De cowboystad Santa Rosa de Copán ...

Honduras - Santa Rosa de Copán, 08-11-2008 - (dagboek 5)


Gisteren ben ik aangekomen in Santa Rosa de Copán, voorlopig mijn laatste stopplaats in Honduras voor mijn terugkeer naar Nicaragua waar mijn fiets ongeduldig staat te wachten. In Santa Rosa de Copán werd ik verwelkomd door twee jonge Amerikaanse dames die eveneens aangesloten zijn aan de couchsurfing-organisatie en me een bed voor de nacht aanboden.

Sarah en Abby waren na hun studies op zoek naar een uitdaging in hun leven. Na wat speurwerk op het virtuele net viel hun oog op een advertentie. Een privéschool in Santa Rosa de Copán was op zoek naar twee leerkrachten Engels. Het leek hen wel wat en na wat heen en weer te mailen, vlogen ze enkele maanden geleden vanuit Amerika naar Honduras. Omdat ze nog relatief weinig mensen kenden in hun nieuwe biotoop en ze er wel iets voor voelden om af en toe reizigers over de vloer te krijgen, sloten ze zich aan bij de couchsurfing vereniging. Dit op internet gebaseerd wereldwijd netwerk van mensen biedt je gratis een bed aan en geeft je de kans om op een aparte wijze kennis te maken met het land dat je bereist.

Ik had graag de bekende sigarenfabriek ´La Flor de Copan´ bezocht in Santa Rosa de Copán, maar bij aankomst is niemand van de verantwoordelijken bereid om een verdwaalde zwerver een rondleiding te geven. Alleen reizen heeft soms wel eens zijn nadelen. Met de extra vrije tijd die ik heb, struin ik wat rond doorheen het oude koloniale stadsgedeelte van Santa Rosa de Copán. Het valt me op dat de authenticiteit hier veel tastbaarder is dan het meer toeristische Copán Ruïnas. Daar waar het koloniale gedeelte zich in Copán Ruïnas beperkt tot één vakje uit een historisch dambordspel, ademt hier zowat de hele binnenstad de sfeer uit van weleer. Niet alleen de beklinkerde straatjes creëren dat gevoel, ook de mooie gerestaureerde herenhuizen met bekoorlijke patio´s dragen bij tot die koloniale tijdsgeest. Daarenboven is Santa Rosa de Copán op en top een Farwest-stadje. Mannen van alle leeftijden dragen er met enige trots een revolver, een cowboyhoed en dito cowboylaarzen. In de overdekte markt worden lederen riemen met metalen beugels in de vorm van paardenkoppen te koop aangeboden en in sommige winkels kan je zowat alles aankopen om je paard volledig op te tuigen. Zou ook die cowboyspirit een overblijfsel zijn van de Spaanse conquistadores?

´s Avonds vertel ik mijn gastvrouwen wat anekdotes over mijn zwerftocht. Ze zijn één en al oor. In hun leefwereld lijkt mijn avonturentocht een Herculestaak en iets bovenmenselijk. Nu, in de geschiedenis hebben mensen al gekkere dingen gedaan dan dat. Alles is relatief in het leven. Wanneer ik hen uit dank voor de aangeboden slaapaccommodatie mijn favoriete spaghettischotel klaarmaak, heb ik hun harten helemaal veroverd. Het is stilaan een vaste gewoonte geworden om te koken voor de mensen die mij onderdak geven. Ik voel me een beetje als Eugène Bervoets met zijn Gentse waterzooi. Het leuke is dat het ook voor mij telkens weer een uitdaging is om te experimenteren met de lokale groenten die ik er aantref. Mijn gastvrouwen danken me honderduit voor het verwennen van hun smaakpapillen. Van de negen couchsurfers die ze tot dusver over de vloer hebben gehad, blijk ik de eerste te zijn die hen culinair versier. Ik vrees dat ik een precedent heb geschapen...

Het aards paradijs van Geert...

Honduras - Copán Ruïnas, 06-11-2008 - (dagboek 4)


Voor mijn vertrek uit Copán maak ik met Geert van ViaVia nog een boeiende wandeling doorheen de stad. Hij toont mij het andere Copán, het leven achter de schermen van de toeristische stad.

