De terugtocht ingezet...

Guyana - New Amsterdam, 11-04-2009 - (dagboek 13)


De terugtocht is definitief ingezet. Vandaag verlaat ik Georgetown, de hoofdstad van Guyana, en keer ik in diverse etappes terug naar mijn eindbestemming, Cayenne (Frans Guyana) om daar het vliegtuig te nemen richting Parijs. Om het zwerversgevoel nog even levendig te houden, volgt nog een bescheiden fietsetappe: van Parijs tot Ieper. Nog heel even wegdromen, nog heel even zwerven.

Gisteren heb ik nog eens halt gehouden bij de familie van mister Raghu. Het weerzien was andermaal hartelijk en huiselijk gezellig. Voor de gelegenheid had de dochter haar beste culinaire beentje voorgezet en mocht ik opnieuw aanschuiven aan een waar feestdis. Als ik zo terugblik naar mijn lange zwerftocht dan had ik de domeinnaam van mijn website beter ´als-God-in-Frankrijk.be´ genoemd. Na een zoveelste ontmoeting volgt onvermijdelijk een zoveelste afscheid, een zoveelste besef van ´misschien nooit meer terug zien´, een zoveelste laatste zwaai. Afscheid nemen, het blijft vaak fysiek pijn doen.

De grens met Suriname ligt twee fietsdagen verwijderd, waarbij elke dagetappe een goeie 120 km bedraagt. Op zich een haalbare kaart, maar mijn vrij laat vertrek uit Lusignan -de woonplaats van mister Raghu en zijn familie- verkleint aanzienlijk mijn slaagkansen om voor het invallen van de duisternis New Amsterdam te bereiken. Daar word ik namelijk verwacht door miss Morgan. Een drietal weken geleden ontmoette ik deze Amerikaanse dame toen ik uitcheckte uit het hotel in New Amsterdam. Ze werkt als vrijwilligster voor de Peace Corps organisatie en was in haar jeugdjaren zelf een fervente vakantiefietser. Na de onverwachte ontmoeting bood ze me spontaan logement aan voor op de terugweg. Reizen met de fiets; het blijft het summum van elke reisvorm.

Ongeveer halverwege mijn fietstocht zet ik mijn stalen ros tegen het hekken van een erf. Op de voorgevel van het achterliggend huis prijken de letters B&B en recht tegenover ligt een kokosplantage. Wanneer ik het erf oploop, hoor ik een drietal bloeddorstige honden wild blaffen. Ik blijf veiligheidshalve op afstand. Een naderende mannenstem brengt ze tot bedaren. "Well, well, well, what a surprise to see you. Come in man, you arrived just in time!" Onder het afdakje van een belendend schuurtje ontmoet ik ze allemaal opnieuw: de echtgenote van de plantage-eigenaar en de drie knechten, allen slurpend aan een bakje dampende Nescafé. Drie weken terug had ik er halt gehouden. Hun bedrijvigheid op de kokosplantage wekte toen mijn nieuwsgierigheid op. De kennismaking resulteerde uiteindelijk in het schieten van een paar fotoés. Uit dankbaarheid had ik hen beloofd die te laten ontwikkelen in de grootstad en achteraf -eenmaal op de terugweg- als aandenken cadeau te doen. De fotoés gaan van hand tot hand en worden vergezeld van bijhorend commentaar. Harry, de eigenaar, vertelt me tot drie maal toe hoe erg hij mijn bezoek op prijs stelt. "I really like you man, you are a guy who keeps his word! You surprise me! If you want you can stay here tonight. No problem; my house is yours." Terwijl hij haast triomfantelijk de uitnodiging aanbiedt, werpt hij een zijdelingse blik naar zijn vrouw, alsof zij voor alles het laatste woord heeft. Ze knikt instemmend. Door mijn strikt tijdschema moet ik het aanbod helaas afslaan, maar wie weet misschien een volgende keer.

De avond valt langzaam in en New Amsterdam lijkt verderweg dan ooit. Andermaal twijfel ik tussen een schuilplaats zoeken of verder fietsen. Mijn twijfel wordt nog versterkt wanneer een auto met vier inzittenden me voorbijsteekt en even verderop halt houdt. De mannen zijn reeds uitgestapt wanneer ik behoedzaam de wagen nader. Loos alarm. De mannen -allen Hindoes- bieden me een biertje aan en vuren de ene vraag na de andere af omtrent mijn fietsreis. Achter hun vraag of ik geen problemen heb gehad met de Bosnegers schuilt een voelbare ondergrondse rassenhaat. De diverse etnische groepen leven in Guyana schijnbaar in onderlinge vrede, maar ik vermoed dat de werkelijkheid een heel ander verhaal vertelt.

De klok tikt reeds zeven uur voorbij. De nacht spreidt zijn inktzwarte lappendeken uit en ik zit nog steeds op de fiets. Op een bepaald moment rijdt een jeep langzaam naast me. Uit het vensterraam verschijnt een bebaarde vijftiger. "Are you looking for a place to stay tonight?" Ik aarzel heel even, werp een blik in de wagen en zie op de achterbank twee jonge kinderen zitten. Een gezin; het heeft me altijd iets meer vertrouwen dan een eenzaat. Een kwartier later sjouw ik mijn fietstassen naar boven, naar de logeerkamer. Terwijl de vrouw des huizes het avondeten klaar maakt, haalt mister Rajkumar een fles cognac tevoorschijn. Een digestief als aperitief, het hoort bij een zoveelste onverwachte ontmoeting...

Een bijzondere liefde...

Guyana - Georgetown, 08-04-2009 - (dagboek 12)


Je ziet ze overal: mannen te voet, met de fiets of met de wagen, in het gezelschap van hun gebekte concubine. Ze vormen een onafscheidelijk paar, een volmaakte cirkel. Ze kennen als geen ander hun diepste geheimen, hun zwakheden en troeven. De man blinkt uit in engelengeduld en zorgzaamheid, zijn concubine in schoonheid en zangtalent. Hun relatie is er één van nemen en geven, van hebben en krijgen en dat weten ze als geen ander. Hun wekelijkse rendez-vous vindt meestal plaats op zondagmorgen, bij het krieken van de dag. De locatie: een brug, een hoek van de straat, een idyllisch park. De buitenwereld schuwen ze totaal niet, integendeel. Ze delen hun wederzijdse liefde en passie met tientallen andere koppeltjes. Eenieder kent iedereen, het lijkt wel één groot zangfeest.

Maar schijn bedriegt. Onderhuids wordt de liefde en de vriendschap aangetast door gevoelens van haat, jaloezie en winstbejag. Ik ontdek deze gevoelens wanneer ik dwars doorheen de roerloze blik van de starende mannen kijk. Met de onbeweeglijkheid van een standbeeld fixeren ze hun ogen op één welbepaald punt, terwijl hun spitse oren dezelfde vorm aannemen als die van Mister Spok. Ze doen me heel even denken aan een gediplomeerde arts die met een berekende aandachtigheid en caleidoscoop luistert naar het hartritme van zijn patiënt. Met de alertheid van een cricketspeler volgen ze de op en neergaande bewegingen van de adamsappel van hun concubine. De inzet is dan ook hoog, de op te strijken winst aanzienlijk.

Ik bevind me in het epicentrum van het geldgewin. Een doodgewone hoek van een doordeweekse straat vormt het toneel van een bijzondere casino, het zondagse decor van een geliefde mannenhobby. Het geluid van de ratelende roulette wordt hier vervangen door de fluitkunsten van hun troeteldieren. Elke tsjilp wordt hier nauwkeurig bijgehouden. De vogel die het meest aantal slagen maakt, wordt beloond met een niet onaardig gokbedragje. In de vogelwereld wordt een slag omschreven als een stukje melodie met een duidelijk begin en eind, een soort serenade. De picolets, twatwa´s en gelebeks kwetteren erop los, terwijl hun baasje gespannen toekijkt. Het spektakel duurt minutenlang en is vaak een nek-aan-nek race. Aan het eind van de wedstrijd kan je de winnaars er zo uitpikken. Ze keren al fluitend terug huiswaarts; te voet, op de fiets of met de wagen...

