Vreugdevol afscheid nemen van Honduras...

Honduras - Marcala, 20-11-2008 - (dagboek 11)


Het lijkt wel of heel Midden-Amerika in de greep is van de verkiezingskoorts. Ook in Honduras wordt het straatbeeld gekleurd door levensgrote reclamepanelen waarop keurig afgeborstelde kandidaten recht in de lens kijken en een welgemeende glimlach tevoorschijn toveren. Een gulle lach in ruil voor een even gulle stem.

Het politiek stelsel in Honduras bestaat uit vijf partijen. Eenieder mag drie kandidaten naar voren schuiven voor de komende presidentsverkiezingen. Na de eerste ronde, zondag 30 november, blijven er nog welgeteld vijf in de running, één van elke partij. Eind volgend jaar doen ze allen hun gooi naar de felbegeerde presidentstitel. De huidige president, Manuel Zelaya, heeft besloten om geen tweede ambtstermijn meer aan te gaan. Wellicht voelt hij duidelijk zelf aan dat zijn kansen uiterst gering zijn. Als ik inwoners vraag naar hun mening omtrent het huidige politieke etablissement komt vaak eenzelfde ongenoegen naar boven drijven. Ze verwijten president Zelaya dat hij de goeie banden met de Verenigde Staten op het spel heeft gezet. Onlangs is Honduras namelijk lid geworden van de ALBA, het Bolivariaans Alternatief voor de Amerika's. ALBA is een economisch samenwerkingsverband, waarvoor president Hugo Chávez van Venezuela het initiatief heeft genomen. De organisatie is bedoeld om de armen te helpen en om een tegenwicht te vormen voor de invloed van de Verenigde Staten in de regio. Naast Venezuela waren ook al Bolivia, Cuba, Nicaragua en de Dominicaanse Republiek reeds lid. Dat Honduras toetreedt tot de ALBA is opvallend, omdat het land altijd een trouwe bondgenoot van de Verenigde Staten was. President Manuel Zelaya schuift steeds meer op in de richting van zijn Venezolaanse ambtgenoot Chávez, die een grote vijand is van Washington. Chávez heeft in ruil voor de toetreding de Hondurezen alle olie beloofd die ze de komende honderd jaar nodig hebben. De Hondurezen zelf zijn evenwel meer bekommerd om het lot van de vele honderdduizenden landgenoten die in Amerika leven en werken. Ook zijn ze bang dat de goeie handelsrelaties die ze nu onderhouden met de Verenigde Staten wel eens in het gedrang zouden kunnen komen. Voor de Hondurezen staat het als een paal boven water: een land als Amerika kan je beter te vriend zijn.

Deze morgen ben ik op bezoek bij Comucap, de vrouwenorganisatie waar mijn twee Duitse gastvrouwen vrijwilligerswerk verrichten. Ik volg van nabij de diverse stappen in de artisanale wijnproductie. De sinaasappelen worden eerst gewassen in een grote badkuip, daarna geschild en uitgeperst via een centrifugemachine. Alvorens het vruchtensap in grote plastieke tonnen wordt overgegoten, voegt men er nog suiker en alcohol aan toe. Het mengsel laat men tot slot maandenlang fermenteren totdat het klaar is voor consumptie. De productie is vrij bescheiden. Per jaar worden er niet meer dan 400 flessen gebotteld. Terwijl ik vanop de zijlijn toekijk, word ik aangeklampt door de lokale tv-ploeg die er opnames maakt voor hun wekelijkse nieuwsuitzending. De reporter vraagt me of ik wel degelijk de wereldfietsende Belg ben. Vijf minuten later fiets ik onder het alziend oog van de cameraploeg enkele rondjes rond het stadsplein van Marcala. Na twee live-verslaggevingen op de radio in Uruguay en Costa Rica, een televisieopname in Brazilië en een persartikel in de Nicaraguaanse krant Nuevo Diario, moet dit de zesde mediabijdrage zijn. Op zich niet slecht, zeker omdat ik de mediakanalen nooit zelf opzoek. Ik hoef geen bekende Vlaming te worden en zeker geen bekende wereldburger. Laat mij maar gewoon een verdwaalde zwerver blijven, fietsend van dorp tot dorp, van stad tot stad, met de ogen van een kind en het hart op de juiste plaats.

