De tweesprong...

Guatemala - Guatemala City, 18-01-2009 - (dagboek 22)


Vandaag scheiden onze wegen voor een allerlaatste maal. Lies vliegt straks terug naar België, ik richting Venezuela. Onze gezamenlijke rondreis doorheen Guatemala zit er op. Afscheid nemen, het blijft een contstante in een zwerversleven.

Het inpakken is deze keer haast een ceremonieel gebeuren. Het besef nog een laatste maal de fietstassen klaar te maken voor de ultieme reisbestemming alvorens koers te zetten naar het thuisfront, voelt net iets anders aan. Het naderende einde, de vlucht naar een laatste hoofdstuk uit een lang reisverhaal is ei zo na in zicht. Ik voel een mengeling van opwinding en angst. Opwinding omdat ik wellicht de avontuurlijkste maanden van mijn hele reis tegemoet fiets. Angst omdat de af te leggen weg vaak lang en eenzaam zal zijn. M´n laatste zwerversmaanden brengen me terug naar vertrouwd gebied, Puerto Ordaz, ten zuiden van Venezuela. Een half jaar geleden verliet ik die plek om Midden-Amerika te verkennen. Nu keer ik terug om mijn zwerftocht doorheen Zuid-Amerika af te ronden. Van Puerto Ordaz gaat het per fiets verder, zuidwaarts doorheen het fabelachtige Gran Sabana gebied; een desolate vlakte waar immense rotsformaties het groene landschap doorklieven. Ter hoogte van Sante Elena steek ik de grens over naar het broeierige Brazilië, tot diep in het Amazonegebied, tot in Manaus. Vandaar gaat het per schip verder; een vijfdaagse boottocht over de machtige Amazone, tot in Belem. Zelfs op deze plek helemaal ten noordoosten van Brazilië zijn wegen schaarser dan waterlopen. Er zullen wellicht nog een paar kleinere boottrips volgen alvorens ik opnieuw definitief vaste grond onder mijn voeten zal voelen. De grensovergang van Brazilië naar Frans-Guyana baart me wellicht het meest zorgen. Informatie is er schaars, het gebied niet honderd procent veilig. Laat ons hopen dat mijn beschermengel er nog heel even doorheen de wolken piept. Daarna gaat het in lusvorm verder: Frans-Guyana, Suriname en Guyana-Inglaterra. De drie Guyanas behoren wellicht tot de allerkleinste landen van mijn totale zwerftocht.

De terugkeer is geboekt vanuit Frans-Guyana, meerbepaald Cayenne, richting Parijs; Charles de Gaule. Om het zwerversgevoel langzaam te laten uitdoven, volgt nog een driedaagse fietstocht tot in het West-Vlaamse Ieper. Op 25 april 2009 is het dan eindelijk zover, het langverwachte thuiskomstfeest. Omkrans alvast de datum in uw agenda, want we maken er met zijn allen een fijn weerzien van...

Nog honderd dagen...

Guatemala - Guatemala City, 17-01-2009 - (dagboek 21)


Precies vandaag heb ik nog 100 zwerfdagen voor de boeg, alvorens definitief -althans voor deze reis- een punt te zetten achter mijn zwerftocht. Als ik terugblik naar wat reeds achter me ligt, is dat met een gevoel van geluk, diepmenselijk geluk. Zelden heb ik zo intens geleefd en ben ik zo bewust geweest van de rijkdom die ik op mijn fietsroute heb mogen omarmen. Rijkdom die zich soms vertaalde in zacht gehuil; tranen van ontroering, om de onverwachte -dagdagelijkse- dingen om me heen, om het afscheid nemen en het moeten vertrekken, om het ontmoeten en mogen deel uit maken. Op deze tweesprong tussen zo lang weg en bijna thuis kan ik nu reeds zeggen dat ik nooit gedacht had dat het kunstwerk van mijn geluk zo´n proporties ging aannemen. Het is inmiddels zo groot dat het al lang niet meer past in mijn fietstassen. Maar misschien is dat wel het mooie aan deze reis, dat ik er puzzelstukjes van heb achtergelaten, niet alleen in de vele doorkruiste landen, maar evenzo in mijn thuisland. Twee en een half jaar lang fietsten familieleden, vrienden en onbekenden met me mee. Ze zaten achterop, in amazonezit, wiebelend met hun benen in de lucht, over mijn schouders meeglurend. Ze keken vanop de zijlijn toe, nu eens zwijgzaam, dan weer eens vol enthousiasme. Ze werden onbewust een deel van mijn leven, ondanks de grote afstand. Ze trokken me over de streep daar waar het nodig was en lieten me onbezonnen zwerven wanneer ik er nood aan had. Ze stimuleerden me om op een andere manier te reizen, om mijn reisdagboeken te stofferen met ´historias minimas´, kleine verhaaltjes over die verre, soms vreemde wereld. Enkele dagen terug kreeg ik nog een mail van een onbekende medereizigster van het eerste uur. In haar verwijzing naar het naderende einde van mijn lange zwerftocht schreef ze: ".... Dit wordt een bijzonder jaar, waarin aan je zwervend bestaan een einde komt, we zullen je missen." Ik denk dat het wederzijds zal zijn...

Livingston: zwart, Caraïbisch en zuiders...

Guatemala - Livingston, 14-01-2009 - (dagboek 20)


Livingston, gelegen aan het einde van de Rio Dulce, voelt zwart aan, Caraïbisch en zuiders. Bij het aanmeren worden we door enkele haveloze snuiters aangesproken: "Welcome my friend in Livingston. Welcome in the only Carribean place of Guatemala. Are you looking for a hostal, fun or coke?"

Het is wat wennen: het zangerige Engels, de rasta´s, de zwarte huidskleur, de wuivende kokospalmen,... Livingston is zowat het belangrijkste dorpje van de kleine reep Caraïbische kust die Guatemala rijk is. Zijn economie is gebasseerd op visvangst en toerisme. De inwoners bestaan uit een mengeling van Latino´s, Q´eqchi-Maya´s en Garifuna´s. Deze laatsten zijn afstammelingen van de Afrikaanse slaven. Ze werden hier tijdens de kolonisatie van Centraal-Amerika naartoe gebracht om zware fysieke arbeid te leveren in de mijnen en op het veld. Na de kolonisatie zijn ze gebleven en hebben tot op vandaag hun zwarte cultuur blijven behouden. Een cultuur die zich vooral kenmerkt door swingende Bob Marley beats. Zowat uit elk raam weerklinken de reggae hits van weleer. Sommige Garifuna´s voelen zich zo verbonden met deze rastazanger dat ze erbij lopen als een Bob Marley look-alikes.

Zo zwart als Livingston aanvoelt, zo zuiders is onze hostal ´Casa Rosada´, gelegen aan de oevers van de Rio Dulce. De hospedaje wordt gerund door een Vlaams-Guatemalteeks koppel; zij is van Overijse, hij van Livingston. In de voorbije jaren hebben ze de hostal omgevormd tot een stijlvolle herberg bestaande uit tien met palmbladeren bedekte hutjes. Tijdens het ontbijt, de lunch en het avondeten wordt het achtergronddecor van de Rio Dulce ons er gratis bijgeserveerd. Relaxen doen we op de houten aanlegsteiger, wiebelend in de hangmat. De zachte feelgood muziek die uit de boxen weerklinkt, doorloopt de geschiedenis van het altenatieve genre, inclusief de vier jaargetijden. Een betere plek om onze vakantie te beëindigen hadden we niet kunnen bedenken...

Ak´Tenamit: een lovenswaardig project...

Guatemala - Finca Tatin, 13-01-2009 - (dagboek 19)


We zijn onderweg naar Finca Tatin, een ecolodge diep verscholen in de jungle en gelegen aan de Río Tatin, een ondiepe zijrivier van de Rio Dulce, te midden van het dichte, tropische woud. We willen er vooral nader kennis maken met het Ak´Tenamit Project, een organisatie die tot doel heeft de armoede van de plaatselijke Q´eqchi-Maya´s te verzachten.

De boottrip voert ons opnieuw langsheen ´el Castillo de San Felipe´. De kleine burcht lijkt vanuit de Rio Dulce een onneembare bastion, maar inmiddels weten we dat ook hier schijn bedriegt. Aalscholvers en witte reigers fladderen opgeschrikt door het motorgeluid van onze boot weg. Langs de oevers staan statige huizen vervaardigd in natuurlijke materialen. Aan hun voordeur staat een luxe jacht geparkeerd. Amerikanen en Westerlingen hebben hier massaal hun aards paradijs gevonden. De puissante rijkdom staat haaks tegenover de schamele hutjes van de oorspronkelijke bewoners. Ze overleven in hoofdzaak van de visvang. Wanneer we voorbijvaren gooit een lokale visser vanuit zijn wankele kano net zijn visnet uit. Als een neerdwarrelende parasol zinkt het weg in het donkere water. Met hun enkels tot in het water staan enkele Q´eqchi-vrouwen de was doen. Een mooiere wastobbe kan ik me niet bedenken.

Ecotoerisme is hier sinds enkele jaren ook ten volle doorgedrongen en is zowat hét toverwoord om toeristen bewust te maken van het belang en de broosheid van onze natuur. Ecolodges zijn dan ook als paddenstoelen uit de grond verrezen. Of ze ook allemaal het eco-label waardig zijn is een ander paar mouwen. De plees zijn hier bijvoorbeeld geen composteertoiletten, wat je op deze plek toch eerder zou verwachten. Anderzijds prijs ik me dan ook weer gelukkig dat het toiletpapier niet vervangen is door palmbladeren. We hebben allemaal de mond vol van eco, maar als puntje bij paaltje komt, grijpen we toch nog altijd graag terug naar wat ons vertrouwd is. Zaken die in de eerste plaats ons eigen comfort ten goede komen, maar die veelal een zware aanslag plegen op het milieu.

Omdat we morgen reeds willen doorreizen naar Livingston bezoeken we meteen bij aankomst het project. Een half uur lang banen we ons een weg doorheen de jungle. We volgen het glibberige pad, klauteren over rotsblokken en waden door de koude rivier om tot bij het ´nieuwe dorp´ te komen. De benaming verwijst naar het woord Ak´Tenamit wat in de taal van de Q´eqchi-Maya´s ´nieuw dorp´ betekent. Op een haast ondoordringbare plaats in de jungle dat enkel per boot te bereiken is, komen we oog in oog te staan met grote cirkelvormige witgekalkte lemen hutten. Ze vormen de klaslokalen voor de iets meer dan 600 studenten die hier school lopen. Even verderop staat een langgerekt gebouw dat dienst doet als internaat. De jongeren die hier studeren verblijven hier drie maand onafgebroken. In het totaal gaan ze per jaar slechts een viertal keer naar huis. De rest van de tijd brengen ze door op school.

Ak´Tenamit zag voor het eerst het daglicht in 1992. Een kleine groep van buitenlandse vrijwilligers en leiders van enkele Mayadorpen sloegen de handen in elkaar om de armoedige situatie van de indianen te verbeteren. In die tijd was medische bijstand onbestaande en waren de scholingsmogelijkheden uitermate gering. Door het gebrek aan stromend water en hygiëne tierden ziektekiemen en parasieten welig rond, soms met dodelijke afloop. In de voorbije vijftien jaar is er veel veranderd. Momenteel kunnen de ongeveer 26.000 inwoners van de 124 dorpjes dag en nacht beroep doen op het hospitaal dat gebouwd is langs de kant van de rivier. Er werd een drijvende tandartskliniek in het leven geroepen, evenals een heus onderwijsprogramma uit de grond gestampt. Het bezoek heeft ons een duidelijk beeld van het project en doet ons inzien dat ontwikkelingsgeld soms toch wel zeer zinvol wordt besteed. Ak´Tenamit is een schoolvoorbeeld waar andere ontwikkelingsprojecten veel van zouden kunnen opsteken.