Georgetown: ontwakend in de vroege ochtend...

Guyana - Georgetown, 07-04-2009 - (dagboek 11)


Georgetown ontwaakt in het licht van witgeverfd hout. De nog lege straten lopen er kriskras doorheen, pennentrekken van houtskool. Op de hoek van de Robb street ligt een bedelaar, op een hoopje als een treurige teddybeer. Besmeurde vodden kleven aan zijn lichaam. Ik kan enkel een vormeloos silhouet schetsen, zonder geslacht of leeftijd. Ik probeer me in te beelden hoe zijn of haar dag er straks zal uitzien. Een dag zonder plan, zonder concrete verwachtingen en net zo traag als die van gisteren en eergisteren en eereergisteren. Even verderop knippert een spaarlamp aan. De lichtbron door de veranda op de bovenverdieping zwelt aan tot zijn maximale lichtsterkte is bereikt. Zou het een ontwakende slaapkamer zijn van een stokoud, maar nog steeds smoorverliefd koppeltje? De luiken blijven dicht, de vraag onbeantwoord. Nacht naar dag vloeien geruisloos in elkaar over, haast onmerkbaar. Ik heb niet eens het gevoel dat ik balanceer op het punt waar de nacht de dag raakt. Het lijkt wel of iemand met één enkele schakelaar de dag heeft aangekondigd. Nu pas dringen de eerste geluiden van een nieuwe dag tot me door: een toeterende taxi, een voorbij tuffende minibus, een hollende schooljongen. Allen onderweg, zich voortbewegend in hun eigen leefwereld, maar binnen eenzelfde straal van enkele tientallen meters. Een vroege krantenverkoper duwt een winkelkarretje voor zich uit. Een figurant binnen eenzelfde sequentie en boodschapper van het nieuws van de dag. De eerste zonnestralen vlijen zich gemoedelijk neer tegen de voorgevels van de huizen in de buurt. Hun zachte tinten voelen haast breekbaar aan op dit ochtendlijk uur. Broos en licht, als het leven van eenieder, bedelaar, taxichauffeur, krantenverkoper of schooljongen...

Ter hoogte van de Stabroek Market, ontdek ik een wereld in derde versnelling. Kleine bestelwagens lossen hun goederen. Aan de stroom groenten en andere etenswaren lijkt geen eind te komen. Onze consumptiemaatschappij is gulzig hongerig. Ook binnenin, in de overdekte markthal, gonst het reeds van bedrijvigheid. Ik wandel er langs met mijn handen -gebald tot kleine vuistjes- in mijn broekzakken, om gauwdieven geen schijn van kans te geven. Je kan beter voorkomen dan genezen. Heel wat rustiger gaat het eraan toe in de Promenade Garden. Georgetown mocht jaren lang de bijnaam ´Garden City´ op zijn revers spelden, maar de bloemenstad heeft tegenwoordig veel van zijn vroegere glans verloren. Ook de zoo is dringend toe aan een grondige renovatie. Dieren zitten er in veel te kleine kooien en de verwaarloosde omgeving is niet bepaald uitnodigend te noemen om er rond te struinen.

Eenmaal terug in het centrum valt het me op dat de straten geconstrueerd zijn volgens een regelmatig plan. Hier en daar tref ik nog grachten aan, zoals die in Nederland nog vaak terug te vinden zijn. Het is één van de weinig overgebleven zichtbare restanten van de kortstondige Nederlandse overheersing, alvorens de Britten het roer in eigen handen namen. Het zijn deze laatsten die aan de grondslag liggen van de huidige naam van de hoofdstad die genoemd is naar de Britse koning, George de derde. De straten worden geflankeerd door geasfalteerde wandelpaden waarlangs bomen staan als veredelde eiken. In de Campstreet kleuren honderden vliegers het straatbeeld. Ze staan in slagorde opgesteld voor de kooplustige voorbijgangers. Ik hou er halt en vraag aan één van de verkopers om tekst en uitleg. Naar het schijnt is het in Brits Guyana een traditie om op Paasmaandag duizenden vliegers de lucht in te laten. Het is een verwijzing naar de verrijzenis van Jezus Christus. Ik twijfel heel even om er mij eentje aan te schaffen, maar doe het uiteindelijk toch niet. Mijn fietstassen kreunen nu al van het overgewicht en tegen Paasmaandag heb ik Guyana reeds ingeruild voor Suriname. De terugtocht is ei zo na een feit...

Georgetown: een eerste kennismaking...

Guyana - Georgetown, 06-04-2009 - (dagboek 10)


In het holst van de nacht word ik wakker door trippelend lawaai. Net op het moment dat ik de geluidsbron probeer te lokaliseren, vult de kamer zich opnieuw met een doodse stilte. Ik draai me op mijn zij en spits mijn oren tot schelpjes. Even later hoor ik het opnieuw; krakend geluid als iemand die papier-maché verfrommeld tot een prop. De hotelkamer wordt verlicht door het schemerduister van de nacht en de straatlantaarn aan de overkant. De lichtbronnen verspreiden een zachte gloed doorheen het openstaande raam; te vaag om voorwerpen in detail te observeren. Schuin boven mijn hoofd zie ik iets bewegen, heel schichtig. Het vals plafond is vuil wit beschilderd en de kartonnen tussenschotten vertonen grote gaten alsof er hele stukken zijn opgevreten door ratten. Ratten! Ik veer recht en gooi het muskietennet open. Ik knip het licht aan, zonder resultaat. Verdorie, denk ik bij mezelf, vergeten. Dit hotel is niet aangesloten op het elektriciteitsnet. Ik grabbel naar mijn ledlamp. Wanneer ik even later met mijn felle lichtbundel de plek van onraad afspeur, zie ik nog net een bengelende behaarde staart. Op de grond liggen stukjes verf als kleine papiersnippers. Een eerste vluchtige controle stelt me enigszins gerust. Mijn proviand in de fietstassen is onaangeroerd. Ik werp nog een blik naar het plafond, slaak een zucht van hopeloosheid, knip mijn ledlamp uit en trek het muskietennet terug dicht. De eigenaar had me vertelt over de ongemakken van zijn hotel in renovatie, maar heeft duidelijk een belangrijk detail over het hoofd gezien...

Mijn slaapplek ligt vlakbij de majestueuze St Georgre´s Cathedral van Georgetown. Dit heiligdom wordt meteen het vertrekpunt van mijn verkenningstocht doorheen de hoofdstad. ´With 143ft, St George´s Cathedral is one of the world´s tallest free-standing wooden buildings.´ De gedrukte slagzin prijkt als een verkoopsslogan onder de rubriek ´Georgetown - churches´ in mijn reisgids. Omgerekend 47 meter hoog reikt de spitse torenklok ten hemel. Het majestueuze gebouw spreidt zijn zijgevels uit als de poten van een tarantula in rusttoestand. De grijs-witte beschilderde houten gevels stralen evenwel een vredige rust uit. Niet alleen de buitenkant imponeert, ook de binnenkant die zich kenmerkt door de vele houten gewelven is al even indrukwekkend. Best vreemd eigenlijk dat bijna 100% van alle heiligdommen zo´n grootsheid en rijkdom uitstralen, terwijl Jezus de eenvoud zelve was. Bescheidenheid, de katholieke kerk heeft er vaak geen kaas van gegeten.

Even verderop lijkt het wel alsof ik in de sprookjeswereld van H.C. Andersen ben terechtgekomen. Het stadhuis met zijn vier spitse torentjes en zijn vele verborgen kamers is de perfecte locatie voor een volksvertelling over meisjes met rode schoentjes en zwavelstokjes. Wanneer ik een glimp aan de binnenzijde opvang, zie ik enkel kokette dames in maatpak, hun ogen verbergend achter een oplichtend beeldscherm. Het is het kloppend hart van de stadsadministratie. Het getik en het geratel van printers brengt me terug tot de realiteit, verweg van een wereld vol zwanen en tinnen soldaatjes. Ook het Hoog Gerechtshof zou best wel passen in één of ander prentenboek vol sprookjesverhalen. Of wordt dit gevoel deze keer versterkt door het marmeren standbeeld van Queen Victoria ter hoogte van de hoofdingang?