´s Avonds zoek ik een lokale eettent op waar ik samen met mijn Duits gezelschap en nog enkele vrienden de voetbalmatch Honduras-Mexico op groot scherm bekijk. De sfeer is uitgelaten, haast feestelijk. Ik voel hoe de spanning te snijden is, wanneer een zoveelste tactische aanval ervoor zorgt dat de spelers gevaarlijk dicht het doel bereiken. De o´s en de a´s tieren welig in het rond, net als het schuimend bier. Ik moet eerlijk bekennen dat ik allesbehalve een grote voetbalkenner ben en pas na een kwartier is het me duidelijk dat de ploeg met de witte T-shirts de Hondurezen zijn. Nu, als je niet te uitbundig supportert, valt onwetendheid nauwelijks op. De strijd wordt beslecht met 1-0 in het voordeel van Honduras wat voldoende is om zich te kwalificeren voor het wereldkampioenschap voetbal 2010 in Zuid-Afrika. Wanneer het fluitsignaal de score definitief bezegelt, ontstaat er een waar dansfeest. Toeterende wagens rijden af en aan en hier en daar wordt er vuurwerk afgestoken. Honduras danst en feest. Overmorgen verlaat ik dit land voorgoed. Mijn verblijf was in feite te kort om me echt een goed beeld te vormen over het land en zijn bevolking. Ooit kom ik er nog eens terug en geef ik het een tweede kans...

De voetbaloorlog van Honduras...

Honduras - Marcala, 19-11-2008 - (dagboek 10)


Ik profiteer van mijn verblijf in Marcala om het nabijgelegen dorpje ´La Esperanza´ te bezoeken. Het dorpje ligt hoog in de bergen en staat bekend als het meest authentieke binnen de Lenca-gemeenschap.

De confrontatie valt wat tegen. Het dorpje straalt niet meteen een koloniale sfeer uit en evenmin kleuren de Lenca-vrouwen hun biotoop tot een fotogeniek schilderspalet. Tijdens mijn verkenningstocht zie ik er hooguit een drietal in traditionele klederdracht. Getooid in een felkleurig bloemetjesjurk, roze blouse en dito omslagdoek roepen ze bij mij beelden op uit de Vlaamse zwart-wit serie van de Witte van Zichem. Vrouwen die de verpersoonlijking zijn van hard labeur op het platteland. Vlak voor de gerestaureerde kerk is er een pleintje aangebracht. Een bronzen soldaat met geweer in aanslag trekt mijn aandacht. Op de onderstaande herdenkingsplaat lees ik de namen van de gesneuvelde soldaten van het vijfde bataljon. Het onderschrift ´Heroes que defendieron la patria 1969´ (Helden die het Vaderland verdedigden - 1969) herinnert me aan één van de kortste veldslagen die Honduras ooit heeft geleverd met zijn buurland El Salvador. Het gewapend conflict duurde welgeteld negen dagen en ging de geschiedenis in als ´de voetbaloorlog´.

Het conflict had in wezen niets te maken met het voetbal, maar doordat de oorlog volgde op een aantal kwalificatiewedstrijden voor het wereldkampioenschap tussen beide landen doopten de journalisten de oorlog om tot de voetbaloorlog. De voornaamste oorzaak had evenwel te maken met de toenemende druk van Hondurese boerenorganisaties die een grondige landhervorming eisten van de regering. Om dat de overmacht te groot was, bezweek de Hondurese overheid en kondigde daarop een landhervorming aan waar alleen de Hondurezen van konden profiteren. De in Honduras wonende Salvadoranen, toen een 300.000, kwamen niet in aanmerking. Binnen het kader van de landhervorming besloot de Hondurese regering alle Salvadoranen het land uit te drijven om op die manier meer ruimte te creëren voor de Hondureze landlozen. Vooral dat laatste was een doorn in het oog voor de overheid van El Salvador. Die vreesde dat de massale terugkeer van landgenoten uit Honduras zou leiden tot de roep om landhervorming in eigen land. De Hondurese regering was zich hiervan ten volle bewust en daagde de Salvadoraanse oligarchie dan ook uit door hen te zeggen dat ook zij een landhervorming zou moeten doorvoeren. Het conflict werd op de spits gedreven toen het Salvadoraanse leger Honduras binnenviel om de aldaar nog wonende Salvadoranen te beschermen. De strijd duurde exact negen dagen en kostte 5.000 soldaten het leven. Als gevolg van de zogenaamde voetbaloorlog sloot Honduras de grens voor zowel Salvadoraanse migranten als voor de export. Tienduizenden Salvadoranen werden gedwongen om terug te keren. Daarmee gebeurde precies waar de Salvadoraanse overheid zo bang voor was. Het duurde evenwel nog tien jaar voor de grote ongelijkheid in inkomens en landbouwbezit zou leiden tot de burgeroorlog in El Salvador...