Geert is van opleiding verpleger, maar werd reeds van jongs af aan gebeten door de reismicrobe. Hij werkte acht maanden ononderbroken in het Middelheimziekenhuis in Antwerpen en trok de resterende vier maanden erop uit. Zijn jaarlijkse reiservaringen schreef hij neer en vonden hun weg in een portaalsite voor reizigers in spe. Na een aantal jaren bevatte de website zoveel nuttige reisinformatie dat er interesse ontstond vanuit Footprint (de tegenhanger van de Lonely Planet) om de content over te kopen. In het jaar 2000 besloot Geert om samen met zijn vriendin Annemie een sabbatjaar in te lassen en een wereldreis te maken. Via zijn contacten met de reissector kwamen ze ook in het Hondurese Copán terecht. ViaVia was net op zoek naar nieuwe uitbaters voor hun café-restaurant-hotel en zo geschiedde.

Geert neemt me mee naar de buitenwijk van Copán, naar plaatsen die schril afsteken van het authentieke oude stadscentrum. De hobbelige met klinkers betegelde straten maken plaats voor stoffige steegjes waar grote putten en diepe greppels de weg ontsieren. "Grondverzakkingen zijn hier schering en inslag. Enerzijds heeft dit te maken met het regenseizoen dat hier loopt van begin mei tot eind oktober. Doordat de rioleringen in de stad verouderd zijn en vaak niet zijn aangepast tegen het natuurgeweld, spoelen hier jaarlijks ettelijke straten weg; met alle gevolgen vandien. Bovendien zijn hier slechts de hoofdstraten aangesloten op het rioleringsnetwerk." Geert wijst mij talloze plastieken buizen aan die vanuit het sanitaire gedeelte van de huizen rechtstreeks naar buiten lopen. "Geloof het of niet, maar heel Copán drijft op stront. De gebrekkige riolering en de slechte kwaliteit van het asfalt zijn twee nefaste factoren die ten volle tot uiting komen tijdens het regenseizoen."

We houden halt nabij een gerestaureerd fort. Het uitzicht op de omringende bergen is verbluffend mooi en doet ons automatisch wat langer dralen. Het verbaast me dit juweeltje van gerestaureerde bouwkunst hier aan te treffen. Vanuit het stadscentrum valt er namelijk geen enkel aanduiding te bespeuren die een toerist wegwijs maakt naar dit stukje Copán. "Het ontbreekt de gemeente vaak aan goede wil en inzicht om het toerisme ten voeten uit te promoten. Deze plek zou kunnen uitgroeien tot een toeristische trekpleister. Zet hier een paar tafeltjes en stoelen neer, open hier een kleine bistro en laat commercanten hier hun artisanale producten verkopen en gegarandeerd draait dit als geen ander. Maar neen, dit gebouw werd twee jaar geleden volledig opgeknapt, maar er gebeurt niks mee." Ik zie in gedachten toeristen genieten van de prille ochtendzon bij een kopje dampende koffie of proeven van versgebakken zoetigheid. Een plek waar zoveel rust uit straalt dat je haast vergeet dat je op vakantie bent.

Ik merk op dat er in Copán nochtans geen gebrek is aan overnachtingsmogelijkheden. "Neen, allesbehalve. De stad heeft een capaciteit van maar liefst 1800 bedden. Als je weet dat er jaarlijks slechts 200.000 toeristen overnachten in Copán dan betekent dat dat er hier dagelijks bijna 1300 bedden onbenut worden. Onze grootste zwakte is onze ligging en onze slechte reputatie inzake veiligheid. Het merendeel van de toeristen doen enkel de ruďnes van Copán aan. Vanuit het buurland Guatemala bieden tientallen reisbureaus eendagsexcursies aan. Al deze toeristen wippen voor een paar uur de grens over en keren dezelfde dag nog terug naar Guatemala. De plaatselijke toeristische sector in Copán pikt daar geen graantje van mee."