Het koloniaal architecturaal karakter van de hoofdstad Georgetown wordt versterkt door het intensief gebruik van diverse houtsoorten als bouwelement. Een grote uitzondering vormt het parlementsgebouw. Met zijn stenen constructie van triomfbogen en zuilen doet dit twee verdiepingen tellende gebouw eerder Grieks aan. Op de koepel wappert de vlag van Guyana: drie horizontale stroken van rood, wit en groen met in het midden een gele ster. De grote heren van het politieke toneel, president en eerste minister, huizen twee aan twee, als echte buurmannen. Hun residenties, verscholen achter een radarwerk van tralies, bevinden zich op loopafstand van het parlement en worden in het oog gehouden door tot op de tanden bewapende militairen. Aan de overkant van de straat ligt een haveloze man, in foetushouding en gekleed in lompen. Zijn huis is de straat, zijn bed het trottoir. Het is het lot van zovelen hier. Brits Guyana is het armste land van de drie Guyana´s. Geschat wordt dat 35 % van de bevolking onder de armoedegrens leeft. Een dagloon schommelt hier tussen de vier à vijf euro. Nauwelijks voldoende om het hoofd boven water te houden. Brits Guyana mag dan wel als één van de eerste landen, meerbepaald in 1838, de slavernij hebben afgeschaft, de hedendaagse uitbuiting van mensen die werken aan een hongerloon is hier in Georgetown eens te meer zichtbaar...

Vrijgevig Guyana...

Guyana - Charity, 05-04-2009 - (dagboek 9)


Ik ben aanbeland in Charity, het meest westelijke punt dat je in Guyana via de openbare weg kan bereiken. Vanuit Bartica heb ik twee dagen geleden een ferry genomen tot in Parika, om de dag erop andermaal per ferry, het Essequibo gebied te bereiken. Tijdens de Nederlandse koloniale overheersing was dit gebied vooral bekend om zijn overvloed aan suikerrietplantages. De afschaffing van de slavernij en het aantrekken van duizenden immigranten uit India zorgden ervoor dat de suikerteelt werd vervangen door intensieve rijstteelt. Ook nu nog vormt dit gebied zowat de grootste rijstschuur van het land.

Het is vooral mister Raghu uit Lusignan die mij heeft warm gemaakt om hier naartoe te komen. Op maandagochtend vind hier namelijk de wekelijkse marktdag plaats en kleurt het centrum tot een bonte verzameling aan marktgangers van diverse origine. Vele bewoners uit de omliggende dorpjes die enkel per boot bereikbaar zijn, zakken op die dag af naar Charity om er handel te drijven. Ter hoogte van de aanlegsteiger heerst er dan ook een drukte van jewelste. Passagiers meren aan, dobberende zwaarbeladen bootjes worden gelost en kruiers zwoegen zich te pletter om alles naar de verderopliggende markt te brengen. Vanop de zijlijn kijk ik toe, stilzwijgend en genietend om die taferelen die me na zo´n lange zwerftijd zo vertrouwd zijn geworden, maar toch nog steeds evenveel kunnen bekoren. De marktdag is hier niet alleen een commercieel gebeuren van kopen en verkopen, het is evenzo een sociale happening. Eenieder kent iedereen en de laatste nieuwtjes verspreiden zich hier als een lopend vuurtje. De gedrukte lokale krant van Charity komt hier een dag lang tot leven; een stad vol verhalen, roddels en intriges.

De tijdsdruk van mijn allerlaatste zwerfweken noodzaakt me om nog dezelfde dag koers te zetten naar Georgetown. Deze keer neem ik een speedboot om tot in Parika te geraken. Met een nooit geziene snelheid klieft de passagiersboot zich een weg doorheen de Pomeroon rivier. Op een half uur tijd sta ik terug op vasteland. Enkele aanwijzingen later rijd ik het terrein op van Ridvan Sawmill, de groothouthandelaar die ik midden in de nacht had ontmoet in een bar in het dorpje Rockstone. De man herkent me meteen en even later krijg ik een rondleiding op zijn bedrijf. Onder een open loods staan tientallen zware machines, allen van Duitse makelij. De houtzagerij is in volle expansie want even verderop zie ik dat men bezig is met de aanbouw van een nieuw atelier. Ridvan wint er geen doekjes om. De zaken gaan goed en het bedrijf gaat niet gebukt onder de wereldcrisis. Wellicht daarom dat hij na de gezamenlijke lunch nog een meeneembox bestelt en het me cadeau doet. Inzake vrijgevigheid en openhartigheid prijkt Guyana bovenaan de lijst van de drie Guyanas. Het wordt tijd dat ik huiswaarts keer, want door de overdaad aan toegestopt voedsel krijg ik straks nog last van overgewicht...

Een wedren tegen de tijd...

Guyana - Bartica, 01-04-2009 - (dagboek 8)


Lichtbundels dansen op en neer en vullen de inktzwarte nacht binnen een straal van enkele meters met een gele gloed. De stuurcabine vult zich met oorverdovende goedkope commerciële muziek. Orlando kijkt gespannen naar zijn uurwerk en drukt het gaspedaal nog wat dieper in. Een uur later dan voorzien zetten we de tocht in. De wedren tegen de tijd is begonnen.

De stuurcabine ruikt onfris. Een pregnante geur van dieselolie, zweetvoeten en alcohol dringt walgingwekkend m'n neusgaten binnen. Het linkerraam aan de passagiersruimte zit vast waardoor de ventilatie van de verse buitenlucht zich beperkt tot een smalle spleet. Met een nooit geziene vaart hotsen en botsen we over de met kraters bezaaide weg. De veel te zwaarbeladen vrachtwagen wiebelt op zijn benen, nu eens gracieus dan weer griezelig gevaarlijk. Ik kijk benauwd toe en prevel in gedachten de ene paternoster na de andere. Orlando houdt het hoofd koel en jaagt zijn monsterlijk gevaarte steeds verder de dageraad tegemoet. Klokslag zes uur rijdt hij triomfantelijk zijn vrachtwagen op de klaarstaande ferry. Tijdens zijn achterwaartse manoeuvre raakt hij met zijn voorste bumper één van de metalen palen van de aanlegsteiger. De onzachte aanraking plooit zijn bumper tot een hoek van bijna 90 graden. Wanneer Orlando enkele tellen later de schade opmeet, lacht hij zijn tanden bloot. "No worry, we made it man! Let´s celebrate it!" Van achter zijn zetel haalt hij zegevierend een fles goedkope brandewijn tevoorschijn. Hij zet zijn mond aan de teug en slokt in grote gulpen één derde van de inhoud leeg. Wanneer hij me de fles aanreikt, weiger ik beleefd zijn aanbod. "Come on man, it tastes like coffee! Take a sip man!" Ik neem de fles, doe alsof ik een slok neem en veeg met de rug van mijn hand mijn mond droog. Ik zie hoe een groepje chauffeurs ons geamuseerd gadeslaan. Ik schaam me dood.

De overtocht duurt nauwelijks een kwartier. Aan de overkant stelt Ray, de kompaan van Orlando, vast dat er olie sijpelt uit de laadruimte. Het roekeloos rijgedrag heeft de lading zo doorheen geschud waardoor enkele opgestapelde emmers werden ineengedrukt, met alle gevolgen van dien. Eén derde van de lading wordt eruit gehaald om heel het zootje op te kuisen en verder lekken te voorkomen. Het oponthoud duurt minstens een half uur. Voor Orlando de ideale gelegenheid om een siësta te doen. Eenmaal terug wakker zet hij de race verder. Hij lijkt wel opgejaagd door de duivel. Het wegdek is op sommige plaatsen haast onberijdbaar en enkel de vierwielaandrijving maakt verder rijden mogelijk. Had ik deze weg met de fiets afgelegd, dan had het me wellicht twee tot drie dagen gekost om die honderd kilometer af te leggen. Tot vervelends toe moeten we halt houden. De lading blijft lekken en tot vier maal toe worden de oliegevulde emmers eruit gehaald en er terug ingezet. De laadruimte baadt in het vet, evenals mijn fietstassen. Tegen het middaguur rijden we Bartica binnen. Mijn hebben en houden wordt uit de vrachtwagen gehesen. Ik ben aangekomen op mijn eindbestemming; doodmoe, stinkend naar alcohol en olie. Ik snak naar een douche en een bed, geurend naar rozemarijn en kamperfoelie...

