet zullen overleven zonder een nog warmere trui of een nieuwere, dikkere Michelin-vest. Nu ja, elke verkooptactiek is hier goed...
Deze morgen heb ik al even het gevoel gehad richting Antarctica te hebben gevaren. De frisse boottocht op het Beagle-kanaal bracht me ondermeer naar het eiland Isla Bridges en naar een kolonie zeeleeuwen. Wederom teveel foto´s gemaakt, maar zo gaat dit nu eenmaal. Je ziet er altijd eentje die er net leuker uitziet dan de vorige. Ook het symbool van Vuurland, de vuurtoren, werd van alle kanten digitaal ingeblikt. Misschien best nog een jaartje verlof aanvragen om alle foto´s bij mijn thuiskomst te catalogeren...
Het Nationaal Park van Tierra del Fuego ligt slecht op 20 km van de stad vandaan. Natte, afgekraakte boomstammen in ontoegankelijke bossen en ondergelopen weilanden liggen er roerloos bij wanneer ik rond half acht ´s avonds het park binnenfiets. In Lago Verde, bijna helemaal op het eind van het park, wacht Ale me op. Ale komt uit het Nederlandse Drenthe en heb ik twee dagen terug in het hostal ontmoet. Samen zullen we het park verkennen. Problemen met de betaling van mijn afvaart naar Antarctica hebben ertoe geleid dat ik pas vrij laat in het park aankom. Ale is duidelijk ontstemd, maar gelukkig slaat zijn gemoed gauw om. We zetten de tent op en laten onze scoutsgevoelens heel even opflakkeren bij een zelfgemaakt kampvuur. Terwijl een stormachtig wolkendek de omringende bergen in een onzichtbare sluier omhult, warmen we ons aan de gloeiende vlammen. Ik voel me wederom veertien jaar oud, zittend rond het kampvuur en wegdromend over de vlammen heen. Veertien jaar oud, onbezonnen en zorgeloos... Het leven moet nog beginnen...

De kogel is door de kerk...

Argentinië - Ushuaia, 27-02-2007 - (dagboek 56)


Bestaat er een meer afgelegen continent op aarde als Antarctica? Ik denk het niet. In ieder geval is het ongetwijfeld het hoogste, koudste, droogste en winderigste van alle continenten. De man die België een plaats gaf in de geschiedenis van Antarctica, Adrien de Gerlache de Gomery, zou het in ieder geval beamen. Met zijn ´Belgica´ bereikte hij bijna 110 jaar geleden (febr. 1898) het Antarctisch schiereiland. De reis vlotte aanvankelijk naar wens, maar ze geraakten evenwel ingesloten door het pakijs. Er zou niks anders opzitten dan te overwinteren. Het risico dat schepen vast lopen is nog steeds bestaande. Net een maand geleden geraakte een Noors cruiseschip nog vast nabij Deception Island (South Shetland Islands). De kans dat de ´Ushuaia DBC´ die op zaterdag 3 maart vertrekt ook zal vastlopen is eerder gering, daar de boot slechts een capaciteit heeft van 80 passagiers. De kogel is dus inderdaad door de kerk. Zaterdag aanstaande vertrek ik voor een 11-daagse expeditietocht. Om de zenuwen alsnog wat onder controle te houden, vertrek ik vandaag nog voor een drietal dagen naar het Nationaal Park van Tierra del Fuego. Daar wil ik nog een paar trekkings doen om dan uiteindelijk de 2de maart mijn spullen in te pakken voor wellicht het mooiste onderdeel van heel mijn reis. Het dromen is alvast begonnen...

Ushuaia: vier seizoenen op één dag...

Argentinië - Ushuaia, 26-02-2007 - (dagboek 55)


