Getatoeëerd verleden

Je huid is als een alfabet,
gebrandmerkt voor het heden.
De letters vormen symbolen,
een getatoeëerd verleden.

Collages vol beeldige verhalen
van doodslag en moord.
Een geboren koorddanser
op het slappe koord.

Je vermoeide blik achter glazige ogen.
Ingehouden tranen verdringen de tijd
van een wereld zonder vandaag of morgen,
maar vol berouw en spijt.

Forgive me mother for my crazy life.
Vergiffenis, een wapperende sjaal om je hals.
Reik haar die ultieme hand
en dans met haar, ja dans samen de laatste wals.




La Chureca (de vuilnisbelt van Managua)

Een zijdelingse blik
een punt naar nergens
tussen uitzichtloosheid
en verlegenheid.

Een leunende pose
een pauze naar volgende
tussen bedrijvigheid
en ledigheid.

Een zwijgzaam beeld
een kind naar volwassen
tussen vandaag
en morgen.




Een terugblik...

Turend naar die oeverloze horizon
golven beelden op en neer.
Prentkaarten vol herinneringen
spoelen aan, keer op keer.

Terugblikkend over het geribbelde zand,
rollen taferelen van een zwervend bestaan.
Een reistas vol 'historias minimas'
bijeengesprokkeld op de hoek van een zoveelste laan.

Inzoomend op diepmenselijke gevoelens,
fiets ik langs die eindeloze vloedlijn.
Cirkel rond op dit wondermooie continent,
van metropool tot dorp, van groot en klein.

Wuivend beantwoord ik een opgestoken hand,
want Itakha is nog lang niet in bereik.
Maar daar maal ik niet om,
ik voel me de koning te rijk...


Een tweede kans

Gastvrij land van verschroeide aarde,
verstramd door de gevreesde guerrilla
die jaren geleden de oorlog verklaarde.

Gegijzeld tussen hebzucht en sociale ideologie,
verstik je in een negatief zelfbeeld,
vastklampend aan vage dromen zonder ironie.

Staak toch die waanzinnige strijd,
de idealen zijn al lang achterhaald.
Het volk wil alleen nog vrijheid.

Geef je vaderland een tweede kans
zonder onrecht en zonder geweld.
Bedek de heuvels niet met een zoveelste bloemenkrans.

Maak van Colombia opnieuw een vrij land,
opdat eenieder zijn schoonheid kan ontdekken
en schudt elkander voor eens en altijd de vredeshand.


Herinneringen

Loom luierend in de verstilde aarde en stoffige wind
voel ik de schaduw van een bewegende speelbal,
opgevangen door twee uitgestrekte handen van een kind.

De ruisende zeebries en sponzige schuimkoppen
vervagen de contouren van een verbrokkeld zandkasteel
en wiegen een stel achtergelaten verbleekte poppen.

Met een hand vol kleverige zandkorrels scherm ik voor de wuivende zon
ontwaar doorheen mijn vingers de golven van een opbollende rok
die speels wappert tegen een verstoorde, gebroken verre horizon.

Turend naar die oeverloze zee en dat spiegelende water
keren mijn gedachten terug naar een verdwaalde jeugd,
hier zittend in het zand, mijlenver en zovele jaren later.


Golvende eenzaamheid

Adembenemend, oeverloos spel van eb en vloed.
Ontrollende weerbarstigheid in de glinstering van de avondgloed.

Een stormvogel roept jouw meisjesnaam
in de richting van de afnemende maan.

Ongrijpbare afstand, schreeuwend eindeloos hoorbaar.
Golvende eenzaamheid, beukend pijnlijk onverstoorbaar.

Druipende heimwee als gestold kaarsvet,
gevangen in een hand gevlochten visnet.

Een golfslag overspoelt weemoeddronkenheid,
ongerealiseerde dromen in onvergankelijkheid.


Vaarwel Bolivië

Verschrompeld, ingesloten land. Verstoten van elke zeetoegang klamp je je vast aan eeuwenoude tradities.

Je vereert Pachamama -Moeder Aarde- en torst het wassen beeld van Maagd Maria als een prinsenkind.

Ondanks je schamel manteldeken dans je de armoede weg en omarmt me met je gulle lach.

Feesten zit in je bloed, verpersoonlijkt in swingende parades en kakofonische dronkemansorkesten.

Je straten zijn een openluchtmarkt, een lappendeken van gebolhoede dames die zich ontpoppen tot kleine zelfstandigen.

