Een koerswijziging... |
Chili - Punta Arenas, 26-03-2007 - (dagboek 7) |
 |
 |
Ik ben aangekomen in Punta Arenas, na een ononderbroken boottocht van 36 uren. Wie het meest zuidelijke eiland van de wereld, Isla Navarino, wil verlaten moet ofwel de boot of het vliegtuig nemen. In het leven moet je de romantiek laten zegevieren en dus koos ik voor de lange -en helaas duurdere- boottocht. Al moet ik deze keer wel meteen bekennen dat een vrachtschip niet bepaald synoniem staat voor een romantische overzeese tocht. De onophoudelijke jankende motor, de te krappe zitjes die leken weggeplukt uit de cockpit van een zweefvliegtuigje, de doordringende geur van smeerolie die zelfs de aroma van de veel te waterachtige soep wist te verdringen, de wc-pot die bij elk gebruik over zijn porseleinen oevers trad en je meteen een voetwassing gaf...
Maar avontuurlijk is het natuurlijk wel. Mijn Duitse kompaan vond romantiek maar niks en klaagde over de geringe inspanning die de kok leverde om hem een serieuze vegetarische maaltijd voor te schotelen. Nu ja, dit was geen luxe cruise-schip waar het boordpersoneel je naar de pijpen danste...
Sommige trouwe ‘verdwaaldezwerver.be’-bezoekers stuurden me reeds een mail met de vraag of ik niet van dorst was omgekomen tijdens mijn trekking doorheen het eiland. Het uitbijven van enig teken van leven had niet te maken met een gebrek aan watervalletjes, maar met een internetverbinding die al dagen niet meer functioneerde. Ach, hoort ook dit niet bij de titel ‘het einde-van-de-wereld’?
Morgen neem ik opnieuw een ander transportmiddel, meerbepaald de bus. Na een rit van 48 uur zou ik moeten aankomen in Santiago, de hoofdstad van Chili. De reden van deze koerswijziging is de komst van een vriendin. Gedurende drie weken zal ik de fiets op stal zetten om samen met haar bepaalde delen van Chili te verkennen. Maar vooraleer ik de rugzak over m’n schouders gooi, zal ik me nog heel even onderdompelen in het leven van iemand die voor eeuwig verbonden zal blijven met ‘zijn’ Chili: Pablo Neruda.
Meer viervoeters dan mensen... |
Chili - Puerto Williams, 23-03-2007 - (dagboek 6) |
 |
 |
Als er één plaats is in de wereld dat het predikaat van 'het einde-van-de-wereld' op de revers van zijn smoking mag spelden, dan is het wel Puerto Williams. Alleen al de avontuurlijke tocht om er te geraken is al een bonus waard, zeker als je ervoor kiest om vanuit Ushuaia een kleine boot te nemen om je naar het eiland, Isla Navarino, over te brengen. Eenmaal voet aan wal moet je geduldig wachten tot een militair komt opdagen om je paspoort te voorzien van een stempel, een vrijgeleide van 90 dagen. Wie de overtocht vanuit Ushuaia op eigen houtje regelt en erin slaagt om een schip te vinden die zo bereidwillig is om je naar de overkant te brengen, zou wel eens een heel avontuurlijke aankomst kunnen hebben. Puerto Williams ligt namelijk 54 kilometer van het muffe, kleine douanekantoortje verwijderd en de taxiservice leeft hier op de gratie van de 'aangekondigde' bezoekers. Ik had andermaal het beste vervoermiddel, want ook al volgden de hellingen elkaar in een ijltempo op, ik kon meteen het 'einde-van-de-wereldgevoel' opsnuiven. Desolate, ongerepte heuvels waarover er slechts één enkele gravelweg liep. De hellingen waren vaak zo steil en het steengruis zo talrijk dat ik diverse malen te voet de top bereikte. Op de hele weg kwam ik niet één wagen tegen en slechts hier en daar zag ik tekenen van menselijke aanwezigheid onder de vorm van felgekleurde, golfplaten huisjes, scheefgetrokken en verweerd door de geselende wind.