Een tocht met hindernissen...

Guyana - Rockstone, 31-03-2009 - (dagboek 7)


Neergutsende regendruppels roffelen op het golfplaten dak. Het muzikale natuurgeluid stemt me niet bepaald vrolijk. Het liefst zou ik mijn hoofd en trommelvliezen willen wegstoppen in het donzige hoofdkussen, maar de muffe geur van het kussensloop brengt me al gauw tot andere gedachten. Anderhalf uur later wals ik mijn fiets doorheen kraters van plassen. Intuïtief voel ik aan dat de weg naar mijn volgende bestemming, Bartica, niet van een leien dakje zal lopen.

De regen vergezelt me iets teveel dan me lief is en zorgwekkend stel ik vast dat de niet geasfalteerde baan -mede door het zware vrachtverkeer- steeds minder toegankelijk wordt voor mijn tweewieler. De aarde klit zich samen tot een smeuïge pap en hecht zich vast tussen mijn remblokken en spatborden. Ik twijfel continu tussen verder fietsen of rechtsomkeer maken. De gedachte om helemaal terug te moeten fietsen tot in Georgetown stuurt me verder de weg op, richting Bartica. Wanneer ik na vier uur zwoegen het 32 km verderop gelegen dorpje Rockstone bereik, openen de hemelsluizen onverminderd hun poorten. De lucht is potloodgrijs en de weg is inmiddels herschapen tot een modderbad waar alleen reumapatiënten op kicken.

Het echte avontuur begint pas wanneer je in nesten zit en hier is dat niet anders. Na het inwinnen van wat informatie verneem ik dat ik wellicht een lift kan krijgen van Orlando, een vrachtwagenchauffeur die vier keer per week het traject Georgetown - Bartica overbrugt. Geduldig wacht ik zijn komst af. Na vijf uur op de uitkijk staan, valt er nog steeds geen spoor te bekennen van Orlando. In afwachting hang ik mijn hangmat op onder een afdakje van bananenbladeren. Ik schommel me doezelend in. Om elf uur ´s avonds word ik gewekt door een ronkende motor en het verblindend licht van twee felgele koplampen. De enige lichtbron in de inktzwarte regenachtige nacht. Mijn fiets en bagage vinden een plaatsje tussen volgestapelde emmers huishoudelijke olie. Omdat de te nemen ferry op een goeie 40 km hiervandaan enkel overdag operationeel is, stelt Orlando en zijn kompaan Ray me voor om nog een pint te gaan pakken in een lokale pub even verderop. Ik voel er weinig voor, te meer Orlando reeds zichtbare tekens van dronkenschap vertoont. Op twee tooggangers na, wordt de kale ruimte van de bar gevuld door snoeiharde muziek. Eén van hen blijkt een houthandelaar te zijn uit Parika. Wanneer hij verneemt dat dit na Bartica mijn volgende bestemming is, drukt hij prompt zijn adreskaartje in mijn handen. "Bel me op wanneer je er aankomt en dan kunnen we samen iets gaan eten." Inzake gastvrijheid scoort Guyana alvast hoge toppen.

Het bier vloeit rijkelijk en verveeld luister ik naar Oralando´s stoere verhalen over zijn leven als truckchauffeur. Naar eigen zeggen werkt hij zich al tien jaar te pletter. Ik vermoed dat dit ook opgaat voor zijn overdadig drankgebruik. Wanneer ik er een opmerking over maak, is hij opvallend eerlijk in zijn antwoord. "Ik heb geen sociaal leven, dus drink ik maar wanneer ik werk." Het lijkt me een aanvaardbaar excuus, maar niet echt combineerbaar. Pas rond twee uur ´s nachts zoeken we de terug de stilte op van de nacht. Al lallend maakt hij zowat het hele dorp wakker. Ik schaam me dood. "Binnen twee uur vertrekken we, want de eerste ferry maakt de oversteek om zes uur ´s morgens." Zwalpend verdwijnt hij als een stip in het donker, een geur van drank achter zich aanslepend. Terwijl ik de schommelende rust opzoek van mijn hangmat hoor ik het portier van zijn vrachtwagen in het slot vallen. De rust daalt opnieuw over het dorpje. Mijn eindbestemming Bartica lijkt verderweg dan ooit...

Het industriële testament van Linden...

Guyana - Linden, 31-03-2009 - (dagboek 6)


Een laatste zwaai, een laatste groet. Sarah wiebelt met haar benen in de lucht, zittend op mijn stuurstang. Ik laveer haar behendig en voorzichtig tot aan de ingang van het dorpsschooltje. Ze geniet zichtbaar van de nieuwsgierige en jaloerse blikken van haar schoolmakkers. Een klapzoen en een knuffel later fiets ik terug de hoofdweg op. Zo´n schattig kind en zo ongewenst. Drie weken geleden klopte haar biologische moeder bij Bernice en Cornelis aan met de vraag of ze voor het kind wilden zorgen. Sarah is het enig kind uit de familie dat verwekt is door een Afrikaanse man. Haar vader is met de noorderzon verdwenen en door haar overige broers en zussen, veelal van verschillende vaders, wordt ze omwille van haar etnische roots weggepest. Gelukkig heeft ze een warm nest gevonden en bedekken Bernice en Cornelis het schat van een meisje met alle liefde van de wereld toe. Benieuwd wat er van Sarah zal worden.

Grote rookpluimen en industriële gebouwen vormen de skyline van het stadje Linden en het epicentrum van de bauxietnijverheid. Bauxiet is een mineraal dat verwerkt wordt tot aluminium en vormt Guyana´s belangrijkste exportproduct. Omdat een bezoek aan de bauxietmijn enkel kan na een schriftelijke goedkeuring, beperk ik mijn kennismaking tot een rondleiding in het museum dat een overzicht toont van de geschiedenis van deze mijnstad. Ik ontdek er dat het ontstaan van de bauxietindustrie berust op een leugen. In 1913 ontdekte een zekere George Mackenzie dat de streek rond Linden rijk was aan bauxiet. Hij kocht de grond onder het voorwendsel om het te gebruiken als landbouwgrond. Niets was echter minder waar. Mackenzie heeft evenwel niet de vruchten kunnen plukken van zijn sluwe list, want in 1915 stierf hij. Toch is zijn naam voor eeuwig verbonden met de mijnstad. Zo is de lokale overdekte markt genoemd naar zijn naam, Mackenzie Market.

Linden is met zijn 30.000 inwoners de op één na grootste stad van het land. De allures van een grootstad tref ik er evenwel niet aan. Linden laat eerder een armoedige indruk na. Een gevoel dat nog wordt versterkt wanneer ik de teloorgegane ´Alumina Plant´ (aluminiumplantage) bezoek. Na twintig jaar activiteit sloot het in 1983 zijn deuren. Sindsdien ligt het immense industriële complex er verwaarloosd bij. Roestige turbines en opslagtanks vormen het levenloze testament van wat ooit een bloeiende economie was. Ook de huidige bauxietnijverheid gaat het niet voor de wind. De eigenaar van het hotel waar ik logeer, schetst me in vogelvlucht de geschiedenis van de voorbije decennia. De exploitatie van de bauxietmijn veranderde meermaals van eigenaar en is sinds kort een Chinees consortium. Het intensief gebruik van computergestuurde machines heeft de laatste jaren een negatieve weerslag gehad op de plaatselijke werkgelegenheid. Bedelaars en haveloze dronkaards domineren dan ook het straatbeeld in het stadscentrum. Er zijn plannen om de teloorgegane aluminiumplantage opnieuw operationeel te maken. De hoteluitbater is evenwel pessimistisch. Volgens hem verspreidt men bewust deze geruchten rond, om het volk te sussen en te doen geloven in een betere toekomst. Veel beloven en weinig geven, het doet de gekken in vreugde leven. In Linden lijkt het niet anders...