Het sneeuwwitte Cordillera Real-gebergte en de weelderige, benauwde oerwouden bezorgen je een toeristische status.

Land van extreme uitersten, balancerend op de dunne lijn tussen authenticiteit en volksverlakkerij.

Je hebt me welkom geheten in de bedding van je heupen. Ik wieg nog na...


Tarabuco

Elke zondag opnieuw spreid je je kleuren tentoon,
als een patchwork van geweven engelengeduld,
hopend op een goeie verkoop en eerlijk loon.

Je trotseert moeiteloos de verzengende zon
als een schilderachtig, gedrapeerd standbeeld
tel je de uren af, wensend dat je huiswaarts keren kon.

Steeds vaker werpen Fäll Raven-broeken schaduwvlekken op je gelaat.
Ze schuifelen moeizaam voorbij,
trekkersschoenen uit alle continenten, stappend in dezelfde maat.

Ze struinen rond met Maestro en Visa.
Maar je kent hun blikken, hun intenties.
Tarabuco staat immers op de toeristische wereldkaart.

Ze dralen schijnbaar doelloos rond,
hun fotografische camera in de aanslag,
als een ontstekingsmechanisme met lont.

Op een onbewaakt moment slaan ze toe,
veranderen hun fotografisch geweer van schouder
en kijken met digitale blik gespannen toe.

Ze zoemen in, stellen scherp en klikken af.
Moffelen hun derde oog weg.
In Tarabuco is de paparazzi nooit veraf...


EL Salar de Uyuni

Gebroken tegels op een vloer van hoop.
Gekreukte nerven,
de lijnen van je levensloop.

Vuilwitte zoutkorrels uit een zandloper.
Wegtikkende jaren,
je naam gebeiteld op een plaat van koper.

Zeshoekige figuren op een sneeuwwit lappendeken.
Oeverloos wit,
doordrongen met strepen als een gebrandmerkt teken.

Gekartelde puzzelstukken van verloren geliefden,
Smeulend knisperend,
jou nog steeds in hun hart zoals zij ooit beliefden.

Weerkaatsende vlakte als de spiegel van je bestaan.
Kleurloze ondergrond,
letters van vergankelijkheid in een halfgebleekte maan.




EL Quebrada del Cafayate

Speelse kleuren tegen een hemelsblauw behang,
ze volgen me op mijn weg de ganse dag lang.

Ze transformeren van uur tot uur en versmelten tot een symbiose
als verstrengelde geliefden naar een volgende apotheose.

Tinten van rood, bruin en oker vloeien harmonisch in elkaar,
op de bergwand geschilderd met één enkel gebaar.

En even verderop een grillige rotsformatie,
eenzaam neergezet als een monnik in meditatie.

Hij staart me aan... Wees niet verlegen,
vertel me je geheim of staat alles geschreven?

Wie boetseerde je tot een streling voor het oog,
kolossaal opdoemend in een landschap zo droog?

Nog meer ontoegankelijke mysteries uitgehakt tot figuren.
Jullie heimelijke stilzwijgendheid dwingt me verder te gluren.

Ach, vergeef het me, mijn opdringerigheid.
Die volmaakte schoonheid is jullie laatste absolute zekerheid...


Santiago

Jij spiegel van een vrij recent verleden.
Opgekropt en nog lang niet vergeten.

Schaduwvlekken van een dictatoriaal regime,
op je geblutst harnas, levenloos, zonder mime.

Jij hoofdstad van een moegetergd en vernederd volk,
levend in een neerwaartse spiraal, zonder kolk.

Troost je: het abces is weggesneden.
Zie niet om, maar kijk naar het heden.

Het kwaad is begraven met beleefd eerbetoon.
Ach, sla om die bladzijde, zonder hoon.

Bal je vuisten, speel je troeven uit.
Denk aan morgen, een nieuw geluid.

Santiago, spiegelend verdriet.
Je toegedekte wonden, neen we vergeten ze niet.


Ruta 40

Gespleten eenvoud
lijnrecht
zonder veelvoud.

Een loodrechte lijn
doorklievend
desolaatheid aan de zijlijn.

Eeuwige bondgenoot van de wind
onafscheidelijk
als moeder met kind.

Ripio van aangestampte aarde
weerbarstig
alsof je in het ijle staarde.

La Ruta quarenta
een begrip
als een eeuwenoude hacienda.