Puerto Williams draagt de pretentieuze titel 'hoofdstad van Antarctica Chilena' hoog in zijn vaandel, maar zal voor eens en altijd vereenzelvigd blijven met de Chileense marinebasis die er is gevestigd. Ze maken ongeveer de helft uit van de totale bevolking die wordt geschat op 2200 zielen. De marinebasis vormt als het ware een schild voor de stad die er achter ligt en op een heuveltop zijn grondvesten heeft gebouwd. De ongeasfalteerde straten geven een troosteloze aanblik, een gevoel dat nog wordt versterkt door de rommelige, piepkleine en weinig aantrekkelijke golfplaten huisjes. Achter de felle, soms schreeuwerige kleuren schuilt een verdoken armoede. De hoofdstraat telt slechts drie kleine kruidenierswinkels (de enige in de hele stad) en heeft slechts een zeer selectief aanbod aan levenselementaire produkten. Een internetcafé is er wel, maar de verbinding laat het al drie dagen afweten. Wie doorheen de armtierige straten van Puerto Williams wandelt, wordt geconfronteerd met een andere wereld, een wereld die in geen enkel opzicht gelijkenissen vertoont met zijn tegenganger, Ushuaia. Mooi uitgedoste etalages met aangeklede pinguïns tref je hier niet aan, evenmin zweeft een geur van verse, artisanale chocolade als een feestelijke slinger doorheen de hoofdstraat. De straten worden hier afgebakend door verroeste, ijzeren bakken die zelfs een export naar de West-Afrikaanse autokerkhoven niet zouden overleven. Straathonden lopen je hier haast voor de voet. Volgens de winkelbediende wordt hun aantal op een drievoud van de bevolking geschat. De dierlijke overbevolking zou te wijten zijn aan de vele honderden mariniers die de voorbije jaren werden overgeplaatst naar andere marinebasissen en bij hun vertrek hun geliefde viervoeter verwaarloosd hebben achtergelaten. Terwijl de honden doelloos rondhangen, sjokken mensen hier op een drafje voorbij, hun weinig modieuze kleren dicht tegen zich aandrukkend. Hun getaande gezichten vertonen sporen van hun voorgangers en oorspronkelijke bewoners van het eiland, de Yaghan-indianen. Een klein museumpje en een kerkhofje vormen er zowat de laatste, stille getuigen. Wanneer ik na een zoveelste tevergeefse internetpoging terugkeer naar het hostal, zie ik hoe een peuter een plastieken slede achter zich aansleept. Het schurend geluid van het plastiek met de onharde ondergrond heeft een onwerkelijke klank en laat een stoffig, vuilgrijs spoor achter. De winter is in aantocht...
Een regenboog van een geschenk... |
Chili - Isla Navarino, 21-03-2007 - (dagboek 5) |
 |
 |
De slechte weersomstandigheden tijdens de derde dag van onze trekking en de weinig comfortabele slaapaccomodatie hebben gisteren hun tol geeïst. Ik voelde me futloos en bij elke stap snoerde de rugzak als een zweepslag. Reeds bij de eerste steile klim kon ik het juiste ritme niet vinden en tot mijn eigen ergernis stelde ik vast dat de afstand tussen Mauro en mezelf steeds groter werd. Zelfs op de kale en brede glooiende helling slaagde ik er niet in om hem bij te benen. Mijn krachtspieren voelden alsmaar strammer aan en voor het eerst kon de idyllische omgeving die hier en daar iets weg had van een maanlandschap me minder bekoren dan voorheen. Een gezonde geest in een gezond lichaam... Er zal wel een deel waarheid achter schuilen. De wind leek me heviger dan ooit en hier en daar moest ik echt met beide benen op de grond blijven staan om niet omver gekatapulteerd te worden. De afdaling langs de puinhelling leek eindeloos en tergend langzaam. Bij aankomst in onze 'campsite' nabij de 'Laguna de los Guanacos' voelde ik me totaal opgebrand. Door de drassige veengebieden waren mijn sokken drijfnat en zelfs na diverse koppen thee slaagde ik er niet in om mijn lichaamstemperatuur terug op peil te krijgen. Trekkings hebben nu eenmaal een schaduwzijde...
Vandaag voel ik me beduidend fitter, maar ditmaal is het weer de grote spelbreker. Tijdens de lange afdaling door het bos en langs diverse bevermeertjes regent het onophoudelijk. We walsen tussen de regen en de koeienvlaaien, de eerste tekenen van beschaving, na vier dagen stappen. Wanneer we in de namiddag terug aankomen in Puerto Williams breekt de hemel heel even open en heet een korstondige zon ons opnieuw welkom. Een regenboog kleurt een kwart van het luchtruim en lijkt wel te ontstijgen vanuit de oever van het Beagle kanaal. Een mooier geschenk na deze loodzware trekking, had ik me niet kunnen voorstellen. Het bevestigd wederom wat ik vijf dagen lang aan den lijve hebben mogen ondervinden: Isla Navarino is een stukje ongeschonden schoonheid. Een puzzelstukje dat ik heb toegevoegd aan de landkaart van te koesteren plekjes. Het kunstwerk heeft er een nieuwe dimensie bijgekregen...