We gluren binnen in de slaapzaal en zien een wirwar van hangmatten. In één ruimte tel ik er wel dertig, rondomrond een centrale pilaar gebonden. De geringe persoonlijke spullen zitten in kleine kistjes aan het voeteinde van hun zwevend bed. Privacy is hier onbestaande. Jongens en meisjes van uiteenlopende leeftijd krijgen hier samen les, maar ´s avonds worden de meisjes per boot naar een andere overnachtingplaats gebracht. Voor koningskinderen is het water hier letterlijk te diep. De klaslokalen zitten barstensvol. Gemiddeld telt elke klas zo´n vijftig leerlingen. Toestanden die in ons middelbaar onderwijssysteem ondenkbaar zijn. De lessen beperken zich niet alleen tot theorie, ook voor praktijkgerichte vakken is er een ruim aanbod voorzien. Kinderen kunnen er een bakkers- en horecaopleiding volgen, een cursus toerisme of een bedrijfscursus voor kleine zelfstandigen. De artisanale winkel wordt dan ook gerund door schoolkinderen. Ze brengen met de nodige verkoopstechnieken handgemaakte producten aan de man die door de lokale vrouwencoöperatie van de omliggende Mayadorpjes zijn vervaardigd. We vernemen dat er in Livingston een restaurant staat dat volledig draait op schoolkinderen uit de Mayagemeenschap. We weten afvast waar we morgen naartoe kunnen om onze honger te stillen...

Finca Ixobel: een betaalbaar ressort...

Guatemala - Finca Ixobel, 10-01-2009 - (dagboek 18)


We hadden ons bij de voorbereiding van onze rondreis doorheen Guatemala voorgenomen om het iets rustiger aan te doen dan bij de reizen die we de voorbije twee jaar samen hebben ondernomen. Om onze belofte waar te maken, hebben we de voorbije twee dagen een stopplaats ingelast bij Finca Ixobel, een boerderij die omgeturnd is tot ecologisch hotel en restaurant.

Bijzondere plekken hebben veelal een apart verhaal en bij finca Ixobel is dat niet anders. Dertig jaar geleden strandde hier een Amerikaans echtpaar. Guatemala werd hun tweede thuisland en samen besloten ze een hostal te runnen, halverwege de weg tussen Flores en Livingston. Met de geringe middelen die ze toen voor handen hadden, slaagden ze er toch in om een goeddraaiende hostal voor backpackers te runnen. De eigenaar fulmineerde in die tijd ook graag zijn ongezouten mening over het bewind en de geestelijke onderdrukking van het volk. Zijn schroomloosheid werd hem evenwel in 1990 fataal. Op een dag werd hij vermoord aangetroffen. Zijn echtgenote heeft jaren strijd aangebonden tegen de justitie om gerechtigheid, maar tevergeefs. Zoekend naar een manier om het verlies te verwerken, besloot ze zich toe te leggen op de zaak. Anno 2009 is de boerderij omgevormd tot een soort betaalbaar ressort waarbij de natuur centraal staat. Zo sliepen we twee nachten in een paalwoning te midden van de natuur, genoten we van het avondbuffet en zochten afkoeling bij het plaatselijke meer. Kortom een ideaal intermezzo.

We krijgen er niet genoeg van en laten ons, eenmaal aangekomen in Río Dulce, via een bootsman droppen in een lodge vlakbij het Lago de Izabal. De reden van deze eerder onverwachte tussenstop is ´el Castillo San Felipe´. We hebben ontdekt dat we vanuit ons hotel een kajaktocht kunnen ondernemen naar deze bijzondere historische plek.

Wanneer we ´s morgens ontwaken, kleurt de hemel potloodgrijs. De zomer lijkt verder weg dan ooit en nog voor het ontbijt gutst het water met bakken uit de hemel. We laten ons evenwel niet ontmoedigen en warempel, wanneer we de duozit vaarklaar maken, breekt het wolkendek langzaam open. Bij aankomst aan het fort, priemen de eerste zonnestralen al op de flanken van onze knalgele kajak. We varen als zeerovers voorbij het kasteel en proberen in te schatten langs welke kant we het best kunnen aanvallen. We besluiten onze heldhaftigheid maar in te tomen en netjes, zoals iedereen, entreegeld te betalen en ons toegang te verschaffen via de gewone ingang, de ophaalbrug.

We nemen een gids onder de arm en laten ons een half uur lang op sleeptouw nemen en onderdompelen in een wereld vol piraten, soldaten en aristocraten. Vanuit de diverse uitkijktorens proberen we ons een beeld te vormen van de voorbijvarende zeerovers, de belegering, de overwinning en de ondergang. Het verdedigingsfort dateert van de 16de eeuw en werd door de conquistadores gebouwd om hun landeigendommen te beschermen tegen indringers. Het viel echter jaren te prooi aan de stoutmoedigheid van piraten. Ze hadden het niet alleen gemunt op het fort, maar evenzo op de bodegas die volgestouwd waren met roemrijke wijnen en sterke dranken. In de benedenverdieping zien we hoe gevangen genomen zeerovers werden vastgehouden en overgeleverd aan dengue en gele koorts. Wie hier terecht kwam, geraakte veelal niet levend meer weg. We prijzen ons gelukkig dat we op een wettige manier zijn binnengekomen...

Tikal: een symbiose tussen jungle en ruïnes...

Guatemala - Tikal, 07-01-2009 - (dagboek 17)


Reizen is vaak een vermoeiende en actieve bezigheid, zeker als je een zwak hebt voor fotografisch daglicht en je bepaalde locaties kost wat kost wilt digitaliseren tijdens de schoorvoetende overgang van nacht naar dag. We geven toe aan het masochistisch ritueel waar vele toeristen in Flores niet aan ontsnappen en vertrekken om kwart voor vijf in de morgen met een minibusje naar één van de meest tot de verbeelding sprekende Mayasteden van Guatemala, Tikal.

We hebben pech. De Mayasite hult zich bij onze aankomst in een dichte mist en de dageraad beperkt zich dan ook tot een luisterspel. Vlakbij aankomst horen we een luide brul, gevolgd door een andere. In dialoogvorm bakenen de brulapen hun territorium af. De protagonisten hebben de toon gezet voor een samenspel dat wordt aangevoerd door goed gebekte vogels. Krijsende papegaaien spelen de eerste viool, terwijl een overvliegende toekan moeiteloos invalt. De zon mag dan wel niet van de partij zijn, de junglesonate maakt gelukkig veel goed.

In het leven moet je evenwel optimistisch blijven en tegen beter weten in begeven we ons, in het gezelschap van een gids, naar de top van Tempel Vier. Het wordt ons meteen duidelijk dat we een dag lang in hogere sferen zullen vertoeven. Tikals hoogste tempel (65 meter) kan enkel via een steile, gammele houten trap bereikt worden. De beklimming is fysisch, de afdaling mentaal. Wie lijdt aan hoogtevrees kan beter eieren voor zijn geld kiezen. Heel even lijkt het erop dat we dit beter hadden gedaan, want onze beklimming lijkt een maat voor niets te zijn. Boven op de top drijven mistbanken als bootjes op de golven. In het zwakke licht van de vroege morgen moeten we ons aanvankelijk tevreden stellen met een horizon van groene bladeren. Terwijl de gids reeds aanstalten maakt om de terugtocht naar beneden aan te vatten, zien we hoe er een kleine bres wordt geslagen in de dichte mist. In de verte doemen twee silhouetten op, Tempel Eén en Drie. Ze zijn net groot genoeg om boven het bladerdak uit te steken. Even plots als ze tevoorschijn komen, verschansen ze zich opnieuw achter een niet transparante zee aan wolken.

Ruïnes roepen bij mij plaatsen op in verval. Plekken waar de tand des tijds het pleit heeft gewonnen en waar de onvergankelijkheid wordt aangetast. Steden zonder inwoners die eeuwen geleden zijn vertrokken en ook al het andere leven hebben meegenomen. De teloorgang van de Mayastad was te wijten aan het tekort aan bomen die gebruikt werden als transportmiddel om de grote rotsblokken te verslepen, maar ook voor de aanmaak van het vuur voor de kalkovens. Deze laatste dienden om de mortel aan te maken. Tikal lijkt honderden jaren later een uitgestorven stad, maar niets is echter minder waar. De ziel van de Mayabevolking die hier woonde van vermoedelijk 800 voor Christus tot 900 na Christus leeft tegenwoordig verder in de rituelen en de ceremonies die hier worden uitgevoerd door de nabestaanden. Sinds 1996 mogen de Maya´s deze machtige Mayastad opnieuw in gebruik nemen voor ceremonies. Wellicht is dat de reden waarom deze junglestad zovele honderden jaren na datum nog niets van haar vitaliteit heeft verloren. Of moet de oorzaak eerder gezocht worden in haar ligging en haar uitgestrektheid? De restanten van deze machtige Mayastad liggen namelijk diep verscholen in het oerwoud van Guatemala, ten noorden van het land. Als we de gids mogen geloven dan heb je minstens twee volle dagen nodig om de blootgelegde site ten voeten uit te ontdekken. Tot op heden is er ongeveer één derde van de met groen bedekte stad uitgegraven. De eerste opgravingen vonden plaats in 1956. Onder leiding van de universiteit van Pennsylvania begonnen de werkzaamheden en de restauratiewerken. Men schat dat de totale oppervlakte een goeie 65 vierkante meter groot is en dat de stad in zijn bloeiperiode onderdak bood aan zo´n 70.000 inwoners. Of Tikal ooit volledig opnieuw het daglicht zal zien is dan ook uiterst twijfelachtig.

Naar verluidt zijn veel bouwwerken tijdens het opgraven ook ingestort nog voordat hun volledige omvang zichtbaar was. In hun enthousiasme hielden de archeologen geen rekening met de boomwortels die in de afgelopen duizend jaar al diep in de gebouwen waren doorgedrongen. Die natuurlijke wurggreep zorgde enerzijds voor een tergend langzaam verval, maar hield de gebouwen anderzijds wel nog bij elkaar. Met het weghalen van de begroeiing verdween de stabiliteit en klapten sommige bouwwerken als kaartenhuisjes ineen. Toch blijft het aanblik van wat tot nu toe gerestaureerd is, imponeren. Vooral het centrale plein blinkt met kop en schouders uit in schoonheid en omvang. Aan de oostkant van het middenplein springt vooral Tempel Eén in het oog. Deze 46 meter hoge piramide is met zijn negen verdiepingen zowat het toeristisch uithangbord geworden van Tikal. Zijn aanblik is dan ook een postkaart waard. Archeologisch onderzoek heeft uitgewezen dat het de laatste rustplaats was van Jasaw Chan K´awiil, de toenmalige heerser van Tikal. Even verderop staat het vijf etages tellende paleis. Vanhieruit aanschouwde de adel de ceremonies en de balspelen op het plein. Vandaag staat er een verzameling aan altaars, graftombes en steles, uit één stuk gehouwen stenen tabletten met in reliëf gehouwen figuren. Als je bedenkt dat de Maya´s het wiel niet kenden, dan is de aanblik van deze imposante tempels nog indrukwekkender.

We blijven, ondanks de beperkte toegankelijkheid voor het grote publiek, van de ene verwondering in de andere vallen. Elke beklimming van de in totaal zes gerestaureerde tempels heeft weer een andere invalshoek waarbij de grootsheid van het terrein beetje per beetje als puzzelstukken ineenpassen. Zessenveertig meter boven de junglevloer kijken we uit over het deinende regenwoud, als een golvende groene oceaan. We laten ons vereeuwigen voor het nageslacht op de top van Tempel Vijf en drukken de wens uit dat we hier ooit nog eens terugkomen, samen met onze bengels. Idealen worden nagestreefd en het geluk benaderd, als dromen realiteit worden en vrijheid een verplichting...