Vulkaan Lanín

Te midden van een onsamenhangende blokkendoos,
piek jij, als een kegel hoog omhoog,
als een zeldzame, sneeuwwitte roos.

Met je uitgestrekte bruinwitgevlekte flanken,
vorm je de natuurlijke grens tussen twee landen,
elk met hun eigen accenten en klanken.

In het ochtendgloren kleur je rozerood,
´s middags schilder je ijzig wit
en bij valavond omhul je je met de grijstinten van de dood.

Drieduizend zevenhonderdzeventig meter hoog...
Je ijzelingwekkende gestalte doet me wankelen
en heimelijk wou ik dat je loog.

Toch nam je me schoorvoetend in vertrouwen,
stimuleerde me bij elke stap,
trok me hogerop aan mijn jas met veel te lange mouwen.

Je huid knisperde als versplinderde glasscherven.
Ik liet onuitwisbare sporen na
door liefdevol je naam te kerven.

Uiteindeijk heette je me welkom met Chileense maté.
We reikten elkaar de hand, hoog aan de top
om je vervolgens te laten rusten, in rust en vree.

Buenos Aires,

jij bekoort en fascineert
met je onvermoeide elegantie.
Danst de tango nimmer verkeerd
en prostitueert zonder kwitantie.

Jij permanente hoogmis aan het bruisende leven
met je mimespelers en straatmuzikanten,
blijven kleuren en klanken heel even kleven
aan de centen van de kijklustige passanten.

Jij Babylon van het heelal,
met je roemrijke huizen als paleizen.
Dribbelend met bouwstijlen en voetbal
verleid je zelfs de oude wijzen.

Jij bemint en passioneert
met je zweem voor lyriek,
verschalk je de nacht en domineert,
omdat je bezit één en al esthetiek.

Uruguay

Land van pampa´s en gaucho´s,
op het kruispunt van hier en nu.
Fietsend lijk je haast eindeloos.

Land met een sterk geweten,
koesterend een koloniaal verleden.
Door de buitenwereld haast vergeten.

Land van nationale helden,
bewierookt tot in de eeuwigheid,
ondanks de talrijke slagvelden.

Land van groene maté,
verstrengeld met je linkerarm,
net zoals je onovertroffen carné.

Je hebt me weten te bekoren,
met je pure eenvoud en schoonheid.
Daarom heb ik er m´n hart in verloren.

Montevideo,

je huilt op de tonen van de tango
en danst langsheen de schaduw van je verleden.
Je ontwaakt met de weemoed van een eindeloos herhalende droom
en dommelt in bij de schemerzone van de nacht,
met je onafscheidelijke maté in de linkerhand,
mijmerend over wat geweest is en komen zal.

Wanneer de eerste zonnestralen filteren doorheen de morgendauw
en je gevels opnieuw de kleur aannemen van verloren gewaande grandeur.

Wanneer je ondeugend knipoogt naar je grote zus aan de overkant
en je nog slaperig de eerste verdwaalde toerist omarmt.

Wanneer de mercado del puerto bij lunchtijd volloopt
en de geur van geroosterd vlees de ruimte vult.

Wanneer de flanerende pleinen opnieuw schitteren in de late middagzon
en de held Artigas zich weerspiegelt in je wapperende vlag.

Wanneer de straatmuzikanten de stad omhullen met oeverloze klanken
en de straatstenen nog een laatste, gezellige drukte uitademen.

Wanneer de bejaarde ijsjesventers met schorre stem huiswaarts keren
en het nachtleven langzaam begint te bruisen op het ritme van de rambla.

Dan weet je dat je rustig inslapen kan.
Ook al blijf je dromen, wegdromen naar de overkant,
omdat je heimelijk weet dat de zoete droom van weleer
zich zal blijven herhalen, eindeloos en eindeloos.

Cabo Polonio

Zie ze daar liggen als vadsige koningen,
badend in de vroege ochtendzon.
Naar een verdwaalde reiziger zien ze al lang niet meer om.

Ongestoord en languit op hun dikke buik.
Hun zwemvliezen keurig naast hun lijf.
Voor op de foto net wat te stijf.

Liever huppelend en waggelend,
balancerend op en neer...
Voor de foto mag het wel nog een keer.

Eenmaal haast uitgedroogd
kiezen ze resoluut opnieuw voor het zoute sop.
En ja hoor, ook deze staat erop.

Ik trek er maar op los.
Druk af, zoom in, zoom uit...
Kom toch wat dichter met die snoezige snuit.