Een sneeuwwit tapijt... |
Chili - Isla Navarino, 19-03-2007 - (dagboek 4) |
 |
 |
Mijn vermoeden wordt bevestigd. Het landschap is omgetoverd tot een sneeuwwit tapijt. Voor de tent ligt een dikke sneeuwvacht, tien centimeter hoog. Ik heb andermaal geen oog dicht gedaan, mede door de onophoudelijke rukwinden. De lucht ziet troosteloos mistig en regenvlagen van sneeuwdruppels trekken als een flinterdun gordijn voorbij. Zowel Mauro als ik draaien ons nog een zoveelste maal om, hopend op een natuurwonder. We overleggen of we de tocht niet beter zouden afblazen, maar uiteindelijk beslissen we om de trekking toch verder te zetten. Tussen striemende sneeuwvlagen in, breken we de tent af. Mijn vingers voelen ijzig koud aan wanneer ik de ijskegeltjes van de tent verwijder. Sneeuwvlokken druipen als twijfelende regendruppels langsheen het opgeplooide tentzeil. De tent is doornat, net als mijn rugzak. Twee uur lang moeten we tevergeefs toezien hoe de ene sneeuwstorm de andere opvolgt. Het pad is glibberig en op sommige plaatsen gevaarlijk steil. Het ontbreken van trekkingssticks en mijn onevenwichtige, loodzware rugzak brengen me meermaals uit mijn balans. De aanraking met de besneeuwde rotsblokken is hard en koud. Mauro blijft me verbazen. Zelfs in de mist blijft hij het juiste spoor vinden. Ik voel me als een wandelende sneeuwman, halfbevroren.
Andermaal vervloek ik mezelf. Waarom moest ik zo nodig deze uitdaging aangaan? Om te bewijzen dat ik mijn grenzen kan verleggen? Neen, geenszins, de geschiedenisboeken puilen reeds uit van helden die vaak het bovenmenselijke hebben gepresteerd. "Ja, ja...", hoor ik mijn moeder al denken, "... en de kerkhoven liggen er vol van ook!" Waarom doe ik het dan? Misschien wel een beetje om het pioniersgevoel. De 'Cordón de los Dientes'-trekking trekt jaarlijks slechts 200 sportievelingen aan. Een aantal dat in het niets verdwijnt als je weet dat het nationaal park 'Torres del Paine', eveneens in Chili, maar liefst 25000 trekkers over de vloer krijgt en dit van oktober tot en met april. Het besef dat je niet een zoveelste platgetreden pad verkent, maar een stukje ongerepte natuur ontdekt dat slechts weinigen in hun leven te zien krijgen, is op zich al een avontuur. Exclusieve dingen zien en beleven, het vergt vaak wat zelfopoffering.
In de namiddag komt een schrale zon doorheen het grijze wolkendek piepen. De sneeuw begint te smelten en in een mum van tijd zakken onze schoenen weg in een smeuïge brij. Op sommige plaatsen schuift de modder onder mijn schoenen weg en zuigt het schoeisel zich als een inktvis vast. De tentakels laten modderklodders achter die zich een weg banen tussen mijn sokken. Ik denk dat ik deze keer maar de was zal uitbesteden...
Rond vijf uur zetten we onze tent opnieuw op, enigszins beschut tegen de felle wind. Het decor is verbluffend mooi. Het rimpelloze wateroppervlak van diverse meren weerkaatst honderden afgeknotte boomstronken die als een soort mekado-spel kriskras over elkaar heen liggen. Een stilleven dat nog wordt versterkt door de opflakkerende wind. Isla Navarino, ongeschonden grootsheid in een vertederend mooi landschap...
Het wispelturig spel der natuurelementen... |
Chili - Isla Navarino, 18-03-2007 - (dagboek 3) |
 |
 |
De hevige wind wekt me uit mijn slaap. Een verdwaalde plastic zak wappert heen en weer en fijne regendruppels tikken tegen het tentzeil. Het is vijf uur in de ochtend. Mauro lijkt nog in een diepe slaap verzonken. Ik draai me een zoveelste maal op m´n zij, zoekend naar een wat comfortabele positie. Mijn rug stuurt pijnsignalen naar mijn hersenen. Negen uur ononderbroken op een flinterdunne matras eist z´n tol. Ik dommel opnieuw in. Twee uur later is de pijn niet meer te harden. Stapelwolken stijgen boven de bergtoppen uit en de wind waait de geur van regen het dal in. Dit voorspelt weinig goeds. Tijdens het afbreken van de tent bemerk ik dat mijn schoenen tot vijf centimeter in het water staan. Waar zou trouwens de uitdrukking 'het hoofd boven water houden' zijn ontstaan?