Flores: Maya-toerisme...

Guatemala - Flores, 06-01-2009 - (dagboek 16)


De wijzers draaien reeds tegen de klok van één uur in de namiddag wanneer we doezelend wakker worden door opzwepende salsaklanken. Na een tussenstop in Guatemala City hebben we gisteravond de nachtbus genomen naar het verre Flores, waar we deze morgen rond een uur of vijf werden gedropt. Verder doorreizen naar Tikal leek ons gekkenwerk en dus hebben we na het aanschouwen van een romantische zonsopgang maar wijselijk een hotelletje opgezocht.

De salsamuziek wekt onze nieuwsgierigheid en even later zien we hoe een kleurrijke fanfare voorbij ons hotel passeert. We volgen de bonte stoet die na een kwartier halt houdt ter hoogte van de kerk. De grote volkstoeloop en de talrijk opgestelde kraampjes wijzen op een feestelijke gebeurtenis. Na het inwinnen van wat informatie blijkt onze aanwezigheid samen te vallen met de pelgrimsweek ter ere van ´el Cristo Negro´, de zwarte Christus. Het is ons niet meteen duidelijk wat de oorsprong is van dit christusbeeld, evenmin wanneer dit religieus feest ingang vond. Het valt ons op dat religie zowat overal in Guatemala hand in hand gaat met volksvermaak. Ter hoogte van het centrale basketbalplein, staan enkele mannen van middelbare leeftijd marimba te spelen, terwijl een groepje jongeren zich vermaakt aan het schietkraam. Jonge koppeltjes flaneren voorbij, een kinderwagen voor zich uitduwend. Het dorp straalt familiaire gezelligheid uit en de sfeer is gemoedelijk.

Wanneer we de dorpskern verlaten, merken we hoe dicht Flores bij de Mayastad Tikal ligt. Zowat alles waar een toerist ook maar enigszins gebruik van kan maken, is Maya getint. Slapen doe je bijvoorbeeld in ´el patio Tikal´ of in ´Mayan Prince´. Je honger kan je dan weer stillen bij ´la Mesa de los Mayas´, de tafel van de Mayas. Bij een eventuele indigestie kan je aankloppen bij het Centro Medico Maya. Wie achtergrondinformatie wil zoeken over de Maya´s kan dan weer internetten bij Tikal Net. Ook de transportsector heeft voor zijn benaming de mosterd gehaald bij de Maya´s. Zo vliegt Maya Airways de toeristen op een half uur van Flores naar Guatemala City en omgekeerd, terwijl de bus Maya Express net hetzelfde doet, maar dan wel in zeven uur. Ter gelegenheid van het religieuze feest ontdekken we dat er ´s avonds zelfs een Maya Missverkiezing werd georganiseerd. De metropool van Tikal is anno 2009 verplaatst naar het toeristendorpje Flores.

We laten het evenwel niet aan ons hart komen en genieten mateloos van de relaxte sfeer die er heerst. Vooral de ligging van het schiereiland, gelegen in een bocht van het meer van Petén Itzá, maakt Flores tot een aangenaam dorp. Met uitzicht over het uitgestrekte meer doen we ons tegoed aan mochito en frozen margarita. Terwijl de wegdeemsterende avondzon plaats maakt voor de invallende nacht zoeken we het romantisch kaarslicht op bij ´villa del chef´. Wat kan het leven toch zalig zijn...

Het openluchtmuseum van Antigua...

Guatemala - Antigua, 04-01-2009 - (dagboek 15)


Antigua kenmerkt zich door esthetiek en charme; twee eigenschappen waar ik een zwak voor heb. Als die dan nog geconserveerd worden als in een openluchtmuseum, dan is een knieval onvermijdelijk. Antigua voelt niet alleen authentiek aan, het is ook levensecht. Portiekjes, verlichte hoekjes door straatlantaarns, weggedoken schoonheid in de vorm van een onopvallende deurknop, gesculpteerd engelengeduld, een wasplaats met afgesleten stenen tafels,... Het is er nog allemaal.

Antigua is het toeristisch uithangbord voor Guatemala. Touroperators staan er dan ook garant voor dat de koloniale mythe in stand wordt gehouden. Ze hebben hun kantoren in statige panden, één geworden met de stad die ze zo graag promoten. Wij geven de voorkeur aan de zelfontdekking, opdat we onze verbeelding de vrije loop kunnen laten gaan. In het klooster ´Las Capuchinas´ hebben we daar allesbehalve moeite mee. Dit vijfde en laatst gebouwde nonnenklooster (1736) is nog vrij goed bewaard en geeft ons de mogelijkheid een beeld te vormen van hun levenswijze. In tegenstelling tot de andere kloosters herbergde men hier ´vrouwen zonder gift´. Niettegenstaande leefden deze minder bemiddelde vrouwen bijzonder luxueus. Zo had elke non een eigen toilet, stromend water en een ventilatiesysteem. Dit laatste diende om de rook van de brandende kaarsen te verdrijven. We gluren in de cellen waar ze zich terugtrokken voor gebed en rust, steken onze hand in nissen waar vlammende kaarsen zwarte roet hebben achtergelaten en nemen stiekem plaats op hun denkbeeldige plee. We lopen langs verschillende patio´s die ooit dienst deden als moestuinen. Ongeveer te midden van het klooster staat een wat scheefgezakte ronde toren. Speculaties allerhande hebben ertoe bijgedragen dat het bouwwerk de bijnaam ´Torre del Retriro´ (de marteltoren) kreeg. Verhalen doen de ronde dat op deze plaats nonnen werden gemarteld. De metersdikke muren in het klooster hebben nu eenmaal oren, maar geen ogen...

We laten heel even de ruïnes links liggen en beslissen om uit een heel ander vaatje te tappen, die van de edelstenen, meerbepaald jade. Guatemala is op wereldniveau zowat de grootste producent van jade en dat laat zich weerspiegelen in de vele dure boetieks waar peperdure sieraden achter dubbelglazige vitrinekasten prijken. Zoekend naar de oorsprong van dit veelal diepgroen gesteente belanden we in het Jademuseum. Achteraan de winkel bevindt zich een expositieruimte en atelier. Een enthousiaste medewerker geeft een rondleiding die ons terugbrengt naar de Mayaperiode (1000 voor Chr. tot 900 na Chr.) De Mayacultuur was vooral gericht op het maken van keramiek en het bewerken van stenen. Uit graniet, vuursteen en obsidiaan maakten ze handige gereedschappen. Jade werd hoofdzakelijk gebruikt bij het maken van juwelen, kunstvoorwerpen en dodenmaskers. Het was voor de Maya´s het kostbaarste product dat ze hadden. Het symbool van macht en rijkdom werd later tijdens opgravingen vaak teruggevonden in graftombes. Het bekendste jadewerk is ongetwijfeld het beroemde grafmasker van de heerser Pakal. Het werd gevonden in Palenque, één van de best bewaarde Mayasteden, gelegen in het Mexicaanse Chiapas. Eenmaal terug in de winkel vergapen we ons aan eigentijdse juwelen kunstwerkjes en laten ons -net als zovelen wellicht- verleiden door de aankoop van een sieraad. Souvenirs maken nu eenmaal deel uit van het reizen, zeker als je reisgezel je vriendin is.

Met een diepe deuk in mijn Visa-kaart stappen we opnieuw verder, de eeuwenoude geschiedenis in. Dat de aardbeving van 1773 lelijk huis heeft gehouden, ontdekken we wellicht het meest wanneer we oog in oog komen te staan met de ruïnes van ´La Recolección´. Deze kerk annex kloostercomplex laat een hallucinant beeld achter: omgevallen pilaren, ineengezakte gewelven, gescheurde muren, groteske formaties vol stenen brokstukken. We struikelen haast over het terrein dat lijkt op een puinhoop, alsof een bom is ingeslagen. Nergens is de vergankelijkheid van het koloniale verleden zo verwoestend als hier. Antigua moet er een kwart eeuw geleden oogverblindend mooi hebben uitgezien. Wanneer we ´s avonds nog een laatste maal over de met keien geplaveide straten naar het centrale park lopen, zien we hoe een zoveelste bus een nieuwe lading toeristen afzet. Het doet ons beseffen dat het de hoogste tijd is dat we Antigua verlaten...

Een gevoels- en gedachteschepper...

Guatemala - Antigua, 03-01-2009 - (dagboek 14)


Ik blijf de ochtenden koesteren, de kille morgens voor het ontwaken; het tijdstip waar een stad nog heel even wegdoezelt om zich weifelend over te geven aan de drukke ochtendspits. Op die grens tussen nacht en dag laat ik me onderdompelen door de ontsluimerende liefde van Antigua met haar tientallen kerken, kloosters en koloniale huizen. Ik laat me strelen en liefkozen, zonder verweer. Ze leidt me bij de hand, laat me deel uit maken van haar verleidelijk spel tussen duister en schemerdonker. -Duisternis is voor haar geen obstakel, ondanks de wetenschap dat licht kleuren maakt.- Af en toe zak ik weg in de plooien van eeuwenoude voegen en barsten. Met de bibberende hand van een tiener die voor de eerste maal volwassen wordt, raak ik haar voorgevels aan. Kleverige vingerafdrukken op een doordrongen pastelkleurig gelaat. Het is nog te donker om haar kleuren driedimensioneel waar te nemen. Haar deemstering maakt van mij een gedachteschepper, een gevoelsschepper. Haar soezende schoonheid gehuld in de vacht van de nacht schept zowel gedachten als gevoelens; een samenklittende eenheid, een volmaakte cirkel. Ik hurk neer op afgesleten treden in de portiek van haar omhelzing. Het vaalgele licht van straatlantaarns werpt schaduwvlekken op de mouw van mijn jas. Ik vlei mijn hoofd neer in de bedding van haar schoonheid. Ze wiegt me in slaap...

Antigua: flaneren tussen eeuwenoude schoonheid...

Guatemala - Antigua, 02-01-2009 - (dagboek 13)


Gisteren hebben we de naweeën van oud naar nieuw weggedoezeld tussen waken en slapen. Tegen de vooravond, waren we nog getuige van een ingetogen processie ter ere van de opening van het nieuwe jaar. De sereenheid van de schoorvoetende stoet die rond het centrale park voorbijsjokte, stond in schril contrast met het tapijt aan voetzoekers dat er werd afgestoken. Guatemalteken houden nu eenmaal van lawaai ongeacht of het om vuurwerk draait of loeiharde opzwepende muziek uit torenhoge boxen.

Vandaag, tweede nieuwjaarsdag, zijn we er als de kippen bij. We starten onze verkenningstocht bij de gerestaureerde lichtgele Nuestra Señora de la Merced. De voorgevel is rijkelijk versierd met witte guirlandes van gepleisterde bloemen en wijnranken. De façade bevat tevens zeven nissen waarin heiligenbeelden in gesteven wit de wacht houden. Ter hoogte van het hoofdportaal wandelt een indigena af en aan. Ze zeult rond met geweven tassen en zelfgemaakte sieraden. De kleinschalige economie van eenmansbedrijfjes is in Guatemala niet weg te denken. Hoe oogverblindend mooi de kerk er ook mag uitzien, onze voorkeur gaat uit naar het aanpalende klooster. De immense patio wordt rond om rond omringd door een galerij aan bogen die gestut worden door metersdikke steunberen. Het meest in het oog springend is de ´fuente de los Pescados´, de vissenfontein. Naar het schijnt zouden broeders hier in dit enorme bassin vis hebben gekweekt. Niet alleen de aparte vorm en de grootte imponeren ons, maar ook de details in de sculpturen. De onderkant is rijkelijk versierd met rondborstige engelen. En ik die dacht dat vissen een gezonde, rustgevende sport was...