Het eendagsbezoek kadert voor een stuk in de trend van het hedendaagse reizen, met name zoveel mogelijk zien op zo een kort mogelijke tijd. Ik voel dat ik bij Geert een gevoelige snaar heb aangeraakt, want meteen spreekt hij zijn ongezouten mening uit over de reizigers en in het bijzonder over de backpackers. Hij vat hun gedrag in drie woorden samen: No time, no money and overpacked. "Rugzaktoeristen reizen tegenwoordig op een totaal verkeerde manier. Ze doen aan landenshopping maar weigeren ook maar één cent achter te laten voor het plaatselijke toerisme. Ik heb vaak discussies met backpackers die vinden dat we te prijzig zijn. We vragen bijvoorbeeld een halve euro voor een koffie. Is dat overdreven? In België betaal je tegenwoordig al het driedubbele. Toegegeven, ik zou minder kunnen vragen, maar dan moet ik mijn personeel er ook naar betalen. Hebben zij geen recht op een goed leven, op een beter loon dan wat hier gewoonlijk wordt uitbetaald? Denk je dat die meisjes die voor me werken ook niet graag een wasmachine willen kopen, een flatscreen, een iPod,... Iedereen wil toch verdienen, vooruitgang maken in zijn leven. Mijn stelling is steeds geweest: 'Ik wil me actief inzetten voor het toerisme in Copán op voorwaarde dat iedereen er wel bij kan varen. Als ik hier alleen maar rondloop om mensen uit te buiten dan kan ik beter terugkeren naar België. Veel backpackers vragen mij bijvoorbeeld waarom ik geen computers met internetaansluiting installeer in de hostal. Ik zou dat perfect kunnen doen, maar waarom zou ik. Vlak naast mij is een internetcafé en verderop in de straat heb je er nog een tweetal. Al deze mensen hebben immens veel geďnvesteerd, waarom zou ik hen dan beconcurreren? Vele backpackers lijken ook totaal hun verstand te verliezen eenmaal ze uit het vliegtuig stappen. Ze komen hier naartoe met het idee dat ze authenticiteit zullen aantreffen in de vorm van naakte indianen. Reizigers kunnen er vaak niet bij dat ook dit land in volle ontwikkeling is en dat de lokale bewoners niet wereldvreemd zijn. In Antwerpen verplaatsen wij ons toch ook niet meer met Brabantse trekpaarden, evenmin dragen we klompen zoals we dat kenden ten tijde van Bokrijk. Heel wat backpackers zijn daarenboven zo overpacked, letterlijk en figuurlijk, dat ze zelfs niet meer openstaan voor andere culturen. Kan je geloven dat er jonge gasten komen die een weeklang bij ons logeren en niet eens de moeite doen om de ruďnes te gaan bezoeken of een excursie te maken? Ik vraag me dan echt af wat die mensen hier komen doen."

Ik moet eerlijk bekennen dat ik er eenzelfde mening op nahoud, maar om het gesprek ook nog een andere wending te geven, beperk ik mijn inmenging tot een strikt minimum. Het valt me op dat er naast de schamele huisjes uit adobe ook hier en daar een vrij riante woning staat. Cementen huizen uit baksteen, afgewerkt met fijne materialen. "Als je dergelijke huizen ziet dan mag je er bijna zeker van zijn dat ze zijn opgetrokken met geld opgestuurd door geëmigreerde familieleden uit de Verenigde Staten of dat er drugsgeld mee gemoeid is." Het is een welbekend feit dat ook heel wat Hondurezen hun geluk beproeven in de Verenigde Staten. De meesten leven en werken er illegaal. Als de wereldwijde crisis blijft aanhouden zou dit wel eens nefaste gevolgen kunnen hebben voor een land waarvan de belangrijkste inkomstenbron het opgestuurd geld is van familieleden uit Amerika. Latijns-Amerikanen die er nu bijvoorbeeld werken in vele Amerikaanse huishoudens zullen massaal ontslagen worden met alle financiële gevolgen vandien. "Het drugsprobleem is hier de voorbije jaren sterk toegenomen. Doordat we hier slechts 10 km verwijderd zijn van de Guatemalteekse grens is Honduras een belangrijke draaischijf geworden in de drugssmokkel. Heel wat arme Hondurezen laten zich overhalen om met een vracht onversneden cocaďne te voet de grens over te steken. Het onherbergzaam gebied is hun territorium en de controle is uiterst minimaal. Het politiekorps bestaat uit slechts 18 man en beschikt welgeteld over twee wagens en één moto.