Marcala, mijn laatste stopplaats in Honduras...

Honduras - Marcala, 18-11-2008 - (dagboek 9)


Mistige rookpluimen kringen uit mijn neusvleugels wanneer ik mezelf aanstaar voor de halfgebroken spiegel. Ik schrik van mijn reflecterende beeltenis. Halfcirkelvormige wallen accentueren de contouren van een slapeloze nacht. Koude en een flinterdunne matras zijn nu niet meteen de meest geliefde minnaressen om je zalig te doen wegdromen. Zelfs mijn donzen slaapzak kon me niet het gevoel geven dat ik weggedoken lag tussen de vlezige borsten van een wulpse schone. Wanneer de realiteit de fictie achterhaalt, houdt de verbeelding op te bestaan.

Marcala ligt allesbehalve op de toeristische gringo-trail, maar vormt wel het startpunt van de ´Ruta de la Paz´. Deze vredesroute loopt over tientallen kilometers, verbindt Honduras met El Salvador en was zowat het epicentrum tijdens de burgeroorlog van de jaren ´80. Elk dorp heeft zo een beetje zijn eigen verhaal, zijn eigen verleden, maar het zwaartepunt van deze droevige bladzijde uit de geschiedenis situeert zich ongetwijfeld in El Salvador. Het dorpje Marcala was één van de plaatsen waar de Amerikanen hun troepen stationeerden. Vrij recentelijk kwam dit dorpje nog in het Belgische nieuws naar aanleiding van de moord op de jonge West-Vlaming Thorsten. Het was namelijk hier dat Thorsten samen met zijn vriendin een project voor straatkinderen begeleidde. Geheel per toeval ontmoet ik in het stadspark de coördinatrice van het project, Lorena. Wanneer ze verneemt dat ik uit België afkomstig ben, biedt ze me spontaan de woning aan waar Thorsten en zijn vriendin verbleven. Ik voel er niet meteen veel voor om in te gaan op dit voorstel, te meer ik enkele dagen terug de uitnodiging kreeg van twee Duitse meisjes, Sofie en Ilke, om bij hen te logeren.

Zij zijn als vrijwilligers aan de slag bij de vrouwenorganisatie Comucap. Deze vereniging van ´mujeres campesinas´ (landbouwvrouwen) is ontstaan uit een beweging ten behoeve van de vrouwenrechten. Doorheen de jaren is het accent verlegd en is men zich meer gaan toeleggen op de agro-industrie. Zo verbouwen ze organische koffie, maken ze zeep en aloe vera-shampoo en brouwen ze artisanale sinaasappel- en frambozenwijn. Comucap biedt werk aan 256 vrouwen, allen behorend tot de indiaanse Lenca-gemeenschap. De organisatie heeft er tevens voor gezorgd dat ze heel wat zelfstandiger door het leven kunnen gaan. Voor een land waar veel vrouwen aan hun lot worden overgelaten eenmaal ze zwanger worden, is dat een niet onbelangrijke facet in hun strijd om te overleven en hun wens de ´vaderloze´ kinderen toch een zekere toekomst te bieden. Wanneer ik Sofie en Ilke opzoek zijn ze druk in de weer met het afnemen van een interview. Ze hebben vanuit Comucap de opdracht gekregen om een boek te schrijven over de nieuwe generatie vrouwen die de voorbije jaren zijn aangesloten bij de organisatie. Al snel verneem ik dat het geen evidente opdracht is. Veel vrouwen wonen ver van de stad, meestal in afgelegen onherbergzame gebieden. Afspraken maken voor een interview loopt niet meteen van een leien dakje. De vrouwen hebben nu eenmaal andere prioriteiten.

Omdat ik nogal een serieuze achterstand heb in het updaten van mijn website, besluit ik om hier een paar dagen rond te hangen. Niet meteen de meest fascinerende plek, maar de stilte en de rust die Marcala uitstraalt zal de voorbereiding voor mijn volgende bestemming, El Salvador, ongetwijfeld ten goede komen.