De regendruppels kletteren tegen de kleine, vierkante ramen van het hostal Yakush, in hartje Ushuaia en doorheen de tranen van regen zie ik hoe mensen, goed ingeduffeld, beschutting zoeken tegen weer en wind. Het leven is onvoorspelbaar. Het weer in Ushuaia evenzo. In een tijdspanne van twaalf uur zie je hier vier seizoensmodes voorbijwandelen. Oudjes sjokken voorbij in loodzware winterjassen, met wollen mutsen en zelfgebreide wanten, als waren het pinguïns. De middelbare leeftijd wandelt voorbij met stevige tred, de kraag van hun regenjas rechtop gezet. Pubers daarentegen slenteren voorbij in trainingspak of sweater alsof er geen vuiltje aan de lucht is en de chica´s doen je met hun topjes haast geloven dat het hier 25 graden en meer is. Mijn geplande uitstap naar het Nationaal Park van Tierra del Fuego valt althans voor vandaag in het water, zoveel is duidelijk.
Excursies plannen in het eind van de wereld loopt niet steeds van een leien dakje. Zo werd mijn zeiltocht op het Beaglekanaal ter elfder ure afgelast wegens teveel wind. Gelukkig biedt Ushuaia voldoende andere mogelijkheden om de tijd zinvol in te vullen. Zo bezocht ik ondermeer de Martial-gletsjer. De vergelijking met de Perito Moreno-gletsjer in El Calafate kon hij geenszins doorstaan, maar toch bood hij een wondermooi uitzicht op de baai van Ushuaia. De trip deed ik in het gezelschap van Ale, een jonge Nederlander die, net als zovele trotters hier, een zestal maand Latijns-Amerika komt verkennen. Het is trouwens opvallend hoeveel jongeren hier rondhangen. Het eind van de wereld... het blijft een bepaalde aantrekkingskracht uitoefenen. Ook in het verleden heeft Ushuaia heel wat mensen in de ban gehouden. In het museum ´Fin del Mundo´ ontdekte ik dat een zekere Günter Plüschow de eerste luchtvaartpionier was die met een vliegtuigje over Vuurland vloog. Net als in vele andere musea vond ik ook hier uitgebreide info over het leven van de indianenvolkeren. Het meest opvallende museum vond ik in de gewezen gevangenis, die in feite aan de basis ligt van het ontstaan van Usuhaia. Dit Alcatraz van Argentinië werd begin vorige eeuw gebouwd door de veroordeelden die hier naartoe werden verbannen. Het zijn vooral enkele onder hen die werden bestempeld als staatsgevaarlijk -oa. de Russische anarchist Simon Radowitzky die verantwoordelijk werd geacht voor de moord op politiechef Ramon Falcon- die de gevangenis tot op vandaag een zekere toeristische aantrekkingskracht bezorgen. In hetzelfde museum is ook een heel luik besteed aan de wetenschappelijke en handelsexpedities naar Vuurland. Met het oog op mijn uitstap naar Antarctica best interessant.
Mijn zoektocht naar een last minute ticket is tot dusver niet geheel vruchteloos geweest. Ik sta op een wachtlijst voor een schip dat de 1ste maart richting Zuidpool vertrekt. Het aantal expedities die naar dit koudste gebied van de wereld varen, loopt stilaan op zijn laatste benen. Halverwege maart vertrekt zowat het laatste schip, omdat het gebied daarna niet meer toegankelijk is omwille van het vele pakijs. Om alsnog mijn plaatsje te verzekeren heb ik ook een optie genomen voor de 3de maart. Morgen weet ik met zekerheid wanneer ik afvaar naar dit continent dat groter is dan de Verenigde Staten van Amerika en waar de ijslaag er op sommige plaatsen 2000 m dik is. Maar dat ik ga, staat zeker vast!

Suivez votre rêve, tel qu´il soit...

Argentinië - Ushuaia, 23-02-2007 - (dagboek 54)


Ik ontwaak aan ´het einde van de wereld´. Een wat vreemde, maar o zo zalige gedachte. Het lijkt haast een sprookje. Als kind heb ik twee bestemmingen altijd ervaren als onbereikbaar: Timboektoe en Ushuaia. Had het te maken met de vreemde klankvorming van de plaatsnamen of met hun plaats op de wereldkaart? Geen idee, in ieder geval hadden ze voor mij iets magisch, iets buitenaards... Precies tien jaar geleden bezocht ik op mijn reis doorheen West-Afrika het mysterieuze Timboektoe, ontstaan middenin de Tenere-woestijn bij een oase waar karavaansporen elkaar kruisten. Daar in Mali, op de grens van de Arabische en Afrikaanse wereld vond ik een stad van lemen hutten met rieten daken. Het leek alsof de tijd er was blijven stilstaan. Tien jaar later is Ushuaia aan de beurt. Een stad aan het einde van de wereld, die leeft van het toerisme en overstelpt wordt door avonturiers die koortsachtig een last minute ticket proberen op de kop te tikken naar het al even mysterieuze Antartica. Twee steden, twee tegenpolen. Timboektoe staat voor zand, hitte en woestijn. Ushuaia daarentegen voor water, koude en besneeuwde bergtoppen. De belichaming van mijn eigen-ik?
Ik hou van avontuur, van het verleggen van extreme grenzen. Helaas hangt daar steeds een prijskaartje aan vast. In het geval van Antartica evenwel een extreem hoog... Als je het aantal nullen voor de komma telt, dan zeg je intuïtief: ´Neen, dank je wel!´ Maar wanneer je de foto´s ziet hangen in de diverse infobureaus die excursies allerhande aanbieden, dan smelt het bedrag als sneeuw voor de zon. Je gaat voor- en nadelen tegen elkaar afwegen, wikken en wegen, pro´s & contra´s. Maar hoe goed ik ook alles probeer te analyseren, ik kom steeds tot dezelfde slotsom: 1 nadeel tegenover 10-tallen voordelen. Een onverantwoorde uitgave? Ach misschien wel, maar wat is uiteindelijk een bedrag van enkele nullen in een mensenleven? Mijn uitstapje naar Antartica betekent een grote hap uit mijn reisbudget en wellicht zal ik de komende maanden mijn uitgaven wat meer in de gaten moeten houden. In het allerergste geval zal ik bij mijn thuiskomst op zoek moeten gaan naar een kabouterhuisje. Een huisje dat evenwel vol zal hangen met foto´s uit tientallen landen, foto´s met een verhaal, met een ziel. Foto´s die grensoverschrijdend zullen zijn en me het gevoel zullen geven dat mijn huis een wereldcontinent groot is... En nu maar hopen dat ik alsnog een ticket kan bemachtigen. Wordt vervolgd...