In Antigua lijkt het alsof de tijd is blijven stilstaan. Huizen en gebouwen stralen er antiquiteit uit en wie niet goed voor zich uitkijkt, gaat door de vele oneffenheden in de beklinkerde straten zo tegen de vlakte. Wanneer we één van de meest pittoreske straten van Antigua inwandelen valt het ons op hoe mooi de stad gelegen is. Doorheen de overkoepelde boog in de Calle del Arco priemt de slapende Agua-vulkaan. Ik hou van bijzondere vormgevingen waarbij landschap en architectuur naadloos in elkaar overvloeien. De ongewone combinatie levert steevast aparte foto´s op omdat het lijnenspel al de aandacht opeist. We vallen niet alleen voor de charme en de grootsheid van de omringende vulkanen, maar evenzo voor de details die we op onze ontdekkingstocht tegenkomen: een afgesleten deurknop, de symmetrische verhouding van twee vensters, het getralied raamwerk,... Ooit moet deze toenmalige hoofdstad geschitterd hebben in pracht en glorie. Een enorme aardbeving in 1773 verwoeste evenwel grote delen van Antigua. De ruïnes en de koloniale herenhuizen vormen nu de stille getuigen van het eens zo rijke verleden.

De sfeer van oude historie vinden we achter de fraai gedecoreerde façade van de kathedraal. De ruïnes zijn een doolhof aan donkere nissen, gebroken zuilen, ineengestorte muren en bogen. De lege gewelven rijzen ten hemel en spannen een kroonluchter van blauw daglicht. Hoog aan de top, op de voet van sokkels, staan gesculpteerde engelen, klaar om het luchtruim in te zweven. Een zwartgeblakerd heilige, aangetast door de tand des tijds kijkt met geamputeerde armen op ons neer. De geschiedenis verstopt zich achter verscholen details. We stappen van de ene verwondering in de anderen, want op een steenworp daar vandaan bevindt zich ´el museo colonial´. Hier was ooit de universiteit gevestigd van de stad. Niet zozeer de klein opgezette expositie weet ons te bekoren, maar wel de architecturale schoonheid van het gebouw. De met een fontein versierde grote patio wordt omgeven door arcades die een Arabische inslag verraden. We spelen met de spitse boogvormen om onze liefde voor de fotografie op de proef te stellen. Aan het ogenblik dat ik ooit alle foto´s kritisch zal moeten selecteren om een avondvullend reisprogramma in elkaar te steken, probeer ik voorlopig nog niet te denken...

We flaneren tussen eeuwenoude geschiedenis en relaxen bij dampende koffie tussen twee bezoeken in. Antigua kwam jaren geleden op de UNESCO-lijst van werelderfgoed te staan. Ooit was het de hoofdstad van het Spaanse koninkrijk Guatemala, dat zich uitstrekte over Zuid-Mexico en grote delen van Midden-Amerika. Z´n betoverend mooie ligging was evenwel ook zijn doodvonnis. Door de vele opeenvolgende grote aardbevingen werd de regeringszetel in 1776 verplaatst naar Guatemala City. Antigua mag dan wel aan politiek belang hebben ingeboet, op toeristisch vlak blijft het de lijst aanvoeren van meest bezochte steden van Midden-Amerika. Buitenlandse toeristen lopen er als waggelende eendjes in volle bewondering langs de pastelkleurige gevels. Ze doorprikken de magie van de stad. De busladingen met verbaasde toeristen schuiven achter elkaar aan, bumper tegen bumper. Antigua moet je vooral ´s morgens vroeg ontdekken of ´s avonds laat. Een stad die zich het best laat zien in de schemerzone van zijn bestaan...

Op de grens tussen oud en nieuw...

Guatemala - Lago de Atitlán, 31-12-2008 - (dagboek 12)


We hebben el Lago de Atitlán achter ons gelaten en zijn op weg naar het koloniale verleden van Guatemala: Antigua. Wie een rondreis maakt doorheen Guatemala strijkt hier minstens voor een dag of twee, drie neer en laat zich onderdompelen door het rijke verleden van wat ooit de hoofdstad van dit land was.

De rit ernaartoe werd voor ons bijna voor eeuwig geassocieerd met de meest onaangename reiservaring van de voorbije twee jaar. Bij de buswissel ter hoogte van het stadje Chimaltenango gaat het ei zo na mis. Opdringerige charlatans die ons een busticket willen aansmeren tot aan onze eindbestemming Antigua, grissen bijna onze rugzakken van de schouders. Met een drietal man duwen ze ons in de richting van een met draaiende motor halflege bus. Als er iets is waar ik een allergische hekel aan heb dan is het wel voor dit soort lui. Hun verkoopstechniek heeft bij mij net een omgekeerde werking. Ik zou nog liever een uur langer wachten tot de volgende bus opdaagt dan met hen zaken te doen. Ik ruk me los uit de greep van mijn belager en blaf de mannen toe dat ze moeten ophoepelen. Lies slaagt er op haar beurt in om haar rugzak opnieuw te bemachtigen en samen vormen we als het ware een cordon sanitaire. Op datzelfde moment stapt een man op ons af en maant aan voorzichtig te zijn. Hij bestempelt het trio als dieven en wijst ons in de aanpalende straat een klaar staande publieke chickenbus aan. Bij het opstappen vraag ik tot drie maal toe of dit wel de bus is naar Antigua. Pas wanneer ik de bijzit van de chauffeur hoor schreeuwen dat we vertrekken naar Antigua, ben ik er gerust in. Even later trekt de stampvolle bus zich op gang. We zitten als sardientjes geperst tussen andere rechtstaande reizigers, onze rugzakken op onze schoot vastklampend als waren het onze bloedeigen kinderen.

Bij aankomst in de late namiddag zijn we net op tijd om het thuisfront via skype op te bellen en onze beste nieuwjaarswensen over te maken. Het tijdsverschil van zeven uur met België heeft soms wel eens zijn voordelen. We hebben gelukkig op voorhand een hotel geboekt, zodat we meteen kunnen inchecken. Na een verkwikkende douche trekken we onze chicste kleren aan: trekkersschoenen en dito broek, T-shirt en fleece. Terwijl de duisternis zich heer en meester maakt over de stad, begeven we ons naar het centrale plein. Er hangt een feestelijk sfeer in de lucht die nog versterkt wordt door de feeëriek verlichte bomen. Enkele mensen van de staddienst leggen de laatste hand aan de installatie van een groots vuurwerkspektakel. Ter hoogte van de hoofdstraat weerklinkt marimbamuziek. Reuzegrote verklede poppen wiegen vrolijk mee. Enkele vroege feestgangers schieten hier en daar al wat vuurwerk af. Ondertussen sluiten we de laatste uren van oud naar nieuw af met een heerlijk oudejaarsdiner in het restaurant ´Frida´, genaamd naar de Mexicaanse kunstenares . Iets voor middernacht speuren we net als duizenden andere kijklustige feestvierders vol spanning de inktzwarte hemel af. Ik zie oplichtende uurwerken en gsmtoestellen. En dan, eindelijk... met een seconde langer dan normaal knalt 2009 het nieuwe jaar in. De hemel wordt een spervuur aan lichtgeflits dat uiteenknalt in een festijn aan kleuren. Terwijl de laatste feestvierders in België reeds aanschuiven bij de plaatselijke bakker, moet het feest hier nog beginnen. We klinken alvast op jullie gezondheid en ik in het bijzonder op een fijn weerzien deze lente...

Diepmenselijke tafereeltjes...

Guatemala - Lago de Atitlán, 30-12-2008 - (dagboek 11)


Wie het echte Guatemala wil ontdekken,moet zich onder het volk begeven, op de plaatselijke marktdagen. Sololá, op een boogscheut van el Lago de Atitlán verwijderd, is dan ook onze volgende stopplaats.

Reeds wanneer we de uit de chickenbus stappen, worden we meteen opgeslorpt door de bedrijvigheid van de handel. Rond het centrale stadsplein bulkt het uit van de kraampjes. In het eerste opzicht ziet alles er ontzettend chaotisch uit, maar naarmate we ons beter kunnen oriënteren, merken we een geraffineerd patroon op. Elk produkt heeft zijn eigen plaats en de inrichting van de markt zou nog steeds gebaseerd zijn op het oude Midden-Amerikaanse indiaanse motief. Mijn voorkeur gaat uit naar de groentekraampjes. De wijze waarop de verkopers hun waren aanprijzen is buitengewoon fotogeniek. Of heeft het met de veelheid aan blozende kleuren te maken? Ik kijk geamuseerd toe hoe een groenteman zijn witte kolen tentoon stelt. Met de behendigheid van een basketbalspeler rolt hij de kolen in zijn rechterhand, draait ze rond hun as en gooit die met een zichtbare flair tussen de ander. Ze stuiteren één voor één op de door hem voorbedachte plaats. Even verderop drummen manden vol uien achter andere colonnes groenten aan: piramides aan tomaten, kratten met bananen, heuvels van radijzen, bundels wortelen, ... De groentetuin lijkt eindeloos, net als de niet te stillen honger. Vrouwen torsen hele manden aan fruit en groenten op hun hoofd. Ze zigzaggen heupwiegend tussen de wriemelende mensenmassa heen. De snelheid waarmee de waren over de toonbank gaan, geeft me het gevoel dat ze kinderbeentjes hebben.

Ook de bloemenmarkt krijgt behoorlijk wat volk over de vloer. De vrouwelijke verkopers zitten er haast even kleurrijk neergevleid bij als hun bloemen. Ik zie hoe een oudje neerknielt bij een bos witte lelies. Ze geurt en keurt met de blik van een herborist. Ik laat mijn blik verder dwalen over de bloemenzee. Op een gegeven ogenblik blijft mijn oog hangen aan de ontblote borst van een vrouw. In een buidelzak hangt een uit de kluiten gewassen peuter te wiebelen. Met zijn kleine vingertjes knijpt het meisje de borst vast en zuigt gulzig aan de tepel van haar moeder. Het tafereel is zo diepmenselijk gewoon dat ik het niet kan laten om het digitaal in te blikken. We struinen verder en vergapen ons niet alleen aan de drukte van het kopen en verkopen, maar evenzo aan de prachtige klederdracht. Het lijkt wel een voormiddag mensjes kijken. Sommige vrouwen dragen een haarband met pomponnen rond hun hoofd, terwijl andere zich dan weer tooien met glinsterende slingers. De speelse kleuren van de geborduurde huipiles zijn andermaal een streling voor het oog. Wanneer ik mijn camera laat inzoemen op drie jonge juffrouwen, gniffelen ze ontdeugend terug. Eén van hen steekt stoutmoedig duim en wijsvinger in de lucht en wrijft ze tegen elkaar tot geluidloze centen. Net op hetzelfde moment krijg ik een ingeving van de Heilige Geest. Vijf minuten later overhandigen we hen een enveloppe. Wanneer we zes verwonderende ogen zien glijden over hun digitaal evenbeeld, slaken ze vreugdekreetjes in het rond. Een zoveelste ontroerend en onverwacht moment.

Wanneer de marktkramers stilaan beginnen in te pakken, keren we terug naar Panajachel, het dorp waar we verblijven. Bij aankomst is het contrast tussen beide dorpjes een wereld van verschil. Daar waar Sololá zich kenmerkte door de alledaagsheid van het bestaan, voelt Panajachel Amerikaans artificieel aan waar alles draait rond toeristische commerce. De stroom aan jonge indiaanse verkopertjes die rondzeulen met prullaria allerhande is eindeloos, net als de aaneenschakeling van bars, restaurants en hotels. De voorbije decennia heeft het dorp zoveel gringo´s over de vloer gekregen, waarvan vele zich er zelfs definitief hebben gesetteld, dat Panajachel de bijnaam ´Gringotenango´ heeft gekregen. De oprukkende toeristen vormen voor de Guatemalteken, na jaren van Spaanse onderdrukking, de moderne veroveraars van morgen...