Fietsen doorheen een tijdloze wereld...

Honduras - Marcala, 17-11-2008 - (dagboek 8)


Voor het eerst op mijn lange reis voel ik hoe de tijdsdruk mij parten begint te spelen. Niet zozeer omdat mijn zwerftocht zijn laatste maanden (vijf om precies te zijn) ingaat, maar wel omdat op 19 december mijn vriendin me voor een laatste maal tegemoet vliegt. Plaats van afspraak is deze keer de luchthaven van Guatemala City. Omdat ik er de voorkeur aan geef om wat langer rond te hangen in El Salvador, beslis ik om af te zakken naar mijn laatste stopplaats in Honduras, Marcala.

De weg leidt me tot hoog in het gebergte en is opvallend eenzaam. Ik verdring het desolate gevoel met enkele Alaska-verhalen van Radio 1. Bij mijn afscheid in het Nicaraguaanse Ocotal verraste Heleen me nog met dit digitaal presentje. Het doet wat vreemd aan om al fietsend op een hoogte van boven de 1500 meter de stem te horen van theatermaakster Pascal Platel die graaft in de wortels van haar bestaan. De geluidsopname is bij tijd en wijle zo hilarisch dat ik de kou en de troosteloosheid om me heen vergeet. Bij het beluisteren dringt het tot me door hoe ver België van me afstaat. Het jachtig leven, de prestatiedrang, het moetende moeten, ... het zijn begrippen die me na twee jaar zwerven vreemd in de oren klinken. Ik betrap me erop dat ik vaak niet weet welke dag van de week we zijn. Er is ook geen noodzaak toe. Ik heb niet de behoefte reikhalzend uit te kijken naar het weekend, naar de dagen waarop ik de noeste arbeid kan inruilen voor meer ontspanning. Tijdsbegrippen als ´voor´, ´tijdens´ en ´na´, die je steevast gebruikt op een gewone werkdag, zijn voor mij gaandeweg onbruikbaar geworden. Net zoals ik mijzelf erop betrap dat ik de voorbije maanden anders ben gaan reizen. De afgelegde dagafstanden per fiets worden steeds kleiner, de ontmoetingen tussen mezelf en die andere wereld alsmaar intenser. Ik ben stilaan gaan reizen achter de schermen van het land waar ik doorheen fiets. Het verleden van het Centraal-Amerikaanse continent heeft me onbewust op paden gestuurd waar ik voorheen niet eens het bestaan van afwist. Misschien zorgt het onbekende, het onberekenbare ervoor dat de uitdaging van elke nieuwe dag zo groot is. Het is dan ook met een ontzaglijk gevoel van dankbaarheid dat ik met beide handen dit avontuur omarm en koester opdat de verwondering, de schoonheid en puurheid van mijn zwervend bestaan ook lang na mijn terugkeer op Belgische bodem mag blijven voortduren.

Zware mistbanken komen opzetten en beperken het zicht tot nauwelijks twintig meter. De kou doet me voor het eerst sinds lange tijd in de fietszakken duiken, op zoek naar wat extra lagen warmte. Af en toe fiets ik voorbij armoedige huisjes, opgetrokken uit niet meer dan recyclagemateriaal. Ik ontdekte gisteren per toeval dat er een ´ International Day of Recycling´ bestaat. Naar aanleiding van mijn verblijf ten huize van het gezin Fuentes had ik verteld over mijn bezoek aan ´La Chureca´, de vuilnisbelt van Managua. Ronny die een echte internetfreak is, had daarna wat gesurft op het wereldwijde web en een artikel gevonden waarin het verhaal stond over een vijftienjarige jongen die dagelijks door de straten van de hoofdstad trekt om recycleerbaar afval op te halen. Tegen het eind van de dag verkoopt hij zijn buit aan de tussenhandelaren van ´La Chureca´. Met de zuur verdiende centen (50 Cordobas of 2 euro) betaalt hij zijn potje schoenlijm en de huur van zijn kamertje. De publicatie viel samen met de ´Internationale Dag van de Recyclage´. Volgens het bewuste artikel zou de business maar liefst 40 miljoen dollar opbrengen en 3500 mensen regulier arbeid verschaffen. De duizenden afvalrapers die door weer en wind te voet de straten en vuilnisbelten afschuimen zullen wellicht niet tot deze statistieken zijn meegerekend. Zij doen aan -wat de huidige regering eufemistisch bestempeld als - ´onafhankelijke arbeid´. De ´Internationale Dag van de Recyclage´ zal er voor hen ongetwijfeld niet anders hebben uitgezien als de voorgaande dagen, weken en maanden...