Niet alleen drugs en een gebrekkig rioleringsnet vormen een groot probleem, ook elektriciteit en water zijn een zwak punt. "Vorige zomer was er negen dagen aan een stuk geen water, geen druppel. We zijn voor het water afhankelijk van de grote industriële stad San Pedro Zula. Als het verbruik te hoog ligt, zijn wij de eerste slachtoffers. Net hetzelfde met de elektriciteit. Een tijdje geleden zaten we hier 72 uur zonder stroom. Leg dat dan maar eens uit aan je hotelgasten."

Ondanks alles heeft Geert er zijn hart verloren. Zijn verhaal bevat zoveel puzzelstukjes die de contouren afbakenen van zijn stukje aards paradijs. Een mogelijke terugkeer naar België is al lang niet meer aan de orde. Geert is niet langer een tussenfiguur, zit niet langer in 'the in between fase'. Hij leeft al te lang tussen de inwoners van Copán waarvan velen doorheen de tijd een stukje familie zijn geworden. Geert heeft zijn plekje op aarde gevonden. Als God het belieft, blijft hij er voor eeuwig...

Een voorrecht...

Honduras - Copán Ruïnas, 05-11-2008 - (dagboek 3)


De euforie van de voorbije Amerikaanse verkiezingen is ´s morgens nog voelbaar aanwezig in het ViaVia Reiscafé. De overwinning van Obama is zowat het gespreksonderwerp bij uitstek. Terwijl ik wacht op enkele medereizigers die zich, net als ik, hebben ingeschreven voor een dagvullend programma met oa een bezoek aan een koffiefinca, praat ik met Geert van ViaVia nog wat na.

Rond negen uur is de groep voltallig en worden we na een rit doorheen het bergachtig landschap vlakbij de grens met Guatemala opgewacht door Carlos, de zoon van de finca ´el Cisne´. De finca is al sinds 1885 in handen van de familie Casteljon en is uitgegroeid tot een klein imperium (1000 hectaren) waarbij vee, koffie en cardamonteelt de pijlers vormen van hun grootgrondbezit. Om een beetje een indruk te krijgen over de wijde omgeving en hun haciënda die gelegen is op de noordelijke hoogvlaktes van Honduras maken we een verkenningstocht van drie uur te paard. Carlos schat me meteen juist in, want ik krijg het paard met de naam ´el payasito´ (het clowntje) toegewezen. Twee clowns op stap -de ene al zotter dan de andere-, dat moet een geslaagde tocht worden.

Het paardrijden is inderdaad adembenemend. Niet alleen lijkt mijn ´payasito´ gek op draf en galop, maar tevens is de omgeving waarheen we doorrijden van een ongekende schoonheid. De voeling met de natuur is door de afwezigheid van elk gemotoriseerd geluid zo intens dat ik zowat elk besef van tijd en ruimte vergeet. Ik voel me als een Spaanse conquistador, maar dan eentje met iets vredelievender intenties. We leren hoe we een kudde vee moeten bijeendrijven en nemen polshoogte bij één van de uitgestrekte koffieplantages. Het koffieseizoen komt hier langzaam op gang, maar zal pas tegen begin december op volle toeren draaien. Het paardrijden loopt langer uit dan voorzien en bij aankomst in de finca staat de vrouw des huizes ons reeds op te wachten met een overheerlijke lunch. Een vijfsterren maaltijd zoals ik er op mijn zwerftocht zelden heb gezien en gegeten. We doen de Hondurese traditie alle eer aan en lassen na de koningsmaaltijd een welverdiende siësta in. De hangmatten onder de overdekte patio nodigen uit om heerlijk weg te soezen.