Een zoveelste verrassende ontmoeting...

Guyana - Hauraruni, 30-03-2009 - (dagboek 5)


Mijn fietstassen bezwijken onder een overgewicht aan voedsel en souvenirs. Het lijkt erop dat de familie Raghu echt wel compassie heeft met die verdwaalde zwerver, want net voor mijn vertrek stopt Mister Raghu nog 25 Amerikaanse dollar in mijn handen. Ik protesteer, maar moet bakzeil halen. In ieder geval zal ik de komende dagen niet verhongeren.

Mijn routeplan is nogmaals gewijzigd. Mijn voornemen om eerst de grootstad te verkennen, heb ik laten varen. Dit stukje bewaar ik voor het laatst. Op aanraden van het gezin Raghu zet ik koers naar Linden om vervolgens via een lusvorm en een aantal te nemen ferry´s tot in Charity te geraken, het meest westelijke punt dat bereikbaar is via de openbare weg. Het zou wel eens een lastige tocht kunnen worden, want een deel van de te overbruggen afstand verloopt via niet geasfalteerde wegen. Hevige neerslag kan mogelijks de nodige stokken in de wielen steken. Om tot in Linden te geraken, moet ik een stukje doorheen Georgetown fietsen. Bij het binnenrijden van de hoofdstad valt mijn oog op een grote pancarte. Naast een levensgrote portretfoto van een zijdelings kijkende dame op leeftijd prijkt de tekst ´Farwell to the mother of our nation -former president of Guyana- JANET JAGAN´. De dood van ´the first lady of Guyana´ was gisteren wereldnieuws, ook ten huize Raghu.

Janet Jagan was de vrouw van de gewezen president Jeddi Jagan die eerst premier was en het later schopte tot president van Guyana (1992 - 1997). Na zijn plotse dood nam zijn vrouw Janet de presidentiële fakkel gedurende twee jaar over. Meteen was ze de eerste vrouwelijke presidente van Guyana. De politieke carrière van haar man startte evenwel reeds in de jaren vijftig. Jeddi was de zoon van een uit India geïmmigreerde Hindoe-familie die naar Brits Guyana was afgezakt om er te werken als contractarbeiders op de suikerrietplantages. Omwille van de onmenselijke levensomstandigheden op de plantages besloot Jeddie een politieke partij in het leven te roepen, ´People Progressive Party´ (PPP). In 1953 won hij de presidentsverkiezingen, maar moest na 133 dagen opstappen. De modernisering van de arbeidswetgeving was een doorn in het oog van de Britse autoriteiten die Jeddie tot in 1957 onder huisarrest plaatsten wegens zogenaamde ´communistische activiteiten´. Hij nam zijn werkzaamheid als tandarts terug op en verdween grotendeels van het politieke toneel. In 1957 werd hij terug hoofdrolspeler en nam de rol van minister-president voor zijn rekening. Binnen zijn partij, de PPP die was opgericht als een multi-etnische partij, was ondertussen een breuk ontstaan en scheidde de Afro-Guyanaan Forbes Burnham zich af van de PPP en richtte het ´People National Congres´ (PNC) op. Forbes kreeg -ondanks de overwinning van Jeddie- evenwel de formatieopdracht toebedeeld en vormde samen met een conservatieve, blanke partij de regering. De PPC werd 28 jaar lang naar oppositiebanken verwezen. Pas in 1992 slaagde de PPC het tij te keren. Jeddie werd opnieuw president en dit tot aan zijn dood in 1997. Met de dood van zijn vrouw Janet Jagan valt het doek over een hele brok politiek Guyaanse geschiedenis die zich kenmerkte door economische crisissen en politieke en etnische conflicten. De positieve bijdrage van het koppel Jagan in de ontwikkeling van Guyana heeft hen in ieder geval onsterfelijk gemaakt.

De weg vlot behoorlijk en kort na de middag zit ik al halverwege mijn geplande reisroute. Ik geniet opnieuw mateloos van het pedalerend zwerversgevoel en snuif de vrijheid op als een zware cocaïneverslaafde. Terwijl ik ter hoogte van een bushalte wat uitrust en mijn smaakpapillen verwen met één van de vele zoetigheden die Miss Raghu me heeft meegegeven, houdt een blauwe jeep halt. Uit het autoraam steekt een blanke man met grijze baard. De klassieke nieuwsgierige vragen worden opnieuw afgevuurd. Een fietsende zwerver wekt nu eenmaal belangstelling op. Het kort gesprek resulteert in een theekransje, want een half uur later zit ik op het terras ten huize van Cornelis, Bernice en Sarah. We vormen een multicultureel gezelschap; Cornelis is Nederlander, Bernice komt uit Aruba en Sarah heeft Guyaanse roots. Een potpourri aan culturele diversiteit, maar allen -op Sarah na- met eenzelfde moedertaal, het Nederlands. Cornelis en Bernice verrichten hier missioneringswerk voor het Guyanese missiehuis ´God Acre´. Ze bewonen samen met hun onlangs geadopteerde dochter Sarah een klein paradijsje dat ze eigenhandig hebben opgebouwd. De villa straalt koloniale grootsheid uit en ligt mooi ingebed tussen een weelderig groene tuin. Van het theekransje gaat het naar de eettafel en voor ik het goed en wel besef valt de duisternis reeds in. Te laat om nog mijn geplande eindbestemming Linden te bereiken en dus besluit ik maar om in te gaan op hun uitnodiging en er te overnachten. Na het avondmaal kijken we met zijn allen naar de schitterende BBC-reeks ´The lost land of the Jaguar´ waarin de biodiversiteit van Guyana in als zijn schoonheid wordt getoond. Terwijl de prachtige beelden van het dierenrijk over het scherm rollen, dwalen mijn gedachten heel even weg.

Nog drie weken en dan zet ik een punt achter mijn zwervend bestaan, achter de dagen zonder plan, zonder concrete verwachtingen. Hoe meer ik terugblik, hoe meer ik tot het besef kom dat ik dit leven hard zal missen. Ik heb zovele impressies opgedaan, zovele bijzondere mensen ontmoet, zo intens genoten van elke nieuwe dag. De terugkeer naar datgene wat ik al zolang achter me heb gelaten zal een harde confrontatie worden. Het zal een tocht worden van vallen en opstaan, van heimwee en hunkering. Ik klamp me vast aan twee zaken: de hartstochtelijke liefde voor mijn vriendin Lies en het feit dat het beter is mooie dingen te laten ophouden vóór ze ophouden mooi te zijn...

Het hedendaagse Hindoeïsme...

Guyana - Lusignan, 29-03-2009 - (dagboek 4)


Guyana is een gemengd volk. Met 51% neemt de groep met Indische roots het overgewicht, gevolgd door de Afro-Caraïben, goed voor 31%. De overige bevolkingsgroepen bestaan uit mulatten en mestiezen (11%), indianen (5%), Portugezen en Chinezen (samen 2%).

De familie Raghu -waar ik verblijf- vertonen onmiskenbare Indische trekken en belijden net zoals de meesten onder hen het Hindoeïsme. Hun dharma, levenswet, beschrijft de spelregels van hun dagelijks leven: geen alcohol en op sommige dagen van de week geen vlees. In de praktijk wordt daar nogal eens van afgeweken, ook ten huize Raghu. De komst van de onverwachte verdwaalde zwerver wettigt matig drankgebruik en ook rundvlees siert op woensdag (gebedsdag) de feesttafel. Het idee dat alle Hindoestanen na het overlijden worden gecremeerd, moet ik later op de dag eveneens bijsturen. In de namiddag vergezel ik Mister Raghu immers op een Hindoebegrafenis van een verre kennis. De ceremonie wijkt op zich niet zoveel af van wat bij ons gebruikelijk is. Het voornaamste verschil is dat er nog een klein offerritueel wordt uitgevoerd bij het graf en dat de kist nog heel even wordt opengemaakt. Voordat de pandit (de priester) zijn laatste gebeden uitspreekt, lopen de mannelijke familieleden nog vijf rondjes rond het graf. Na elke omwenteling wordt er een scheutje alcohol op het graf gegooid. Met dit gebaar wil men een ode brengen aan de vijf natuurelementen vuur, rook, water, lucht en aarde.