Roerloze figuranten....

Guatemala - Lago de Atitlán, 29-12-2008 - (dagboek 10)


Terwijl we gisteren het grootste dorp van het Atitlánmeer bezochten, nemen we vandaag een kijkje in de vele kleinere dorpjes rond het meer. Het liefst hadden we een fikse wandeling gemaakt, maar na het inwinnen van informatie omtrent de veiligheid nemen we maar het zekere voor het onzekere en laten ons met een lancha droppen op het eiland San Marcos.

Het eerste wat ons opvalt wanneer we de kleine aanlegsteiger verlaten en ons doorheen het smalle steegje wringen dat uitgeeft op het centrale plein, is de aanwezigheid van het alternatieve toerisme. Zo kan je er allerlei cursussen volgen, gaande van yoga tot energy healing en van body massage tot acupressure. Voor wie liever zijn smaakpapillen verwent, worden kookcursussen ingericht waar het accent ligt op de gezonde en alternatieve voeding. Zelfs de meest veeleisende meerwaarde toerist komt hier aan zijn trekken. We geven de voorkeur aan het observeren van het dagdagelijkse leven en dus begeven we ons naar het dorpsplein waar zich tevens de kerk bevindt. Ter hoogte van het altaar staan twee lokale vrouwen met opgeheven handen luidop te bidden, hun blik gericht op de gekruisigde Christus. Zonder zich bewust te zijn van onze aanwezigheid storten ze zich uit in weeklagen, tot huilens toe. We keren geruisloos op onze passen terug. Ondertussen heeft een gezette dame van middelbare leeftijd post gevat aan de ingang van het hoofdportaal. Met een zelden geziene souplesse borduurt ze de kraag voor een geweven blouse tot een kunstwerkje van engelengeduld. Oeroude tradities verweven met het dagdagelijkse leven...

We nemen een tuctuc en laten ons afzetten aan het volgende dorpje, San Pablo. Het toerisme is hier veel minder doorgedrongen waardoor de authenticiteit net iets nadrukkelijker voelbaar is. We worden voor het eerst sinds lang opnieuw figuranten, terwijl de bewoners de hoofdrol spelen. Vrouwen zitten ongestoord op de wit gekalkte treden voor de koloniale kerk, terwijl een meisje vermoeid voor zich uitstaart, haar gekruiste armen leunend over een ijzeren vuilbak. Aan de overkant zit een man achter een laag houten tafeltje dat bezaaid is met de meest vreemde kruiden. Lies voelt zich in de zevende hemel want als echte keukenprinses duidt ze de verkoper probleemloos haar favoriete specerijen aan. Na vijf minuten zijn we anijs, kardemom, gedroogde rozenblaadjes, kaneel, kruidnagel, chili, achiote en komijn rijker en amper drie euro armer. We nemen nog een laatste maal de motortaxi tot aan het dorpje San Juan en vervolgen tot slot te voet onze verkenningstocht tot aan het bekende San Pedro dorp.

San Pedro, genaamd naar de gelijknamige vulkaan, heeft in de loop der jaren aan bekendheid gewonnen, vooral dan bij het jonge, backpackende publiek. Bij bosjes laten ze zich hier voor een poosje droppen, niet zozeer omwille van het authentieke karakter van het dorp, maar wel omdat softdrugsgebruik hier welig tiert. In de kronkelende straatjes flaneren we dan ook voorbij kraampjes waarbij lokale inwoners en overjaarse hippies hun artisane waren proberen aan de man te brengen. Rechts van de met wimpels versierde kerk staat een reuzengroot beeld van San Pedro (Sint Pieter), de poortwachter van de hemel. In de linkerhand draagt hij een bos sleutels. Onder hem staat een kraaiende haan die verwijst naar het Nieuwe testament. Jezus had voorspeld dat Petrus tot drie maal toe zou beweren hem niet te kennen. Na de verloochening kraaide de haan drie maal. Werd het monumentale beeld hier neergepoot in de hoop het tanende katholieke geloof alsnog nieuw leven in te blazen? Sinds enkele jaren winnen hier steeds meer evangelische sekten terrein waardoor zelfs eeuwenoude tradities verloren dreigen te gaan. Een bewoner probeert de strijd tegen de teloorgang komisch te benaderen. Op de voorgevel van zijn huis heeft hij een lachend emoticon geschilderd met als slagzin ´Sonrie, Díos te ama´ (Lach, God hou van je). Een vredelievende knipoog...

We sluiten onze lange dagtocht af met een bakje onvervalste Guatemalteekse koffie. Terwijl de aroma zich vermengt met de frisser wordende buitenlucht, kijken we toe hoe het decor om ons heen een dramatisch karakter aanneemt. Donkere wolken pakken samen rond de vulkaantop. De laatste zonnestralen geven de buitenste wolkenrand een oranje gloed, waardoor het lijkt alsof er aureooltjes tegen een diep blauw behang kleven. Na een half uur varen, zitten we op de kade gehuld in het halfduister van een nieuw aangebroken nacht. Twee roerloze schimmen, starend, mijmerend en genietend van alweer een mooie dag samen...

el Lago de Atitlán....

Guatemala - Lago de Atitlán, 28-12-2008 - (dagboek 9)


We zijn aangekomen in het drukst bezochtste vakantiegebied van Guatemala: el Lago de Atitlán. De grootste troefkaart is de adembenemend mooie ligging van het Atitlánmeer. Omgeven door bosgroene vulkanen hangt er een magische sfeer boven het kabbelende water. Van welke kant je ook het grote meer afspeurt, het panoramisch zicht blijft een prentkaart groot. Het geheel wordt nog schilderachtiger wanneer wolkenflarden de vulkanen ten dans uitnodigen. Bij afwijzing blijven ze halsstarrig flirten rond de bergpieken, net zolang tot de obligate knieval de aanzet is voor een innerlijke wals. We genieten vanop de zijlijn en kijken toe hoe de verstrengeling resulteert in een schouwspel van een nimmer eindigend seizoen. Zijn schoonheid werd reeds in het begin van de negentiend eeuw bezongen door de Duitse ontdekkingsreiziger Alexander von Humboldt. Hij bestempelde Atitlán als één van de mooiste meren ter wereld.

De pracht ligt niet alleen verscholen in de omgeving, die ons doet wegdromen naar een wereld vol dansende nimfen en elfjes, maar ook het authentieke karakter van sommige omringend dorpjes versterkt de magie. Tijdens de wekelijkse marktdag in het oude centrum van Panajachel valt ons vooral de kleurrijke en soms ongewone klederdracht op. De mannen nemen deze keer het voortouw. Hun benen bedekken ze met een lange ´rodillera´ (dekenrok) die in lagen over hun onderlichaam is gewikkeld. Hun hemden zijn geborduurde kunstwerkjes die zijn afgewerkt met gestileerde dierenfiguren, zoals vleermuizen en vogels. Sommige mannen dragen daarenboven een nonchalante cowboyhoed als hoofddeksel. De vrouwen kenmerken zich dan weer door hun kleurrijke huipils (rokken). Ze zitten achter bundels uien en radijzen geduldig te wachten op een koper. Een man in witte stofjas loopt tussen de groentekraampjes door en probeert medicijnen aan te smeren. In geelblauwe letters lees ik het woord Calfem. Het calciumsupplement ligt hier schijnbaar goed in de markt bij de oudere vrouwen, want zijn handeltje loopt op wielen. De sfeer is er gemoedelijk. Concurrentie lijkt hier onbestaande. Achter de markt loopt de hoofdstraat waar tuctucs af en aan snorren. De witrode motortaxietjes zijn hier het ideale transportmiddel om de koopwaar mee te vervoeren. Ze zijn, net als op zoveel plaatsen in Guatemala, niet weg te denken uit het straatbeeld.

Lago Atitlán kenmerkt zich niet alleen door een keten aan vulkanen, maar wordt tevens omringd door een twaalftal pittoreske dorpjes, die bijna allemaal de naam dragen van een apostel. Onze verkenningstocht begint meteen bij het grootste dorp, Santiago, genaamd naar de beschermheilige van de Spaanse veroveraars. Het dorpje staat te boek gesteld als één van de meest authentieke, al valt dit gevoel bij het aanmeren meteen aan gruizelementen. Aan de kade worden we aangeklampt door enkele opdringerige artisanale verkopers. De eerste honderd meter heeft iets weg van een boulevard van bonte lappendekens en geweven stoffen. "Adelante amigo, buen precio!" (Kom binnen vriend, goede prijs!) We hebben reeds genoeg souvenirs gekocht en dus flaneren we eerder ongeïnteresseerd voorbij. Eenmaal de commercie achter ons gelaten, ontdekken we het echte Santiago. In een afgelegen zijstraatje merken we een groepje mannen op getooid in witte korte broeken met kleurrijke strepen. Hun broeksriemen zijn geweven sjaals die ze nonchalant rond de heup vastgeknopen. Hun ogen verschuilen zich achter de brede rand van een zomerse sombrerohoed. De vrouwen dragen dan weer speelse geruite huipiles met geborduurde bloemmotieven. Ze schrijden met snelle pas naar de hoofdingang van het koloniale kerkportaal om zoveel mogelijk de opdringerige camerablikken van de kijklustige aangespoelde toeristen te ontwijken. Het valt ons op dat de vrouwen er op hun paasbest uitzien. Hun natte, gitzwarte haren verraden de streling van een kam. De geur van exotische bloemenshampoo waait ons tegemoet. Op hun muiltjes met hoge hakken lijken ze als uit een snoepdoosje gekropen. Je zou zowaar denken dat ze al gniffelend arm in arm -toch cameraschuw- zich begeven naar een vrijgezellenbal. Toch blijft alles er heel zedig bij, want de kerkklokken luiden oprechte devotie in.

Wanneer we de uitgestrekte met klinkers bezaaide plaza verlaten, worden we tot vervelends toe aangeklampt door een sjofele jongen van nauwelijks tien jaar oud. Hij vraagt ons herhaaldelijk of we geen bezoek willen brengen aan Maximóm, de boze Maya-god die hier net als San Simón uit het dorpje Zunil vereerd wordt. We bedanken evenwel vriendelijk voor het aanbod en laten deze keer de mengeling aan volksgeloof en volksverlakkerij aan ons voorbij gaan. Terwijl de zon langzaam zijn toevlucht zoekt achter de verre horizon, varen we op knoopsnelheid terug naar Panajachel, het dorpje dat nog de komende twee dagen onze verblijfplaats wordt...

San Simón: de heilige van de Maya´s...

Guatemala - Quetzaltenango, 28-12-2008 - (dagboek 8)


In de omhoog kronkelende straatjes van San Francisco heerst al een drukte van jewelste wanneer we rond negen uur ´s morgens onze weg banen doorheen de vele marktkraampjes. Door zijn centrale ligging is het dorp van oudsher een kruispunt van handelswegen. Kopers en verkopers komen op vrijdag massaal afgezakt uit de omringende dorpen om handel te drijven. Vooral textiel gaat hier vlotjes over de toonbank, al hebben de inheemse handgeweven stoffen het pleit verloren ten voordele van de goedkopere westerse confectie. Slechts hier en daar treffen we nog een kraampje aan met traditionele kledij. De amerikanisering en de modernisering hebben ook hun weerslag op de bontkleurige authenticiteit van de markt. In tegenstelling tot wat we hadden verwacht, kan deze plek ons evenwel niet bekoren.