In de namiddag krijgen we een rondleiding op zowel het koffiebedrijf als op de plaats waar cardomon wordt geteeld en verwerkt. Deze welriekende specerij dat vooral door oosterse volkeren geliefd is en vaak in de Indische wereldkeuken terug te vinden is, geniet ook Carlos zijn voorkeur. Een voorkeur die ongetwijfeld meer ingegeven is in de lucratieve opbrengst dan wel in de scherpe exotische smaak van het zaad. Tegen valavond sluiten we de boeiende en afwisselende dag af door nog een bezoek te brengen aan een nabij gelegen warmwaterbron. De vermoeidheid -als die er al was- stroomt van me af en onder het lichtschijnsel van de maan besef ik andermaal dat ik mij ontzettend gelukkig mag prijzen dat ik het voorrecht heb om hier, op dit eigenste ogenblik, simpelweg te mogen genieten van zoveel rijkdom om me heen...

Obama: de kampioen in armoedebestrijding?

Honduras - Copán Ruïnas, 04-11-2008 - (dagboek 2)


Op reis zoek ik zelden of nooit plaatsen op waar de geur van het vertrouwde, het bekende te veel aan de oppervlakte komt drijven. Hoe sterker de geur van Belgische frieten en Mc Donald hamburgers, hoe groter de neiging om rechtsomkeer te maken. In het reiswereldje van backpackers is dat vertrouwde, het herkenbare precies een aantrekkingskracht. Ze voelen zich op één of andere manier veiliger waardoor ze zich beter kunnen wapenen tegen een eventuele cultuurschok.

Het terugvallen op die ´second skin´ van het thuisvangnet neemt bij mij het gevoel van het reizen weg. Ik voel het eerder als een hindernispaal op mijn ontdekkingstocht, een obstakel dat elke vorm van verwondering in de kiem smoort. Het ViaVia Reiscafé in Copán, ten noorden van Honduras, is zo´n plek; een ontmoetingsplaats -voor wereldreizigers- dat relatief weinig affiniteit heeft met de rest van de lokale wereld. In het totaal zijn er wereldwijd zo´n 12 vestigingen en worden ze allen uitgebaat door Belgen. Een bevriende wereldreiziger raadde me aan om er toch eens een kijkje te gaan nemen en om vooral een gesprek aan te knopen met de uitbater.
"Geert, de uitbater van de Via Via van Copan Ruinas, in Honduras, is een heel tof en vriendelijk persoon, en kan veel vertellen over het leven achter de schermen van de plaatselijke bevolking, de rioleringsproblemen, de drugsmokkel, de armoede, enz..."

Bij mijn aankomst is Geert druk in de weer met het installeren van een groot projectiescherm. De slag om ´het Witte Huis´ is ook hier hotnews en heel wat toeristen willen dan ook maar wat graag de laatste stand van zaken op de voet volgen. Geert baat samen met zijn vriendin Annemie al bijna acht jaar Viavia uit in Copán. Het is een stukje zijn geesteskind geworden. Met een zekere nonchalance beheert hij het café-restaurant, annex hotel, met gevoel voor management. Je zou hem nog het best kunnen omschrijven als een manager met de karaktertrekken van een goeie huisvader.

Door de verkiezingsrace verloopt het geplande gesprek wat stroef. Geert glipt af en toe weg van tafel om zich te vergewissen van de laatste stand van zaken. Ook zijn voorkeur gaat naar Obama, de gedoodverfde overwinnaar. Ik moet eerlijk bekennen dat ik de lange verkiezingsstrijd die eraan vooraf is gegaan slechts vanop afstand heb gevolgd. Doordat ik de voorbije weken doorheen één van de armste landen van Centraal-Amerika trok, heb ik me eigenlijk alleen toegespitst op die ene vraag: ´Met welke president is de Derde Wereld er het beste af?´ In mijn zoektocht ontdekte ik tussen beide kandidaten een grote eensgezindheid over de meerwaarde van hulp als onderdeel van de buitenlandse politiek. Beide heren, McCain en Obama beschouwen hulp aan de Derde Wereld als een middel om de geschonden internationale reputatie van de VS te herstellen en als een wapen tegen het terrorisme.