De tocht leidt ons andermaal doorheen het ongerept bergengebied met meren, valleien en kale sneeuwvelden. Grillige bergtoppen pieken hier en daar tot hoog boven de wolken en geven het landschap een Zwitsers tintje. Ook nu weer valt het me op dat Mauro instinctief het juiste pad weet te vinden. In deze onherbergzame streek zou ik al tientallen keren verdwaald zijn geraakt. De dubbele rode verfstrepen zijn vaak over vele honderden meters nergens te bespeuren. Ruim voldoende om het noorden volledig kwijt te raken. Ook de steenmannen (op elkaar gestapelde keien die als kleine piramides je wegwijs maken naar het volgende markeringspunt) zijn met geen loep te onderscheiden van alle andere over elkaar liggende rotsblokken. De regen blijft uit, maar onder een onheilspellende hemel blijven lage wolken voorbij snellen. Mauro is er duidelijk niet gerust in en stelt voor om een plaats voor de komende nacht op te zoeken. Net op tijd, zo blijkt. Een stevige westenwind komt opzetten en verhindert ons ei zo na om onze tent op te zetten. We lijken wel Che Guevara en zijn kompaan Alberto Granada. Met zware stenen verstevigen we ons stulpje tot een versterkte burcht. Geen overbodige luxe, want de wind komt zo fel opzetten, dat de tent lijkt te dansen op zijn grondvesten. Niet alleen de wind giert in het rond, ook de overige seizoenen passeren de revue: regen, hagel en smeltende sneeuw. Het meest beangstigend is de wind. Je hoort de wind vanuit de verte aanzwellen om enkele seconden later als een stormwind over de tent te razen. Verkleumd kruipen we in onze slaapzak. Het is vier uur in de namiddag. Ik luister naar het spel der natuurelementen en prijs me gelukkig dat ik op de zijlijn sta of beter gezegd, lig. Twee uur later zoeken we wederom de kilte van de avond op. De temperatuur schommelt rond het vriespunt en ik snuif de geur van natte aarde op. Voor het eerst ervaar ik hoe leeg en ongerept het landschap is. We vullen onze te kleine kookpotten met water van een nabijgelegen riviertje en halen onze culinaire talenten boven: puree in tomatensaus. De aardappelen smaken naar poeder en de tomatensaus naar een teveel aan bewaarmiddelen. Het koken op reis is op z'n zachtst uitgedrukt 'anders' dan thuis. Terwijl de wind zijn spel van aan- en afstoten verder speelt, zien we hoe dikke sneeuwvlokken het landschap inwit kleuren. Benieuwd of we morgen onze ski´s zullen moeten bovenhalen...
Het meest zuidelijke eiland van de wereld... |
Chili - Isla Navarino, 17-03-2007 - (dagboek 2) |
 |
 |
Ik ben vertrokken voor een vijfdaagse trekking doorheen het meest zuidelijke eiland ter wereld, Isla Navarino in Chili. Ushuaia mag dan wel dwepen met de onterechte slogan 'el mas sur del mundo', het echte einde van de wereld bevindt zich in Puerto Williams aan de zuidkant van het Beagle kanaal. Deze meest zuidelijke nederzetting ter wereld is enkel per vliegtuig of voor de minder gefortuneerde reizigers (ik dus) per boot te bereiken. Een speedbootje bracht me gisteren, samen met twee andere toeristen vanuit Ushuaia naar deze uithoek op de aardbol. Één van hen was Mauro, een jonge Duitser die speciaal naar hier kwam om vijf dagen lang het parcours te volgen van 'Los Dientes de Navarino' (de tanden van Navarino). We besloten de tocht samen te ondernemen. Voor het vertrek lopen we nog langs bij de plaatselijke carabineros (politie) alwaar we ons laten registreren en de datum opgeven van onze terugkomst. Is deze verplichte registratie een stille wenk inzake de moeilijkheidsgraad van de trektocht? We slaan nog wat extra proviand in en rond tien uur zijn we vertrekkensklaar. Naast mijn tent, slaapzak en slaapmatje, zeul ik drie kilo pasta mee, twee kilo tomatensaus, brood, salami, tonijn in blik, oploskoffie, melkpoeder, honing, een kookset, drie liter water en wat kleren. Alles bijeen, goed voor zeventien kilo bagage. Mijn rugzak is in wezen niet echt geschikt om dergelijke trekkings te doen, maar met behulp van enkele spanriemen slaag ik er toch in om alles vastgehecht te krijgen. Mauro kijkt wat bedenkelijk wanneer hij mijn constructie ziet, maar ik stel hem gerust door mijn verhaal te vertellen over mijn tocht naar de vulkaan Lanín.