Een half uur busrijden verwijderd vallen we wel voor de charme van het dorpje Zunil, niet omwille van de wekelijkse marktdag -die enkel plaatsvindt op maandag-, maar voor de aparte sfeer die er hangt. Zo defileren er ter hoogte van de sneeuwwitte koloniale kerk dames in fel gekleurde kuitlange huipiles en handgeborduurde blouses. Op hun hoofd dragen ze een opgevouwen doek dat hun gezicht en gitzwarte haren grotendeels afschermt tegen het felle zonlicht. Even verderop staan in slagorde nostalgische chickenbussen geduldig te wachten op nieuwe passagiers. Het dorp kent geen haast. Het leven schuift hier langzaam voorbij, op het ritme van de ruisende rokken en de trage tred van zijn inwoners. Ook de ligging van het dorp Zunil, aan de voet van de gelijknamige uitgedoofde vulkaan, draagt bij tot het laissez faire, laissez passer karakter. Kleine muurtjes van basaltsteen scheiden geïrrigeerde akkertjes die uitpuilen van blozende groenten. De landbouw is voor vele gezinnen van Zunil de enige bron van inkomsten.

Terwijl we tijdloos genieten van het voorbij kabbelend leven op het dorpsplein, worden we opdringerig aangesproken door een tienjarige jongen. Hij vraagt ons of we geen bezoek willen brengen aan San Simón. Via een doolhof aan straatjes begeleidt de jonge knaap ons tot aan een vervallen zijsteegje, vlak voor een gebouwtje met openstaande deur. Wanneer we naar binnen gluren zien we in het halfduister een handvol blauwe tuinstoelen, rechtlijnig opgesteld voor een offerplaats met brandende kaarsen. Erachter zit een houten aangeklede pop op een metalen met bloemen overladen troon. Zijn uiterlijk zou je niet meteen associëren met de Mayacultuur. Zijn lijkbleek gezicht en blozende wangen gaan schuil achter een stoere pilotenzonnebril. Hij ziet er allesbehalve als een indiaan uit met zijn cowboyhoed, dito laarzen, zwarte handschoenen en marineblauwe pak. De confrontatie is bij onze eerste aanblik dan ook uiterst lachwekkend. Op een steenworp van het offerplaatsje zit een man aan een lange rechthoekige tafel te bladeren in een krant. Hij blijkt de eigenaar van het huis te zijn. Wanneer ik hem vraag naar de geschiedenis van deze bijzondere figuur, mompelt hij met enige tegenzin dat hun heilige de verpersoonlijking is van de christelijke Judas en de Mayagod van het kwaad. Ik daarentegen heb mijn eigen mening over de oorsprong van deze verafgode gringo.

"We gaan terug tot de periode van de Spaanse veroveraars. Parallel met de inlijving van Guatemala introduceerden ze ook het katholicisme. De katholieke priesters werden als pionnen van een schaakspel ingezet om zieltjes te winnen. Eén van hen was een zekere Simón. Hij leidde een levenswandel die niet meteen strookte met de vroomheid van het geloof. Een overvloed aan alcoholische dranken en wulpse dames van plezier doorkruisten meermaals zijn pad. Het buitensporig gedrag kwam de hogere kerkhiërarchie ter ore en prompt werd priester Simón uit zijn ambt ontheven. Hij zocht dan maar zijn toevlucht tot de Mayabevolking in de hoger gelegen bergen. Om zijn schuilplaats niet te verraden boden ze hem om beurten onderdak. De Maya´s koesterden duidelijk een bepaalde sympathie voor de priester en zijn levensstijl. Na zijn dood ontstond er een aanbiddingcultus en werd San Simón het symbool van het kwade dat bezworen dient te worden. Elk jaar komt de Maya heilige bij een ander gastgezin terecht. De verhuis gaat gepaard met een groot ritueel feest en symboliseert de vlucht van de ex-priester na zijn verbanning uit de kerk. De verstrengeling tussen de Mayacultuur en het katholicisme is hier andermaal een feit."

De verering beperkt zich niet alleen tot gebed en het branden van een regenboog aan kaarsen. We zijn getuige hoe een besnorde man van middelbare leeftijd bijna een hele fles dure Johnny Walker offert aan San Simón. De wijze van offering tart haast elke verbeelding. Terwijl de man des huizes de carnavaleske pop 45 graden achterover houdt, kiepert de gelovige hem vol met flinke geuten whisky. We kijken gefascineerd toe, maar bespeuren nergens een opvangreservoir. Is de pop hol en wordt die elke avond leeggetapt? Tijdens de korte tussenpauzes prevelt de man een gebed. De smeekbeden draaien overwegend rond een goede oogst, gezondheid, rijkdom en liefde. Wanneer de fles ei zo na leeg is, drinkt de man de rest zelf op. We zien hoe de gastheer vanonder de pop een metalen teil tevoorschijn haalt. De inhoud verdwijnt vervolgens in een plastieken fles. Ongetwijfeld drinkt de man zich elke avond lazarus met de alcoholische pis van San Simón.

Het ritueel is afgelopen en de besnorde man verlaat schijnbaar opgelucht de ruimte waar een pregnante geur hangt van walmend kaarsvet, wierook en alcohol. Ondertussen is de man des huizes naast me komen staan. Hij vraagt me hoeveel foto´s ik geschoten heb. Ik voel nattigheid. Blijkbaar moet voor elke genomen foto 10 Quetzales (€1) betaald worden. Commercie en religie gaat hier hand in hand. Ter compensatie voor de fotoreeks leg ik dan maar een bescheidener bijdrage in het offermandje dat ostentatief gekneld zit tussen de benen van San Simón. Goden of heiligen kan je nu eenmaal beter gunstig stemmen.

We sluiten onze ontdekkingstocht af bij de glasfabriek van Copavit in het dorpje Cantel. We hadden gehoopt om de fabriek in werking te zien, maar tijdens de kerstperiode ligt de glasblazerij volledig stil. We moeten ons tevreden stellen met het werpen van een glimp op het werkloze atelier en de lege brandovens waar gerecycleerd glas een nieuw leven krijgt. Boven de toonzaal, die volgestouwd staat met handgeblazen glazen en vazen, bekijken we een informatief filmpje over de eeuwenoude techniek van het glasblazen. We kunnen niet aan de verleiding weerstaan om een setje van acht in onze rugzak te stoppen. Een tastbare herinnering aan een zoveelste bijzondere dag...

Sensuele schoonheid in detail...

Guatemala - Quetzaltenango, 27-12-2008 - (dagboek 7)


Quetzaltenango wordt de komende twee dagen onze uitvalsbasis om de omliggende dorpjes te verkennen. Ze liggen verscholen in het Guatemalteekse hoogland, tussen de plooien van valleien, als rimpels van een getaand en verweerd gezicht.

Salcajá wordt onze eerste stopplaats. Om ons enigszins te oriënteren, kiezen we ´la Ermita de la Concepcíon´ als uitgangspunt. Deze kerk, één van de oudste van Guatemala, is zowat het paradepaardje van het dorp. Haar uitzonderlijke schoonheid werd dit jaar bekroond met een cheque van maar liefst 75.000 Quetzales (€ 7.500). De prijs kadert in de jaarlijkse run voor de felbegeerde titel van de zeven wereldwonderen. De jonge lerares die tijdens de vakantie een centje bijverdient bij de toeristische dienst toont met zichtbare fierheid de levensgrote cheque die als een vorm van relikwie naast het altaar hangt. Het houten plafond is gebouwd als de romp van een schip en verwijst naar de Ark van Noah. Een levensgroot baldakijn zweeft over de voorste stevenen. Het geheel lijkt op een hemelbed en geeft de kerk iets zeemzoets. De buitenkant is dan weer het toonbeeld van volstrekte symmetrie. Twee kleine torentjes rusten op metersdikke steunberen. Boven het portaal hangen beschilderde stukjes fruit. In het felle zonlicht vormen ze frivole details die het uiterlijk van de kerk een speels karakter geven. Het klassieke kruis dat ten hemel reikt krijgt hier de gedaante van een hostie, het lichaam van Christus. De kerk straalt ondanks haar kleinschaligheid toch een imposante indruk uit, die nog versterkt wordt door de centrale plaats te midden van het sobere dorpsplein.

Achter de kerk bevindt er zich een museumpje dat volledig in het teken staat van de textielnijverheid. Salcajá is al van oudsher het epicentrum van de katoenindustrie. Het waren de Spaanse veroveraars die hier eind 16de eeuw de trapgetouwen introduceerden. De traditie van het weven is blijven bestaan en is opvallend genoeg nog steeds een mannelijke aangelegenheid. Een videofilmpje maakt ons wegwijs in de verschillende weeftechnieken en -processen. Het is verbazingwekkend hoeveel handwerk er aan te pas komt. We willen de oeroude weeftechniek ook wel eens van dichtbij bekijken en via de hulpzame juffrouw krijgen we de kans om een glimp op te vangen achter de schermen van de katoenindustrie. Achter de façade van een vervallen kruidenierswinkeltje scheidt een kleine rommelige patio het heiligdom van de weefkunst. In een hokje dat in der haast lijkt ineengemetseld staan twee gigantische trapgetouwen. De ruimte is zo klein dat we ons tussen de houten machines moeten wringen. Eén ervan wordt bediend door een man van middelbare leeftijd, de andere staat er log en werkloos bij. Met de bootachtige schietspoel jongleert hij razendsnel tussen honderden draden door, terwijl zijn voeten dansen op lange houten pedalen. Een klankloze pianovirtuoos die repetitief dezelfde melodie speelt. Het hamerend getik levert bij elke slag een grillig motief op in het doek. Naarmate de toonaarden samensmelten tot een symbiose van liefdevolle verzuchtingen krijgen de verstrengelde kleuren een vast patroon. Het lijkt wel of er een erotische relatie ontstaat tussen de wever en zijn creatie. Of wordt dit gevoel ingegeven door het behang? Waar ik ook kijk hangen blootborstige dames in opzichtige badpakken en lingerie; uitgescheurde wulpse dames op veelkleurig gedrukt krantenpapier. Ik begin stilaan te begrijpen waarom de oude weeftechniek in Salcajá nooit helemaal is verdwenen.

Door al die verblindende schoonheid hebben we het uur helemaal uit het oog verloren. Wanneer we in San Andrés Xecul aankomen is de grootste hitte van de dag reeds uitgedoofd en komen de okergele kleuren van de fel beschilderde kerk nog meer tot hun recht. De bont geschilderde dorpskerk die dateert uit het midden van de 16de eeuw vormt een uniek staaltje van onvervalste volkskunst. De gele tint verwijst naar de kleur van de huipil (rok) die de vrouwen hier dragen. De kerk valt niet alleen op door haar ongewone okergele achtergrond, maar tevens ook door de aangebrachte ornamenten. Zo zijn de zuilen versierd met verleidelijke wijnranken terwijl gitaar spelende nimfen het hof maken. Twee zittende kwajongens houden een kruik met brandewijn vast, hun beentjes bengelend over de rand. Gevleugelde engelen houden palmtakken vast, wuivend over een centraal opgesteld kruis. De veelheid aan figuren vormt een orgie van schoonheid.

Daar waar Quetzaltenango zich kenmerkt door monumentale grootheid, verstoppen de omringende dorpjes zich weg achter pittoreske ondeugendheid. Hier zit de tijdloosheid verpakt in de kleine details die het leven zo kenmerken. Benieuwd wie of wat ons morgen zal bekoren wanneer we de dorpjes ten zuiden van Quetzaltenango gaan opzoeken...

Het monumentale Xela...

Guatemala - Quetzaltenango, 26-12-2008 - (dagboek 6)


De traditionele keuken van een land heeft zijn charme, maar voor sommige gevoelige magen vaak ook een keerzijde. Gisteren lag Lies de hele dag ziek te bed, maar vandaag, tweede kerstdag, is ze opnieuw de ouwe en dus trekken we onze stapschoenen aan om de tweede grootste stad van Guatemala, Quetzaltenango, te verkennen.