Een droombeeld doorprikt...

Honduras - Comayagua, 16-11-2008 - (dagboek 7)


Ik ben gisteren aangekomen in Comayagua ten huize van Ronny Alexander Fuentes. Deze jonge twintiger is één van de zovele couchsurfers die reizigers een bed voor de nacht aanbieden. Ik had ontdekt dat er in deze stad twee mensen aangesloten waren bij de vereniging. Wanneer ik keuze heb uit twee of meer aanbieders, dan gaat mijn voorkeur steeds uit naar mensen die er geboren en getogen zijn. Het zorgt ervoor dat je een land of een stad vanuit het standpunt van zijn bewoner nog beter leert kennen.

In het geval van Ronny krijg ik daar nog een extra bonus bij. Door zijn studies toerisme heeft hij nog meer voeling met zijn stad dat, tot voor de onafhankelijkheid van Honduras in 1821, de hoofdstad was van het land. Voor we onze verkenningstocht aanvatten, vertrouwt hij me toe aan zijn neef. In een straal van vijftig meter woont zowat de hele familie Fuente samen. Ouders, kinderen, kleinkinderen, ooms, tantes, neven en nichten; ze vormen één grote familie waar zowat iedereen bij iedereen binnenloopt. De neef neemt me samen met nog een paar familieleden mee naar de finca van Ronny´s ouders. Net als op de finca ´el Cisne´ -die ik bezocht heb ten noorden van Honduras- wordt ook hier wat koffie geteeld. Mijn droombeeld van het cowboyachtige leven op finca´s, zoals die van ´el Cisne´ ten noorden van Honduras, wordt al snel doorprikt wanneer ik na een moeilijk begaanbaar pad doorheen de bergen oog in oog komt te staan met het terrein van de familie Fuentes. Op het domein van 1 ha -een duizendvoud van ´el Cisne´- staat er geen riante woning in cottagestijl, evenmin een dozijn elegant briesende paarden. Het terrein bestaat uit een boomgaard sinaasappelbomen die moeizaam tegen de helling aankruipen, een handvol cacaobomen en koffieplanten die schouder aan schouder leunen. De gewassen worden in hoofdzaak voor eigen consumptie aangewend. Al gauw merk ik dat er behoorlijk wat behendigheid nodig is om hier te werken. Doordat de gewassen zijn aangeplant tegen de steile hellingrug moet je haast een geboren koorddanser zijn om de vruchten te plukken. Ik wiebel op mijn tenen, balanceer op één been en zwalp op beide voeten. Ik voel me evenwichtloos grijpen naar de blozende sinaasappels en donder als een clown op een te slappe koord een paar meter naar beneden. De geur van rottende sinaasappelen en de harde ondergrond doen me snel overeind veren. Het circusleven op een finca is duidelijk niet aan mij besteed.

Op de terugweg vertelt de neef me dat de finca betere tijden heeft gekend. Geldgebrek en tegenslagen hebben de droom van Luis, de vader van Ronny, serieus gedwarsboomd. Door de afgelegen ligging krijgt de finca met de regelmaat van de klok dieven over de vloer. Het terrein zou constant bewaakt moeten worden, maar daar ontbreekt het hen aan de centen. Een jaar geleden werd hun enig paard aangereden door een bus, waardoor ze tegenwoordig alles zelf moeten transporteren. De finca ligt op 8 km loopafstand van hun huis, in een onherbergzaam gebied dat gescheiden wordt door vier rivieren. Het kost de neef en zijn broer dan ook heel wat krachtinspanningen om de zware vracht aan geplukte sinaasappelen te vervoeren. Eenmaal terug in Comayagua maak ik kennis met Luis, de vader van het gezin Fuentes. Al snel ontdek ik dat niet alleen geldgebrek en tegenslagen aan de man knagen. Ook het feit dat niemand van zijn drie kinderen er iets voor voelt om de finca te runnen, ligt hem zwaar op de maag. De man had zijn leven op de finca ongetwijfeld heel anders voorgesteld.