Op de terugweg vraag ik Mister Raghu waarom de vrouw niet volgens de oude Hindoe-gebruiken werd gecremeerd. Hij vertelt me dat er op dat vlak meer vrijheid is dan vroeger. Tegenwoordig mogen mensen zelf beslissen over de manier hoe ze begraven willen worden. Minderbedeelde families geven de voorkeur aan een gewone begrafenis omdat crematie een heel stuk duurder uitvalt. Het afwijken van de lijkverbranding maakt ook komaf met hun reïncarnatietheorie en de stelling dat de wedergeboorte alleen kan plaatsvinden als de geest van de overledene het lichaam kan verlaten. Toch zijn er nog gewoonten en gebruiken die wel nog worden gehandhaafd. Zo is het huwelijk binnen hun religie voor eeuwig, want echtscheiding wordt niet toegestaan. In principe is de maagdelijkheid van de aanstaande bruid in het huwelijk een absolute voorwaarde, maar ook deze traditie is stilaan aan het verdwijnen. De huwbare leeftijd ligt daarentegen bij wet wel vast; zeventien jaar voor jongens en vijftien voor meisjes. De tijd van de zogenaamde 'gearrangeerde' huwelijken waarbij de ouders de bruidegom aanwezen voor hun huwbare dochter is zogoed als verdwenen. Religie en authenticiteit, ze balanceren tussen heden en verleden, waarbij de progressiviteit alsmaar duidelijk zijn stempel drukt. Althans in Guyana...

In de late namiddag zakken we nog af naar de wekelijkse marktdag in één van de dorpjes in de omgeving van Lusignan. De vrouw van Mister Raghu baat er een kraampje uit waarbij ze zowel cosmeticaproducten, als schoolgerief te koop aanbiedt. Sinds een aantal jaren heeft ze haar loopbaan in het onderwijs vaarwel gezegd en is ze een eigen zaak begonnen. Wanneer we haar opzoeken, stopt ze me een plastiek zak toe, boordevol met shampoo, deodorant en andere geurende cosmeticaproducten. Is dit een stille wenk?

Het massacre van Lusignan...

Guyana - Lusignan, 28-03-2009 - (dagboek 3)


"In deze straat vond het bloedbad plaats..." Mister Raghu laat zijn blik zweven over de armtierige huizen die de weg flankeren. De stilte die erop volgt heeft me het gevoel dat hij me liever hier niet naartoe had gebracht. De herinnering aan wat er zich op de nacht van 28 januari 2008 afspeelde, maakt ongetwijfeld ook bij hem nog steeds emoties los. Op die bewuste nacht drongen kort na middernacht tot op de tanden bewapende criminelen binnen in vijf huizen, allen in dezelfde straat en op een steenworp van elkaar verwijderd. In nauwelijks een kwartier tijd brachten ze een waar bloedbad aan. Elf mensen, waaronder vijf kinderen, lieten het leven. Het eens zo rustige Lusignan, de woonplaats van Mister Raghu en zijn familie, ontwaakte uit een nachtmerrie.

"Die bewuste nacht was ik in het huis van mijn vriendin. Een uur na het drama belde een vriend me op. Bij aankomst ontdekte ik dat heel mijn familie was uitgemoord." Vishnu Seecharran spreekt traag, alsof hij de werkelijkheid nog steeds niet kan vatten . Ik zit onder het afdakje van zijn ouderlijke woonst en luister samen met Mister Raghu naar zijn verhaal. Even verderop ligt een baby van twee maand te slapen in een hangmat. Ik vraag Vishnu of het zijn eerste kind is. Hij knikt stilzwijgend. Zijn ogen worden vochtig. "Soms hoopte ik dat het allemaal een nare droom was. Dat ik mijn dochtertje in de armen van mijn moeder kon leggen, haar eerste kleinkind." Het beeld van zijn schommelende moeder met zijn dochter op haar schoot wordt hem heel even teveel. De gespierde man met een tatoeage op de rechterbovenarm lijkt plots heel nietig. Met zijn groeve handen veegt hij zijn tranen droog. Op mijn vraag of hij er ooit aan gedacht heeft te verhuizen, schudt hij resoluut zijn hoofd. "Samen met de herinneringen aan mijn ouders en mijn zus is dit het enige tastbare wat overbijft. De confrontatie is soms moeilijk en daarom gebruiken we bewust niet de slaapkamer van mijn ouders."

Op de oprit van de aanpalende woning staat een sneeuwwitte Mitsubishi, haast nagelnieuw. De wagen straalt luxe uit en staat in fel contrast met het armtierig huisje ernaast. "Het is de auto van onze zoon, Shazam. Hij was computeranalist en droomde ervan om ooit een eigen zaak op te starten. Brahman heeft er anders over beslist. -Brahman is de grote god van de Hindoes en tevens de belangrijkste aanwezigheid in het heelal.-" Vader Nadir heeft het verlies van zijn zoon een plaats gegeven in zijn leven, dankzij zijn religie. Het klinkt misschien vreemd, maar de familie Mohamed heeft al bij al geluk gehad. Ze waren met zijn vijven in het huis aanwezig toen een commando van vier personen de voordeur probeerden te forceren. Omdat ze er niet in slaagden, begaven ze zich naar de achterkant en schoten in het wilde weg los. Bibi Khan, de vrouw van Nadir toont mij de nog zichtbare kogelinslagen. Ze draagt een lang blauw gewaad en haar gelaatstrekken vertonen Indische roots. "Onze zoon was opgestaan, omdat het alarm van zijn wagen was afgegaan. Eenmaal in de achterkeuken werd hij doorzeefd door een regen aan kogels." Ze lijkt me een moedige vrouw die met waardigheid het verlies om haar zoon heeft weten te aanvaarden. Maar schijn bedriegt, wanneer ik haar vraag om een foto te zien van haar zoon, verbergt ze haar opwellende tranen in de schelp van haar handen. Op de foto ligt een ineenkrimpende jonge man, badend in het bloed. Nadir legt een troostende arm om haar schouders. Voor mij staat een gebroken koppel dat ondanks hun geloof in het lot de gruwelijke sporen van het verleden nimmer uit hun geheugen zullen kunnen wissen.

De moorddadige raid werd al gauw toegeschreven aan de zwarte enclave Boxton, vlakbij het Hindoestaanse dorp Lusignan. Daar is ondermeer het bolwerk gevestigd van the People National Congress (PNC) waar voornamelijk Afro-Guyanezen lid van zijn. Ze zwaaiden meer dan dertig jaar de plak en deelden onder hun bewind op grote schaal wapens uit aan volksmilities. Het wakkerde de etnische conflicten die reeds sinds de jaren zestig een belangrijke rol spelen in de Guyanese maatschappij alleen maar aan. De wapens vonden haast dadelijk hun weg bij de criminele bendes in het land. De Afro-Guyanen voelden zich zowel politiek als economisch steeds achtergesteld in de voornamelijk Indo-Guyanees georiënteerde maatschappij. Etnische ongelijkheid, werkeloosheid en criminaliteit staken geregeld de kop op. In de voorbije decennia pleegden ze vooral overvallen op zakenlieden, banken en bedrijven. Kidnapping om losgeld was algemeen goed. De criminelen waren hoofdzakelijk Afrikanen, de zakenlieden Hindoestanen. Elke geweldpleging had dus vaak een gevaarlijke etnische dimensie, ook in Lusignan. De daders van de moordpartij in Lusignan behoorden tot een criminele bende onder aanvoering van Rondell Rawlings. Met het vermoorden van weerloze arme Hindoestanen wilden ze niet alleen het land ontwrichten, maar wou Rawlins zich wreken op de autoriteiten omdat ze zijn zwangere vriendin hadden opgepakt. Iets wat door de betreffende instanties van bij het begin werd ontkracht. Er volgde nog een tweede slachtpartij (12 doden), een maand later, ditmaal in Bartica. Eindbalans: 23 doden. Het land stond in rep en roer. Na het invallen van de duisternis waagde niemand zich meer op straat. Guyana zat in een wurggreep van angst en haat. Een massale klopjacht leidde maanden later tot een vuurgevecht tussen een speciale interventie-eenheid en de bendeleden. Guyana haalde opnieuw adem, maar voor de nabestaanden was niets meer zoals voorheen.