Het eerste wat ons opvalt is de relatieve rust in het stadscentrum. In tegenstelling tot wat je zou verwachten, valt de verkeersdrukte hier best mee. Het komt de grootsheid van de neoklassieke gebouwen die het grote centrale plein omzoomen ten goede. De glorie van weleer weerspiegelt zich in tempelachtige constructies met Corintische zuilen. Ze vormen de versteende getuigen van de welvaart die de stad ooit kende. Eind negentiende eeuw bereikte de koffiecultuur hier haar hoogtepunt. Quetzaltenango werd een bloeiend handelscentrum en trok Europese handelaars aan: Spanjaarden, Italianen en Duitsers. In hun kielzog ontstond er ook een bepaalde culturele elite die nationale bekende artiesten uit diverse kunstdisciplines voortbracht. Enkele van hen hebben zich weten te vereeuwigen in standbeelden die als soldaten van wacht staan opgesteld voor het stedelijk theater. De uitbarsting van de vulkaan Santa María en de daaropvolgende zware aardschok verwoestte de stad in 1902 nagenoeg helemaal. Quetzaltenango verrees opnieuw uit het puin, maar bereikte niet meer de royale allures van voorheen.

Desalnietemin vallen we voor de charme van het koloniale verleden. De zuilengalerij van het stadhuis voelt opvallend Grieks aan, terwijl de koloniale façade en de gedrongen klokketoren van de kathedraal eerder een barokstijl uitademen. Het zijn de enige elementen van de kerk die de aardbeving van 1902 hebben overleefd. Het aanbouwsel stamt duidelijk uit een ander tijdperk en is opvallend modern. De verzameling bolvormige witte koepels doet me denken aan de tettenkerk van Managua. Wat de musea betreft zijn we helaas op het verkeerde tijdstip aangekomen want tussen Kerst en Nieuwjaar is hier zowat alles dicht. We zoeken dan maar troost door de architecturale buitenkant van de monumentale bouwwerken in detail te bestuderen. De sfeer van de vergane glorie weerspiegelt zich wellicht nog het meest in de ´Pasaje Enriquez´, de passage die het centraal park verbindt met een achterliggende straat. De overdekte gallerij doet ons heel even wanen in de buurt van de Brusselse Rue de Bouchée. De verbleekte en beschadigde wandschilderingen brengen ons evenwel terug tot het hier en nu.

Bij valavond struinen we nog wat rond op het stedelijk kerkhof. De diversiteit aan kleuren is hier minder expliciet aanwezig, maar dat wordt ruimschoots gecompenseerd door enkele fijn gesculptuurde mausolea. De grafzerken stralen tegen de achtergrond van de grote vulkaan Santa María een onbestemd, beklijvend gevoel uit. We klimmen nog tot op de heuveltop van het kerkhof, zakken neer op een stenen bankje en laten de kilte van de avond op ons neerdalen...

Kerstavond in Guatemala, net iets anders...

Guatemala - Quetzaltenango, 24-12-2008 - (dagboek 5)


Kerstavond is traditioneel een gezinsgebeuren en in Guatemala is dat niet anders. Via de internetsite ´couchsurfing´ zijn we gisteren terecht gekomen bij Eddy Rosas in Quetzaltenango (Xela). Hij komt uit een familie van wat ik ´de gebroken gezinnen van Latijns-Amerika´ noem. Ook zijn ouders en broer hebben jaren geleden hun vertrouwde vaderland ingeruild voor het Amerikaanse dollarland. Hij en z´n zus zijn samen met grootmoeder achtergebleven in Guatemala . De kans dat hij ooit de oversteek maakt naar de Verenigde Staten is uiterst klein. Sinds iets meer dan een jaar woont hij namelijk samen met de Nederlandse Miranda die hier vrijwilligerswerk verricht.

Wanneer we rond negen uur bij zijn grootmoeder aankomen, is er reeds een drukte van jewelste. Aanverwante familieleden lopen in en uit, terwijl de kranige abuela (grootmoeder) de laatste hand legt aan het kerstmaal. De kerstkalkoen is hier nog niet doorgedrongen in de culinaire Guatemalteekse keuken. Op Kerstavond haalt traditie hier nog steeds de bovenhand. De feestdis bestaat uit zelfgemaakte tamales; een deeg van maïsmeel vermengd met stukjes kip of vlees en milieuvriendelijk gewikkeld in bananenbladeren. Het lijken wel grasgroene kleine pakjes voor onder de kerstboom. Eenmaal de laatste tamales is ingepakt, wordt alles gestoomd in een reuzegrote kom. Naar de hoeveelheid tamales te zien, verwacht grootmoedertje veel volk over de vloer. Wanneer ik er haar een opmerking over maak, glimlacht ze ietwat ondeugend. Ze vertelt me dat het de gewoonte is om op Kerstavond de buren te verrassen met wat eten. Een deel van ons kerstmaal komt straks op de feesttafel van de buren terecht en vice versa.

Terwijl het eten gaar stoomt, verzamelen ooms en tantes, neven en nichten zich rond de computer. Skype brengt de familiebanden wat dichter bij elkaar. Via de webcam zie ik de glunderende gezichten van Eddy´s ouders. De virtuele, trage verbinding levert haast clowneske taferelen op. De houterige bewegingen en verre klanken sijpelen met enkele seconden vertraging de woonkamer binnen. Het geheel doet me denken aan een slecht gedubte film waar het synchronisatiewerk van ondergeschikt belang is. Virtuele contacten maken de wereld kleiner, maar niet altijd intenser. Rond elf uur ´s avonds nemen we met zijn allen plaats aan de grote eettafel. Stoelen worden bijgeschoven en de tamales rondgedeeld. Champagne, roemrijke wijnen of andere alcoholische dranken worden hier vervangen door een gezonde ´ponche de frutas´, een warme vruchtensap met stukjes fruit. Het valt me op hoe sober het kerstmaal is: geen aperitief met bijhorende versnaperingen, geen voorgerecht, geen alchol, geen dessert. Wel wordt er samen gebeden uit dank voor het voorbije jaar. Het benadert wellicht het meest de oorsprong van het feest: de geboorte van Jezus. Na de maaltijd verplaatst het feestgebeuren zich naar buiten. Uit de vier windstreken weerklinkt vuurwerk en tientallen minuten lang licht de gitzwarte hemel op tot glinsterende sterren die uiteenspatten in een regenboog aan kleuren.

Mijn derde kerstavond op Latijns-Amerikaanse bodem en voor de derde keer op rij een totaal andere ervaring. Volgend jaar na een lange tijd opnieuw in België met ongetwijfeld terug de traditionele, opgevulde kalkoen als kerstmaal. Tradities blijven een constante, overal ter wereld...

Een mystieke mix van volksgeloof en vertier...

Guatemala - Chichicastenango, 22-12-2008 - (dagboek 4)


Vanop het dak van onze hospedaje hebben we een wijds uitzicht over de begraafplaats van Chichicastenango. De pastelkleurige graftombes lijken vanuit onze uitkijktoren op snoepjes. Terwijl de ochtendzon zijn prille stralen over de fleurige dodenhuisjes spreidt, begeven we ons naar het kerkhof. Een spiraal aan kleuren hinkelt van het ene graf naar het andere. De grafstenen leunen als dominoblokjes tegen de heuvelrug aan en stralen door hun zachte tinten iets teders uit. Sommige graftombes nemen de allures aan van kleine mausoleums en verpersoonlijken de welvaartstaat van de overledene. Ze staan in schril contrast met de armzalige, scheefgezakte kruisjes van de indigenas waarvan het grafzerk niet meer is dan een hoopje aarde. Over sommige molshoopjes ligt een laagje cement dat dezelfde kleur aanneemt van het bijhorende houten of stenen kruisje. De doden worden hier nog vaak begraven naar indiaanse traditie: met persoonlijke bezittingen, eten en drinken voor het hiernamaals.

Een staaltje van die eeuwenoude indiaanse traditie vinden we terug op de Pascual Abaj, het heiligdom dat zich even buiten het dorp op een heuveltop bevindt. Bij onze aankomst zien we hoe een sjamaan een cirkel van suiker strooit rond een hoopje brandende witte kaarsen en wierookhout. We houden de nodige afstand en kijken vanop de zijlijn toe hoe de man geutjes brandewijn besprenkelt over het oplaaiend mini-kampvuurtje. Af en toe bewierookt hij de brandende cirkel en prevelt onverstaanbare woorden uit. De man lijkt wel tovenaar Merlijn in eigen persoon. Op een boogscheut daar vandaan, tussen enkele zwart geblakerde stenen, zijn ook twee vrouwen volop overgegeven aan het offerritueel. Ze knielen devoot, gooien hun armen theatraal in de lucht en zwaaien de warmte van de vlammen naar zich toe. Het is hun oeroude wijze om hun voorvaderen en natuurgoden te eren. Vanuit ons katholicisme valt hun geloofsbenadering soms moeilijk te vatten. Het is een soort volksdevotie die zich kenmerkt door een mystieke mix van traditie en animisme.

De hele dag lijkt wel een beetje in het teken te staan van religie, want rond vier uur in de namiddag trekt er opnieuw een processie doorheen de straten van het dorp. Twee muzikanten lopen op kop, de fluitspeler en de trommelaar. In hun kielzog struinen een tiental cofradías, de herders van de heiligen. Deze keer dragen ze een zilveren staf (een vara) voor zich uit die een glinsterende zon voorstelt. Langs de kant van de weg hebben sommige inwoners kleine offerandetafeltjes buiten gezet. Die liggen bezaaid met bloemen, heiligenbeeldjes, wierookschaaltjes en kaarsjes. Het levert alvast een potpourri aan geuren en kleuren op. De kleine altaartjes vormen voor de jonge mannen die de zware heiligenbeelden torsen een welkome afwisseling. De stoet houdt er steevast halt. Een sjamaan zwaait er kwistig met een wierookblik om zo de woonst van boze krachten te vrijwaren. Een zoveelste afgeschoten vuurpijl bekrachtigt tot slot het ritueel en even later schrijdt de processie verder. De stoet eindigt ter hoogte van de ´municipalidad indígena´, het indiaans gemeentehuis. De heiligenbeelden worden in slagorde opgesteld. Terwijl de cofradías naar binnen gaan, krijgt de grote volkstoeloop uitgebreid de kans om de heiligen te eren. Vrouwen, mannen en kinderen schuiven voorbij, deponeren enkele Quetzales, muntstukjes, in het offermandje, raken heel even het beeld aan en vervolgen hun weg. Ondertussen vermengt het geluid van marimbaklanken zich met het aanzwellend geroezemoes van de honderden gelovigen. De sfeer is bevreemdend en vertrouwd tegelijkertijd.

We verlaten het mierengewriemel en zoeken tot slot nog wat heidens vertier op. Aan de rand van het dorp staat een kermis opgesteld waarvan het verlicht reuzenrad onze aandacht opeist. Geurende eetstalletjes liggen er kwistig verspreid tussen speelkraampjes. Het lijkt wel alsof we ons op een soort Vlaamse kermis bevinden. De speeltenten zijn oerouderwets, maar stralen een warme charme uit. Spelen die bij ons reeds lang hun vaste stek hebben gevonden in het speelgoedmuseum, brengen hier nog honderden mensen op de been. Nostalgie verdrijft hier de kilte van een sluimerende nacht. Bij de schiettent mikken jongelui welgericht tegen een metalen plaatje. Bij elke rake schot, floept de jukebox aan en enkele seconden later schalt de vallenatomuziek van de Colombiaanse zanger, Jorge Celedon, over de grote kermisweide. ´Que bonita está la vida...´ Na zovele maanden van zwerven en dagdagelijkse verwondering over die confronterende culturele wereld kan ik dit alleen maar beamen. Het leven is mooi, heel mooi...