Ach het laat hen allemaal koud,
mijn fluisterende woorden en zeemzoeterig gevlei.
Want de status van koning zijn ze al lang voorbij.

Sporen

Een visser leunend op één been,
kijkt moeizaam over zijn schouder heen.
Met ongeloof staart hij me minutenlang aan:
Deze reiziger fietst ongetwijfeld naar de maan...

Ik rij honderd kilometers,
volg de voetsporen in het mulle zand.
Flanerende schoenen zonder veters,
maar met sandalen aan de hand.

In het water joelen kinderen van de pret,
maar worden keer op keer schaakmat gezet
Door opspattende golven
worden ze doornat bedolven.

Ik fiets m´n eigen spoor,
hoor kinderstemmen zingend in koor.
Opslorpend door de wind en de ruisende zee.
Hier heerst nog rust en vree...

Kat en muis

Dolfijnen spelen hun eindeloos spel
van kat en muis.
Ach, de vissers ze weten het wel...
Maar wat moeten ze anders thuis?

Ze staan er als soldaten op de wacht,
supergeconcentreerd en uitermate gedisciplineerd.
Het absolute toonbeeld van menselijke macht,
ook al staat er hier en daar eentje verkeerd.

Als de dolfijnen naderen,
stijgt de spanning ten top.
Dan stroomt de adrenaline doorheen hun aderen
en weerklinkt het rumoer hogerop.

Eensklaps verdwijnt elke vorm van discipline.
Vallen ze moeiteloos uit hun rol.
Ontpoppen ze zich als een opgefokte machine
en luiden hun strijdlustige kreten uitermate hol.

Als olympische speerwerpers gooien ze hun netten,
die als geborduurde tafellakens verdwijnen in de zee.
Maar de dolfijnen kennen nu eenmaal hun wetten
en dartel springen ze even verder met de golven mee.

Bar San Francisco

Als lijnrechters kijken ze het leven voorbij
hun gegiste roes nooit verweg, maar steeds dichtbij.
Tijdloze figuranten, zonder dialoog
uitzichtloos leven, zonder proloog.

Een tandloze man danst carnavalesk heen en weer
gekscherend en blootvoets, elke avond keer op keer.
Een doorzopen vrouw schuifelt moegeleefd over de klamme vloer
een gracieuze koorddanseres of een ordinaire hoer?

De Braziliaanse ritmes vloeien als vergiftigd bier
doorheen hun troosteloos bestaan.
Terwijl de nacht donkerder kleurt
ondanks het lichtschijnsel van de maan.

Even verderop denderen de vrachtwagens de nacht tegemoet
vastberaden, omdat het nu eenmaal moet.
Alleen in bar San Francisco staat de tijd nog heel even stil
omdat de harten der gebroken liefdes het zo graag hebben wil.

Gehurkt verdriet

Gehurkt verdriet
verscholen tussen gerijpt korenveld
niemand die het ziet.

Amper één vierkante meter groot
symbool van het einde
enig aandenken aan de onwezenlijke dood.

Dertien jaar oud
oogappel in volle bloei
levenloos en koud.

Stuwdam van niet te stelpen verdriet
tien jaar later
niemand die het ziet.

Verhuizen

We huizen in dozen,
wentelen ons in letters en woorden,
lang geleden zorgvuldig uitgekozen.
We mijmeren weg bij vergeelde brieven,
volgestouwde dozen,
van verloren gewaande lieven.
We nemen afscheid van zoveel dromen,
kijken nog heel even achterom,
laat morgen nu maar komen…

Voetsporen

In het spiegelbeeld van de maan,
ontrafel ik de wetmatigheden van mijn bestaan.

De letters van de wet,
ik heb ze naar m'n hand gezet.

Plicht en vroom,
ik heb verloren elke schroom.

Als een zwerver spoor ik op eigen kadans,
de liefde danst nimmer in balans.

Ik stap in de voetsporen van vader,
en denk soms te weinig aan later.

Vader, stuk uit één mens,
je blijft gegrift op die ene lens.

Stuk graniet met zovele facetten,
je leven te klein voor honderden gazetten.

Hoe zou het leven zijn,
mocht je nog in ons midden zijn?

Vele dingen zou je hebben afgekeurd,
misschien zelfs verklaart verbeurd.

Maar toch is er dat ene feit,
ik heb je lief, ook al is je afscheid al jaren een onherroepelijk feit.