Ronny neemt me mee doorheen de straten van zijn stad en laat mij een stukje historie zien. Het onbetwiste pronkstuk is ongetwijfeld de kathedraal die neerkijkt op het centrale stadsplein. De voorgevel is versierd met acht nissen waar heiligenbeelden getrouw de wacht houden. De barokstijl geeft de kerk een wat pompeus uiterlijk. Ronny vertelt me dat het mechanisme van de kerkklok zowat tot de oudsten ter wereld behoort. In de 12de eeuw na Christus was de Arabische klok eigendom van het Alhambra in Spanje. Eind 16de eeuw schonk koning Filip de Tweede de klok evenwel aan de toenmalige hoofdstad van Honduras, Comayagua. Het is een geschenk waar de inwoners nog steeds met enige fierheid op terugblikken. De stad heeft opvallend goed zijn oud karakter weten te bewaren. De vrij strikte regels die worden opgelegd bij de renovatie en aanpassing van de urbanisatie hebben daar ongetwijfeld mee te maken. Zo moet elk geringe verbouwing voorgelegd worden aan een raad van architecten die erop toeziet of het conform is binnen het koloniale uiterlijk. In het verlengde van het behoud van de authentieke sfeer wordt elke vorm van neonreclame uit het straatbeeld geweerd. Alleen houten beschilderde reclameopschriften en uithangborden zijn toegelaten. Een stad als Ieper zou er nog iets van kunnen opsteken...

Moge God mij behoeden...

Honduras - Zamorano, 14-11-2008 - (dagboek 6)


Ik moet eerlijk bekennen dat ik op vele vlakken veranderd ben en dit ongetwijfeld in de positieve zin. Zo heb ik ongelooflijk veel ontzag gekregen voor mensen die beseffen dat ze deel uit maken van een groter geheel; personen die solidariteit hoog in hun vaandel dragen en daar ook daadwerkelijk iets mee doen.

De gedrevenheid waarmee mensen zoals Heleen een deel van hun leven ´opofferen´ voor een betere wereld siert deze kleine, haast onzichtbare schakels in de ontwikkeling van een land op weg naar morgen. Ze werken haast onzichtbaar, achter de schermen van een land dat ze, naarmate de tijd verstrijkt, meer en meer als hun ´thuisland´ gaan beschouwen. Niet zozeer omdat ze er effectief wonen, maar meer omwille van de emotionele bindingen die er ontstaan tijdens hun verblijf. Lokale vrienden worden door de afwezigheid van de eigen familiebanden een stukje familie. De relaties worden hechter met ´de vrienden uit den vreemde´, dan de vrienden uit hun eigen stad of dorp. Ik denk dat het voor vele mensen zoals Heleen des te moeilijker moet zijn om na een paar jaar opnieuw te verkassen naar een ander land des te meer omdat je bij het afscheid ook een deel van jezelf moet achterlaten in relaties die je hebt opgebouwd. Op den duur blijf je ergens ook ´hangend´ tussen diverse continenten; nooit af, maar steeds wordend, steeds veranderend. Ze zijn stuk voor stuk boeiende tussenfiguren waar ik veel bewondering voor heb.

Vandaag fiets ik een nieuw land tegemoet, althans nieuw wat de verkenning per fiets betreft. Een kleine twee weken geleden vertoefde ik even op Hondurees grondgebied, als tussenstop op mijn busreis die me van Guatemala terugbracht naar Nicaragua. Ik bezocht er toen de Copán Ruïnas, ongetwijfeld de meest toeristische plek van het land. Honduras is binnen het reiswereldje haast een onbekende bestemming, tenzij het op duiken aankomt. Naar verluidt zijn de Bay eilanden, Utila en Roatán de onderwater paradijzen voor het diepzeeduiken. Voor de rest hoor je over het land nagenoeg niets. Net zoals zovele landen uit Centraal-Amerika blikt het terug op een periode waar onstabiele regimes keer op keer omver werden geworpen door militaire staatsgrepen. Toch is het land grotendeels gespaard gebleven van de burgeroorlogen die in de jaren tachtig landen als Nicaragua, El Salvador en Guatemala in zijn wurggreep hielden. Dit neemt niet weg dat Honduras na Nicaragua beschouwd wordt als één van de armste landen van Centraal-Amerika. Het minimumloon ligt er rond de 60 a 80 limpiras per dag, wat neerkomt op nauwelijks vier euro. De armoede heeft er deels voor gezorgd dat Honduras is uitgegroeid tot een land waar de straatcriminaliteit gigantische proporties aanneemt. Niet meteen het meest ideale reisland, maar met de nodige waakzaamheid lukt het me wel.