Ik luister naar hun gruwelijke verhalen en probeer in te schatten in welke mate ze het verlies van hun dierbaren een plaats hebben gegeven binnen hun eigen leefwereld. Hoe maak je verdriet te vriend? Hoe ga je om met het dagdagelijks gemis van een vader, een moeder, een kind? "Ik huil nog bijna elke dag. Ik kan het beeld van mijn neergeschoten vader niet vergeten. Hij lag twee meter van mij en mijn moeder verwijderd." Shazeda heeft het allemaal van dichtbij meegemaakt. Samen met haar moeder en vader hadden ze zich verschanst onder het bed. De zwaarlijvigheid van haar vader werd zijn dood en de redding voor zijn echtgenote en dochter. Omdat hij zich niet helemaal kon verschansen en hij bang was de schuilplaats te verraden, veerde hij recht. Hij stond in het midden van de kamer toen een vuurzee aan kogels hem van het leven beroofden.

Roberto Thomas zal die bewuste zaterdagnacht nimmer vergeten, ook al was hij toen amper vijf jaar oud. Hij lag samen met zijn broertje Ron (10 j) en zusje Vanessa (12 j) te slapen, toen de gangsters hun huis binnenvielen. In de nachtmerrie die erop volgde verloor hij zowat heel zijn familie: vader, broertje Ron en zusje Vanessa. Thomas is opvallend zwijgzaam, in zichzelf gekeerd. Ik ontmoet hem in het huis van zijn oom. "Maandenlang heeft hij geen woord gesproken. Hij is nog steeds in behandeling. Het is een moeizaam proces." Zijn oom slaat de onwennige jongen een arm om de schouders. Het is een vertederend beeld. "Elke dag wordt hij opnieuw geconfronteerd met het drama. Niet alleen door het voelbaar verlies aan zijn familie, maar vooral door de littekens op zijn lichaam." De jongen toont me verlegen de onuitwisbare sporen van de kogelgaten die zijn lichaam doorboorden. Ze hebben verschroeide plekken en striemen achtergelaten. Een ingekerfd, ongewenst verleden.

Eén huis ziet er opvallend onbewoond uit. Er wordt geen gehoor gegeven wanneer we het gebruikelijke ´inside´ roepen. Een toevallige passant vertelt ons dat in dit huis een hele familie werd uitgemoord, op de vader na. Die was een week voor het drama naar Trinidad afgereisd om er werk te zoeken. Hij verloor vrouw en twee kinderen. Naar verluidt woont hij nu terug bij zijn moeder. Op een boogscheut daar vandaan, treffen we wel de schoonmoeder aan. Haar verhaal komt er met horten en stoten uit. Van het ene op het andere moment verloor ze haar dochter en twee kleinkinderen. "Ik had zo graag mijn leven willen inruilen met dat van hen." Ze staart roerloos naar de foto van haar dierbaren. In haar met ouderdomsvlekken bedekte hand houdt ze krampachtig een zakdoek vast. De fierheid en schoonheid van een gelukkige moeder en grootmoeder zijn uit haar ogen verdwenen, nu al meer dan een jaar. Ik voel me heel even onwennig en excuseer me dat mijn onverwacht bezoek haar opnieuw confronteert met datgene wat ze liever uit haar leven zou wegbannen. Ik neem heel even haar handen in de mijne. Sluit ze dicht tot een bolster van genegenheid en moed. "Het geeft niet", zegt ze. "Soms lucht het op om erover te kunnen spreken. Het gemis zal toch nimmer ophouden te bestaan..."

Fictieve en werkelijke verhalen...

Guyana - Lusignan, 27-03-2009 - (dagboek 2)


Na een tevergeefse poging om de suikerfabriek ´Skeldon Estate´ in het dorpje Corriverton te bezoeken, ben ik gisterennamiddag toch nog doorgefietst tot aan de eerste grote stad: New Amsterdam. De naam herinnerde me eraan dat het huidige Guyana in de 17de en de 18de eeuw een Nederlandse kolonie was. Hun toenmalige overheersing kenmerkt zich nu nog in typisch Hollands in de oor klinkende plaatsnamen, zoals Soestdijke, Vlissingen, Nieuw Amsterdam,... In 1831 kwam deze Nederlandse kolonie via het Congres van Wenen evenwel in Britse handen. De Engelsen lieten op hun beurt behoorlijk wat sporen na in het huidige Guyana. Zo hebben de Guyanen niet alleen het Engels als officiële taal overgenomen, ook het links rijden en het cricketspel zijn zichtbare overblijfselen van de koloniale periode. Sinds 1966 is Guyana een onafhankelijke staat geworden binnen het Britse Gemenebest.

Doorheen het openstaande raam sijpelen reeds om half zes uur in de morgen de eerste geluiden van een nieuwe dag binnen: een nerveus toeterende taxichauffeur, een fluitende fietser, een lallende dronkaard. Elk in hun eigen leefwereld. Een luchtbel van klanken die me, wegdoezelend in de warme lakens, in staat stellen om er beelden aan op te hangen. De beelden krijgen een vaste vorm en in een recordtempo ontstaan er verhaallijnen die kriskras en onzichtbaar door mijn geheugen rennen. De geluiden vormen nu eenmaal de verpersoonlijking van een gemoedstoestand. Ik probeer tussen de drie hoofdrolspelers raakvlakken te vinden, zaken die ze gemeen hebben, waardoor ze op één of andere wijze elkanders pad kruisen. Het lijken wel de ideale ingrediënten voor een kortverhaal.

Het eerste echte verhaal van de dag krijg ik evenwel te horen van de kranige bewoonster rechttegenover het oude publieke hospitaal van Nieuw Amsterdam. Ze vertelt me over de teloorgang van het oude hospitaal nadat de overheid tien jaar geleden besloot een totaal nieuw complex op te trekken, even buiten het stadscentrum. De hoogbejaarde dame stemt ermee in dat het ziekenhuis aan vernieuwing toe was, maar verwijt de regering vooral dat ze het oude, koloniale pand dat dateert uit 1878 laat verkommeren. Als ik even later doorheen het hekken glip, ontdek ik hoe zelfs de ziel, van wat ooit eens het paradepaardje aan koloniale architectuur moet zijn geweest, is leeggeroofd. Ik tref enkel een skelet aan waar de natuur knaagt aan de laatste beenderen. Maar ook de mens heeft hier aardig zijn duitje in het zakje gedaan. In de inkomhal mist de majestueuze krultrap een aantal treden. Het hout is wellicht al lang gebruikt om ermee te koken. Hoe verder ik op ontdekking ga, hoe meer ik me een beeld kan vormen van de koloniale sfeer die er ooit moet hebben rondgehangen. Als in een oude film wek ik het verleden opnieuw tot leven. Ik zie een eetzaal vol verpleegsters, zittend in een kraakwit uniform, inclusief verpleegsterhoedje. In de ziekenhuisgangen waaien lange stofjassen schichtig weg en weer. Ernstige blikken kijken boven een doktersbrilletje uit. Het geluid van een loeiend harde sirene kondigt het middaguur aan. Het verwaarloosde complex dat ooit de grandeur was van Nieuw Amsterdam is nu de ideale setting voor een thriller of detectiveverhaal. De filmregisseur Hitchcock zou zijn geluk niet opkunnen.

Kuierend doorheen de stad van weleer, word ik ook met de hedendaagse werkelijkheid geconfronteerd. Grote affiches en panelen drukken mijn neus op één van de grootste problemen waarmee het land wordt geconfronteerd: aids. Guyana heeft namelijk het grootste aantal aids-patiënten van het Caraïbisch gebied op Haïti en de Bahamas na. Op iets meer dan een kwart eeuw tijd (het aidsvirus werd voor het eerst ontdekt in 1981) heeft aids een wereldwijde ravage aangericht. Meer dan 20 mijloen mensen stierven reeds aan de ziekte en het aantal besmette mensen wordt momenteel geraamd op ruim 50 miljoen. Het hoge aantal aidsdragers in Guyana wordt in grote mate toegeschreven aan het onverantwoord seksueel gedrag van beide geslachten. In de hoop het tij te keren, lijkt het erop dat de regering alle middelen inzet om zijn bevolking te sensibiliseren.