Een blij weerzien...

Argentinië - Rio Grande, 22-02-2007 - (dagboek 53)


Het is tien uur in de ochtend. De vrouw des huizes wil nog kost wat kost een foto van ons maken. Ietwat met tegenzin laat ik me inblikken voor de eeuwigheid. Het getreuzel van de Italianen begint stilaan op mijn zenuwen te werken. Het lijkt wel of de Italianen alle tijd van de wereld hebben. Ze lijken wel de tegenpolen van de Catalanen. Bij wijlen is het soms zelfs grappig. Een opvliegende meeuw of een gek in het rond springend schaap is vaak al voldoende om de remmen dicht te gooien. Of in volle afdaling halverwege stoppen om van het landschap te genieten. Wat voor de Catalanen een doodzonde was, lijkt voor de Italianen haast een nationale sport. Anderzijds zijn het best aardige knullen. Pas afgestudeerd en nog heel even proevend van de vrijheid... Ik kan hen geen ongelijk geven. Wanneer ze onder elkaar praten moet ik steeds terugdenken aan die ene magistrale film: "La Meglio Gioventù". Dit zes uur durend familie-epos werd oorspronkelijk gedraaid als een tv-reeks voor de RAI, maar kreeg een bioscooprelease in twee delen die art-housecinema’s in heel Europa deed volstromen. Een film die drijft op een lyrisch sfeertje en die de recente Italiaanse geschiedenis in beeld brengt, maar erin slaagt om niet cynisch te worden. Een film die ondermeer in 2004 ging lopen met de publieksprijs tijdens het Internationale Filmfestival in Rotterdam.
Bij aankomst in Rio Grande werd ons groepje nog uitgebreid met een fietsende Braziliaan. Nog heel even en straks fietsen we als één grote klas naar Ushuaia... Het eerste uur hebben we wind op kop en moeizaam kruipen we voorbij. Daarna draait de weg 90 graden en blaast de wind ons vooruit. Een zalig gevoel. In Patagonië moet je het ijzer smeden terwijl het heet is. Het weer kan hier van het ene moment op het andere omslaan, alsook de wind. Ik voel me in topconditie en zet er behoorlijk wat vaart achter. Tot mijn ergernis stel ik vast dat de Italianen achterop hinken. De Braziliaan maakt het zowat nog bonter en doet geen enkele moeite om zijn tempo op te drijven. Ik heb echter mijn zinnen gezet op Ushuaia en wil het onderste uit de kan halen. Vooral het besef dat de Catalanen er hun laatste avond doorbrengen, sterkt mij in het bereiken van mijn doel. Na 30 km beslis ik om alleen verder te fietsen. Ik neem afscheid van het trio en vervolg mijn weg. Halverweg mijn lange solovlucht zoek ik in het enige dorp dat ik op mijn weg tegenkom een internetcafé. Van daaruit mail ik naar mijn Catalaanse vrienden om hen op de hoogte te brengen van mijn komst. De laatste vijftig kilometer krijg ik wederom af te rekenen met felle tegenwind. Tot mijn eigen verbazing begint de weg nog te stijgen, 600 meter hoog. Ik trek me op aan de zekerheid dat elke stijgende meter straks beloond zal worden met een fikse afdaling. Uiteindelijk duurt mijn solorit elf uur en bereik in na 220 km Ushuaia.
In het hostal hebben Narcis en Llorenc een bericht achtergelaten. Ze vieren hun laatste avond bij vrienden. Een half uur later zet een taxi me voor het huis van de vrienden af. Het weerzien is fantastisch, net als het overheerlijke eten dat la señora heeft klaargemaakt. De wijn vloeit rijkelijk, evenals de anekdotes van de voorbije dagen. We klinken op de belofte om binnen negen maand samen Colombia en Venezuela per fiets te verkennen. Een mooier afsluit van onze vriendschap had ik niet kunnen voorstellen...