Toch heb ik vastgesteld dat er ook wel degelijk wat verschillen zijn, vooral dan inzake de vrijgevigheid. Zo belooft Obama de ontwikkelingshulp te verdubbelen, van 22 miljard dollar per jaar naar 50 miljard op jaarbasis met als belangrijke aandachtspunten: hiv/aidsbestrijding, malariabestrijding, aanleg van sanitaire voorzieningen en waterpompen, toegankelijk onderwijs voor iedereen en een schuldenkwijtschelding van honderd procent voor de dertig armste landen. Ook zijn tegenkandidaat is best bereid wat dieper in de portemonnee te tasten, al is zijn strategie eerder Bush-getint. Hij koppelt ontwikkelingshulp aan corruptiebestrijding, privatisering, deregulering en een stimulering van markten en marktwerking. Over de vrijhandel laat Obama minder duidelijk in zijn kaarten kijken dan McCain dat doet. Als het van McCaine afhangt dan vormen de Amerikaanse continenten één grote vrijhandelszone. Obama pleit eerder voor een herziening van het bestaande vrijhandelsakkoord (NAFTA). Opvallend is evenwel dat beide heren geen woord reppen over een versoepeling van het intellectueel eigendomsrecht -kennis waarvan specifieke exclusieve rechten toegekend kunnen worden aan individuen, bedrijven, landen of organisaties en die hen toelaten de vruchten van de eigen creativiteit of innovatie in bezit te houden-. Het is nochtans de wens van heel wat ontwikkelingslanden omdat ze daardoor toegang zouden krijgen tot goedkope generieke medicijnen, zoals aidsremmers.

Tegen elf uur is het doek gevallen over de 44ste president van Amerika. Obama wint met een verpletterende meerderheid aan stemmen achter zich. Zittend op het puntje van mijn stoel luister ik samen met de rest van de wereld naar zijn doorleefde aanvaardingstoespraak. Zijn speech haalt grote thema´s aan en memorabele details. Hij weet als geen ander mensen te raken. Zijn redevoering klinkt melodieus en plaatst weerhaken in mijn geheugen. Vooral die ene zin: "...tonight we proved once more that the true strength of our nation comes not from our the might of our arms or the scale of our wealth, but from the enduring power of our ideals: democracy, liberty, opportunity, and unyielding hope." (De Amerikaanse kiezer heeft vandaag de wereld getoond dat de echte kracht van de VS niet militair of financieel is, maar voortvloeit uit de idealen van democratie, vrijheid, het grijpen van kansen en niet aflatende hoop.) Laat ons hopen dat hij zijn ambitie om de vrede op wereldniveau te bewerkstelligen ook hard kan maken. Want wereldvrede is nu eenmaal de basis om de schrijnende armoede een halt toe te roepen. Hoop doet leven...

De verbluffende Mayastad van Copán...

Honduras - Copán Ruïnas, 04-11-2008 - (dagboek 1)


In het zwakke licht van de vroege ochtend betreed ik een andere wereld, een plaats dat doordrongen is van culturele eigenheid en mysterie. Voor mij staan metershoge zuilen, versteende hiërogliefen als verstilde eenzame wachters. In de verte hoor ik de dreinende beat van de marimba en zie ik dansende schimmen op en neer bewegen. Een lichte bries voert een geur van wierook en kruidnagel met zich mee. De lichtbundels van een flauwe ochtendzon zijn nog te zwak om de omgeving een warme gloed te geven, maar kondigen reeds een mooie dag aan. Op een steenworp van mij zie ik hoe krijgers zich opmaken voor het balspel. Het plein wordt gescheiden door twee evenwijdige stenen hellingen. Aan weerszijden ontwaar ik uit steen gebeitelde papegaaienkoppen. Hun snavel wijst in de richting van het grasplein. Opstijgend geroezemoes doet me vermoeden dat het rituele balspel zodadelijk van start gaat. Op de top van de belendende piramide zie ik adellieden en koningen met in hun kielzog een gevolg van slaven en bedienden. Vanuit hun mirador aanschouwen ze de wereld onder hen. Ik zie hoe de opperkoning zijn armen ten hemel richt en een gebed start, een persoonlijk ode aan de zonnegod. De vlammen van een aangestoken brandstapel knetteren metershoog en gensters schieten als keitjes de lucht in. Wie wordt hier straks geofferd; de winnaars of de verliezers?