De zon breekt wat moeizaam doorheen het dichte wolkendek wanneer we na een fikse klim boven het bos uitstijgen. Op de bergkam wappert de Chileense vlag. Het enige herkenningspunt te midden van deze lege uithoek. Het 'einde-van-de-wereldgevoel' lijkt er nergens zo groot als hier... We traverseren de steile helling en na zes uur wandelen bereiken we onze eerste slaapplaats, ter hoogte van Laguna el Salto. Het gebied is er opvallend moerassig en het kost ons behoorlijk wat tijd om een plek te vinden waar onze tent niet wegzakt in het drassige gras. De wind giert er 360 graden in het rond. Om de koude wat te ontvluchten, koken we in de voortent: pasta met tomatensaus. Een koninklijke, groenten- en vleesloze maaltijd, op smaak gebracht met zout en chili-kruiden. Voor het eerst slaag ik erin om een deftig gesprek aan te knopen. Mauro is eerder een zwijgzaam type. Zijn leven staat in het teken van de natuur en het bergbeklimmen. Drie weken terug beklom hij met vier vrienden een berg ten noorden van Argentinië. De alpinistische tocht liep bijna fataal af. Bij de afdaling stortte één van hen tientallen meters naar beneden. Hij overleefde de val, maar het ongeval heeft Mauro wel tot nadenken gestemd. Zijn verhaal bezorgt me koude rillingen. Misschien maar best dat we de tocht samen ondernemen...
Per boot naar het echte einde... |
Argentinië/Chili - Ushuaia/Puert Williams, 16-03-2007 - (dagboek 1) |
 |
 |
Nog steeds aan het bekomen van alle opgedane indrukken van de ongenaakbare
schoonheid van een haast onbeschrijfelijk continent dat Antarctica heet,
maak ik me stilaan klaar om mijn tocht verder te zetten. Mijn reis naar
Antarctica was een absoluut hoogtepunt. Het is misschien vreemd, maar de
confrontatie met het absolute niets maakt van Antarctica een wondermooie
plek. Het besef dat pioniers hier door weer en wind tussen de ijsschotsen
laveerden, dat ze vaak een winterlang vast zaten in het pakijs en ze als
allereerste voet aan wal zetten, heeft dit ontoegankelijk continent
natuurlijk een extra dimensie. Vele genomen foto´s lijken op prentkaarten
en dat zegt gewoon alles over de ongereptheid van de natuur. Prentkaarten
die ik zorgvuldig heb opgeborgen in mijn fietstassen om af en toe weer
eens boven te halen opdat de betovering nimmer zou ophouden te bestaan.
Morgen vertrek ik naar het eiland Isla Navarino met als enige stad Puerto
Williams. Strikt genomen is dat het einde van de wereld. Daar wil ik een
vijfdaagse trekking doen, om vervolgens koers te zetten naar Santiago de
Chili.
De trekking staat aangegeven met drie sterren, wat staat voor zwaar tot zeer zwaar. Vooral de wispelturigheid van het klimaat is vaak de grootste spelbreker. Sneeuwstormen, hevige rukwinden en felle regenbuien zijn er schering en inslag. Bevoorradingspunten zijn er niet en dus zal ik voor vijf dagen eten moeten meezeulen. Water hoop ik te kunnen opvangen van de vele watervalletjes die mijn pad zullen kruisen. Het zal terug wat wennen worden na de gastronomische verwennerij op het schip. Ik troost me met de gedachte dat ik in ruil voor een uitgebreid ontbijtbuffet getrakteerd zal worden op een ontwakende natuur zonder voorgaande. De ongereptheid van het eiland schijnt er de grootste troefkaart te zijn.
Na mijn vijfdaagse tocht neem ik opnieuw de boot, ditmaal richting Punta Arenas. Puerto Williams is het startpunt van mijn ontdekkingstocht doorheen Chili met als hoogtepunten: Torres del Paine, een vierdaagse boottocht van Puerto Mont naar Puerto Natales, Paaseiland en de Atacama-woestijn. Benieuwd welke facetten van het kunstwerk ik deze keer zal ontmoeten...