De grensovergang levert geen problemen op en gezwind fiets ik Honduras binnen. De weg ligt er vrij rustig bij en voert me doorheen een heuvelend groen landschap. Mensen begroeten me met een welgemeende zwaai, terwijl kinderen me met lachende pretoogjes nastaren. Ik fiets voorbij stoffige dorpjes, vaak niet meer dan een handvol armoedige houten huisjes samen. Op een bepaald moment zie ik in de verte een linten afspanning en twee bewegende schimmen. Bij nader toezien blijken het agenten te zijn van de ´transito´-afdeling; de verkeersagenten van bij ons. Ze moeten ervoor zorgen dat het verkeer in goede banen verloopt, althans voor zover er nog van een baan gesproken kan worden. De hele rechterhelft is de dieperik ingestort. Grote brokken asfalt liggen meters lager als een stuk geslagen puzzel in de dampende aarde. De hevige regenval van de voorbije weken heeft de ondergrond weggevreten en de fundamenten zodanig aangetast dat de weg stilaan is beginnen scheuren. Vier dagen geleden was de ondergrond zo poreus geworden dat de helft van het asfalt naar beneden is gedonderd. Volgens de agenten zal het zeker vier tot zes maand duren voor de weg opnieuw is hersteld. Tot zolang worden hier dag en nacht, zeven op zeven, twee man gestationeerd die er moeten op toezien dat verstrooide chauffeurs zichzelf niet de afgrond in rijden. Nauwelijks vijf kilometer verder zie ik eenzelfde scenario. Hier heeft de grondverschuiving ook enkele onderliggende huisjes van de kaart geveegd. Wat overblijft zijn scheef tegen elkaar leunende cementen geraamtes. Ook hier staan twee politieagenten op post. Ik begin stilaan te begrijpen waarom de criminaliteit in Honduras de laatste jaren zo´n vlucht heeft genomen...

Tegen valavond fiets ik het dorpje Zamorano binnen. Slaapaccomodatie valt er nergens te bespeuren en ik voel er weinig voor om in dit land zomaar ergens mijn tent neer te zetten. Uiteindelijk zoek ik mijn heil bij het tankstation dat even verderop ligt. De uitbater heeft er geen bezwaar tegen dat ik mijn nederig stulpje achter het gebouw neerplant. Net wanneer ik aanstalten maak om mijn bedje voor de nacht uit te spreiden, klampt een zwaarlijvige vijftiger me aan. Hij vraagt me duizend en één zaken over het hoe, waar, wat en waarom van mijn zwerftocht. De man is blijkbaar zodanig onder de indruk dat hij me twee plastiekzakken toestopt met broodjes. Aan de hoeveelheid opgestapelde ´pan dulce´ in zijn koffer, moet dit een lokale bakker zijn. Mijn vermoeden wordt bevestigd wanneer hij me zijn visitekaartje geeft en zegt dat ik hem steeds mag opbellen wanneer er iets is. In sierlijke letters lees ik de woorden ´Panaderia Dulce´ (Patissier). Bij het afscheid vraagt hij me of ik katholiek ben. Het is een vraag die me al vaker werd gesteld tijdens mijn reis. Ik blijf het moeilijk hebben met de kerk als instelling, maar dat neemt niet weg dat ik geloof in een God en dat ik respect heb voor mensen die beseffen dat ze niet de maat der dingen zijn. De man kijkt me wat onbegrijpend aan en vraagt me dan heel expliciet of ik dan op zondag niet naar de kerk ga. Soms, maar niet vaak. Voor mij hoeft geloven geen groepsgebeuren te zijn en evenmin gekoppeld te worden aan de kerk als dusdanig. Ben ik in de ogen van de man een ketter of een losgeslagen zwerver die ze niet alle vijf meer op een rijtje heeft? Geen idee, maar bij het afscheid stopt hij me wel een klein bijbeltje toe. "Moge God je behoeden!" en weg is hij. Ik sta er wat perplex bij, met in mijn ene hand de bijbel en in de andere het dagelijks brood. Mijn eerste avond op Hondurees grondgebied zal ik niet gauw vergeten...