"Kan ik je ticket zien, aub?" Ik word wakker geschud uit mijn droom en zie hoe de parkwachter aanstalten maakt om mijn toegangsticket te perforeren. Ik sta op de ´Gran Plaza´ van wat ooit één van de meest imponerende Maya-nederzettingen moet zijn geweest ten noorden van Honduras, meerbepaald in Copán. Voor mij tronen restanten uit van een ver verleden en sta ik oog in oog met ruïnes die niet beantwoorden aan het beeld van een plek in verval. De archeologische site is opvallend goed bewaard -of beter gezegd gerestaureerd- en springt vooral in het oog door zijn hoogstaande artistieke schoonheid.

Ik wandel voorbij steles, rechtstaande gebeitelde zuilen die één voor één de vele koningen uit de Maya-dynastie voorstellen. De gedetailleerdheid en de artistieke fijnheid getuigen van een ongekend kunstenaarschap. Volgens archeologisch onderzoek zouden de Maya´s zich hier gevestigd hebben vanaf de 4de eeuw voor Christus tot ongeveer de 9de na Christus. Eeuwenlang lag het bestuur in handen van eenzelfde dynastie en groeide Copán -samen met Tikal in Guatemala- uit tot één van de machtigste Mayasteden. Maar liefst 17 koningen passeerden hier de revue. De stad geraakte rond 1000 na Christus evenwel in verval. Vermoed wordt dat een extreme lange droogte hier de oorzaak was. De waterreservoirs droogden volledig op en de inwoners trokken massaal weg. Toen in de 16de eeuw Spanjaarden de Copán-vallei ontdekten, leefden er nog een handvol boeren.

Het absolute paradepaardje is ongetwijfeld de dertig meter hoge piramide met in het midden een hiërogliefentrap waar zowat het langste beeldverhaal van het Amerikaanse continent is op afgebeeld. Meer dan 2000 hiërogliefen staan gebeiteld in de 72 trappen tellende piramide en vertellen zowat de hele geschiedenis van de Copán-dynastie. Het is vooral aan de hand van dit uniek bouwwerk dat men een groot deel van de geschiedenis van Copán heeft kunnen bestuderen. Alleen al de restauratie van de trap nam ruim een eeuw in beslag. Vlak er naast ligt een balspeelveld, geflankeerd door twee schuine wanden. Over de exacte spelregels van het balspel tast men tot op vandaag in het duister. Wetenschappers nemen aan dat het hier ging om een heilige sport waarbij men gebruik maakte van een grote bal van rubber die ongeveer vijf kilo woog. Benen en armen mochten niet worden gebruikt. De bal mocht alleen aangeraakt worden door heupen en bovenlijf. Als dit effectief het geval was, dan vermoed ik dat er af en toe wel een paar spelers met gebroken ledematen van het veld werden afgevoerd. Meestal werd er in teamverband gespeeld. Naar verluidt werden de verliezers geofferd; al bestaat er ook hier nogal onduidelijkheid over. Sommige onderzoekers gaan ervan uit dat de winnaar van het spel werd geofferd, omdat dit precies nu eenmaal een grote eer was. Wat er ook van zij, het schouwspel moet in ieder geval adembenemend zijn geweest .

Enkele jaren terug heeft men nog een nieuwe vondst gedaan. Men had namelijk ontdekt dat de nieuwe heersers hun tempel bouwden op de voorgaande. Om hun theorie te ondersteunen hebben de onderzoekers een tunnel gegraven onder één van de piramides en er de restanten blootgelegd van een onderliggende tempel. Ik loop er door en merk dat de opgravingen hele delen van het ´Rosalita´ complex hebben blootgelegd. Om mij een totaal beeld te geven van hoe deze tempel er ooit moet hebben uitgezien, begeef ik me naar het museum van de archeologische site. Op het centrale binnenplein hebben ze een replica neergezet van deze tempel. Het resultaat is verblindend mooi. Het museum bevat daarnaast ook een hele scala aan beeldhouwwerken die door hun totaliteit een aardig beeld ophangen van de immense nederzetting die Copán ooit moet zijn geweest. Honduras mag dan misschien als vakantieland niet zoveel troefkaarten hebben als zijn omringende buurlanden, de ruïnes van Copán maken dit ruimschoots goed...