Mijn uitgelopen ontdekkingstocht in Nieuw Amsterdam verplicht mij om hard op de trappers te gaan staan om nog voor valavond het dorpje Lusignan te bereiken. Het is de woonplaats van mister Raghu en zijn familie. Ik had de man ontmoet op de veerboot die me naar de grens met Guyana bracht. Na de korte kennismaking had hij me prompt bij hem uitgenodigd. Het weerzien is meer dan hartelijk. Ik word er haast feestelijk ontvangen. Mijn smaakpapillen krijgen deze keer zelfs een culturele verwennerij. Voor het eerst op mijn lange zwerftocht wordt mij een scala aan gerechten voorgeschoteld die allen een Hindoestaanse toutch hebben. Of ik ook een glimp zal opvangen van hun bijzondere geloofsbelijdenis is nog een groot vraagteken. In ieder geval wordt deze plek een beetje mijn thuisbasis vanwaaruit ik de nabije omgeving, met Georgetown als epicentrum, zal verkennen. Wordt vervolgd...

Guyana: mijn laatste etappe...

Guyana - New Amsterdam, 26-03-2009 - (dagboek 1)


Ik hol van de badkamer naar de slaapkamer, naar de spiegel naast het bed. Mijn spiegelbeeld verraadt twee opwindende ogen. Ze zweven boven een met scheerschuim bedekte stoppelbaard. Mijn handen trillen als een espenblad.

Precies vandaag, binnen een maand, zullen diezelfde ogen staren naar de spiegel van een nieuw bestaan in de badkamer van een klein appartementsgebouwtje, in het stadscentrum van Ieper. Einde of nieuw begin? Het einde van een zwerftocht waarvan de grenzen van de horizon zullen worden afgebakend door digitale herinneringen. Maar tevens ook het begin van een ander soort zwerftocht, van huiselijke warmte en genegenheid, van ontdekken en herontdekken van het dagdagelijkse leven in al zijn eenvoud en schoonheid. Het zullen ook vermoeide ogen zijn, te wijten aan een tot in de vroege uurtjes uitgelopen welkomstfeest. Maar ze zullen ook dof kleuren, van weemoeddronkenheid en gemis om het haast dagdagelijks ritueel de fietstassen vast te haken en een nieuwe dag tegemoet te fietsen. Een dag zonder plan, zonder concrete verwachtingen, maar met de zekerheid dat de manier waarop ik naar de wereld kijk voortdurend aan het veranderen is. Terwijl ik zal wegmijmeren in die spiegel, zullen twee zachte handen over mijn schouders glijden en naar jasmijn geurende haren mijn rug strelen. In de plooien van mijn nek zullen zich twee liefdevolle lippen nestelen die de heimwee naar datgene wat me al die tijd zo vertrouwd is geweest dragelijker maken.

De nog naar slaap geurende slaapkamer wordt heel even wazig. Gevoelens van geluk en dankbaarheid plakken samen tot een vochtige traan. Ze spat uiteen op de cover van mijn klaarliggende reisgids. Met de rug van mijn hand veeg ik het enige in blokletters gedrukte woord dat op de kaft prijkt droog: Guyana. Mijn laatste te ontdekken land en ongetwijfeld het meest onbekende.

Een half uur later maken mijn spiksplinternieuwe banden krassen in het losse grind van de nog aan te leggen weg die leidt naar de veerpont. Ik kijk nog heel even achterom. Mijn blik blijft hangen tussen heden en verleden, tussen het bekende en onbekende, tussen een oude en een nieuwe grens. De groeven van mijn banden hebben diepe sporen gekerfd. De kronkelende lijn zigzagt zich een baan, steeds onderweg, steeds wordend. Intuïtief voel ik aan dat ook de laatste rechte sprint van mijn zwervend bestaan er eentje wordt met veel bochten en omwegen. Mijn vermoeden wordt al meteen bevestigd wanneer ik mijn stalen ros tegen de reling van de met stookolie aangedreven veerboot plaats. Een heer op leeftijd met diepdonkere gelaatstrekken beent in mijn richting, schudt me de hand en vraagt naarwaar de reis leiden mag. Hij stelt zichzelf voor als Mister Raghu, gepensioneerd leerkracht en woonachtig in Lusignan, op nauwelijks 10 mijl verwijderd van de hoofdstad Georgetown. Een half uur later bevind ik me op Guyaans grondgebied, zijn adreskaartje in mijn portefeuille stekend. Mijn eerste onverwachte tussenstop ligt reeds vast.

De grensformaliteiten vlotten behoorlijk. Een grote wandklok tegen de muur van het douanekantoortje herinnert me dat ik mijn uurwerk zestig minuten moet terugdraaien. Niet omwille van de overgang van winter- naar zomeruur, maar omdat Guyana in de tijdsgordel een uur achterop ligt met Suriname. Dat brengt het tijdsverschil met België opnieuw op zes uur. Terwijl ik gezapig het eerste dorpje binnenfiets, word ik opnieuw overspoeld door gevoelens van opwinding en verwondering. Hetgene wat me meteen opvalt, is dat de mensen me hier aanstaren alsof ik een vreemde eend in de bijt ben. Toerisme staat hier in vergelijking met veel andere Zuid-Amerikaanse landen nog in zijn kinderschoenen. Ik wek dan ook als voorbijrijdende, zwaarbepakte wereldfietser de nodige belangstelling op. Voor mij vormen de taxi´s dan weer de vreemde eend in het straatbeeld. De taxi´s hebben iets weg van gepantserde voertuigen. Ze zijn vaak schreeuwlelijk beschilderd in kikkergroen of kanariegeel en worden hier ´tapirs´ genoemd. Wat het verband is tussen deze rondcrossende harnassen op vier wielen en de tapirs (de onevenhoevigen) die voornamelijk in het tropisch regenwoud leven, is mij een raadsel. Aan de ingang van een school regelt een kleine jongen het verkeer. Telkens schoolmakkers de straat oversteken, zwaait hij met een groot bord het tegemoet rijdende verkeer toe. ´Stop children crossing´. De gevarenboodschap schittert bloedrood in het felle zonlicht. Gesluierde meisjes lopen met snelle pas over het zebrapad. Twee slanke minnaretten die als schoorsteenmantels de hemel reiken, werpen een schaduwstreepje over de vluchtig voorbijschrijdende lichamen. Vanuit een luidspreker weerklinken gebeden uit de koran. De immigratie van contractarbeiders uit India die werk verrichtten op de suikerrietplantages, na de afschaffing van de slavernij, heeft ook in Guyana geleid tot een etnisch-culturele diversiteit die tot op de dag van vandaag zijn sporen nalaat in het straatbeeld.

Langs de kant van de weg baden kleine huisjes in de verschroeiende middagzon. De weg lijkt wel op één lange hoofdstraat waar de dorpjes in elkaar haken; lintbebouwing op zijn Guyaans. Op mijn lange tocht heb ik geleerd dat het gevaar steeds van buitenaf komt, hier in Guyana is dat niet anders. Op de drukke verkeersas naar de hoofdstad domineert niet alleen koning auto, ook overstekend wild maakt de weg onveilig. Om de haverklap moet ik uitwijken voor onbedachtzame dieren die de straat op rennen: paarden, koeien, ezels, varkens, schapen, geiten, kippen, honden,... De halve ark van Noah loopt hier vrij over straat en ik die dacht dat in het Hindoeïsme alleen de koe heilig was. In elk voorbijfietsend dorp zwaaien glunderende gezichten me welkom. Het geeft me een goed gevoel, een teken van geborgenheid en veiligheid. Benieuwd of Guyana, mijn negentiende en laatste te ontdekken land, de kroon op het werk wordt van mijn lange zwerftocht...