Een ratatouille van katholicisme en traditie...

Guatemala - Chichicastenango, 21-12-2008 - (dagboek 3)


De grootste toeristische troefkaart van Chichicastenango is ongetwijfeld zijn kleurrijke zondagsmarkt. Een dag lang verandert de stad met zijn hobbelige straatjes tot een levendige metropool waar alles draait rond de handel. Doordat het slotfeest van de patroonheilige Santo Tomás samenvalt met de wekelijkse marktdag, is de markt herleid tot een soort braderie waar vooral occasionele handelaars een graantje proberen mee te pikken van de grote volkstoeloop. In der haast ineen geflanste eettentjes staan er geurig opgesteld naast stofdoeken galerijen met fijn borduurwerk. Onze zintuigen worden hier op al vlakken aardig verwend.

Onze grootste aandacht gaat evenwel uit naar datgene wat er zich op de trappen van de Santo Tomás-kerk afspeelt. Deze witgekalkte tempel van de Maya´s is gebouwd op een traditioneel heiligdom. Zelfs de indrukwekkende halfronde, steile trap is heilig gebied. Toeristen worden daarom verzocht langs de zijingang de kerk te betreden. Het geloof wordt op de trappen bedolven onder eeuwig kaarsvet, wierook, bloemen en oorverdovende knallers. Ik dacht dat de Nederlanders koplopers waren in het afsteken van vuurwerk, maar hier in Chichicastenango moet ik mijn mening serieus bijsturen. Het onophoudelijk knallend geluid doet me heel even terugdenken aan de vuurwerkramp van Enschede. Op zaterdag 13 mei 2000 veegde 177 ton vuurwerk een woonwijk volledig van de landkaart. De eindbalans was niet bepaald feestelijk te noemen: 23 doden en 950 gewonden. Hier in Chichicastenango gaat het er gelukkig iets minder explosief aan toe, al knalt mijn trommelvlies bijna aan flarden van het oorverdovend lawaai. Tussen al het vuurwerklawaai door tokkelen muzikanten onverstoord op de marimba, een soort xylofoon. Vuurwerk en muziek zijn hier overduidelijk voedsel voor de goden.

Binnenin de kerk flikkeren honderden kaarsjes tot een kroonluchter. De kleur van de kaars heeft een duidelijke betekenis: rood voor meer liefde, wit voor een goede gezondheid. Wij kiezen het zekere voor het onzekere en branden van elks eentje. In de kerk hangt de pregnante geur van wierook. Voor houten heiligenbeelden knielen biddende gelovigen met kaarsen en bloemen in de hand. Voor de Maya´s is het hele heiligdom gevuld met de geesten van hun voorvaderen. Reden te meer om die met het nodige betoon te eren. Buiten de kerkmuren lijkt dan weer ritueel zuipen een soort religieuze belevenis te zijn. Ook dit alcoholisch gebruik refereert naar het verleden. Mayapriesters zochten immers voorvaderlijk contact door zich in trance te drinken met enorme hoeveelheden drank. Oude prekoloniale afbeeldingen doen ons zelfs suggereren dat bier als lavement werd ingebracht. Anno 2008 gaat het er iets minder plastisch aan toe. De alcohol vloeit hier op de normale manier door het lichaam. Bij sommigen net iets te veel, want op de treden van de Santo Tomás-kerk liggen verschillende dronken dorpelingen al lallend hun roes uit te slapen. De verering van de patroonheilige is een feest, een ratatouille van katholicisme en traditie.

Tromgeroffel en chirimia schallen op een bepaald ogenblik boven al het kakofonisch feestgedruis uit. De marimbamuziek verstomd, evenals het vuurwerkgeluid. Vanachter het kerkportaal trekt een processie van zwevende heiligenbeelden zich moeizaam op gang. Ze worden geflankeerd door cofradías, de herders van de heiligen. Het zijn mannen die deel uitmaken van religieuze organisaties en die naast bestuurlijke taken ook de zorg voor een bepaalde heilige op zich moeten nemen. Het systeem van de cofradías is ontstaan in Spanje en gaat terug tot de 16de eeuw. Het is een onderdeel van het middeleeuws systeem van broederschappen. De Spaanse monniken hoopten op die manier de bevolking te bekeren tot het katholieke geloof. Iets wat hen maar gedeeltelijk lukte, want de oude godsdienst verdween niet helemaal. Zo ontstond er een mengeling van oude rituelen en nieuwe godsdienst. Iets wat vooral op dergelijke feestdagen nog duidelijk naar voren komt. De heilige stoet trekt op een kabbelend drafje doorheen de straten van het dorp. De cofradias vallen vooral op door hun traditionele kledij: een zwart wollen jasje versierd met geborduurde motieven, een zwarte korte broek tot aan kniehoogte, een rode sjerp als broeksriem en een kleurrijke sjaal (tzut) die als hoofddoek wordt gedragen. Tussen de bonte stoet lopen ook enkele vrouwen die een brandende kaars vasthouden. Rond de hals van hun geweven blouse is borduurwerk aangebracht in de vorm van een ster. Het lijken wel zonnestralen. Op het hoofd dragen ze een opgevouwen doek. Met de regelmaat van de klok houdt de stoet halt. Een metalen koker wordt op de grond geplaatst en een papieren zak vol buskruit wordt erin gelegd. Enkele ogenblikken later knalt de lucht uiteen. Als de goden hier niet ontwaken, dan weet ik het ook niet meer...

Tussen Maya´s en Conquistadores...

Guatemala - Chichicastenango, 21-12-2008 - (dagboek 2)


We worden gewekt door plechtig tromgeroffel en het geluid van een chirimia, een hoboachtig instrument. De kilte van de vroege ochtend haalt het op mijn nieuwsgierigheid. Ik dek mijn twee, met een jaartje ouder geworden, ogen af met de klamme dekens van het eenvoudig pensionnetje. De voortgebrachte muziek heeft weinig uitstaans met ´Happy Birthday´, integendeel. De monotone klanken klinken als een dodenmars en luiden het begin in van een nieuwe feestdag ter ere van de patroonheilige Santo Tomás.

De ochtendnevel van een koude zondagmorgen wordt op het centrale dorpsplein, ter hoogte van de Santo Tomás kerk, al vrolijk weggewalst door tientallen verklede figuranten die heen en weer wiegen op de muziek van de marimbaband. Ze zijn getooid in zilveren en gouden pakken en dragen een masker die opvallend menselijk aandoet: een mansgezicht met bolle wangen en een snor. Alleen de kleurrijke pluimen die als pauwveren op hun hoofddeksel weg en weer wuiven, geven hen een carnavalesk tintje. Ze vormen de verpersoonlijking van de Spaanse conquistadores. Met een rammelaar in de rechterhand deinen ze mee op de alsmaar herhalende marimbaklanken. Hun danspassen hebben iets clownesk, hun bewegingen iets theatraals. Ze dansen er de ´baile de la Conquista´ (de veroveringsdans). In dichte drommen eromheen slaan vroege kijklustigen de dansende trekpopjes gade. Het valt me op dat hier, in Chichicastenango, de Maya´s er nog opvallend traditioneel gekleed bijlopen.

Het voelt wat vreemd aan, zeker na mijn recent bezoek aan El Salvador. Daar is de traditionele Mayakledij rond 1932 taboe geworden. In dat jaar vond er namelijk een massale slachting plaats onder de Maya´s. Het leger vermoordde tienduizenden onschuldige Maya´s omdat ze werden aanzien als communistische honden. In een poging om hun leven alsnog te redden, wierpen vele Maya´s hun traditionele kledij af en begonnen zich te integreren in de Mestizo-maatschappij. Het luidde in El Salvador meteen het einde in van het cultureel erfgoed van de Maya´s. Guatemala en vooral zijn inwoners hebben, ondanks de vele burgeroorlogen, hun rituelen en tradities weten te bewaren.

De honger drijft ons naar één van de vele comodores, kleine eettentjes, waar tortilla´s (maïsflensjes) er aan de lopende band worden gemaakt. Op weg ernaartoe zie ik tientallen indiaanse vrouwen uit de laadruimte van een pick-up kruipen. Ze torsen allen zware manden mee die uitpuilen van handelswaren. Ze dragen kleurrijke huipiles (rokken) en sommigen dragen een geplooide doek op het hoofd. Zodra ik mijn spiksplinternieuwe lens -een verjaardagscadeau van Lies- op hen richt, wenden ze hun blik af en stuiven als ratten uiteen. Chichicastenango ligt door zijn kleurrijke zondagsmarkt op de befaamde gringotrail en foto´s nemen wordt hier dan ook allesbehalve op prijs gesteld.

Welkom in Guatemala...

Guatemala - Guatemala City, 20-12-2008 - (dagboek 1)


Na twee zware fietsdagen doorheen het gebergte waarbij ik El Salvador definitief achter me heb gelaten, ben ik aangekomen in Guatemala City. De komende vier weken zet ik mijn stalen ros nog een laatste keer aan de kant en verken ik samen met mijn vriendin Lies dit bijzonder kleurrijk en fascinerend land.

Reizen tussen oud en nieuw heeft zowel zijn voor- als nadelen. Het grote voordeel is dat je Kerst en Nieuwjaar toch net iets anders beleefd dan op het thuisfront. Kerstavond gaan we alvast doorbrengen bij een Guatemalteeks gezin en oudejaarsnacht vieren we wellicht aan de oevers van het Atitlánmeer, é én van ´s werelds mooiste meren, waarbij het decor gevormd wordt door een keten van majestueuze vulkanen. Het nadeel van onze reisperiode is dat veel zaken, zoals interessante musea, tussen Kerst en Nieuwjaar gesloten zijn. Daarom hebben we ons voorgenomen om de extra vrije tijd te benutten om de authentieke sfeer van het gastvrije Guatemala op te snuiven. Onze reis begint alvast te midden van de Guatemalteekse hoogland-Maya´s, op de plaats waar volkskatholicisme nog intens beleefd wordt en waar traditie en animisme garant staan voor een mystieke mix tussen heden en verleden. Laat de Belgische regeringssoap op de grens van oud naar nieuw heel even aan jullie voorbijgaan en hop mee op de chickenbus doorheen Guatemala. Het wordt in ieder geval een knallende overgang, zonder faillissementen, zonder een zoveelste nieuwe formateur en zonder een ´Fortis-schandaal´. We heten jullie alvast welkom in onze eerste stopplaats: Chichicastenango!

De fantasie van de anonimiteit spat al meteen bij onze aankomst in het bergdorpje Chichicastenango als een zeepbel uiteen. Guatemala is de voorbije jaren uitgegroeid tot een favoriete vakantiebestemming op het Midden-Amerikaanse halfrond en dat laat zo zijn sporen na. Wanneer we bij het vallen van de duisternis met onze zware rugzakken van de bus strompelen, worden we al dadelijk aangeklampt door een jonge kerel die ons een hotelletje wilt aansmeren. We bedanken vriendelijk, maar de jongeman heeft zich niet zomaar gewonnen. Hij blijft ons achternahinkelen tot we hem uiteindelijk in het tumult van de grote volkstoeloop kwijtspelen. De reden van de wriemelende mensenmassa heeft alles te maken met de patroonheilige van Chichicastenango: Santo Tomás. Elk jaar wordt hij in deze periode met de nodige marimbamuziek, dans en processies uitbundig gevierd en dit tien dagen lang. Morgen, zondag, vindt het hoogtefeest plaats. Dans en muziek worden er afgewisseld met als absolute apotheose de processie van de heilige Santo Tomás doorheen de straten van de dorpskern.

Voor mij wordt het morgen een dubbel feest, want zondag 21 december vier ik voor de derde keer op een rij mijn verjaardag in een ander Latijns-Amerikaans land. Wij hebben onze fles champagne alvast koel gezet...